1
Neuroanatomie
Neuronen en glia
Neuronen
= hoofdbestanddeel van de hersenen
● Neuronen in het centraal zenuwstelsel → multipolair
● Elke neuron heeft dendrieten
● Dendrieten ontvangen synaptische contacten van andere neuronen → via hier gaat info in de
cel
● Uitloper van een neuron is een axon = ontvangt info en stuurt deze weg
● Axon sluit zich aan op dendrieten → sluit zich nooit aan op een andere axon
● axon kan ongeveer 1 meter lang zijn
● Vervolgens stuurt cel via axon → naar spieren of van axon naar axon
● Neuronen kunnen elkaar remmen en versterken
● Synaps = verbindingen tussen 2 zenuwcellen
Neurogliacellen in het centraal zenuwstelsel → bestaan uit 4 types (helpen de neuronen)
● Astrocyten = door de celuitlopers verbinden ze de neuronen met een bloedvat. Ze zorgen
dus voor steun en voeding
● Oligodendrocyten
○ lijkt op een spiegelei + bestaat uit myeline
○ verantwoordelijk voor het inpakken van het axonen met een myelineschede in de
witte stof
● Microglia = afweercellen van zenuwstelsel, bestrijden infectie in de hersenen.
● Ependymcellen = ze bekleden de hersenkamers en zorgen ervoor dat het hersenvocht niet
lekt uit de kamer, het is dus een isolatielaag
In het perifeer zenuwstelsel:
● Satelliet cellen: zorgen voor de steun en de voeding van neuronen
● Schwann cellen: zorgt voor de myelinisatie van de neuronen.
,2
, 3
Macroscopische anatomie van het centraal zenuwstelsel
Algemeen
De hersenen zijn een soort van processor. Er komt info binnen via de afferente zenuwen, die info
wordt verwerkt in de hersenen en gaat via efferente zenuwen terug naar de periferie.
Afferente informatie: vb. visuele prikkels, geur, tast, auditieve signalen, …
Efferente informatie: vb. motorische prikkels naar de spieren
Centraal zenuwstelsel
● = bestaat uit hersenen en ruggenmerg
● kan je beschouwen als een doos waarin info ingaat → hier wordt het verwerkt → daarna gaat
het er uit → is motorische prikkel → signaal naar de spieren die vervolgens iets doen
● Bij kinderen hebben de hersenen geen enkel ervaring waardoor ze vaak op bepaalde
aspecten niet reageren
● vb. naar kind een mens steken → gaat niet af weren want weet niet wat deze ervaring is
Perifeer zenuwstelsel
= zenuwen en ganglia
Ruggenmerg
Functies
● Sensorische en motorische innervatie van het hele lichaam, via spinale zenuwen.
● Controle van de reflexen
● Tweerichtings pathway tussen de hersenen en het lichaam.
Het onderste deel van het ruggenmerg is conusvormig. De conus bevindt zich bij volwassenen op
niveau L1/L2. Het ruggenmerg is het dikste op cervicaal niveau want hier treden de zenuwen van de
arme uit, dit zijn er vele want de armen hebben een fijne motoriek. Het ruggenmerg is het dunste
thoracaal en wordt naar lumbaal toe terug groter.
Neuroanatomie
Neuronen en glia
Neuronen
= hoofdbestanddeel van de hersenen
● Neuronen in het centraal zenuwstelsel → multipolair
● Elke neuron heeft dendrieten
● Dendrieten ontvangen synaptische contacten van andere neuronen → via hier gaat info in de
cel
● Uitloper van een neuron is een axon = ontvangt info en stuurt deze weg
● Axon sluit zich aan op dendrieten → sluit zich nooit aan op een andere axon
● axon kan ongeveer 1 meter lang zijn
● Vervolgens stuurt cel via axon → naar spieren of van axon naar axon
● Neuronen kunnen elkaar remmen en versterken
● Synaps = verbindingen tussen 2 zenuwcellen
Neurogliacellen in het centraal zenuwstelsel → bestaan uit 4 types (helpen de neuronen)
● Astrocyten = door de celuitlopers verbinden ze de neuronen met een bloedvat. Ze zorgen
dus voor steun en voeding
● Oligodendrocyten
○ lijkt op een spiegelei + bestaat uit myeline
○ verantwoordelijk voor het inpakken van het axonen met een myelineschede in de
witte stof
● Microglia = afweercellen van zenuwstelsel, bestrijden infectie in de hersenen.
● Ependymcellen = ze bekleden de hersenkamers en zorgen ervoor dat het hersenvocht niet
lekt uit de kamer, het is dus een isolatielaag
In het perifeer zenuwstelsel:
● Satelliet cellen: zorgen voor de steun en de voeding van neuronen
● Schwann cellen: zorgt voor de myelinisatie van de neuronen.
,2
, 3
Macroscopische anatomie van het centraal zenuwstelsel
Algemeen
De hersenen zijn een soort van processor. Er komt info binnen via de afferente zenuwen, die info
wordt verwerkt in de hersenen en gaat via efferente zenuwen terug naar de periferie.
Afferente informatie: vb. visuele prikkels, geur, tast, auditieve signalen, …
Efferente informatie: vb. motorische prikkels naar de spieren
Centraal zenuwstelsel
● = bestaat uit hersenen en ruggenmerg
● kan je beschouwen als een doos waarin info ingaat → hier wordt het verwerkt → daarna gaat
het er uit → is motorische prikkel → signaal naar de spieren die vervolgens iets doen
● Bij kinderen hebben de hersenen geen enkel ervaring waardoor ze vaak op bepaalde
aspecten niet reageren
● vb. naar kind een mens steken → gaat niet af weren want weet niet wat deze ervaring is
Perifeer zenuwstelsel
= zenuwen en ganglia
Ruggenmerg
Functies
● Sensorische en motorische innervatie van het hele lichaam, via spinale zenuwen.
● Controle van de reflexen
● Tweerichtings pathway tussen de hersenen en het lichaam.
Het onderste deel van het ruggenmerg is conusvormig. De conus bevindt zich bij volwassenen op
niveau L1/L2. Het ruggenmerg is het dikste op cervicaal niveau want hier treden de zenuwen van de
arme uit, dit zijn er vele want de armen hebben een fijne motoriek. Het ruggenmerg is het dunste
thoracaal en wordt naar lumbaal toe terug groter.