Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Biologische psychologie II

Rating
-
Sold
1
Pages
124
Uploaded on
02-02-2026
Written in
2025/2026

Geslaagd in één keer dankzij deze samenvatting!! Gebaseerd op de officiële PPT’s én aangevuld met extra notities van alles wat tijdens de les werd uitgelegd.

Institution
Course

Content preview

Biologische psychologie 2 | Jill N.


Biologische psychologie 2
H1: Inleiding: structuren en functies
1.1. Situering van de cursus
Biologische Psychologie II – Functies
• Doel: toepassing van kennis uit Bio Psych I; focus op processen in specifieke
deelstructuren.
o Zintuigen: basale psychische functies, fundament van gedrag.
o Motoriek: bijna al het gedrag is motorisch (bv. spreken).
o Slaap & ritmes: bepalen globale psychische toestand.
o Stress: invloedrijke functie in de psyche.
• Vakgebied: zeer breed, gespecialiseerd, en voortdurend evoluerend.
• Werkwijze: overzicht van functies, met verdieping in specifieke aspecten (bv. zicht).
• Netwerkstructuren: gedrag ontstaat uit verbonden structuren; functies zijn
gelokaliseerd, maar werken samen.
1.2. Netwerkstructuren: voorbeelden




Netwerkstructuren
• Basisprincipe: neuron A stuurt info via axon, over de synaps, naar dendrieten van neuron
B → dit kan doorgestuurd worden naar neuron C.
• Excitatie: + = exciterende invloed; activatie van A verhoogt kans op activatie van B.
• Rusttoestand: neuronen zijn meestal negatief geladen.
o Kortstondige positieve verandering → actiepotentiaal.
o Alles-of-niets: enkel bij voldoende activatie ontstaat een actiepotentiaal.
• Energieverbruik: negatieve rusttoestand kost energie, maar voorkomt ruis (irrelevante
signalen worden onderdrukt).
• Algemeen: zo wordt informatie in het brein doorgegeven via netwerken van neuronen.
 Eenvoudige keten van neuronen

1.2.1. Convergentie
• convergentie: meerdere neuronen sturen informatie naar één neuron → het aantal
neuronen daalt!
o Bolletjes = neuronen, lijntjes = axonen (informatie-uitlopers).
• Functie: eenvoudige structuren combineren tot complexere netwerken.
• Soorten integratie:
o Kwantitatieve integratie: meerdere neuronen sturen dezelfde info door →
versterking van bestaande informatie (bv. fotoreceptoren bij schemering).
o Kwalitatieve integratie: neuronen sturen verschillende soorten info samen →
nieuwe informatie ontstaat (bv. fotoreceptor + oogbeweging = locatie van object).


1

, Biologische psychologie 2 | Jill N.



1.2.2. Divergentie
• Divergentie: één neuron stuurt informatie naar meerdere neuronen → aantal neuronen
stijgt!
• Functie: informatie wordt opgesplitst en verspreid naar verschillende hersendelen (bv.
info naar cerebellum én cortex).
• Versterking: één neuron kan meerdere doelen beïnvloeden (bv. volledige spiergroep
activeren).
• Algemeen: dezelfde info wordt niet altijd op één plek verwerkt, maar door verschillende
hersendelen tegelijk verwerkt.


1.2.3. Feedback
Feedback en minimaliseren van ruis
• Feedbackstructuur: informatie gaat niet alleen vooruit, maar ook terug.
o Neuron A stuurt info naar neuron B en C → exciterende invloed (meer activatie).
o Neuron C stuurt info terug naar A → inhiberende invloed (minder activatie).
• Functie:
o Neuron C beperkt het vuren van neuron A → voorkomt ruis.
o Temporal summatie bij B wordt kleiner → B heeft info van meerdere neuronen nodig
om te vuren.
• Algemeen: basisketens kunnen door feedback aangepast worden tot complexere
netwerken; zo wordt correcte activatie van neuronen gecontroleerd en geruis
minimaliseerd.


1.2.4. Feedforward
Feedforward en minimaliseren van ruis
• Principe: informatie stroomt vooruit, van neuron A naar B en C.
• Negatieve projectie: neuron C remt neuron B → bemoeilijkt vuren van B.
• Effect: grote activiteit in A leidt tot beperkte activiteit in B wanneer C actief is.
• Functie: A kan zeer sensitief zijn → voorkomt valse negatieven.

Feedforward-netwerk (pijnnetwerk)
• Principe: neuron A detecteert druk en stuurt info door naar
neuron B en C.
• Neuron B: registreert scherpe pijn op een precieze plek → snelle
waarschuwing voor actie.
• Neuron C: dempt acute pijnregistratie iets later → voorkomt
overreactie.
Trage neuronen en doffe pijn
• Neuron D: trager, minder gemyeliniseerd.
• Functie: heft demping van neuron C op B op → doffe, diffuse,
zeurende pijn wordt ervaren.
• Doel: waarschuwen en voorzichtig zijn. 2
• Algemeen: zelfs simpele sensaties zoals pijn hebben een
complexe biologische achtergrond.

, Biologische psychologie 2 | Jill N.

1.2.5. Laterale inhibitie
• Principe: neuronen in de eerste laag exciteren de tweede laag, maar inhiberen elkaar
tegelijk.
• Functie: minimaliseert ruis en verhoogt precisie van informatie.
• Voorbeeld: spatiale nauwkeurigheid bij tastreceptoren → twee punten op de huid beter
onderscheiden (handen > rug).
• Type netwerk: “winner takes all”
1.2.6. Coïncidentiedetector
• Principe: detecteert samenvallen van informatie van twee bronnen.
• Voorbeeld: spatiale lokalisatie van geluid zonder zicht.
o Axonen van rechter- en linkeroor sturen info naar dezelfde neuron.
o Neuron vuurt wanneer beide signalen tegelijk aankomen → bepaalt geluidsbron.
• Functie: helpt mensen geluid nauwkeurig te lokaliseren.




Relatief simpele netwerkstructuren kunnen worden ingezet voor uiteenlopende functies!
Zelfde bouwstenen met andere architectuur kan tot heel andere functie leiden!
1.3. Zintuigen
1.3.1. Definitie
• Aantal: klassieke 5 → zicht, horen, ruiken, tast, smaak.
• Extra zintuigen:
o Positie van ledematen (proprioceptie).
o Evenwicht (vestibulaire zintuigen) → beweging tov zwaartekracht.
• Bewust vs onbewust: je kunt bewust op sommige zintuigen focussen, andere werken
automatisch.
Case Study: Ian Waterman
• Aandoening: sensorisch deficit na griep op 19-jarige leeftijd → verlies van tastzin en
proprioceptie, pijn en temperatuur blijven intact.
• Gevolg: kan niet meer zelfstandig wandelen; tastzin nodig voor proprioceptie en
beweging.
• Leerproces:
o Wandelvaardigheid herwonnen door zicht en evenwichtszin bewust te
gebruiken.
o Bewegingen bewust uitvoeren, zoals bij handelingen met gereedschap.


3

, Biologische psychologie 2 | Jill N.

• Voorbeeld dagelijks leven: moet zien dat hij een beker vasthoudt, omdat hij het gevoel
ontbreekt.
• Conclusies:
o Wat wij als één functie zien, is vaak een samenspel van verschillende onderdelen.
o Dissociaties helpen deelfuncties afzonderlijk te bestuderen.
o Bewuste psyche is slechts een klein deel van alle processen in het lichaam.
1) Dissociatie: verschillende deelfuncties vormen samen één functie; door dissociaties
kunnen we deze onderdelen leren kennen.
• Chemoceptie: detectie van chemische stoffen. Voorbeelden:
o Glomus caroticum in halsslagader → O₂, CO₂, pH → gevoel van verstikking bij
zuurstoftekort.
o Vetdetectie in dunne darm → gevoel van verzadiging.
• Magnetoceptie: aanvoelen van aardmagnetisch veld. Voorbeelden:
o Koeien oriënteren zich in dezelfde richting.
o Sommige vissoorten navigeren met ingebouwd kompas.
1.3.2. Klassieke definities
• Sensatie: objectief proces.
o Fysieke stimuli uit de omgeving worden door sensorische receptoren omgezet in
neurale activiteit.
o Voorbeelden: lichtperceptie, geluidsluidheid.
• Perceptie: subjectieve constructie.
o Interpretatie en ervaring van sensaties door het centraal zenuwstelsel.
o Wordt beïnvloed door motivatie, doelen, context.
• Transductie: omzetting van fysieke stimulus in verandering van membraanpotentiaal in
de receptorcel.
o Directe reactie op omgeving, niet op andere cellen.
1.3.3. Problemen met klassieke definities
• Vage begrippen: wat zijn “fysieke omgevingsstimuli”?
o Extern vs intern: bv. vet in mond vs vet in dunne darm.
• Sensatie vs perceptie: objectief vs subjectief?
o Ook sensatie wordt beïnvloed door eerdere ervaringen → wat we ervaren is een
constructie.
• Bewustzijn: intuïtief onderscheid tussen bewuste ervaring en zintuig is niet altijd
duidelijk.
• Werkdefinitie zintuigen: psychische functies die ons, al dan niet bewust, informatie
verschaffen over gebeurtenissen in de materiële wereld.
1.3.4. Essentiële eigenschappen van zintuigen
• Gespecialiseerde receptorcellen: detecteren specifieke fysieke fenomenen.
o Voorbeelden:
▪ Geluid → geluidsdruk.
▪ Smaak → moleculen.

4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 2, 2026
Number of pages
124
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$12.92
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
njill

Get to know the seller

Seller avatar
njill Vrije Universiteit Brussel
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4
Member since
10 months
Number of followers
0
Documents
10
Last sold
1 month ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions