Luisteren en spreken (mondelinge vaardigheden)
1. Wat is luisteren? Wat is spreken? (pg. 116)
- start vanaf kleuteronderwijs: nadruk op technische luister- en spreek aspecten
- in de basisschool schakelen we over naar communicatief spreken en begrijpend luisteren
- beide zijn mondelinge taalvaardigheden
- productieve vaardigheden bv. spreken
- receptieve vaardigheden bv. luisteren
Het proces van luisteren en spreken
De spreker verpakt de boodschap in een code en verzendt die naar de luisteraar
De luisteraar decodeert de boodschap en kan die boodschap begrijpen
- de socioculturele context: taalverwerving ruimer dan enkel op school:
- betekenisvol taalaanbod, interactie en gerichte feedback
- afhankelijk van de leefwereld van het kind
- de boodschap: afhankelijk van kenmerken bv. kort, makkelijk te begrijpen
- de denkactiviteiten:
- boodschap formuleren in je hoofd = preverbaal
- preverbale boodschap omzetten in spraak
- ontvangers decoderen de boodschap
2. Waarom inzetten op luisteren en spreken? (pg. 121)
- communicatie cruciaal in onze samenleving
- drie redenen waarom spreken en luisteren belangrijk is in het onderwijs
- invloed op schoolsucces: instructies begrijpen, groepswerken
- mondelinge taalvaardigheden aanleren
- denk- en leerontwikkeling bevorderen → voorbereiding op begrijpend lezen
, 3. Hoe leren kinderen luisteren en spreken? (pg. 122)
3.1. Hou rekening met de beginsituatie
- leerling-, leerinhoudelijke en contextkenmerken
- kleuterklas: technisch luisteren, klankbewustzijn, auditieve discriminatie
3.2. Vertrek vanuit doelen
- doelen als luisteraar: globaal, intensief, kritisch of gericht luisteren
- doelen als spreker: informeren, overtuigen, instrueren of vermaken
3.3. Kies een doordachte didactiek
3.3.1. Hoe stimuleer je mondelinge vaardigheden in de lagere school?
1/ Luisteropdrachten: globaal, intensief, kritisch of gericht luisteren
2/ Spreekopdrachten: spreekkansen creëren → de vier aspecten
- de inhoud begrijpelijk overbrengen adhv een heldere structuur
- de regels van gespreksvormen naleven bv. monoloog, dialoog, …
- een rijke en gepaste taal gebruiken bv. woordkeuze, zinsbouw
- aandacht besteden aan de presentatie bv. manier van overbrengen
3/ Gesprekken voeren
- gesprekken tussen leraar en leerling: incidenteel of intentioneel
- gesprekken tussen leerlingen: cumulatief of competitief
- cumulatief = groepssfeer intact houden
- competitief = gesprek proberen domineren
- exploratief = groepsleden luisteren actief naar elkaar
3.3.2. Strategieën bevorderen tijdens luister- en spreekactiviteiten
1/ Luister strategieën: luisterdoelen stellen, vragen stellen, visualiseren, samenvatten, …
2/ Spreek strategieën:
- tijdens het oriënteren: spreekdoel bepalen, type boodschap bepalen, ..
- tijdens het plannen: aantekeningen maken
- tijdens het presenteren: boodschap onder woorden brengen
- tijdens het reflecteren: reflectie op gebruikte strategieën