1
Hoofdstuk 1: Groei en ontwikkeling
1.Inleiding
Geboortegewicht na 1 jaar → verdrievoudigt
Lengte na 1 jaar → met de helft laat toenemen
Prenatale groei → 5000 keer groter dan de eerste cel in 266 dagen
Ontwikkeling gaat snel → van volledig afhankelijk naar onafhankelijk individu
Fysieke groei
● = kwantitatieve verandering in grootte
● Vermeerdering van cellen = hyperplasie
● Toename van grootte van cellen = hypertrofie
● Toename van grootte van cellen tussenstof = accretie
● ⇒ verandering van lichaamsverhoudingen, afmetingen en samenstellingen
● Hoofd eerst heel groot, daarna veel kleiner
Ontwikkeling
● = kwalitatieve verandering
● Waarneembaar gedrag
● Zitten wetmatigheden in, maar wel persoonlijke verschillen
Maturatie
● = Proces om fysiek matuur te worden
● Tempo en timing van het proces
● Proces om tot volwassenheid te komen
● Maturatie stopt, ontwikkeling kan verder gaan
2. Prenatale groei en ontwikkeling
= vanaf de bevruchting
Ontwikeling in de baarmoeder = genetisch bepaald → morfogenese = fase 1
Aanlegstoornissen doen zich vaak voor wanneer de moeder nog niet beseft dat ze zwanger
is
3 stadia van prenatale groei- en ontwikkeling
1. Morfogenese → kortste fase
● Germinale fase: eerste weken
○ bepalen zwangerschapsduur wordt gerekend vanaf de eerste dag van de
laatste menstruatie
○ Bevruchte eicel verplaatst zich van de eileider naar de baarmoeder
○ snelheid 2.5mm per minuut
○ bevruchte eicel = ovum
, 2
○ ovum → nestelst zich in binnenwand baarmoeder → zygota baarmoeder
heeft bereikt → blastocyst → helemaal nestelen in baarmoeder → embryo
● Embryonale fase: 3-8 weken
○ snelle groei
○ alle organen ontstaan
○ basis van gezonde baby wordt gelegd
○ cellen schikken zich in 3 afzonderlijke lagen
■ ectoderm → huid, haar, zenuwstelsel waaronder de hersenen
■ mesoderm → longen, beenderen, spieren
■ endoderm → spijsverteringskanalen, blaas en andere interne organen
○ 2de week: vorming zenuwstelsel
○ 3de week: functioneren hart
○ 4de week: ontstaan mond + verschijnen van ingewanden en lever
○ 5de week: bovenbenen + ellebogen + handen
○ 7de week: neuroblasten (voorlopers neuronen)
○ Ontstaan ledematen gaat van cephalo-caudaal en proximaal-distaal → hoofd
→ staart
○ Eerst romp → dan proximale ledematen → dan distaal
2. Organogenese
c. Foetale periode: week 9-40
● 3 trimesters
● 9de week: begint op een mens te lijken
● celdeling = deels afgerond
● organen definitieve vorm
● foetus → 5 cm → nu groeien
● Trimester 1:
○ spieren werken
○ vingers los
○ adembewegingen
○ reactie op prikkels
● Trimester 2:
○ bewegingen foetus voelbaar
○ geslacht
○ zintuiglijke reactie
○ ogen en oren
○ hoofdhaar
○ inslikken vruchtwater
● Trimester 3:
○ levensvatbaar bij vroeggeboorte
○ reactie op geluid
○ waak en slaap periodes
○ sterke gewichtstoename → na de geboorte enige reserve → want
borstvoeding is niet voldoende voedzaam in de eerste dagen + eigen
melkproductie komt pas later op gang → gewichtsverlies in de eerste
dagen na de geboorte
, 3
Risicofactoren
Meeste sterfgevallen tijdens prenatale periode → door misvormingen als gevolg van een
afwijkende ontwikkeling
Kritieke periode = periode van ontwikkeling van organen en hart waar het in gevaar loopt
oorzaken van een abnormale ontwikkeling
● Genetische oorzaken
○ dominant
○ recessief
○ genmutatie
○ vb. syndroom van down
● Externe oorzaken
○ teratogeen
■ stoffen die kunnen zorgen voor problemen bij het innemen of
inademen
■ chemische en farmaceutische middelen → via bloed van de moeder in
het kind komen
■ Bestraling en andere nadelige omgevingsinvloeden
■ vb. alcohol, drugs, luchtvervuiling
○ gezondheid moeder
■ Leeftijd moeder → tussen 20-35 jaar sterftecijfer laag
■ Dieet van moeder → ondervoeding kan zorgen voor te klein en te
mager kind of zelf zenuwschade
■ Ziekte van de moeder
○ druk
■ druk in de baarmoeder
■ ene kind duwt tegen het andere
■ of externe druk → vb. een val
Prematuriteit = kindje geboren voor 38-42 weken
Dysmatuur = baby is minder matuur voor het aantal weken
⇒ bij beide niet voldoende kunnen ontwikkelen in de baarmoeder → heeft invloed op
neuropsychologische ontwikkelingen → hersenen zijn nog niet volledig gegroeid
Geboortegewicht = >2.5 kg = laag; >1.5 kg = zeer laag
Prenatale motorische activiteit
● via echoscopische onderzoeken → bewegingen van embryo’s en foetussen
● eerste vorm van motorisch functioneren → trage strekking van de nek = reflexmatig
● na enkele dagen → schrikbewegingen/startles = snelle gegeneraliseerde
bewegingen
● week 8 → eerste langzame bewegingen = general movements
● Later geïsoleerde bewegingen van ledematen en het hoofd → gebeuren niet
cranio-caudaal
● na 16 weken volledig repertoire ter beschikking (wel interindividuele verschillen)
● na het einde van de zwangerschap zal de beweeglijkheid terug afnemen
● laatste trimester → cyclische bewegingen + hartritme is gelinkt aan de bewegingen
, 4
3. Postnatale groei en ontwikkeling
Groei
Postnatale groei is verderzetting van prenatale groei
Volgt consistent patroon, maar niet lineair
4 fasen
● snelle groei als zuigeling en peuter
● tragere groei
● dan de groeispurt in de adolescentie
● trage groei tot definitieve stop op volwassen leeftijd
Lengtegroei
● groeien van de lange pijpbeenderen → daarna spieren die volgen
● Stress kan invloed hebben op deze groei
○ te veel stress = groeistop
○ te weinig stress = te weinig belasting, geen normale groei
Lichaamsgewicht
● gevoelig voor externe factoren
● vetweefsel neemt eerst af tot 7 jaar, daarna neemt het toe tot 13 jaar bij jongens
● bij meisjes blijft toename duren
Groei van het hoofd
● = groei van de hersenen
● microcephalie = geboren worden met te kleine hersenen
● opvolgen gebeurt door omtrek te meten
● vergelijking metingen met
○ standaardcurve
○ vergelijking borstomvang
○ toepassing van de regel 5
Groeisnelheid
afnemende groeisnelheid
puberteit nog sprake van kortstondige toename van de lengtegroei, daarna houdt deze groei
op
Verhoudingen
Niet alles groeit op dezelfde moment en dezelfde snelheid → hierdoor veranderen de
verhouding tot volwassen status
Prenataal groeit eerst hoofd en dan romp en ledematen
Beïnvloedende factoren
Inwendige factoren
● genetische factoren
● endocrinologischefactoren
Hoofdstuk 1: Groei en ontwikkeling
1.Inleiding
Geboortegewicht na 1 jaar → verdrievoudigt
Lengte na 1 jaar → met de helft laat toenemen
Prenatale groei → 5000 keer groter dan de eerste cel in 266 dagen
Ontwikkeling gaat snel → van volledig afhankelijk naar onafhankelijk individu
Fysieke groei
● = kwantitatieve verandering in grootte
● Vermeerdering van cellen = hyperplasie
● Toename van grootte van cellen = hypertrofie
● Toename van grootte van cellen tussenstof = accretie
● ⇒ verandering van lichaamsverhoudingen, afmetingen en samenstellingen
● Hoofd eerst heel groot, daarna veel kleiner
Ontwikkeling
● = kwalitatieve verandering
● Waarneembaar gedrag
● Zitten wetmatigheden in, maar wel persoonlijke verschillen
Maturatie
● = Proces om fysiek matuur te worden
● Tempo en timing van het proces
● Proces om tot volwassenheid te komen
● Maturatie stopt, ontwikkeling kan verder gaan
2. Prenatale groei en ontwikkeling
= vanaf de bevruchting
Ontwikeling in de baarmoeder = genetisch bepaald → morfogenese = fase 1
Aanlegstoornissen doen zich vaak voor wanneer de moeder nog niet beseft dat ze zwanger
is
3 stadia van prenatale groei- en ontwikkeling
1. Morfogenese → kortste fase
● Germinale fase: eerste weken
○ bepalen zwangerschapsduur wordt gerekend vanaf de eerste dag van de
laatste menstruatie
○ Bevruchte eicel verplaatst zich van de eileider naar de baarmoeder
○ snelheid 2.5mm per minuut
○ bevruchte eicel = ovum
, 2
○ ovum → nestelst zich in binnenwand baarmoeder → zygota baarmoeder
heeft bereikt → blastocyst → helemaal nestelen in baarmoeder → embryo
● Embryonale fase: 3-8 weken
○ snelle groei
○ alle organen ontstaan
○ basis van gezonde baby wordt gelegd
○ cellen schikken zich in 3 afzonderlijke lagen
■ ectoderm → huid, haar, zenuwstelsel waaronder de hersenen
■ mesoderm → longen, beenderen, spieren
■ endoderm → spijsverteringskanalen, blaas en andere interne organen
○ 2de week: vorming zenuwstelsel
○ 3de week: functioneren hart
○ 4de week: ontstaan mond + verschijnen van ingewanden en lever
○ 5de week: bovenbenen + ellebogen + handen
○ 7de week: neuroblasten (voorlopers neuronen)
○ Ontstaan ledematen gaat van cephalo-caudaal en proximaal-distaal → hoofd
→ staart
○ Eerst romp → dan proximale ledematen → dan distaal
2. Organogenese
c. Foetale periode: week 9-40
● 3 trimesters
● 9de week: begint op een mens te lijken
● celdeling = deels afgerond
● organen definitieve vorm
● foetus → 5 cm → nu groeien
● Trimester 1:
○ spieren werken
○ vingers los
○ adembewegingen
○ reactie op prikkels
● Trimester 2:
○ bewegingen foetus voelbaar
○ geslacht
○ zintuiglijke reactie
○ ogen en oren
○ hoofdhaar
○ inslikken vruchtwater
● Trimester 3:
○ levensvatbaar bij vroeggeboorte
○ reactie op geluid
○ waak en slaap periodes
○ sterke gewichtstoename → na de geboorte enige reserve → want
borstvoeding is niet voldoende voedzaam in de eerste dagen + eigen
melkproductie komt pas later op gang → gewichtsverlies in de eerste
dagen na de geboorte
, 3
Risicofactoren
Meeste sterfgevallen tijdens prenatale periode → door misvormingen als gevolg van een
afwijkende ontwikkeling
Kritieke periode = periode van ontwikkeling van organen en hart waar het in gevaar loopt
oorzaken van een abnormale ontwikkeling
● Genetische oorzaken
○ dominant
○ recessief
○ genmutatie
○ vb. syndroom van down
● Externe oorzaken
○ teratogeen
■ stoffen die kunnen zorgen voor problemen bij het innemen of
inademen
■ chemische en farmaceutische middelen → via bloed van de moeder in
het kind komen
■ Bestraling en andere nadelige omgevingsinvloeden
■ vb. alcohol, drugs, luchtvervuiling
○ gezondheid moeder
■ Leeftijd moeder → tussen 20-35 jaar sterftecijfer laag
■ Dieet van moeder → ondervoeding kan zorgen voor te klein en te
mager kind of zelf zenuwschade
■ Ziekte van de moeder
○ druk
■ druk in de baarmoeder
■ ene kind duwt tegen het andere
■ of externe druk → vb. een val
Prematuriteit = kindje geboren voor 38-42 weken
Dysmatuur = baby is minder matuur voor het aantal weken
⇒ bij beide niet voldoende kunnen ontwikkelen in de baarmoeder → heeft invloed op
neuropsychologische ontwikkelingen → hersenen zijn nog niet volledig gegroeid
Geboortegewicht = >2.5 kg = laag; >1.5 kg = zeer laag
Prenatale motorische activiteit
● via echoscopische onderzoeken → bewegingen van embryo’s en foetussen
● eerste vorm van motorisch functioneren → trage strekking van de nek = reflexmatig
● na enkele dagen → schrikbewegingen/startles = snelle gegeneraliseerde
bewegingen
● week 8 → eerste langzame bewegingen = general movements
● Later geïsoleerde bewegingen van ledematen en het hoofd → gebeuren niet
cranio-caudaal
● na 16 weken volledig repertoire ter beschikking (wel interindividuele verschillen)
● na het einde van de zwangerschap zal de beweeglijkheid terug afnemen
● laatste trimester → cyclische bewegingen + hartritme is gelinkt aan de bewegingen
, 4
3. Postnatale groei en ontwikkeling
Groei
Postnatale groei is verderzetting van prenatale groei
Volgt consistent patroon, maar niet lineair
4 fasen
● snelle groei als zuigeling en peuter
● tragere groei
● dan de groeispurt in de adolescentie
● trage groei tot definitieve stop op volwassen leeftijd
Lengtegroei
● groeien van de lange pijpbeenderen → daarna spieren die volgen
● Stress kan invloed hebben op deze groei
○ te veel stress = groeistop
○ te weinig stress = te weinig belasting, geen normale groei
Lichaamsgewicht
● gevoelig voor externe factoren
● vetweefsel neemt eerst af tot 7 jaar, daarna neemt het toe tot 13 jaar bij jongens
● bij meisjes blijft toename duren
Groei van het hoofd
● = groei van de hersenen
● microcephalie = geboren worden met te kleine hersenen
● opvolgen gebeurt door omtrek te meten
● vergelijking metingen met
○ standaardcurve
○ vergelijking borstomvang
○ toepassing van de regel 5
Groeisnelheid
afnemende groeisnelheid
puberteit nog sprake van kortstondige toename van de lengtegroei, daarna houdt deze groei
op
Verhoudingen
Niet alles groeit op dezelfde moment en dezelfde snelheid → hierdoor veranderen de
verhouding tot volwassen status
Prenataal groeit eerst hoofd en dan romp en ledematen
Beïnvloedende factoren
Inwendige factoren
● genetische factoren
● endocrinologischefactoren