Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 8 out of 73 pages
Summary

Europese Politieke Integratie Samenvatting - Geschiedenis (17/20)

Document preview thumbnail
Preview 8 out of 73 pages

Dit is een volledige samenvatting van de geschiedenis die aan bod kwam in de lessen 'Europese Integratie' van Hendrik Vos. Ik heb de samenvatting gemaakt op basis van alles wat er in de les is gezegd. Ook volgt deze samenvatting de leidraad die op Ufora beschikbaar is. Met deze samenvatting haalde ik een 17/20.

Content preview

Europese Politieke Integratie – Geschiedenis

1. Theoretische benadering van de Europese integratie..............................................................3
Context: het ontstaan van het denken over Europese integratie.............................................3
Het begin van de Europese integratie in de jaren ’50.............................................................4
Theorieën die de Europese integratie verklaren (na 1950).....................................................4
2. Geschiedenis van de Europese integratie................................................................................5
2.1 Europa na WO2.................................................................................................................5
Samenvattend......................................................................................................................8
2.2 EGKS soevereiniteitsoverdracht.......................................................................................8
2.3 Mislukking EDG en EPG................................................................................................10
2.4 Vedrag van Rome............................................................................................................13
2.5 Tegenreactie....................................................................................................................15
2.6 Malaise in jaren 60..........................................................................................................17
2.7 December 1969: Den Haag.............................................................................................20
2.8 Euroclerose......................................................................................................................25
2.9 Initiatieven om de Europese unie weer op gang te brengen: Europese akte...................28
2.10 Toetreding Spanje en Portugal......................................................................................31
2.11 Na de Europese akte: initiatieven van de commissie Delors........................................32
2.12 Het verdrag van Maastricht...........................................................................................36
2.13 Na Maastricht................................................................................................................39
2.14 Naar Amsterdam...........................................................................................................41
2.15 Naar Nice......................................................................................................................43
2.16 Na Nice.........................................................................................................................45
2.17 De institutionele crisis...................................................................................................48
2.18 Pogingen om de trein weer op de rails te krijgen..........................................................50
2.19 Post-Lissabon................................................................................................................51
2.20 De Eurocrisis slaat toe...................................................................................................53
2.21 Naar een wissel van de macht.......................................................................................55
2.22 Van Eurocrisis naar vluchtelingencrisis........................................................................56
2.23 Brexit en Trump............................................................................................................58
2.24 Een meer eensgezinde EU (of toch den beetje)............................................................60
2.25 Europese verkiezingen en alsnog Brexit.......................................................................62
3 Corona & verdere afwikkeling van de Brexit........................................................................63
4. Oorlog...................................................................................................................................65
5. Nieuwe leiders.......................................................................................................................67
1

,6. Lidstaten houden sommige touwtjes liever zelf in handen...................................................68
7. Europese eengemaakte markt...............................................................................................70
Vrij verkeer van kapitaal...................................................................................................71
Vrij verkeer van personen.................................................................................................71
Vrij verkeer van diensten..................................................................................................71
Een onvoltooide interne markt..........................................................................................71
Europese subsidies en landbouw.......................................................................................72
Actualiteit en grenzen van de EU..........................................................................................72




2

, 1. Theoretische benadering van de Europese integratie

Context: het ontstaan van het denken over Europese integratie

Europa is historisch een continent dat gekenmerkt wordt door terugkerende conflicten. Grenzen zijn
zelden stabiel geweest en oorlogen kwamen vaak voor. Vanuit die context begonnen politieke
denkers, vooral in de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog, na te denken over nieuwe
manieren om Europa te organiseren. De centrale vraag was hoe men kon vermijden dat Europese
staten telkens opnieuw in oorlog met elkaar zouden belanden. Vanaf de jaren vijftig werd die vraag
ook politiek relevant, omdat Europese staten effectief begonnen samen te werken. De oprichting van
de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vormde daarbij een fundamentele breuk met het
verleden.




3

,In het interbellum ontstonden verschillende theoretische stromingen die allemaal een antwoord
probeerden te formuleren op het probleem van oorlog in Europa.

a) Het federalisme vertrok van de overtuiging dat nationale staten niet langer in staat waren
om de veiligheid van hun burgers te garanderen. Federalisten pleitten daarom voor het
oprichten van een Europese federatie, vaak omschreven als de “Verenigde Staten van
Europa”. Lidstaten zouden hun eigen identiteit behouden, maar belangrijke beslissingen
zouden op federaal niveau genomen worden, bijvoorbeeld door een rechtstreeks verkozen
Europees parlement. Dit was een uitgesproken politiek project. Tegelijk kwam er veel kritiek:
staten zouden niet bereid zijn om hun soevereiniteit af te staan, de culturele en nationale
diversiteit in Europa zou maken dat burgers zich niet herkennen in een centraal bestuur, en
bovendien zou het probleem van oorlog enkel verschuiven naar een hoger niveau, namelijk
dat van conflicten tussen superstaten.
b) Het functionalisme, onder meer ontwikkeld door David Mitrany, nam afstand van het idee
van een Europese superstaat. Volgens deze benadering moest men niet vertrekken van
staten, maar van concrete problemen die beheerd moesten worden. Voor elk beleidsdomein
moest gezocht worden naar het niveau waarop dat probleem het meest efficiënt en
functioneel kon worden aangepakt. Zo was het logisch om spoorwegen Europees te
organiseren en scheepvaart zelfs op intercontinentaal niveau. Samenwerking was hier
technisch en pragmatisch, niet politiek of identitair.
c) Het transactionalisme of pluralisme stelde zich zeer kritisch op tegenover zowel het
federalisme als het functionalisme. Aanhangers van deze stroming gingen ervan uit dat
mensen zich in de eerste plaats identificeren met hun natiestaat. Staten blijven daarom de
kern van de internationale politiek. Samenwerking tussen staten is mogelijk en soms
wenselijk, maar blijft volledig vrijwillig. Er mag geen gezag boven de staten ontstaan en er is
geen sprake van integratie. Loyaliteit en politieke legitimiteit blijven nationaal verankerd.



Het begin van de Europese integratie in de jaren ’50

Met de start van de Europese samenwerking in de jaren vijftig gebeurde er iets fundamenteel
nieuws. Zes landen besloten samen te werken rond kolen en staal, twee cruciale sectoren voor zowel
economische wederopbouw als oorlogsvoering. Die samenwerking ging verder dan klassieke
internationale samenwerking, omdat er een autoriteit boven de lidstaten werd opgericht. Voor het
eerst in de geschiedenis waren staten bereid om een deel van hun soevereiniteit af te staan aan een
supranationaal!! orgaan. Dat supranationale karakter maakte de Europese integratie uniek en riep
nieuwe vragen op bij politicologen. Zij wilden begrijpen waarom staten deze stap zetten en welke
dynamieken hierdoor in gang werden gezet.



Theorieën die de Europese integratie verklaren (na 1950)

Vanaf de jaren vijftig ontstonden nieuwe theorieën die niet langer enkel normatief waren, maar
vooral probeerden te verklaren hoe en waarom de Europese integratie zich ontwikkelde zoals ze dat
deed.




4

, a) Het neofunctionalisme, vooral geassocieerd met Ernst B. Haas, bouwde voort op het
functionalisme maar legde de focus op de interne dynamieken van het integratieproces.
Europese integratie begint volgens deze benadering in sectoren die technisch en politiek
weinig gevoelig zijn, zoals kolen en staal. Net omdat burgers hier weinig identiteit aan
ontlenen, is de weerstand beperkt. Zodra zo’n sector supranationaal georganiseerd wordt,
ontstaat echter een dynamiek waarbij andere sectoren onvermijdelijk volgen. Dit proces
staat bekend als spill-over. Integratie in één domein creëert druk om ook aangrenzende
beleidsdomeinen gezamenlijk te organiseren, omdat anders de oorspronkelijke
doelstellingen niet efficiënt kunnen worden bereikt. Een klassiek voorbeeld is het vrij verkeer
van goederen, dat leidt tot de nood aan gemeenschappelijke productnormen. Geleidelijk aan
organiseren ook belangengroepen en beleidsnetwerken zich op Europees niveau, waardoor
de Europese Unie uitgroeit tot een steeds autonomer en politieker systeem. Integratie wordt
zo een zelfversterkend proces.
b) Het intergouvernementalisme kijkt daarentegen vooral naar de belangen van de lidstaten.
Volgens deze benadering blijven nationale regeringen de ultieme beslissingsmacht
behouden. Europese samenwerking is in essentie een onderhandelingsproces tussen
regeringen en kan alleen vooruitgaan wanneer alle lidstaten dat willen. Als een lidstaat zich
verzet, stokt het proces of wordt het teruggeschroefd. De Europese Unie wordt hier gezien
als een vorm van vrijwillige samenwerking tussen staten, vergelijkbaar met andere
internationale organisaties. Toch botst deze theorie op belangrijke problemen. In de praktijk
zijn er nauwelijks voorbeelden van een echte terugschroeving (spill-back) van Europese
bevoegdheden, terwijl Europese instellingen, zoals het Europees Parlement, net steeds meer
macht hebben gekregen. Bovendien worden in de EU soms beslissingen genomen waar niet
alle lidstaten achter staan, wat moeilijk te rijmen valt met een strikt intergouvernementeel
model.



De verschillende theorieën over Europese integratie zijn geen exacte weergaven van de
werkelijkheid, maar analytische hulpmiddelen. Ze helpen om te begrijpen waarom bepaalde
ontwikkelingen plaatsvinden en waarom andere uitblijven. Het neofunctionalisme legt de nadruk op
interne dynamieken en spill-over, terwijl het intergouvernementalisme focust op nationale belangen
en politieke controle door lidstaten. Afhankelijk van welke theoretische lens men hanteert, komen
andere aspecten van de Europese integratie in beeld. Precies daarom zijn deze theorieën zo
belangrijk als kapstok doorheen de leerstof.


2. Geschiedenis van de Europese integratie
2.1 Europa na WO2


Na de Tweede Wereldoorlog lag Europa economisch, politiek en maatschappelijk in puin.
Grote delen van het productieapparaat waren vernietigd, vooral in Duitsland, en veel landen
hadden nauwelijks perspectief op snelle heropbouw. Tegelijk was de politieke situatie uiterst
instabiel. Europa werd steeds duidelijker opgedeeld in twee ideologische blokken: West-
Europa, waar het kapitalistische systeem dominant was maar waar ook sterke
communistische partijen aanwezig waren, en Oost-Europa, dat onder invloed stond van de
Sovjet-Unie en het communisme. In verschillende West-Europese landen, zoals Frankrijk en
Italië, haalden communistische partijen rond de dertig procent van de stemmen, wat voor
grote onrust zorgde bij de westerse mogendheden.

5

,Economisch kampte Europa met een structureel dollartekort. Wie de economie opnieuw op
gang wilde trekken, moest machines en grondstoffen aankopen in de Verenigde Staten, het
enige land dat economisch ongeschonden uit de oorlog was gekomen. Die aankopen
vereisten dollars, maar Europa kon nauwelijks exporteren omdat het productieapparaat
verwoest was. Zo ontstond een vicieuze cirkel: zonder dollars geen heropbouw, en zonder
heropbouw geen export om dollars te verdienen. Aanvankelijk hielden de Verenigde Staten
vast aan een eerder isolationistische houding en verwachtte men dat Europa zijn problemen
zelf zou oplossen.

Die houding veranderde echter snel door de opmars van het communisme en de groeiende
invloed van de Sovjet-Unie in Europa. De Verenigde Staten vreesden dat West-Europa
politiek zou destabiliseren en in de communistische invloedssfeer zou terechtkomen. In die
context kondigde president Harry S. Truman in 1947 de Truman-doctrine af. De Verenigde
Staten beloofden landen te steunen die zich verzetten tegen Sovjet-agressie. Dit betekende
niet alleen politieke en militaire steun, maar ook economische hulp. Die hulp werd
geconcretiseerd in het Marshallplan, dat kan worden gezien als het economische
verlengstuk van de Truman-doctrine. Officieel werd het plan voorgesteld als een humanitaire
actie, gericht tegen honger, chaos en wanorde, maar in werkelijkheid had het ook een
duidelijke ideologische doelstelling: de voedingsbodem voor het communisme in Europa
wegnemen.


6

,Het Marshallplan ging bovendien gepaard met duidelijke voorwaarden: De Verenigde
Staten wilden vermijden dat de Sovjet-Unie eveneens aanspraak zou maken op de hulp en
koppelden de steun daarom aan Europese samenwerking. Europa moest zich organiseren
boven de nationale grenzen heen, markten openen en samenwerken om het geld efficiënt te
besteden. De Amerikanen waren ervan overtuigd dat sterk gefragmenteerde nationale
markten economisch inefficiënt waren. De Sovjet-Unie wees deze voorwaarden resoluut af
en trok zich terug uit de onderhandelingen, samen met de landen in haar invloedssfeer.

OEES

Tijdens de onderhandelingen in Parijs (conferentie van Parijs) bleven uiteindelijk zestien
West-Europese landen over. Zij richtten in 1948 de Organisatie voor Europese Economische
Samenwerking op. Deze organisatie had als taak de Marshallhulp te verdelen en de
economische samenwerking te coördineren. De OEES was echter strikt
intergouvernementeel georganiseerd. Beslissingen werden genomen door de regeringen,
met unanimiteit, en de beslissingsmacht lag bij een Raad van Ministers. Daardoor werd er
relatief weinig beslist en was er geen sprake van echte integratie of
soevereiniteitsoverdracht. Toch had de OEES een belangrijk effect: het dollartekort
verdween grotendeels en de economische heropbouw kwam op gang, ook in West-
Duitsland. Later werd de OEES uitgebreid met niet-Europese landen zoals de Verenigde
Staten, Canada en Japan en evolueerde ze tot de Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Die organisatie bestaat vandaag nog, maar heeft
vooral een studerende en adviserende rol en geen bindende macht.

Parallel aan dit economische spoor ontstond een tweede, meer politiek geïnspireerd
initiatief onder impuls van Winston Churchill. In 1948 pleitte hij openlijk voor de oprichting
van een “Verenigde Staten van Europa”. Dat leidde tot het Congres van Den Haag, waar
politici en intellectuelen uit verschillende Europese landen samenkwamen om na te denken
over de toekomst van Europa. Dit congres resulteerde in de oprichting van de Raad van
Europa.

De Raad van Europa werd bewust intergouvernementeel georganiseerd, omdat lidstaten
geen supranationaal gezag wilden aanvaarden. De organisatie kreeg een Raad van Ministers
en een parlementaire vergadering, maar die laatste had slechts een adviserende rol. De
belangrijkste verwezenlijking van de Raad van Europa was de totstandkoming van
het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het bijhorende Europees Hof voor
de Rechten van de Mens, gevestigd in Straatsburg. Dit hof kan lidstaten niet juridisch
dwingen, maar beschikt wel over een groot moreel gezag. Staten willen immers niet
internationaal veroordeeld worden voor mensenrechtenschendingen. De Raad van Europa
bestaat vandaag nog en telt bijna alle Europese landen als lid, met uitzondering van Belarus
en, sinds het begin van de oorlog in Oekraïne, Rusland.

Een derde belangrijke ontwikkeling in deze periode was het Pact van Brussel, afgesloten in
maart 1948 tussen België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Deze
overeenkomst voorzag samenwerking op politiek, economisch, cultureel en vooral
opvallend, op militair vlak. Belangrijk is dat ook dit een puur intergouvernementele afspraak
was, er was geen supranationaal gezag. De kern van het pact was het principe van
wederzijdse bijstand: een aanval op één lidstaat werd beschouwd als een aanval op alle
7

, lidstaten. Dit principe vormde later de basis voor Artikel 5 van het NAVO-verdrag. Het Pact
van Brussel werd uiteindelijk opgenomen in de NAVO. Ook de NAVO is strikt
intergouvernementeel georganiseerd: lidstaten behouden hun soevereiniteit en er bestaat
geen bovenstatelijk gezag dat landen kan dwingen om afspraken na te leven, zoals
bijvoorbeeld bij defensie-uitgaven.

Samenvattend

In de periode na de Tweede Wereldoorlog was er in Europa weinig enthousiasme voor
verregaande samenwerking of integratie. Het wantrouwen tegenover Duitsland, de angst
voor het communisme en de sterke nadruk op nationale soevereiniteit bepaalden het
politieke klimaat. Toch kwamen er, onder impuls van de Verenigde Staten en figuren als
Churchill, verschillende initiatieven tot stand. De OEES, de Raad van Europa en het Pact van
Brussel waren allemaal pogingen om samenwerking te organiseren, maar ze bleven strikt
intergouvernementeel. Ze legden echter wel de basis voor een nieuw soort denken over
Europa, waaruit later de echte supranationale integratie, zoals de EGKS, zou voortkomen.

2.2 EGKS soevereiniteitsoverdracht

9 mei 1950 geldt als de geboortedatum van de Europese integratie. Op die dag gaf de Franse
minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman in Parijs een persconferentie waarin hij
een revolutionair voorstel lanceerde. Het plan was uitgewerkt samen met Jean Monnet en
had als doel Frankrijk en West-Duitsland structureel met elkaar te verzoenen. Schuman
verwoordde dit idee in zijn beroemde uitspraak dat Europa niet in één keer zou worden
opgebouwd, maar stap voor stap, via concrete verwezenlijkingen. Die gedachte werd later
de kern van de Europese integratiemethode.




8

Document information

Study
Uploaded on
January 21, 2026
Number of pages
73
Written in
2025/2026
Type
Summary
$16.23

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
0
Items
2
Last sold
1 week ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions