Inge Van Den Bergh Orthopedagogiek 2025-2026
ORTHOPEDAGOGIEK
HOOFDSTUK 1: WAT IS (ORTHO)(PED)AGOGIE(K)?
1. RICHTINGGEVENDE KENMERKEN VAN HET (ORTHO)
(PED)AGOGISCH HANDELEN
Brinkman – richtinggevende kenmerken
Psychosociale verandering
o Psyché: alles wat je bezighoudt, wat je denkt en wat je voelt, wa
o Sociaal: verhoudingen tussen mensen
o Samenvoeging: psychische en sociale NIET goed los van elkaar te
onderscheiden à voortdurend beïnvloeding
Doelgericht
o Activiteit waarbij altijd een doel achter zit
o Verandering vooraf bedacht en gepland
o Handelen methodisch = acties, beslissingen en middelen op manier
organiseren dat ze bijdragen aan bereiken gewenst resultaat
Systematisch
o Stapsgewijs planmatig en gestructureerd iets doen
Zie schema
Bewust
o We weten wat we doen als ortho bij elke stap en kunnen dit ook
uitleggen aan anderen
Gewenst door betrokkenen
o Alle betrokken staan achter verandering
o Door cliënt, verplichte hulpverlening bestaat NIET, zelfinzicht krijgen,
relatie opbouwen met cliënt, loyaliteit
Niet wederzijds
o Complementaire relatie tussen cliënt en begeleider = type relatie
waar betrokken partijen elkaar aanvullen door verschillen
o Gevoel/actie niet gedeeld, anders ervaren en aangepakt
o WEL gelijkwaardigheid MAAR verschil positie
o (Bv. relatie tussen ouder en kind, arts en patiënt, …)
Beroepsmatig
o Positie verandert, cliënt duidelijk maken dat je graag zorgt voor hen
maar er is een grens
Waarde gebonden
o Onmogelijk waardevrij handelen
o Bepaalde waarde kaders (bv. inclusie, empowerment, …)
o Belangrijk: als begeleider hier bewust van bent en ook bewust inzet
o Uw eigen blauwdruk, wat zit je in potje, zelfkennis, reflectie
1
,Inge Van Den Bergh Orthopedagogiek 2025-2026
2. JE PERSOONLIJKE
OPVOEDINGSGESCHIEDENIS/REFERENTIEKADER
- Wortels (waarden, normen, …) bepalen hoe we kijken naar maatschappij
Potje waarden en normen is gevuld door anderen
- Huidige bril – huidige maatschappelijke context (vul jezelf in)-----
- Betekenis die wij er ‘toen’ aan gegeven hebben
Geheugen dynamisch en levens: nieuwe ervaringen, veranderen betekenissen,
zelfs die reeds opgeslagen in ons geheugen
Opvoeding geen rechtlijnige oorzakelijke redenering
- Voor iedereen anders – ook binnen gezin
- Herinneringen zijn veranderlijk (=herinneren geven geen exacte weergave van
het verleden; herinneringen zijn beïnvloed door emoties en ervaringen.
ringen
- Patronen – willen, kunnen, durven, zien
- Legaat – erfenis – verderzetten of verbeteren
Je moet willen kijken naar wat zit er in mijn systeem, hoe kan ik hiermee in de
toekomst mee omgaan
- Heel proces om bepaalde dingen te veranderen
Invloed op huidige manier van zijn
- Welke waarden en normen meegekregen?
- Welke zijn jouw prioriteiten in je opvoedend handelen?
- Wie was verantwoordelijk voor je opvoeding?
- In welke sfeer werd je opgevoed?
- Hoe gaan jullie thuis met elkaar om?
- Welke concrete dagdagelijkse regeltjes waren er? Hoe werden die opgevolgd,
geconcentreerd, bestraft, …
- Hoe werd er gefeest en met wie?
- Wat weet jij over de pedagogische geschiedenis van je ouders, grootouders…
Welke elementen komen terug in jouw opvoeding?
- Is er een verband tussen de geschiedenis en het feit dat je nu voor deze studie
kiest?
Invloed referentiekader
‘Stevig verleden’ – ‘rooskleurig verleden’
o Meerwaarde noch belemmering
Hanteren van je referentiekader à invloed op wie je nu bent
o Gezonde kritische blik
o Reflecteren
Kennis – vaardigheden – attituden (!)
# Voorwaarden voor een opvoedingsrelatie
Als je voelt dat iets u belemmert, ga je hieraan iets moeten doen
2. VOORWAARDEN VOOR EEN OPVOEDINGSRELATIE
2
,Inge Van Den Bergh Orthopedagogiek 2025-2026
2.1 Bij de opvoeder 2.2 Bij de
zorgvrager
Zorgvrager aanvaarden als menselijk persoon (echt in Relatiebekwaamhei
contact willen gaan) d
Vertrouwen in andere en in de wereld voor tot (Basis) vertrouwen
een relatie te komen Begeleider taak:
Gelijkwaardigheid à Zorg op maat datgene bieden,
WIJ (gelijkwaardig maar NIET gelijk) waarvan hij
Kansen scheppen voor zorgvrager vermoedt dat cliënt
Kwaliteit van leven mee gaan bevorderen, meeste aanspreekt
succes/faal-ervaringen, activiteiten aanbieden Blijven aankloppen!
op maat
Betrokkenheid & beschikbaarheid
Empathie maar GEEN vrienden
Relatiebekwaamheid
In staat zijn om een relatie met een ander aan
te gaan
Collega’s vertrouwen à feedback durven vragen
Kennis en vaardigheden
Je moet niet alles kunnen tijdens stage
4. DEFINITIES
4.1 PEDAGOGIE
‘Ped’ = kind
‘Agogie’ = voeren of leiden
Pedagogie = Het leiden, vormen, opvoeden v/e kind. Het normale kind in een
normale omgeving
4.2 ORTHOPEDAGOGIE
‘Ortho’ = goede manier of juiste weg of recht of normaal
Orthopedagogie = De praktijk v/h opvoeden v/h kind in een moeilijk lopende
opvoedingssituatie
4.3 ORTHOAGOGIE
Meer nadruk tussen begeleider en volwassene relatie
Orthoagogie = Het begeleiden en ondersteunen van volwassenen in een moeilijk
lopende situatie
4.4 ORTHOPEDAGOGIEK EN ORTHOPEDAGOGIE
Orthopedagogiek = De wetenschappelijke leer v/h opvoeden v/h kind in een
moeilijk lopende opvoedingssituatie
3
, Inge Van Den Bergh Orthopedagogiek 2025-2026
(Ped = Grieks = Kind) (K = wetenschappelijke leer)
Orthopedagogie = handelingspraktijk van het opvoeden of opvoedend
bezig zijn in een context of situatie
Nadenkend handelen in werkelijkheid
(Beertjesmethode: Wat moet ik doen? Hoe ga ik het doen? Ik doe mijn werk.
Ik kijk mijn werk na. Wat vind je ervan)
4.5 ORTHOPEDAGOGISCHE BEGELEIDER, (PRAKTIJKGERICHT)
ORTHOPEDAGOOG, WHAT’S IN A NAME?
Opvoeden: ‘opvoeder’ of ‘begeleider’
Graduaat: orthopedagogische begeleider
Bachelor: praktijkgericht orthopedagoog
Master in pedagogische wetenschappen: orthopedagoog
5. ORTHOPEDAGOGIEK EN ALS WETENSCHAP
Orthopedagogiek
Ongeveer 200 jaar geleden ontstaan (jonge wetenschap)
Theorie gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek
Kennisontwikkeling gebaseerd op dagelijkse opvoedingspraktijk
Gericht op opvoedings- en onderwijsprocessen (toen en nu)
= dus verzameling van theorieën over onderwerp ‘opvoeden’ zoals dat
plaatsvindt in verschillende situaties en contexten zoals gezin, school,
jeugdwerk en vrije tijd
5.1 ORTHOPEDAGOGISCHE THEORIE
Belang voor het werkveld:
Kennis doorgeven, actualiseren, meer kwaliteit geven
Bouwstenen: concepten, begrippen, levenslang leren
Belang voor praktijk:
Meer kennis over opvoeden
Kennis actualiseren
Meer kwaliteit in opvoeden
Zelfde taal gebruiken als professional
Opvoedingsrealiteiten omschrijven, analyseren en ondersteunen
5.2 MAATSCHAPPELIJKE VISIES, PRAKTIJKKENNIS EN
WETENSCHAPPELIJKE KENNIS
Eigen manier van werken
Kennis van pedagogische begrippen om goed te kunnen handelen
Vroeger veel belonings- en strafsystemen
4
ORTHOPEDAGOGIEK
HOOFDSTUK 1: WAT IS (ORTHO)(PED)AGOGIE(K)?
1. RICHTINGGEVENDE KENMERKEN VAN HET (ORTHO)
(PED)AGOGISCH HANDELEN
Brinkman – richtinggevende kenmerken
Psychosociale verandering
o Psyché: alles wat je bezighoudt, wat je denkt en wat je voelt, wa
o Sociaal: verhoudingen tussen mensen
o Samenvoeging: psychische en sociale NIET goed los van elkaar te
onderscheiden à voortdurend beïnvloeding
Doelgericht
o Activiteit waarbij altijd een doel achter zit
o Verandering vooraf bedacht en gepland
o Handelen methodisch = acties, beslissingen en middelen op manier
organiseren dat ze bijdragen aan bereiken gewenst resultaat
Systematisch
o Stapsgewijs planmatig en gestructureerd iets doen
Zie schema
Bewust
o We weten wat we doen als ortho bij elke stap en kunnen dit ook
uitleggen aan anderen
Gewenst door betrokkenen
o Alle betrokken staan achter verandering
o Door cliënt, verplichte hulpverlening bestaat NIET, zelfinzicht krijgen,
relatie opbouwen met cliënt, loyaliteit
Niet wederzijds
o Complementaire relatie tussen cliënt en begeleider = type relatie
waar betrokken partijen elkaar aanvullen door verschillen
o Gevoel/actie niet gedeeld, anders ervaren en aangepakt
o WEL gelijkwaardigheid MAAR verschil positie
o (Bv. relatie tussen ouder en kind, arts en patiënt, …)
Beroepsmatig
o Positie verandert, cliënt duidelijk maken dat je graag zorgt voor hen
maar er is een grens
Waarde gebonden
o Onmogelijk waardevrij handelen
o Bepaalde waarde kaders (bv. inclusie, empowerment, …)
o Belangrijk: als begeleider hier bewust van bent en ook bewust inzet
o Uw eigen blauwdruk, wat zit je in potje, zelfkennis, reflectie
1
,Inge Van Den Bergh Orthopedagogiek 2025-2026
2. JE PERSOONLIJKE
OPVOEDINGSGESCHIEDENIS/REFERENTIEKADER
- Wortels (waarden, normen, …) bepalen hoe we kijken naar maatschappij
Potje waarden en normen is gevuld door anderen
- Huidige bril – huidige maatschappelijke context (vul jezelf in)-----
- Betekenis die wij er ‘toen’ aan gegeven hebben
Geheugen dynamisch en levens: nieuwe ervaringen, veranderen betekenissen,
zelfs die reeds opgeslagen in ons geheugen
Opvoeding geen rechtlijnige oorzakelijke redenering
- Voor iedereen anders – ook binnen gezin
- Herinneringen zijn veranderlijk (=herinneren geven geen exacte weergave van
het verleden; herinneringen zijn beïnvloed door emoties en ervaringen.
ringen
- Patronen – willen, kunnen, durven, zien
- Legaat – erfenis – verderzetten of verbeteren
Je moet willen kijken naar wat zit er in mijn systeem, hoe kan ik hiermee in de
toekomst mee omgaan
- Heel proces om bepaalde dingen te veranderen
Invloed op huidige manier van zijn
- Welke waarden en normen meegekregen?
- Welke zijn jouw prioriteiten in je opvoedend handelen?
- Wie was verantwoordelijk voor je opvoeding?
- In welke sfeer werd je opgevoed?
- Hoe gaan jullie thuis met elkaar om?
- Welke concrete dagdagelijkse regeltjes waren er? Hoe werden die opgevolgd,
geconcentreerd, bestraft, …
- Hoe werd er gefeest en met wie?
- Wat weet jij over de pedagogische geschiedenis van je ouders, grootouders…
Welke elementen komen terug in jouw opvoeding?
- Is er een verband tussen de geschiedenis en het feit dat je nu voor deze studie
kiest?
Invloed referentiekader
‘Stevig verleden’ – ‘rooskleurig verleden’
o Meerwaarde noch belemmering
Hanteren van je referentiekader à invloed op wie je nu bent
o Gezonde kritische blik
o Reflecteren
Kennis – vaardigheden – attituden (!)
# Voorwaarden voor een opvoedingsrelatie
Als je voelt dat iets u belemmert, ga je hieraan iets moeten doen
2. VOORWAARDEN VOOR EEN OPVOEDINGSRELATIE
2
,Inge Van Den Bergh Orthopedagogiek 2025-2026
2.1 Bij de opvoeder 2.2 Bij de
zorgvrager
Zorgvrager aanvaarden als menselijk persoon (echt in Relatiebekwaamhei
contact willen gaan) d
Vertrouwen in andere en in de wereld voor tot (Basis) vertrouwen
een relatie te komen Begeleider taak:
Gelijkwaardigheid à Zorg op maat datgene bieden,
WIJ (gelijkwaardig maar NIET gelijk) waarvan hij
Kansen scheppen voor zorgvrager vermoedt dat cliënt
Kwaliteit van leven mee gaan bevorderen, meeste aanspreekt
succes/faal-ervaringen, activiteiten aanbieden Blijven aankloppen!
op maat
Betrokkenheid & beschikbaarheid
Empathie maar GEEN vrienden
Relatiebekwaamheid
In staat zijn om een relatie met een ander aan
te gaan
Collega’s vertrouwen à feedback durven vragen
Kennis en vaardigheden
Je moet niet alles kunnen tijdens stage
4. DEFINITIES
4.1 PEDAGOGIE
‘Ped’ = kind
‘Agogie’ = voeren of leiden
Pedagogie = Het leiden, vormen, opvoeden v/e kind. Het normale kind in een
normale omgeving
4.2 ORTHOPEDAGOGIE
‘Ortho’ = goede manier of juiste weg of recht of normaal
Orthopedagogie = De praktijk v/h opvoeden v/h kind in een moeilijk lopende
opvoedingssituatie
4.3 ORTHOAGOGIE
Meer nadruk tussen begeleider en volwassene relatie
Orthoagogie = Het begeleiden en ondersteunen van volwassenen in een moeilijk
lopende situatie
4.4 ORTHOPEDAGOGIEK EN ORTHOPEDAGOGIE
Orthopedagogiek = De wetenschappelijke leer v/h opvoeden v/h kind in een
moeilijk lopende opvoedingssituatie
3
, Inge Van Den Bergh Orthopedagogiek 2025-2026
(Ped = Grieks = Kind) (K = wetenschappelijke leer)
Orthopedagogie = handelingspraktijk van het opvoeden of opvoedend
bezig zijn in een context of situatie
Nadenkend handelen in werkelijkheid
(Beertjesmethode: Wat moet ik doen? Hoe ga ik het doen? Ik doe mijn werk.
Ik kijk mijn werk na. Wat vind je ervan)
4.5 ORTHOPEDAGOGISCHE BEGELEIDER, (PRAKTIJKGERICHT)
ORTHOPEDAGOOG, WHAT’S IN A NAME?
Opvoeden: ‘opvoeder’ of ‘begeleider’
Graduaat: orthopedagogische begeleider
Bachelor: praktijkgericht orthopedagoog
Master in pedagogische wetenschappen: orthopedagoog
5. ORTHOPEDAGOGIEK EN ALS WETENSCHAP
Orthopedagogiek
Ongeveer 200 jaar geleden ontstaan (jonge wetenschap)
Theorie gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek
Kennisontwikkeling gebaseerd op dagelijkse opvoedingspraktijk
Gericht op opvoedings- en onderwijsprocessen (toen en nu)
= dus verzameling van theorieën over onderwerp ‘opvoeden’ zoals dat
plaatsvindt in verschillende situaties en contexten zoals gezin, school,
jeugdwerk en vrije tijd
5.1 ORTHOPEDAGOGISCHE THEORIE
Belang voor het werkveld:
Kennis doorgeven, actualiseren, meer kwaliteit geven
Bouwstenen: concepten, begrippen, levenslang leren
Belang voor praktijk:
Meer kennis over opvoeden
Kennis actualiseren
Meer kwaliteit in opvoeden
Zelfde taal gebruiken als professional
Opvoedingsrealiteiten omschrijven, analyseren en ondersteunen
5.2 MAATSCHAPPELIJKE VISIES, PRAKTIJKKENNIS EN
WETENSCHAPPELIJKE KENNIS
Eigen manier van werken
Kennis van pedagogische begrippen om goed te kunnen handelen
Vroeger veel belonings- en strafsystemen
4