ERIT SAMENVATTING
HOOFDSTUK 1: VROEGE INTEGRATIETHEORIEËN
EUROPA OP ZOEK NAAR VREDE?
Grand theories: 3 wegen naar vrede = 1940-1950
1. Federalisme
o Via politieke integratie
o Groot en sterk Europa nodig zoals VS
2. Functionalisme
o Via technisch integratie
o Politiek en macht zijn het probleem
o Begin klein, werk zo naar meer integratie
3. Transactionalisme
o Via sociologisch integratie, gemeenschapszin
o Mensen aan elkaar wennen door steeds meer in contact te komen en
steeds meer interactie
- weerspiegelen historische periode waarin ze vorm kregen:
-> pogingen om los te geraken van machtslogica binnen realistische en anarchistische
statensysteem, ten voordele van meer ‘beschaafde’ vorm van samenwerking
- pre-theoretisch en normatief
-> streven naar vrede, zoekend naar manieren om ‘geweldige’ macht van nationale
staten te overstijgen
1
,1. FEDERALISME
= 1 groot land worden
- vrede en stabiliteit alleen mogelijk door een sterke supranationale overheid
-> oven de nationale staten
-> geen losse samenwerking, maar echte federatie van staten
-> zoals VS
- gezamenlijke instellingen, conventies en regels
Kernidee
“Eén gemeenschappelijk bestuur boven de staten om vrede en voorspelbare
regels te garanderen.”
Voordelen
Minder conflicten: gedeelde regels & arbitrage boven nationaal niveau
Efficiëntie: minder dubbel werk, schaalvoordeel (defensie, migratie, klimaat)
Rechtenbescherming: onafhankelijke rechter kan nationale ontsporingen
corrigeren (EHRM)
Nadelen / Obstakels
Soevereiniteit: weerstand bij belastingen, defensie, migratie
Democratische afstand: gevoel van “Brussel beslist, wij niet”
One-size-fits-all: culturele/economische verschillen botsen met uniforme regels
Voorbeelden
Raad van Europa & EHRM: mensenrechtenstandaarden, bindende arresten
EU-praktijk (deels federaal): gezamenlijke markt, eurozone, grenzen (Schengen)
Logica achter federalisme
Gedeelde regels + gedeelde handhaving ⇒ minder ruimte voor ruzie
Gemeenschappelijk belang > nationaal eigenbelang in grensoverschrijdende
dossiers
Veelvoorkomende misvatting
“Federalisme = centralisme”
→ Federaties kunnen bevoegdheden duidelijk verdelen: wat lokaal kan, blijft
lokaal. Wat grensoverschrijdend is, wordt samen geregeld.
Alternatieven (ter vergelijking)
Confederalisme: losse samenwerking, meer vetorecht; minder slagkracht
Intergouvernementeel: ad-hoc tussen regeringen, snel blokkeerbaar
ONTSTAAN
- Briand-memorandum (1930)
= Franse minister die in Volkenbond pleitte voor oprichting van een ‘Federale Europese
2
,Unie’ tussen 27 landen van Volkenbond, in functie van vrede tussen Frankrijk en
Duitsland
- Spinelli’s Ventotene Manifesto (1941)
= politiek programma van Europese Federalistische Beweging
- voorstander: Guy Verhofstadt
- tegenstander: Margaret Thatcher
BELANGRIJKSTE GRONDLEGGERS
“Founding fathers van Europa”
Robert Schuman (Frankrijk)
→ Franse minister van Buitenlandse Zaken, lanceerde in 1950 het
Schumanplan = de basis voor de Europese Gemeenschap voor Kolen en
Staal (EGKS)
Schumanplan = een plan om de kolen- en staalproductie van
Frankrijk en West-Duitsland onder één gemeenschappelijke Hoge
Autoriteit te brengen, waarmee de basis werd gelegd voor de
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) en de latere
Europese Unie, met als doel oorlog tussen de 'aartsvijanden'
onmogelijk te maken door economische samenwerking
Jean Monnet (Frankrijk)
→ Architect en strateeg achter het Schumanplan, sterke pleitbezorger van
een federale
structuur
Jean Monnet methode = via een bescheiden economische
integratie zou geleidelijk aan een federaal Europa gebouwd worden
o Neofunctionalistische weg
o Hij realiseerde zich dat een onmiddellijke federatie
onhaalbaar was.
o Hij begon met de creatie van de Europese Gemeenschap
voor Kolen en Staal (EGKS) via het Schumanplan, waarbij
cruciale industrieën onder supranationaal gezag werden
gebracht.
o Deze "concrete" stappen zouden de basis leggen voor
verdere integratie en een gevoel van gedeelde belangen
creëren, een strategie die bekend staat als functionalisme.
Konrad Adenauer (Duitsland)
→ West-Duitse bondskanselier, wilde verzoening met Frankrijk en
verankering van
Duitsland in Europa
Alcide De Gasperi (Italië)
→ Italiaanse premier, werkte aan integratie en steunde Europese
instellingen
Paul-Henri Spaak (België)
→ Belgisch premier en diplomaat, leidde voorbereidingen voor het Verdrag
van Rome
(1957), dat de EEG oprichtte
Andere vaak genoemde namen:
3
, Altiero Spinelli (Italië)
→ Schreef tijdens WOII het Ventotene Manifesto (1941), een blauwdruk
voor federaal
Europa
Ventotene Manifesto = document dat pleit voor een verenigd,
federaal Europa, geboren uit de chaos van WOII, om oorlog en
nationalisme te voorkomen door de traditionele, soevereine
natiestaten te overstijgen en een solide internationale staat te
creëren, een fundamentele stap voor de Europese eenwording
Winston Churchill (VK)
→ Pleitte in 1946 in Zürich voor “een soort Verenigde Staten van Europa”
(al dacht hij
daarbij niet aan Britse deelname)
MAAR… NIET ALLE “FOUNDING FATHERS VAN EUROPA” WAREN ECHTE
FEDERALISTEN
Echte/sterke federalisten
Jean Monnet
→ pragmatisch federalist: geloofde dat stap voor stap macht aan
supranationale
instellingen moest worden overgedragen
was een federalist in hart en nieren die streefde naar een Verenigde
Staten van Europa, maar zijn benadering was functioneel
(functionalistisch) en pragmatisch: hij geloofde dat geleidelijke
integratie van specifieke sectoren (zoals kolen en staal) de weg
vrijmaakte voor verdere politieke eenheid, in plaats van een
onmiddellijke, volledige federale staat te eisen, een methode
bekend als "functionalistische" integratie om het 'moeilijke'
politieke pad te omzeilen
Federalist qua doel, maar gebruikte functionalistische middelen om
dat doel te bereiken
Altiero Spinelli
→ radicaal federalist: pleitte al in 1941 voor een volwaardige Europese
federatie
(Ventotene Manifest)
Paul-Henri Spaak
→ zag Europese samenwerking als opstap naar een federale politieke unie
Meer pragmatisch/confederaal ingesteld
Robert Schuman
→ wilde wel supranationale instellingen (EGKS), maar zag dat vooral als
middel om
oorlog te vermijden, niet meteen als stap naar een Europese superstaat
Konrad Adenauer
→ vooral gericht op veiligheid, verzoening met Frankrijk en Duitse
inbedding; steunde
federalistische ideeën, maar primair vanuit geopolitieke noodzaak
Alcide De Gasperi
4
HOOFDSTUK 1: VROEGE INTEGRATIETHEORIEËN
EUROPA OP ZOEK NAAR VREDE?
Grand theories: 3 wegen naar vrede = 1940-1950
1. Federalisme
o Via politieke integratie
o Groot en sterk Europa nodig zoals VS
2. Functionalisme
o Via technisch integratie
o Politiek en macht zijn het probleem
o Begin klein, werk zo naar meer integratie
3. Transactionalisme
o Via sociologisch integratie, gemeenschapszin
o Mensen aan elkaar wennen door steeds meer in contact te komen en
steeds meer interactie
- weerspiegelen historische periode waarin ze vorm kregen:
-> pogingen om los te geraken van machtslogica binnen realistische en anarchistische
statensysteem, ten voordele van meer ‘beschaafde’ vorm van samenwerking
- pre-theoretisch en normatief
-> streven naar vrede, zoekend naar manieren om ‘geweldige’ macht van nationale
staten te overstijgen
1
,1. FEDERALISME
= 1 groot land worden
- vrede en stabiliteit alleen mogelijk door een sterke supranationale overheid
-> oven de nationale staten
-> geen losse samenwerking, maar echte federatie van staten
-> zoals VS
- gezamenlijke instellingen, conventies en regels
Kernidee
“Eén gemeenschappelijk bestuur boven de staten om vrede en voorspelbare
regels te garanderen.”
Voordelen
Minder conflicten: gedeelde regels & arbitrage boven nationaal niveau
Efficiëntie: minder dubbel werk, schaalvoordeel (defensie, migratie, klimaat)
Rechtenbescherming: onafhankelijke rechter kan nationale ontsporingen
corrigeren (EHRM)
Nadelen / Obstakels
Soevereiniteit: weerstand bij belastingen, defensie, migratie
Democratische afstand: gevoel van “Brussel beslist, wij niet”
One-size-fits-all: culturele/economische verschillen botsen met uniforme regels
Voorbeelden
Raad van Europa & EHRM: mensenrechtenstandaarden, bindende arresten
EU-praktijk (deels federaal): gezamenlijke markt, eurozone, grenzen (Schengen)
Logica achter federalisme
Gedeelde regels + gedeelde handhaving ⇒ minder ruimte voor ruzie
Gemeenschappelijk belang > nationaal eigenbelang in grensoverschrijdende
dossiers
Veelvoorkomende misvatting
“Federalisme = centralisme”
→ Federaties kunnen bevoegdheden duidelijk verdelen: wat lokaal kan, blijft
lokaal. Wat grensoverschrijdend is, wordt samen geregeld.
Alternatieven (ter vergelijking)
Confederalisme: losse samenwerking, meer vetorecht; minder slagkracht
Intergouvernementeel: ad-hoc tussen regeringen, snel blokkeerbaar
ONTSTAAN
- Briand-memorandum (1930)
= Franse minister die in Volkenbond pleitte voor oprichting van een ‘Federale Europese
2
,Unie’ tussen 27 landen van Volkenbond, in functie van vrede tussen Frankrijk en
Duitsland
- Spinelli’s Ventotene Manifesto (1941)
= politiek programma van Europese Federalistische Beweging
- voorstander: Guy Verhofstadt
- tegenstander: Margaret Thatcher
BELANGRIJKSTE GRONDLEGGERS
“Founding fathers van Europa”
Robert Schuman (Frankrijk)
→ Franse minister van Buitenlandse Zaken, lanceerde in 1950 het
Schumanplan = de basis voor de Europese Gemeenschap voor Kolen en
Staal (EGKS)
Schumanplan = een plan om de kolen- en staalproductie van
Frankrijk en West-Duitsland onder één gemeenschappelijke Hoge
Autoriteit te brengen, waarmee de basis werd gelegd voor de
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) en de latere
Europese Unie, met als doel oorlog tussen de 'aartsvijanden'
onmogelijk te maken door economische samenwerking
Jean Monnet (Frankrijk)
→ Architect en strateeg achter het Schumanplan, sterke pleitbezorger van
een federale
structuur
Jean Monnet methode = via een bescheiden economische
integratie zou geleidelijk aan een federaal Europa gebouwd worden
o Neofunctionalistische weg
o Hij realiseerde zich dat een onmiddellijke federatie
onhaalbaar was.
o Hij begon met de creatie van de Europese Gemeenschap
voor Kolen en Staal (EGKS) via het Schumanplan, waarbij
cruciale industrieën onder supranationaal gezag werden
gebracht.
o Deze "concrete" stappen zouden de basis leggen voor
verdere integratie en een gevoel van gedeelde belangen
creëren, een strategie die bekend staat als functionalisme.
Konrad Adenauer (Duitsland)
→ West-Duitse bondskanselier, wilde verzoening met Frankrijk en
verankering van
Duitsland in Europa
Alcide De Gasperi (Italië)
→ Italiaanse premier, werkte aan integratie en steunde Europese
instellingen
Paul-Henri Spaak (België)
→ Belgisch premier en diplomaat, leidde voorbereidingen voor het Verdrag
van Rome
(1957), dat de EEG oprichtte
Andere vaak genoemde namen:
3
, Altiero Spinelli (Italië)
→ Schreef tijdens WOII het Ventotene Manifesto (1941), een blauwdruk
voor federaal
Europa
Ventotene Manifesto = document dat pleit voor een verenigd,
federaal Europa, geboren uit de chaos van WOII, om oorlog en
nationalisme te voorkomen door de traditionele, soevereine
natiestaten te overstijgen en een solide internationale staat te
creëren, een fundamentele stap voor de Europese eenwording
Winston Churchill (VK)
→ Pleitte in 1946 in Zürich voor “een soort Verenigde Staten van Europa”
(al dacht hij
daarbij niet aan Britse deelname)
MAAR… NIET ALLE “FOUNDING FATHERS VAN EUROPA” WAREN ECHTE
FEDERALISTEN
Echte/sterke federalisten
Jean Monnet
→ pragmatisch federalist: geloofde dat stap voor stap macht aan
supranationale
instellingen moest worden overgedragen
was een federalist in hart en nieren die streefde naar een Verenigde
Staten van Europa, maar zijn benadering was functioneel
(functionalistisch) en pragmatisch: hij geloofde dat geleidelijke
integratie van specifieke sectoren (zoals kolen en staal) de weg
vrijmaakte voor verdere politieke eenheid, in plaats van een
onmiddellijke, volledige federale staat te eisen, een methode
bekend als "functionalistische" integratie om het 'moeilijke'
politieke pad te omzeilen
Federalist qua doel, maar gebruikte functionalistische middelen om
dat doel te bereiken
Altiero Spinelli
→ radicaal federalist: pleitte al in 1941 voor een volwaardige Europese
federatie
(Ventotene Manifest)
Paul-Henri Spaak
→ zag Europese samenwerking als opstap naar een federale politieke unie
Meer pragmatisch/confederaal ingesteld
Robert Schuman
→ wilde wel supranationale instellingen (EGKS), maar zag dat vooral als
middel om
oorlog te vermijden, niet meteen als stap naar een Europese superstaat
Konrad Adenauer
→ vooral gericht op veiligheid, verzoening met Frankrijk en Duitse
inbedding; steunde
federalistische ideeën, maar primair vanuit geopolitieke noodzaak
Alcide De Gasperi
4