Privaatrechtgeschiedenis extern deel
Powerpoint 1:
Praktisch:
Deel geschiedenis en deel recht. Deel geschiedenis: makkelijk te begrijpen: daarom thuis
met audiocommentaar. Recht: moeilijker: in hoorcolleges.
Slides met commentaar: die commentaar bij slides moet je kennen voor examen (behalve
hij het anders vermeld en je het niet moet weten). Categorie slides op einde van elk
hoofdstuk: slides met studietips: handig maar ja; je moet dat niet doen…
Voorbeeldvragen: indruk met soort vragen te verwachten op examen. Beste
voorbereiding op examen is niet alle voorbeeldvragen goed knn beantwoorden, maar
goed studeren. Leestips kunnen ook heel handig zijn om te bekijken. Soms zijn die zwaar
en soms ook luchtig.
Handboek: nadruk op Belg BW: Handboek: geen leerstof maar goed om naast je te leggen
voor heel veel zaken. Slides zijn dus te kennen.
Examen: leerstof: slides met audiocommentaar. Wetboek mag op examen: maar nu:
nieuw privaatrecht met een ouder wetboek, dus best zoek je nog ergens een ouder
wetboek van burgerlijk recht (op dezelfde wijze: dus niet geannoteerd).
Elk van die reeksen slides vormt een apart blok, hij gaat nooit die blokken opdelen, dus
de ene week ga je meer werk hebben dan de andere week. Huidig systeem van school:
elke student heeft elke week evenveel les. Maar prof werkt zo om overzicht in het vak te
behouden.
Overzichtsslides met asterix benoemd die zijn puur bedoeld voor ons om te weten
waar we zijn. Bij die overzichtsslides is er nrml geen commentaar. Die overzichtsslides
zijn wel van enorm belang! Bij studeren altijd ervoor zorgen dat je weet waar je zit op de
overzichtsslides zodat je daar rekening mee kan houden.
Overzichtsslides: daarin staan vaak de grote lijnen: dus grote nadruk op leggen!
Leestip:
Als je die extra documenten wil lezen door interesse; doe maar. Maar het kan zijn dat die
andere proffen of auteurs een andere mening hebben dan de prof. Op het examen kan je
dan zeggen: ‘prof Heirbout; dat is jouw mening, maar die prof … zegt dat.’ Dat is dan
erg goed en je zal veel punten krijgen omdat prof weet dat je dan extra inspanning hebt
gedaan.
Wikipedia: Je mag dat goed gebruiken, voor extern recht kan je daar veel over vinden,
maar voor intern recht niet. Maar daar geldt net hetzelfde: die auteurs kunnen een
andere mening hebben dan de prof. Hetzelfde geldt dan op het examen.
Alle zaken op het einde: geen leerstof, maar om jezelf te helpen.
1
,Privaatrechtgeschiedenis extern deel
INLEIDING
A. Wat wordt bestudeerd in de privaatrechtsgeschiedenis?
Recht = geheel van sanctioneerbare regels die het leven in een gemeenschap regelen.
Rechtsgeschiedenis = de studie van het recht doorheen de eeuwen.
Waarom moeten wij ons daarmee bezighouden in ‘rechten’? Recht zou normaal gezien
logisch moeten zijn. Mensen gaan maar zoveel mogelijk regels volgen als ze die ook
logisch vinden. Is het niet logisch, is het moeilijker voor mensen om ze te volgen en krijg
je problemen. Voor heel wat regels te begrijpen, heb je de geschiedenis niet nodig.
Maar er zijn in het recht heel wat regels die niet logisch in elkaar zitten, dan heb je wel de
geschiedenis nodig. Bv. EOT: echtscheiding door onderlinge toestemming:
- Koppel gaat uit elkaar in onderling akkoord: ze maken er geen ruzie over en zijn over
alles het eens. De logica zou dan eigl zijn dat de uit elkaar gaande mensen gwn naar
gemeentehuis gaan om dat te melden en het zo geregistreerd is. Dat is zo logisch.
- Maar het gebeurt niet op deze logische manier. In België: ook al maak je over niets
ruzie: toch moet je daarvoor naar de RB. Waarom is dat? dat is niet logisch he!
Logisch denken = deze RB-regel direct afschaffen. Je kan dit enkel begrijpen d.m.v.
de geschiedenis. Dit is een erfenis van de kerk in de ME: je kon niet van erfenis
scheiden, maar wel van tafel en bed. Dus als je dat wou doen, moet je via de RB
passeren.
- Dat is dus blijven hangen bij ons.
Bijvoorbeeld art. 1674 BW:
- Er is iets verkocht en je kan bij bepaalde koop eisen dat iets vernietigd wordt:
Als onroerend goed
En als meer dan 7/12 benadeeld (als je minder hebt gekregen dan de helft
waard is)
Waarom is dat dan zo geformuleerd? je moet daarvoor kijken naar de
geschiedenis!
Soms lijkt het logisch te zijn, maar is het niet zo logisch: bv. art. 1382 BW: onrechtmatige
daad: fout-schade-oorzakelijk verband. Dat lijkt logisch maar eigl niet.
Bv. je bent afgestudeerd en verliefd geworden op je collega van je studie. Je woont
samen of je bent getrouwd en je hebt een kindje. Je loopt met je kind in de hand op straat
en ineens komt een motor aan 200km/u en rijdt je kind dood. privaatrechtelijk:
motorrijder rijdt dood, mag niet; wij hebben schade want kind is dood; er is oorzakelijk
verband, dus de chauffeur moet betalen zo is onze eerste reactie niet. Dat is onze
eerste reactie niet dat we denken aan dat art. 1382. Eerste reactie = motorrijder straffen
zelf (zelf hem doden). Eeuwenlang is het zo geweest dat men in zo’n gevallen wraak
nam.
- Dit zal een rol spelen in intern recht
- We zijn geïndoctrineerd door ons modern recht: nu principe van art. 1382. Voor ons
lijkt dat logisch omdat we dat kennen, maar eigl zijn we geïndoctrineerd door ons
modern recht (wel ten goede). We hebben dus al een lange weg afgelegd.
!!! art. 1382 oud BW = nu: art. 6.6 BW
B. verantwoording van de studie van de rechtsgeschiedenis
- Intern recht = gaat om de rechtsregels zelf. Hoe zat het vroeger met dwaling? … Dit is
het belangrijkste deel van de cursus.
- Maar om het interne recht te begrijpen, moet je het externe recht = geschiedenis
begrijpen. Hoe zijn die regels van intern recht er gekomen?
2
,Privaatrechtgeschiedenis extern deel
- In dat kader: bronnen van het recht bekijken: materiële bronnen van het recht. Je
gaat maar recht maken door veranderingen in de maatschappij. Bv. pc breekt door:
dan moet je daar recht rond maken. Dat is logisch. materiële bron van recht =
maatschappelijke verandering die ervoor zorgt dat er iets moet veranderen in het
recht.
- Wat er dan precies gebeurt, wordt gedaan door formele bronnen. Diegene die de
verandering maakt = formele bron van recht.
Wetgeving
Rechtspraak opm.! rechters: iemand in rechtsgebouw en je hebt ervoor
gestudeerd en bent professioneel. Vroeger was dat niet zo: ze waren geen profs
en hadden er niet voor gestudeerd: ze waren vaak boeren zelfs.
Rechtsleer rechtsgeleerden: vndg: professoren en geleerden etc. aan de
uniefs. Maar vroeger konden dat ook mensen zijn die niet aan de uniefs zijn,
want uniefs kwamen maar later op.
Gewoonte men is het gwn van het zo te doen, dus je moet het ook zo doen.
- 4 formele bronnen hier: meest voorkomende. Maar er zijn er nog andere door de
geschiedenis.
- Kernbronnen van recht = die dingen die je informeren over de inhoud van
rechtsregels: wat is het regeltje? nu: vind je dat op internet. Vroeger: lastiger: dat
was vaak niet opgeschreven en dan nog eens vaak in een handschrift dat je niet kon
lezen. Daarom gaan we daar niet op in: dat is echt iets voor historici.
Onderscheid publiek- en privaatrecht ook kennen:
Onderscheid: grote problemen mee. dat onderscheid is veel te simplistisch omdat we
ondertussen vaststellen dat de overheid overal tussenkomt. bv. arbeidsrecht.
Vroeger: leenrecht en feodaliteit: wederzijdse diensten tussen de heer en vazal. Dat kan
bv. zijn dat leenrecht gaat om Graaf van Vlaanderen = vazal van koning van Frankrijk
we denken: “Publiekrecht”! dat kan ook zijn dat daar iem ooievaars kweekt en die heer
graag ooievaars eet en die ooievaar kweker dus vazal wordt van de heer. De ooievaar
leveren is dan een dienst dat is dan privaatrecht!!! maar onderscheid is dus te
simplistisch daarvoor!
Echte probleem: strafrecht.
Strafrecht = vooral publiekrecht Overheid voert onderzoek (via parket en politie…) en
opsporing en straf opleggen etc.
- Begin van geschiedenis: strafrecht = privaatrecht: overheid komt er niet in tussen
- Doorheen geschiedenis: strafrecht steeds minder privaatrecht en steeds meer
publiekrecht. Maar burgerlijke partijstelling is nog steeds blijven hangen = overblijfsel
van strafrecht dat enkel privaat was.
Dus onderscheid gebruiken we maar is niet zo goed (het is ook een recent
onderscheid).Onderscheid nu: omdat het ons toelaat om cursussen op te delen (gwn
praktische redenen).
Wij gaan ons focussen op West-Europa: België + buurlanden, Spanje, Italië. De rest van
wereld gaan we negeren. Dat is ook gewoon niet belangrijk. Oost- en centraal Europa: wel
belangrijk, maar we hebben niet genoeg uren om dat ook te kunnen bekijken in de
lessen. Oost-Europa: zij gaan zichzelf centraal Europa vinden…
Intern deel privaatrechtsgeschiedenis: rechtsregels die vanuit drie blokken kunnen
komen:
- Romeins recht (Romeinse oudheid)
- Canonieke recht (vd kerk)
- Costumiere recht (inheemse gewoonterecht)
3
, Privaatrechtgeschiedenis extern deel
In de praktijk vallen deze rechtsregels vaak samen en overlappen ze elkaar (ze
lopen door elkaar). We gaan het klassieke privaatrecht bekijken en niet de jongere
terreinen (zoals intellectuele eigendomsrechten) van privaatrecht. Dit omdat dat
er niet was in de ME.
Voorbeeld: verzekeringen:
- Dat kwam al vroeg voor in de geschiedenis, maar dan enkel zeeverzekeringen.
Andere verzekeringen ga je niet veel vinden, die kwamen later op. Gevolg: er valt
daar weinig over te vertellen wat betreft het recht. Zelfs Napoleon heeft nog geen
recht gemaakt over de verzekering te land. In België: pas geregeld in jaren 1970.
Jaren 1990: goed geregeld pas.
Recentere dingen komen wel soms voor in keuzevakken.
Privaatrechtsgeschiedenis: overspannen de eeuwen: beginnen bij Romeinen (753 v.C.) tot
nu. Dat zorgt voor problemen. In verleden: niet altijd Nederlands gebruikt. Veel Frans
(nog geen probleem), maar ook Latijn (dit zorgt wel voor een probleem). Er komen dus
veel Latijnse termen voor.
Op Ufora: lijst met terminologie.
Ander probleem: periode van meer dan 2000 jaar. Er is dus veel veranderd. Het kan dus
dat al die veranderingen gaan voorkomen in ‘intern’ recht. Dus je moet goed mee zijn in
‘extern’ recht.
Waarom?:
Recht zit niet altijd logisch in elkaar dus heb je de geschiedenis nodig. Deze cursus gaat
ook helpen om ons recht te relativeren. Fout van de juristen vandaag: dat recht een
universele waarheid is. Men gaat er vaak vanuit als juristen dat het systeem goed is en
dat wat men geleerd heeft, een universele waarheid is. Het is niet omdat dat het recht
van vandaag is, dat het een universele waarheid is.
Bv. gelijkheidsbeginsel: dat is een centraal punt van ons recht: art. 10 + 11 Gw. maar dat
is niet universeel en altijd zo gwst: vroeger was men daar net tegen; want mensen wilden
privileges hebben.
Deze cursus leert ons dus te relativeren. Dat relativeren helpt ook om duidelijk te maken
dat bepaalde delen in België pas later gekomen zijn.
Deel II cursus: belangrijk stuk over geschiedenis van (het ontbreken van) rechten van
vrouwen. Vrouwenemancipatie: rechten voor vrouwen zijn heel erg laat gekomen. In
Belgisch recht is gelijkheid tussen man en vrouw er pas gekomen in 1976. Dat is niet zo
lang geleden. Op bepaalde vlakken loopt België nog altijd achter. Vb. causa: oorzaak
(verbintenissenrecht). Je schaft dit beter af en vervangt dit beter door andere dingen: die
‘oorzaak’ kan je niet begrijpen en als prof niet uitleggen aan je studenten.
Het is soms zelfs zo dat we het recht gaan verbeteren en veranderen zoals bij die causa:
we stappen er beter vanaf.
Voorbeel van ons recht te verbeteren: Laat Romeinse Rijk = na-klassieke periode:
efficiënte procedure in de RB. België vndg: niet zo efficiënt; verloopt niet zo vlot;
gerechtelijke achterstand. Wrm loopt het niet zo efficiënt bij ons en toen wel? Macht van
recht ligt goed in de handen van de advocaten die vertragingsmanoeuvres knn uitvoeren.
Laat Romeinse Rijk: recht in handen vd rechter. Rechter kon er dus voor zorgen dat het
recht efficiënt verliep (zoals overal anders in Europa).
4
Powerpoint 1:
Praktisch:
Deel geschiedenis en deel recht. Deel geschiedenis: makkelijk te begrijpen: daarom thuis
met audiocommentaar. Recht: moeilijker: in hoorcolleges.
Slides met commentaar: die commentaar bij slides moet je kennen voor examen (behalve
hij het anders vermeld en je het niet moet weten). Categorie slides op einde van elk
hoofdstuk: slides met studietips: handig maar ja; je moet dat niet doen…
Voorbeeldvragen: indruk met soort vragen te verwachten op examen. Beste
voorbereiding op examen is niet alle voorbeeldvragen goed knn beantwoorden, maar
goed studeren. Leestips kunnen ook heel handig zijn om te bekijken. Soms zijn die zwaar
en soms ook luchtig.
Handboek: nadruk op Belg BW: Handboek: geen leerstof maar goed om naast je te leggen
voor heel veel zaken. Slides zijn dus te kennen.
Examen: leerstof: slides met audiocommentaar. Wetboek mag op examen: maar nu:
nieuw privaatrecht met een ouder wetboek, dus best zoek je nog ergens een ouder
wetboek van burgerlijk recht (op dezelfde wijze: dus niet geannoteerd).
Elk van die reeksen slides vormt een apart blok, hij gaat nooit die blokken opdelen, dus
de ene week ga je meer werk hebben dan de andere week. Huidig systeem van school:
elke student heeft elke week evenveel les. Maar prof werkt zo om overzicht in het vak te
behouden.
Overzichtsslides met asterix benoemd die zijn puur bedoeld voor ons om te weten
waar we zijn. Bij die overzichtsslides is er nrml geen commentaar. Die overzichtsslides
zijn wel van enorm belang! Bij studeren altijd ervoor zorgen dat je weet waar je zit op de
overzichtsslides zodat je daar rekening mee kan houden.
Overzichtsslides: daarin staan vaak de grote lijnen: dus grote nadruk op leggen!
Leestip:
Als je die extra documenten wil lezen door interesse; doe maar. Maar het kan zijn dat die
andere proffen of auteurs een andere mening hebben dan de prof. Op het examen kan je
dan zeggen: ‘prof Heirbout; dat is jouw mening, maar die prof … zegt dat.’ Dat is dan
erg goed en je zal veel punten krijgen omdat prof weet dat je dan extra inspanning hebt
gedaan.
Wikipedia: Je mag dat goed gebruiken, voor extern recht kan je daar veel over vinden,
maar voor intern recht niet. Maar daar geldt net hetzelfde: die auteurs kunnen een
andere mening hebben dan de prof. Hetzelfde geldt dan op het examen.
Alle zaken op het einde: geen leerstof, maar om jezelf te helpen.
1
,Privaatrechtgeschiedenis extern deel
INLEIDING
A. Wat wordt bestudeerd in de privaatrechtsgeschiedenis?
Recht = geheel van sanctioneerbare regels die het leven in een gemeenschap regelen.
Rechtsgeschiedenis = de studie van het recht doorheen de eeuwen.
Waarom moeten wij ons daarmee bezighouden in ‘rechten’? Recht zou normaal gezien
logisch moeten zijn. Mensen gaan maar zoveel mogelijk regels volgen als ze die ook
logisch vinden. Is het niet logisch, is het moeilijker voor mensen om ze te volgen en krijg
je problemen. Voor heel wat regels te begrijpen, heb je de geschiedenis niet nodig.
Maar er zijn in het recht heel wat regels die niet logisch in elkaar zitten, dan heb je wel de
geschiedenis nodig. Bv. EOT: echtscheiding door onderlinge toestemming:
- Koppel gaat uit elkaar in onderling akkoord: ze maken er geen ruzie over en zijn over
alles het eens. De logica zou dan eigl zijn dat de uit elkaar gaande mensen gwn naar
gemeentehuis gaan om dat te melden en het zo geregistreerd is. Dat is zo logisch.
- Maar het gebeurt niet op deze logische manier. In België: ook al maak je over niets
ruzie: toch moet je daarvoor naar de RB. Waarom is dat? dat is niet logisch he!
Logisch denken = deze RB-regel direct afschaffen. Je kan dit enkel begrijpen d.m.v.
de geschiedenis. Dit is een erfenis van de kerk in de ME: je kon niet van erfenis
scheiden, maar wel van tafel en bed. Dus als je dat wou doen, moet je via de RB
passeren.
- Dat is dus blijven hangen bij ons.
Bijvoorbeeld art. 1674 BW:
- Er is iets verkocht en je kan bij bepaalde koop eisen dat iets vernietigd wordt:
Als onroerend goed
En als meer dan 7/12 benadeeld (als je minder hebt gekregen dan de helft
waard is)
Waarom is dat dan zo geformuleerd? je moet daarvoor kijken naar de
geschiedenis!
Soms lijkt het logisch te zijn, maar is het niet zo logisch: bv. art. 1382 BW: onrechtmatige
daad: fout-schade-oorzakelijk verband. Dat lijkt logisch maar eigl niet.
Bv. je bent afgestudeerd en verliefd geworden op je collega van je studie. Je woont
samen of je bent getrouwd en je hebt een kindje. Je loopt met je kind in de hand op straat
en ineens komt een motor aan 200km/u en rijdt je kind dood. privaatrechtelijk:
motorrijder rijdt dood, mag niet; wij hebben schade want kind is dood; er is oorzakelijk
verband, dus de chauffeur moet betalen zo is onze eerste reactie niet. Dat is onze
eerste reactie niet dat we denken aan dat art. 1382. Eerste reactie = motorrijder straffen
zelf (zelf hem doden). Eeuwenlang is het zo geweest dat men in zo’n gevallen wraak
nam.
- Dit zal een rol spelen in intern recht
- We zijn geïndoctrineerd door ons modern recht: nu principe van art. 1382. Voor ons
lijkt dat logisch omdat we dat kennen, maar eigl zijn we geïndoctrineerd door ons
modern recht (wel ten goede). We hebben dus al een lange weg afgelegd.
!!! art. 1382 oud BW = nu: art. 6.6 BW
B. verantwoording van de studie van de rechtsgeschiedenis
- Intern recht = gaat om de rechtsregels zelf. Hoe zat het vroeger met dwaling? … Dit is
het belangrijkste deel van de cursus.
- Maar om het interne recht te begrijpen, moet je het externe recht = geschiedenis
begrijpen. Hoe zijn die regels van intern recht er gekomen?
2
,Privaatrechtgeschiedenis extern deel
- In dat kader: bronnen van het recht bekijken: materiële bronnen van het recht. Je
gaat maar recht maken door veranderingen in de maatschappij. Bv. pc breekt door:
dan moet je daar recht rond maken. Dat is logisch. materiële bron van recht =
maatschappelijke verandering die ervoor zorgt dat er iets moet veranderen in het
recht.
- Wat er dan precies gebeurt, wordt gedaan door formele bronnen. Diegene die de
verandering maakt = formele bron van recht.
Wetgeving
Rechtspraak opm.! rechters: iemand in rechtsgebouw en je hebt ervoor
gestudeerd en bent professioneel. Vroeger was dat niet zo: ze waren geen profs
en hadden er niet voor gestudeerd: ze waren vaak boeren zelfs.
Rechtsleer rechtsgeleerden: vndg: professoren en geleerden etc. aan de
uniefs. Maar vroeger konden dat ook mensen zijn die niet aan de uniefs zijn,
want uniefs kwamen maar later op.
Gewoonte men is het gwn van het zo te doen, dus je moet het ook zo doen.
- 4 formele bronnen hier: meest voorkomende. Maar er zijn er nog andere door de
geschiedenis.
- Kernbronnen van recht = die dingen die je informeren over de inhoud van
rechtsregels: wat is het regeltje? nu: vind je dat op internet. Vroeger: lastiger: dat
was vaak niet opgeschreven en dan nog eens vaak in een handschrift dat je niet kon
lezen. Daarom gaan we daar niet op in: dat is echt iets voor historici.
Onderscheid publiek- en privaatrecht ook kennen:
Onderscheid: grote problemen mee. dat onderscheid is veel te simplistisch omdat we
ondertussen vaststellen dat de overheid overal tussenkomt. bv. arbeidsrecht.
Vroeger: leenrecht en feodaliteit: wederzijdse diensten tussen de heer en vazal. Dat kan
bv. zijn dat leenrecht gaat om Graaf van Vlaanderen = vazal van koning van Frankrijk
we denken: “Publiekrecht”! dat kan ook zijn dat daar iem ooievaars kweekt en die heer
graag ooievaars eet en die ooievaar kweker dus vazal wordt van de heer. De ooievaar
leveren is dan een dienst dat is dan privaatrecht!!! maar onderscheid is dus te
simplistisch daarvoor!
Echte probleem: strafrecht.
Strafrecht = vooral publiekrecht Overheid voert onderzoek (via parket en politie…) en
opsporing en straf opleggen etc.
- Begin van geschiedenis: strafrecht = privaatrecht: overheid komt er niet in tussen
- Doorheen geschiedenis: strafrecht steeds minder privaatrecht en steeds meer
publiekrecht. Maar burgerlijke partijstelling is nog steeds blijven hangen = overblijfsel
van strafrecht dat enkel privaat was.
Dus onderscheid gebruiken we maar is niet zo goed (het is ook een recent
onderscheid).Onderscheid nu: omdat het ons toelaat om cursussen op te delen (gwn
praktische redenen).
Wij gaan ons focussen op West-Europa: België + buurlanden, Spanje, Italië. De rest van
wereld gaan we negeren. Dat is ook gewoon niet belangrijk. Oost- en centraal Europa: wel
belangrijk, maar we hebben niet genoeg uren om dat ook te kunnen bekijken in de
lessen. Oost-Europa: zij gaan zichzelf centraal Europa vinden…
Intern deel privaatrechtsgeschiedenis: rechtsregels die vanuit drie blokken kunnen
komen:
- Romeins recht (Romeinse oudheid)
- Canonieke recht (vd kerk)
- Costumiere recht (inheemse gewoonterecht)
3
, Privaatrechtgeschiedenis extern deel
In de praktijk vallen deze rechtsregels vaak samen en overlappen ze elkaar (ze
lopen door elkaar). We gaan het klassieke privaatrecht bekijken en niet de jongere
terreinen (zoals intellectuele eigendomsrechten) van privaatrecht. Dit omdat dat
er niet was in de ME.
Voorbeeld: verzekeringen:
- Dat kwam al vroeg voor in de geschiedenis, maar dan enkel zeeverzekeringen.
Andere verzekeringen ga je niet veel vinden, die kwamen later op. Gevolg: er valt
daar weinig over te vertellen wat betreft het recht. Zelfs Napoleon heeft nog geen
recht gemaakt over de verzekering te land. In België: pas geregeld in jaren 1970.
Jaren 1990: goed geregeld pas.
Recentere dingen komen wel soms voor in keuzevakken.
Privaatrechtsgeschiedenis: overspannen de eeuwen: beginnen bij Romeinen (753 v.C.) tot
nu. Dat zorgt voor problemen. In verleden: niet altijd Nederlands gebruikt. Veel Frans
(nog geen probleem), maar ook Latijn (dit zorgt wel voor een probleem). Er komen dus
veel Latijnse termen voor.
Op Ufora: lijst met terminologie.
Ander probleem: periode van meer dan 2000 jaar. Er is dus veel veranderd. Het kan dus
dat al die veranderingen gaan voorkomen in ‘intern’ recht. Dus je moet goed mee zijn in
‘extern’ recht.
Waarom?:
Recht zit niet altijd logisch in elkaar dus heb je de geschiedenis nodig. Deze cursus gaat
ook helpen om ons recht te relativeren. Fout van de juristen vandaag: dat recht een
universele waarheid is. Men gaat er vaak vanuit als juristen dat het systeem goed is en
dat wat men geleerd heeft, een universele waarheid is. Het is niet omdat dat het recht
van vandaag is, dat het een universele waarheid is.
Bv. gelijkheidsbeginsel: dat is een centraal punt van ons recht: art. 10 + 11 Gw. maar dat
is niet universeel en altijd zo gwst: vroeger was men daar net tegen; want mensen wilden
privileges hebben.
Deze cursus leert ons dus te relativeren. Dat relativeren helpt ook om duidelijk te maken
dat bepaalde delen in België pas later gekomen zijn.
Deel II cursus: belangrijk stuk over geschiedenis van (het ontbreken van) rechten van
vrouwen. Vrouwenemancipatie: rechten voor vrouwen zijn heel erg laat gekomen. In
Belgisch recht is gelijkheid tussen man en vrouw er pas gekomen in 1976. Dat is niet zo
lang geleden. Op bepaalde vlakken loopt België nog altijd achter. Vb. causa: oorzaak
(verbintenissenrecht). Je schaft dit beter af en vervangt dit beter door andere dingen: die
‘oorzaak’ kan je niet begrijpen en als prof niet uitleggen aan je studenten.
Het is soms zelfs zo dat we het recht gaan verbeteren en veranderen zoals bij die causa:
we stappen er beter vanaf.
Voorbeel van ons recht te verbeteren: Laat Romeinse Rijk = na-klassieke periode:
efficiënte procedure in de RB. België vndg: niet zo efficiënt; verloopt niet zo vlot;
gerechtelijke achterstand. Wrm loopt het niet zo efficiënt bij ons en toen wel? Macht van
recht ligt goed in de handen van de advocaten die vertragingsmanoeuvres knn uitvoeren.
Laat Romeinse Rijk: recht in handen vd rechter. Rechter kon er dus voor zorgen dat het
recht efficiënt verliep (zoals overal anders in Europa).
4