Politieke geschiedenis van België: woordenlijst
Communautaire breuklijn: de scheiding of het conflict tussen verschillende
gemeenschappen binnen een land, vaak op basis van taal, cultuur, religie of
etniciteit. Deze breuklijn kan leiden tot spanningen en conflicten tussen de
betrokken gemeenschappen.
Sociaal-economische breuklijn: de scheiding in de samenleving die gebaseerd
is op verschillen in sociaal-economische status.
Levensbeschouwelijke breuklijn: een verdeeldheid in de samenleving die
voortkomt uit verschillen in levensbeschouwingen, zoals religie, politieke
ideologie, levensstijl of ethische opvattingen.
Subalterniteit: een staat van ondergeschiktheid, vaak veroorzaakt door
kolonisatie, economische, sociale, raciale, taalkundige en/of culturele dominantie.
Unionisme: de unie van liberalen en katholieken in het Verenigd Koninkrijk der
Nederlanden en later in België, die in de Zuidelijke Nederlanden in verzet ging
tegen de regering van koning Willem I en in de beginjaren van het koninkrijk
België politieke samenwerking nastreefde (tot de jaren 1850).
Orleanisme: Fase waarin de koning nog een stuk persoonlijke politiek kan
voeren en de ministers ook aan de koning verantwoording moeten afleggen, naar
de praktijk in het toenmalige Frankrijk onder de "burgerkoning" Louis-Philippe van
Orléans (1830–1848).
Nachtwakersstaat: een staat waar de overheid zich zo weinig mogelijk bemoeit
met de burgers en zich hoofdzakelijk richt op het garanderen van de veiligheid en
het handhaven van de wet.
Loge: een soort geheime vennootschap binnen de vrijmetselarij, in negentiende-
eeuws België een materiële verzamelplaats voor linkse oppositie tegen de
dominantie van de katholieke kerk. (=”achterkamerpolitiek”)
Maatschappelijk middenveld: of civil society, is het geheel van particuliere
organisaties in een samenleving die verschillende groepen, meningen en
belangen vertegenwoordigen. (≠ politieke partijen!)
Verzuiling: de verdeling van een samenleving in groepen op
levensbeschouwelijke of sociaal-economische basis, waarbij de groepen in
bepaalde mate van elkaar zijn afgeschermd.
Zuil: ideologisch en subcultureel geïntegreerd netwerk van meerdere
domeinspecifieke organisaties, waaronder een politieke
netwerkpartij
Ultramontanisme: katholieke stroming die de autoriteit van de paus boven die
van nationale of diocesane gezagen stelt, en die vaak gepaard gaat met een
sterke mate van pausgezindheid. Dit gaat gepaard met een corporatistische
sociaal-economische visie op de samenleving. (de samenleving moet
functioneren als een lichaam)
Communautaire breuklijn: de scheiding of het conflict tussen verschillende
gemeenschappen binnen een land, vaak op basis van taal, cultuur, religie of
etniciteit. Deze breuklijn kan leiden tot spanningen en conflicten tussen de
betrokken gemeenschappen.
Sociaal-economische breuklijn: de scheiding in de samenleving die gebaseerd
is op verschillen in sociaal-economische status.
Levensbeschouwelijke breuklijn: een verdeeldheid in de samenleving die
voortkomt uit verschillen in levensbeschouwingen, zoals religie, politieke
ideologie, levensstijl of ethische opvattingen.
Subalterniteit: een staat van ondergeschiktheid, vaak veroorzaakt door
kolonisatie, economische, sociale, raciale, taalkundige en/of culturele dominantie.
Unionisme: de unie van liberalen en katholieken in het Verenigd Koninkrijk der
Nederlanden en later in België, die in de Zuidelijke Nederlanden in verzet ging
tegen de regering van koning Willem I en in de beginjaren van het koninkrijk
België politieke samenwerking nastreefde (tot de jaren 1850).
Orleanisme: Fase waarin de koning nog een stuk persoonlijke politiek kan
voeren en de ministers ook aan de koning verantwoording moeten afleggen, naar
de praktijk in het toenmalige Frankrijk onder de "burgerkoning" Louis-Philippe van
Orléans (1830–1848).
Nachtwakersstaat: een staat waar de overheid zich zo weinig mogelijk bemoeit
met de burgers en zich hoofdzakelijk richt op het garanderen van de veiligheid en
het handhaven van de wet.
Loge: een soort geheime vennootschap binnen de vrijmetselarij, in negentiende-
eeuws België een materiële verzamelplaats voor linkse oppositie tegen de
dominantie van de katholieke kerk. (=”achterkamerpolitiek”)
Maatschappelijk middenveld: of civil society, is het geheel van particuliere
organisaties in een samenleving die verschillende groepen, meningen en
belangen vertegenwoordigen. (≠ politieke partijen!)
Verzuiling: de verdeling van een samenleving in groepen op
levensbeschouwelijke of sociaal-economische basis, waarbij de groepen in
bepaalde mate van elkaar zijn afgeschermd.
Zuil: ideologisch en subcultureel geïntegreerd netwerk van meerdere
domeinspecifieke organisaties, waaronder een politieke
netwerkpartij
Ultramontanisme: katholieke stroming die de autoriteit van de paus boven die
van nationale of diocesane gezagen stelt, en die vaak gepaard gaat met een
sterke mate van pausgezindheid. Dit gaat gepaard met een corporatistische
sociaal-economische visie op de samenleving. (de samenleving moet
functioneren als een lichaam)