Hoofdstuk 1: verkeers- en mobiliteitseduca7e
1. Verkeersonveiligheid
- verkeersongevallen = de grootste doodsoorzaak bij kinderen (14 kinderen per dag)
- objec9eve verkeersonveiligheid vertrekt vanuit cijfers
- subjec9eve verkeersonveiligheid vertrekt vanuit gevoel à vicieuze cirkel
- je voelt je onveilig, je gedraagt je onzeker
- je begint te aarzelen, je maakt de situa9e nog onveiliger
2. Verkeers- en mobiliteitseduca9e
2.1. Defini9es
- verkeerseduca9e = gee@ kinderen inzicht in verkeersveiligheid en verkeersleeAaarheid
bv. verkeersregels, fietsvaardigheden
- mobiliteitseduca9e = leert kinderen over mobiliteit en haar maatschappelijke gevolgen
bv. gevolgen van en s9jgend autogebruik
2.2. Belang en doelen
- doel: spontaan, een veilig, sociaal geïntegreerd mobiliteitsbewust gedrag vertonen
- individuele en sociale zelfredzaamheid vergroten als verkeersdeelnemer
- individuele en sociale zelfredzaamheid vergroten als vervoersbewuste reiziger
- maatschappelijke weerbaarheid vergroten mbt verkeer, vervoer en mobiliteit
- kinderen voorbereiden voor de complexiteit van het verkeer
- inzeHen op kennis, vaardigheden en aItudes
- kennis van verkeersregels
- vaardigheden: stap- en fietsvaardigheden, communica9evaardigheden
- aItudes à heel belangrijk, daar loopt het mis! hoe gedraag ik mij in het verkeer?
2.3. Grondprincipes van verkeers- en mobiliteitseduca9e
- ac9eve training: niet enkel passief in de klas, maar ac9ef vaardigheden trainen
- permanent werken aan verkeerseduca9e
- het kind en zijn mogelijkheden als uitgangspunt
- handelingsgericht: we gaan uit de verschillende rollen van het kind
2.4. Principes van verkeerseduca9e
- een werk van lange adem: ontwikkeld doorheen verschillende jaren
- veilig gedragspatroon centraal: algemene regels veel herhale
,1/ Rekening houden met ontwikkelingskenmerken van het kind
Waarnemen
- zien: leren hoofd draaien
- horen: geluidsbron lokaliseren
- aandacht: kinderen zijn egocentrisch! denken vanuit ik-standpunt
Denken
- magisch denken: alleen oversteken vanaf 7-8 jaar
- egocentrisch denken: denken vanuit ik-standpunt tot 12 jaar
- toestandsdenken: kunnen moeilijk voorspellen
Handelen
- motoriek: zelfstandig fietsen vanaf 12 jaar
- spel: kinderen zien het verkeer als een spel (verstoppertje, …)
- kennen en kunnen: gedragsverkeersregels leren vanaf 6 jaar
- impulsiviteit: denken niet na, schaHen geen gevaren in
- leren: imita9e van voorbeeldgedrag
2/ Stapsgewijs werken en leren in de prak9jk
3/ Kind en situa9e centraal 4/ Accent op aItudes
- eerste graad: focus op voetganger - verkeersregels respecteren
- tweede graad: beginnende fietser - hoffelijkheid, conflicten vermijden
- derde graad: volwaardig fietser - rekening houden met andere weggebruikers
- inventarisa9e van de buurt: moeilijke - beslissingen durven nemen
punten? verkeersborden?
, 5/ Directe en occasionele aanpak
- oefen regelma9g: efficiënter om dagelijk kort dan maandelijks lang aan te werken
- posi9ef gedrag beves9gen
6/ Ouders betrekken en informeren
- effect formele educa9e versterken door ouders te betrekken
- ouders op de hoogte stellen van wat in de lessen aan bod kwam, aangeleerde vaardigheden,…
- ouders informeren over vorderingen van kinderen
- ouders sensibiliseren voor veilig gedrag in de schoolomgeving
2.5. Mobiliteitseduca9e
- streven naar veilige, duurzame verplaatsingen
- drie principes
- verminderen: onnodige verplaatsingen vermijden
- verschuiven: niet-gemotoriseerde verplaatsingen ipv
gemotoriseerde verplaatsingen
- verschonen: kies voor een voertuig met minder impact
- mogelijke ac9viteiten: voor- en nadelen vervoersmogelijkheden
bespreken, leeruitstap, sensibiliseren verplaatsing thuis-school met
de fiets/te voet bv. strapdag