Hoofdstuk 4: Behaviorisme
Klassieke conditionering of de black-box visie
Inhoud van de les
Situering
Kenmerken van het black box behaviorisme
Klassieke conditionering
- Schema
- Voorbeelden
- Kenmerken
- Toepassingen
- Toch cognitief
- Methodieken
1. Situering
In Amerika ontstaat het behaviorisme
Grondlegger John Watson
Komt tot stand in 1913 'Psychology as the Behaviorist views it ‘
Skinner, Hull, Thorndike
2. Kenmerken van het black-boxbehaviorisme
Volgens behavioristen wordt de mens geboren als een tabula rase of
een onbeschreven blad.
Een mens wordt veeleer bepaald door nurture (ervaringen) dan door
nature (aangeboren)
Het brein wordt beschouwd als een zwarte dood of een black box,
waarvan niet bekend is wat er zich vanbinnen afspeelt.
Het resultaat van de processen in de doos, het gedrag is relevant
voor de wetenschap.
a) wetenschappelijk observeer baar gedrag
Alleen gedrag is zichtbaar, gedachten, gevoelens, wensen etc. niet.
Subjectieve ervaringen zijn oncontroleerbaar
Introspectie is geen wetenschappelijke onderzoeksmethode omdat
de resultaten ervan niet accuraat en niet te generaliseren zijn.
Behaviorisme wil onderzoeken hoe een subject zich door gedrag
aanpast aan veranderingen in de omgeving.
Het behaviorisme is een nomothetische wetenschap in de mater
dat ze algemeen geldende regels probeert te formuleren.
,b) S-R
De eerste stap in het behaviorisme is dat ze zeggen:
Er moet verbinding zijn tussen omgevingsprikkels (S) en gedrag
(R)
S = stimulus of omgevinsprikkel
R = gedrag, respons of reactie
S -> R: stimulus of prikkel lokt gedrag uit
Intensere prikkels (S) zullen sneller een grotere impact hebben op
gedrag (R)
Een prikkel moet ook een zeker drempelwaarde bereiken om een
bepaald gedrag uit te lokken. Bv: ik zal pas bij fel licht mijn ogen
sluiten.
Reflex is automatische in het zenuwstelsel verankerde band tussen
een stimulus en een reactie
Een aangeboren reflex is een S – R connectie die bij alle individuen
van eenzelfde soort voorkomt zonder enige voorafgaande ervaring.
Reflexen zijn vaak automatisch, we kunnen er niks aan doen.
Aangeboren reflex = ongeconditioneerde reflex, UCS
(unconditioned stimulus)
Bv: een pasgeboren baby zal schrikken bij het horen van een plots
scherp geluid.
Het geluid is een onvoorwaardelijke stimulus of prikkel -> UCS en
het schrikken ervan is een onvoorwaardelijke reactie -> UR
(uncontioned respons)
Appetitieve UCS: positieve respons, bv: het ruiken van een lekkere
geur.
Aversieve UCS: negatieve reactie, bv: het ruiken van een vieze
geur.
c) leerprocessen
Behavioristen zeggen:
Weinig gedrag is aangeboren
Gedrag is vooral aangeleerd
Gedrag wordt verklaard door leerprocessen:
- Leren is een proces van associatie: welk gedrag hoort bij welke situatie.
d) experimenten
Experiment: studie van de relaties tussen omgevings- en
gedragsveranderingen bestuderen.
Men maakt ook gebruik van dierenexperimenten
, Behaviorisme 2 leerprocessen
Klassieke conditionering
Hond van Pavlov
Operante conditionering
Straffen en belonen
3. Klassieke conditionering – examen!!!
Het is een leervorm waarbij wordt voortgebouwd op bestaande al dan niet
aangeboren reflexen en associaties
Je hebt altijd 3 fasen: voor de conditionering, tijdens en na het
conditioneringsproces.
Voorbeeld: de hond van Pavlo begint al met kwijlen nog voor hij het eten
in zijn mond heeft. Enkel het zien van het eten is al genoeg voor een hond
om te beginnen met kwijlen.
Voor de conditionering:
Vlees zien speekselafscheiding
Tijdens Conditioneringsproces:
Vlees zien + geluid speekselafscheiding
Na conditionering:
Geluid (bel) speekselafscheiding
3.1 Klassieke conditionering: schema
UCS: unconditioned stimulus
OP: onvoorwaardelijke prikkel
OVS: onvoorwaardelijke stimulus
UR: unconditioned respons
OR: onvoorwaardelijke reactie/respons
OVR: onvoorwaardelijke reactie/respons
NP: neutrale prikkel
NS: neutrale stimulus
CS: conditioned stimulus
VP: voorwaardelijke prikkel
VS: voorwaardelijke stimulus
Klassieke conditionering of de black-box visie
Inhoud van de les
Situering
Kenmerken van het black box behaviorisme
Klassieke conditionering
- Schema
- Voorbeelden
- Kenmerken
- Toepassingen
- Toch cognitief
- Methodieken
1. Situering
In Amerika ontstaat het behaviorisme
Grondlegger John Watson
Komt tot stand in 1913 'Psychology as the Behaviorist views it ‘
Skinner, Hull, Thorndike
2. Kenmerken van het black-boxbehaviorisme
Volgens behavioristen wordt de mens geboren als een tabula rase of
een onbeschreven blad.
Een mens wordt veeleer bepaald door nurture (ervaringen) dan door
nature (aangeboren)
Het brein wordt beschouwd als een zwarte dood of een black box,
waarvan niet bekend is wat er zich vanbinnen afspeelt.
Het resultaat van de processen in de doos, het gedrag is relevant
voor de wetenschap.
a) wetenschappelijk observeer baar gedrag
Alleen gedrag is zichtbaar, gedachten, gevoelens, wensen etc. niet.
Subjectieve ervaringen zijn oncontroleerbaar
Introspectie is geen wetenschappelijke onderzoeksmethode omdat
de resultaten ervan niet accuraat en niet te generaliseren zijn.
Behaviorisme wil onderzoeken hoe een subject zich door gedrag
aanpast aan veranderingen in de omgeving.
Het behaviorisme is een nomothetische wetenschap in de mater
dat ze algemeen geldende regels probeert te formuleren.
,b) S-R
De eerste stap in het behaviorisme is dat ze zeggen:
Er moet verbinding zijn tussen omgevingsprikkels (S) en gedrag
(R)
S = stimulus of omgevinsprikkel
R = gedrag, respons of reactie
S -> R: stimulus of prikkel lokt gedrag uit
Intensere prikkels (S) zullen sneller een grotere impact hebben op
gedrag (R)
Een prikkel moet ook een zeker drempelwaarde bereiken om een
bepaald gedrag uit te lokken. Bv: ik zal pas bij fel licht mijn ogen
sluiten.
Reflex is automatische in het zenuwstelsel verankerde band tussen
een stimulus en een reactie
Een aangeboren reflex is een S – R connectie die bij alle individuen
van eenzelfde soort voorkomt zonder enige voorafgaande ervaring.
Reflexen zijn vaak automatisch, we kunnen er niks aan doen.
Aangeboren reflex = ongeconditioneerde reflex, UCS
(unconditioned stimulus)
Bv: een pasgeboren baby zal schrikken bij het horen van een plots
scherp geluid.
Het geluid is een onvoorwaardelijke stimulus of prikkel -> UCS en
het schrikken ervan is een onvoorwaardelijke reactie -> UR
(uncontioned respons)
Appetitieve UCS: positieve respons, bv: het ruiken van een lekkere
geur.
Aversieve UCS: negatieve reactie, bv: het ruiken van een vieze
geur.
c) leerprocessen
Behavioristen zeggen:
Weinig gedrag is aangeboren
Gedrag is vooral aangeleerd
Gedrag wordt verklaard door leerprocessen:
- Leren is een proces van associatie: welk gedrag hoort bij welke situatie.
d) experimenten
Experiment: studie van de relaties tussen omgevings- en
gedragsveranderingen bestuderen.
Men maakt ook gebruik van dierenexperimenten
, Behaviorisme 2 leerprocessen
Klassieke conditionering
Hond van Pavlov
Operante conditionering
Straffen en belonen
3. Klassieke conditionering – examen!!!
Het is een leervorm waarbij wordt voortgebouwd op bestaande al dan niet
aangeboren reflexen en associaties
Je hebt altijd 3 fasen: voor de conditionering, tijdens en na het
conditioneringsproces.
Voorbeeld: de hond van Pavlo begint al met kwijlen nog voor hij het eten
in zijn mond heeft. Enkel het zien van het eten is al genoeg voor een hond
om te beginnen met kwijlen.
Voor de conditionering:
Vlees zien speekselafscheiding
Tijdens Conditioneringsproces:
Vlees zien + geluid speekselafscheiding
Na conditionering:
Geluid (bel) speekselafscheiding
3.1 Klassieke conditionering: schema
UCS: unconditioned stimulus
OP: onvoorwaardelijke prikkel
OVS: onvoorwaardelijke stimulus
UR: unconditioned respons
OR: onvoorwaardelijke reactie/respons
OVR: onvoorwaardelijke reactie/respons
NP: neutrale prikkel
NS: neutrale stimulus
CS: conditioned stimulus
VP: voorwaardelijke prikkel
VS: voorwaardelijke stimulus