Deel 1: doelgroepen: what’s in a name
Leren over stoornissen
Stoornisdenkers: enkel focussen op de beperking en is gericht op het zo
goed mogelijk tegemoet komen aan deze beperking
Dus ze gaan ervan uit dat mensen met een beperking geholpen moeten
worden door professionals en heb je een minder goed leven
Kijken naar mensen
Maar mensen met een beperking zijn geen homogene groep en iedereen
is uniek
diversiteit denken (nadruk op meervoudige identiteit)
Een persoon met een beperking is dus nooit alleen dat kijk verder
(holistisch) naar de hele persoon
Maar ze worden nog steeds onterecht behandeld geen gelijke kansen
om deel te nemen aan de maatschappij
Werken met mensen
Orthopedagogisch grondplan helpt om holistische te kijken maar ook de
tendensen zijn belangrijk
Orthopedagogisch grondplan
- Relatie staat centraal
- Microniveau: vraagstelling door ontwikkeling, voorgeschiedenis,
ontwikkeling op de verschillende gebieden
- Mesoniveau: diensten en voorziening die de cliënt beïnvloeden
- Macroniveau: mens- en wereldvisie die mee de bejegening van deze
doelgroepen bepaalt.
vb. VAPH
Handicap: elke langdurig en belangrijk participatieprobleem van een
persoon dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van
mentale, psychische, lichamelijke of zintuigelijke aard, beperkingen bij het
uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren
,Tendensen
Krachtgericht werken met oog op kwetsbaarheid
Mensen met een beperking komen tot vele uitdagingen te staan, ze
kunnen zich soms moeilijk aanvaarden
dit zorgt soms voor levend verlies: ook ouders of naasten kunnen dit
ervaren
verlies van toekomstbeeld
Cultuursensitieve zorg binnen diverssensitief kijken
De culturele achtergrond van de persoon met beperking speelt mee.
zo is iemand met beperking + migratieachtergrond = ‘extra kwetsbaar’
Nadeel van migratieachtergrond:
- Mogelijke communicatieproblemen tss cliënt en netwerk wat de
cszorg vermoeilijkt
- Referentiekader van de cliënt wijkt af van het referentiekaders van
de professional wat het kiezen van begeleiding vermoeilijkt
- Onvoldoende kennis over het verwachte functioneren en
onvoldoende inzicht
- In verschillende culturen taboe rond beperking
- Organisatie v.h. hulpverleninsaanbod en alle voorwaarden is te
complex voor mensen met migratie achtergrond
Advies om barrières te overwinnen
- Opleidingen, vormingen,… volgen als begeleider
- Begeleiders elkaar ondersteunen als het een divers team is en hun
zo elkaar iets laten bijleren
- Divers team kan kritischer kijken naar de eigen professionele
organisatie door de westerse en niet-westerse visie te vergelijken
- Tolk
- Tijd om in gesprek te gaan met cliënt uitbreiden
- Cliënten en ouders ondersteunen in hun communicatieve
vaardigheden
Valkuilen van cultuursensitief werken:
- Othering van andere cultuur
Handelingsgerichte beeldvorming
= dit dient om gepaste doelen op te stellen die zijn afgestemd op de
ondersteuning en vragen van de cliënt
-
,Deel 2: lichamelijke beperkingen
Terminologie
Lichamelijke beperking: personen met een lichamelijke beperking
worden door blijvende, tijdelijke of recidiverende motorische
belemmeringen gehinderd in hun groei, ontwikkeling en handhaving. De
lichamelijke beperking heeft tot gevolg dat de persoon hinder ondervindt
bij het gebruiken van het lichaam. De belemmeringen vinden hun
oorsprong in neurologische, musculaire, metabolistische stoornissen of
traumata. Personen met een lichamelijke beperking vormen geen groep.
De doelgroep is heel heterogeen zowel rolstoel, krukken, amputaties,
NAH,…
ICF kijk op lichamelijke beperking
Beperking ≠handicap
WHO gebruikt 2 instrumenten om beperkingen te definiëren:
- ICD11: international classification of diseases die aandoeningen
beschrijft
- ICF: international classification of functioning, disability and health
Het ICF model deelt personen met een beperking in 3 niveaus:
1) Stoornis: lichamelijke eigenschappen, bepaalde lichaamsdelen zijn
afwijkend qua structuur of functioneren
vb. amputatie, scoliose, dwerggroei
2) Beperking: stoornis die gevolgen heeft op het uitvoeren van
activiteiten
vb. kan niet alleen een douche nemen door geamputeerd been
3) Handicap: een beperking die gevolgen heeft op de participatie in de
maatschappij
vb. kan niet alleen de bus nemen dus blijft hij altijd alleen thuis
Er is een wisselwerking tss deze factoren en interen (karakter, co-
morbiteit,…) en externe (omgeving van de persoon) factoren
Je helpt de persoon op basis van het ICF model
vb. je behandelt mensen met een stoornis, je verkleint de beperkingen in
het dagelijks leven en helpt de gehandicapte participeren
etiologie
indeling van mogelijke oorzaken
- Moment wanneer gezondheidsprobleem optreedt
, - Aard van de factor die de beperking veroorzaakt
3 mogelijke momenten
Prenataal: oorzaak ligt voor de geboorte
Perinataal: rond de geboorte
Postnataal: na de geboorte
Aard van de oorzakelijke factor
Biologische factoren: te wijten aan genetische problemen of
medische problemen
Sociale
factoren: als
gevolg van
gedrag of van
beperking in
sociale
ontwikkeling
Etiologie
lichamelijke
beperking
Leren over stoornissen
Stoornisdenkers: enkel focussen op de beperking en is gericht op het zo
goed mogelijk tegemoet komen aan deze beperking
Dus ze gaan ervan uit dat mensen met een beperking geholpen moeten
worden door professionals en heb je een minder goed leven
Kijken naar mensen
Maar mensen met een beperking zijn geen homogene groep en iedereen
is uniek
diversiteit denken (nadruk op meervoudige identiteit)
Een persoon met een beperking is dus nooit alleen dat kijk verder
(holistisch) naar de hele persoon
Maar ze worden nog steeds onterecht behandeld geen gelijke kansen
om deel te nemen aan de maatschappij
Werken met mensen
Orthopedagogisch grondplan helpt om holistische te kijken maar ook de
tendensen zijn belangrijk
Orthopedagogisch grondplan
- Relatie staat centraal
- Microniveau: vraagstelling door ontwikkeling, voorgeschiedenis,
ontwikkeling op de verschillende gebieden
- Mesoniveau: diensten en voorziening die de cliënt beïnvloeden
- Macroniveau: mens- en wereldvisie die mee de bejegening van deze
doelgroepen bepaalt.
vb. VAPH
Handicap: elke langdurig en belangrijk participatieprobleem van een
persoon dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van
mentale, psychische, lichamelijke of zintuigelijke aard, beperkingen bij het
uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren
,Tendensen
Krachtgericht werken met oog op kwetsbaarheid
Mensen met een beperking komen tot vele uitdagingen te staan, ze
kunnen zich soms moeilijk aanvaarden
dit zorgt soms voor levend verlies: ook ouders of naasten kunnen dit
ervaren
verlies van toekomstbeeld
Cultuursensitieve zorg binnen diverssensitief kijken
De culturele achtergrond van de persoon met beperking speelt mee.
zo is iemand met beperking + migratieachtergrond = ‘extra kwetsbaar’
Nadeel van migratieachtergrond:
- Mogelijke communicatieproblemen tss cliënt en netwerk wat de
cszorg vermoeilijkt
- Referentiekader van de cliënt wijkt af van het referentiekaders van
de professional wat het kiezen van begeleiding vermoeilijkt
- Onvoldoende kennis over het verwachte functioneren en
onvoldoende inzicht
- In verschillende culturen taboe rond beperking
- Organisatie v.h. hulpverleninsaanbod en alle voorwaarden is te
complex voor mensen met migratie achtergrond
Advies om barrières te overwinnen
- Opleidingen, vormingen,… volgen als begeleider
- Begeleiders elkaar ondersteunen als het een divers team is en hun
zo elkaar iets laten bijleren
- Divers team kan kritischer kijken naar de eigen professionele
organisatie door de westerse en niet-westerse visie te vergelijken
- Tolk
- Tijd om in gesprek te gaan met cliënt uitbreiden
- Cliënten en ouders ondersteunen in hun communicatieve
vaardigheden
Valkuilen van cultuursensitief werken:
- Othering van andere cultuur
Handelingsgerichte beeldvorming
= dit dient om gepaste doelen op te stellen die zijn afgestemd op de
ondersteuning en vragen van de cliënt
-
,Deel 2: lichamelijke beperkingen
Terminologie
Lichamelijke beperking: personen met een lichamelijke beperking
worden door blijvende, tijdelijke of recidiverende motorische
belemmeringen gehinderd in hun groei, ontwikkeling en handhaving. De
lichamelijke beperking heeft tot gevolg dat de persoon hinder ondervindt
bij het gebruiken van het lichaam. De belemmeringen vinden hun
oorsprong in neurologische, musculaire, metabolistische stoornissen of
traumata. Personen met een lichamelijke beperking vormen geen groep.
De doelgroep is heel heterogeen zowel rolstoel, krukken, amputaties,
NAH,…
ICF kijk op lichamelijke beperking
Beperking ≠handicap
WHO gebruikt 2 instrumenten om beperkingen te definiëren:
- ICD11: international classification of diseases die aandoeningen
beschrijft
- ICF: international classification of functioning, disability and health
Het ICF model deelt personen met een beperking in 3 niveaus:
1) Stoornis: lichamelijke eigenschappen, bepaalde lichaamsdelen zijn
afwijkend qua structuur of functioneren
vb. amputatie, scoliose, dwerggroei
2) Beperking: stoornis die gevolgen heeft op het uitvoeren van
activiteiten
vb. kan niet alleen een douche nemen door geamputeerd been
3) Handicap: een beperking die gevolgen heeft op de participatie in de
maatschappij
vb. kan niet alleen de bus nemen dus blijft hij altijd alleen thuis
Er is een wisselwerking tss deze factoren en interen (karakter, co-
morbiteit,…) en externe (omgeving van de persoon) factoren
Je helpt de persoon op basis van het ICF model
vb. je behandelt mensen met een stoornis, je verkleint de beperkingen in
het dagelijks leven en helpt de gehandicapte participeren
etiologie
indeling van mogelijke oorzaken
- Moment wanneer gezondheidsprobleem optreedt
, - Aard van de factor die de beperking veroorzaakt
3 mogelijke momenten
Prenataal: oorzaak ligt voor de geboorte
Perinataal: rond de geboorte
Postnataal: na de geboorte
Aard van de oorzakelijke factor
Biologische factoren: te wijten aan genetische problemen of
medische problemen
Sociale
factoren: als
gevolg van
gedrag of van
beperking in
sociale
ontwikkeling
Etiologie
lichamelijke
beperking