Algemeen
1. Begripsomschrijving
Domeinen wereldoriënta/e à term bestaat niet meer, twee nieuwe leergebieden
Mens en maatschappij Wetenschap en techniek
• Mens: omgaan met gevoelens • Techniek
• Tijd: geschiedenis • Natuur: biologie, fysica, fysische
• Maatschappij: poli/ek en economie aardrijkskunde bv. aardbevingen
• Brongebruik: gevarieerd brongebruik
• Ruimte: menselijke aardrijkskunde bv. = de zes domeinen van de leergebied
kaartlezen gebonden eindtermen
Eindtermen = minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en aHtudes die de
onderwijsoverheid als noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopula/e
• Ontwikkelingsdoelen voor kleuteronderwijs, eindtemen lager onderwijs
ð Vastgelegd door Vlaams Parlement als kwaliteitsstandaarden
2. Leerplannen (2024)
2.1. Katholiek onderwijs Vlaanderen – ZILL
• Wisselwerking tussen leren en leven
• Werkelijkheid als vertrekpunt: werkelijkheid in de klas brengen
• Uitgangspunten ZILL
o Wereldoriënta/e nooit vrijblijvend
o Principe van mul/ perspec/viteit
o Nadruk op vaardigheden en aHtudes
o Vooral thema/sch
o Open concept van evalua/e
, • Geleid spelen en leren: ruimte voor ini/a/ef en
inbreng
Binnenste cirkel: persoonsgebonden ontwikkelingsvelden
(dom. mens) + leergebiedoverschrijdende vaardigheden
Buitenste cirkel: cultuurgebonden ontwikkelingsvelden
2.2. Onderwijs Van Steden en 2.3. Gemeenschapsonderwijs – GO!
Gemeenten – OVSG
3. DidacLsche aandachtspunten
• Aanschouwelijkheidsprincipe = leerinhouden zo concreet mogelijk voorstellen en zintuigelijk
waarneembaar maken bv. de lkr brengt een zonnebloem mee in de klas
• Ac/viteit principe = het kind is betrokken bij het onderwijsgebeuren en brengt het leerproces
zelf op gang bv. de lln stellen zelf een onderzoeksvraag op
• Principe van mul/perspec/viteit = er worden per onderwerp zo veel mogelijk perspec/eve
aangesneden (per thema ruimte, /jd, natuur en techniek bespreken)
• Exemplarisch werken = leren aan de hand van goedgekozen voorbeelden
o De lln vinden het gekozen thema belangrijk voor zichzelf (mo/va/eprincipe)
o Het gekozen thema heeW pedagogische kwaliteiten
o Het gekozen thema moet een duidelijke rela/e hebben met actuele en toekoms/ge
ervaringen of leefsitua/es
• Transfer maken = de net geleerde leerinhouden kunnen toepassen op een nieuwe situa/e bv.
kenmerken van een kip herkennen we ook bij een pinguïn, want het zijn beide vogels
, 4. Het onderwijsleergesprek
• Waarderingsvragen: vind je het mooi? Waar zou jij het liefste wonen?
• Opera/onele vragen of werkvragen = s/muleren onderzoekend gedrag
o Waarnemingsvragen: wat voel je? Welk geluid hoor je?
o Doevragen: draai eens… spring als een…
o Meetvragen: hoeveel? Hoe lang/diep/hoog/zwaar?
o Vergelijkingsvragen:
o Kwalita/ef vergelijken: wat is er anders?
o Kwan/ta/ef vergelijken: sorteren, classificeren, rangschikken
• Denkvragen = s/muleren logisch denken bv. Welke func>e hee? het? Wat is het
voordeel/nadeel? Wat is het verband met… ?
• Toepassings- en verwerkingsvragen: = s/muleren toegepast gericht denken bv. Hoe en wat
heb je geleerd?
Waarnemen
1. De waarnemingsacLviteit