ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE MODULE 2: 2025-2026
1. Kinderen en jongeren in ontwikkeling
2. Visie op ontwikkeling
2.1 oriëntering
2.2 visie op ontwikkeling
- soms is dit zeer willekeurig
- periodes afgebakend (vb. babytijd = begin geboorte // kleutertijd gedaan als ze
nr het lager gaan)
Tiener/ Puber/ jongere/ adolescent …
Adolescentie = 3 subfasen
1. puberteit= periode waarin meisje of jongen lichamelijke veranderingen
ondergaat
o puber: overgang kind zijn -> volwassen zijn, seksuele opvoeding!
Puberteit: proces dat je doormaakt
Pubertijd: periode waarin je pubert en die ontwikkeling die plaatsvind
= subfase van de adolescentie
2. Middeladolescentie = periode waarin adolescent zich losmaakt vd ouders +
experimenteer gedrag
3. Late adolescentie = periode adolescent maatschappelijke keuzes leer m
Tiener = kind tussen 10 en 20 jaar
Jongere = synoniem adolescent
- Deze vaste beschrijvingen: per leeftijd … = Nooit als norm gebruiken => ook vr
diversiteit
2.3 wat is ontwikkeling
Ontwikkeling = voortgang of verandering
- Gunstig of ongunstig: sommige dingen leren we af (vb. fantasie)
- Continue en discontinu: stap per stap of enorme sprong maken
- Snel of geleidelijk: iedereen ontwikkelt zijn eigen tempo
2.4 hoe ontstaat ontwikkeling
Ontwikkeling w verklaard door:
- Nature: erfelijke factoren vb. eigenschappen van ouders erven
Manifest aanwezig: direct aanwezig
Latent aanwezig: bij geboorte nog niet zichtbaar, via rijping in ontwikkeling
- Nurture: omgeving -> invloeden kunnen ….
Materieel zijn
Biologisch zijn
Sociaal zijn
Emotioneel zijn
Maatschappelijk zijn
- Zelfbepaling: geven zelf richting aan ons leven
2.5 belang van nature vs nurture vs zelfbepaling
extreme theorieën
nativistische theorie: ontwikkeling komt tot stand door aanleg +
milieuomstandigheden spelen geen rol
Milieutheorie: ontwikkeling gebeurt door milieu waar kind in opgroeit
, Interactionistische theorie: aanleg en omgevingsinvloeden beïnvloeden elkaar
wederzijds
Belang van rijk milieu creëren -> speelkansen aanbieden voor zich te
ontwikkelen
2.5.1 zelfbepaling: de hoeksteen van de zelfdeterminatietheorie + groei
- Ryan & Deci
- Omdat we behoeften wille bevredigen -> ontwikkelen & groeien
Exploratiedrang & nieuwsgierigheid
Intrensiek gemotiveerd bij activiteiten nieuwsgierigheid => groei
Welbevinden & betrokkenheid
Waarden & normen eigen maken
= verinnerlijken van aangereikte waarden en normen
Identiteit ontwikkelen
Geleidelijk ontdekken wie ze zijn & persoonlijkheidskenmerken
Intern kompas
Afhankelijk invloeden buitenaf -> ontbreking intern kompas
Zo gaan ze groeien -> ZDT basisbehoeften vervullen
- Autonomie: pyschologische vrijheid + eigen keuzes maken
- Competentie: gevoel activiteit succesvol uit te voeren
- Verbondenheid: warme hechte band met anders
Kwaliteit: diepgang, intimiteit
Kwantiteit: kameraadschap, sociaal netwerk
2.6 continue verandering en discontinue verandering binnen de
ontwikkeling
Ontwikkeling -> discontinu & continu
discontinu: beetje acteruit & vooruit maar
vooral stijgt
continu: rechte lijn omhoog
- niet steeds gelijkmatig tempo
2.6.1 kritieke of gevoelige periode
= periode vatbaar voor leren van bepaalde vaardigheden
Vb. peuter -> taalverwerving
2.6.2 Vygotsky en de zone van naaste ontwikkeling
= kind wordt ondersteund door meer gevorderden waardoor iets wel lukt
Ontwikkelen
Verdieping:
1. Link met zone naaste ontwikkeling
Aanleg geeft een kind bepaalde mogelijkheden, maar die ontwikkelen niet
vanzelf.
Vygotsky’s zone van naaste ontwikkeling toont dat een kind groeit door hulp
en interactie met anderen.
Omgevingsfactoren (zoals begeleiding, taal en sociale steun) maken het
mogelijk dat het kind stappen zet die het alleen nog niet kan.
Daarom past dit bij de interactionistische visie: ontwikkeling ontstaat door het
samenspel tussen aanleg en omgeving.
, 2. Link met Confucius: "De geest van een kind is geen gat om te vullen, maar een
vuur om aan te wakkeren!
een kind al mogelijkheden in zich heeft, maar pas werkelijk ontwikkelt wanneer de
omgeving deze aangeboren “vlam” aanwakkert.
2.7 Mogelijke indelingen van de ontwikkeling
2.7.1 indeling van ontwikkelingsdomeinen
- fysieke ontwikkeling
- cognitieve ontwikkeling
- sociaal-emotionele ontwikkeling
=> kan je verder uitwerken -> zie de komende 11 ontwikkelingen
2.7.2 Vier ervaringsgebieden als leidraad om te kijken en te spreken over
ontwikkeling
MemoQ => Meten & Monitoren van de Kwaliteit in de Kinderopvang van baby en peuter
Pedagogisch raamwerk: visietekst -> wat is een kwaliteitsvolle kinderopvang
Ontwikkelingsdomeinen -> 4 ervaringsgebieden -> pedagogisch
raamwerk (zie oriënteren)
= 4 ervaringsgebieden
Ik & de ander: sociale, emotionele,
identiteits, morele ontwikkeling
Lichaam & beweging:
lichamelijke,
zintuigelijke,
motorische
ontwikkeling
Communicatie &
expressie:
taalontwikkeling
Verkennen van de wereld: cognitieve & verstandelijke ontwikkeling
- Horizontale samenhang: ontwikkeling binnen 1 ontwikkelingsdomein over
verschillende leeftijdsfasen (zo curcus opgebouwd)
- Verticale samenhang: ontwikkelingsfasen binnen 1 leeftijdsfase staan in relatie
met elkaar
2.8 EXTRA
- Proximodistale: groeipatroon van binnen naar buiten (Vb. 1 ste grove motoriek,
fijne motoriek)
- Cefalocaudale; groeipatroon van kop tot teen (vb. 1 ste kruipen dan staan)
Groeipatronen binnen motorische/ zintuigelijke ontwikkeling
ZIKO-VO = hoe kids zich in je opvang voelen en of geboeid bezig zijn
Elk kind individueel opvolgen & afstemmen wat zijn ontwikkeling nodig heeft
Herkenning van ontwikkelingsdomeinen
TEST: LEERPAD
, 3. Lichamelijke ontwikkeling
3.1 Oriëntering
Lichaam en beweging
3.2 Fasen in de lichamelijke ontwikkeling volgens leeftijd
3.2.1 Baby
- Hoofd nog zeer zwaar in verg mt rest lichaam
3.2.2 Peuter
- Lichaamsdoelen groeien -> ledematen blijven achter
- Mollig -> baby-vet neemt af
Grove motoriek + spierweefsel toename
Zindelijkheid: coördinatie vn blaasspier en sluitspier => 1 ste 5 levensjaren
(ontwikkeling)
Baby Automatisch: geen controle
Kleine blaas & loopt vaak vol => veel plassen
0-1j blaas groter -> minder geplast
Plast reflexmatig: blaast trekt samen zond kind sturen
Geen controle => NT zindelijk
= geen controle, plassen reflexmatig
Peute Gevoel volle blaas & m plassen
r Blaas & sluitspier => samenwerking
volledig geleegd
18m – 3j: plas herkenning & voelt blaas vol
= beginnen voelen dat ze m plassen & leren controle opbouwen
kleut Volledige zindelijk
er Sluitspier bewust openen / sluiten
Plassen uitstellen
Blaas volledig legen
= kunnen kiezen wnr ze plassen en hem bewust legen
- Zindelijkheidsproblemen = kind slaagt nt op verwachte leeftijd vd omgeving µ
Zindelijk:
Stevig op potje/ wc zitten
Kind kan plas even ophouden
Kan er bewust mee omgaan (praat over pipi & ziet belangstelling ervan in
Geschikte zindelijkheidstraining
Zindelijkheidstraining: kind moet zich ervan bewust zijn dat hij hiermee bezig is
ander geen zin
- Foute adviezen: fout plaspatroon & blaasfunctiestoornissen
Mistverstanden over Te diep slapen is geen reden waarom kindjes in hun slaap
zindelijkheid plassen
Oorzaak Reflectoire blaas die blaasfunctie behoudt zoals bij
zindelijkheidsproblemen pasgeborene
1. Kinderen en jongeren in ontwikkeling
2. Visie op ontwikkeling
2.1 oriëntering
2.2 visie op ontwikkeling
- soms is dit zeer willekeurig
- periodes afgebakend (vb. babytijd = begin geboorte // kleutertijd gedaan als ze
nr het lager gaan)
Tiener/ Puber/ jongere/ adolescent …
Adolescentie = 3 subfasen
1. puberteit= periode waarin meisje of jongen lichamelijke veranderingen
ondergaat
o puber: overgang kind zijn -> volwassen zijn, seksuele opvoeding!
Puberteit: proces dat je doormaakt
Pubertijd: periode waarin je pubert en die ontwikkeling die plaatsvind
= subfase van de adolescentie
2. Middeladolescentie = periode waarin adolescent zich losmaakt vd ouders +
experimenteer gedrag
3. Late adolescentie = periode adolescent maatschappelijke keuzes leer m
Tiener = kind tussen 10 en 20 jaar
Jongere = synoniem adolescent
- Deze vaste beschrijvingen: per leeftijd … = Nooit als norm gebruiken => ook vr
diversiteit
2.3 wat is ontwikkeling
Ontwikkeling = voortgang of verandering
- Gunstig of ongunstig: sommige dingen leren we af (vb. fantasie)
- Continue en discontinu: stap per stap of enorme sprong maken
- Snel of geleidelijk: iedereen ontwikkelt zijn eigen tempo
2.4 hoe ontstaat ontwikkeling
Ontwikkeling w verklaard door:
- Nature: erfelijke factoren vb. eigenschappen van ouders erven
Manifest aanwezig: direct aanwezig
Latent aanwezig: bij geboorte nog niet zichtbaar, via rijping in ontwikkeling
- Nurture: omgeving -> invloeden kunnen ….
Materieel zijn
Biologisch zijn
Sociaal zijn
Emotioneel zijn
Maatschappelijk zijn
- Zelfbepaling: geven zelf richting aan ons leven
2.5 belang van nature vs nurture vs zelfbepaling
extreme theorieën
nativistische theorie: ontwikkeling komt tot stand door aanleg +
milieuomstandigheden spelen geen rol
Milieutheorie: ontwikkeling gebeurt door milieu waar kind in opgroeit
, Interactionistische theorie: aanleg en omgevingsinvloeden beïnvloeden elkaar
wederzijds
Belang van rijk milieu creëren -> speelkansen aanbieden voor zich te
ontwikkelen
2.5.1 zelfbepaling: de hoeksteen van de zelfdeterminatietheorie + groei
- Ryan & Deci
- Omdat we behoeften wille bevredigen -> ontwikkelen & groeien
Exploratiedrang & nieuwsgierigheid
Intrensiek gemotiveerd bij activiteiten nieuwsgierigheid => groei
Welbevinden & betrokkenheid
Waarden & normen eigen maken
= verinnerlijken van aangereikte waarden en normen
Identiteit ontwikkelen
Geleidelijk ontdekken wie ze zijn & persoonlijkheidskenmerken
Intern kompas
Afhankelijk invloeden buitenaf -> ontbreking intern kompas
Zo gaan ze groeien -> ZDT basisbehoeften vervullen
- Autonomie: pyschologische vrijheid + eigen keuzes maken
- Competentie: gevoel activiteit succesvol uit te voeren
- Verbondenheid: warme hechte band met anders
Kwaliteit: diepgang, intimiteit
Kwantiteit: kameraadschap, sociaal netwerk
2.6 continue verandering en discontinue verandering binnen de
ontwikkeling
Ontwikkeling -> discontinu & continu
discontinu: beetje acteruit & vooruit maar
vooral stijgt
continu: rechte lijn omhoog
- niet steeds gelijkmatig tempo
2.6.1 kritieke of gevoelige periode
= periode vatbaar voor leren van bepaalde vaardigheden
Vb. peuter -> taalverwerving
2.6.2 Vygotsky en de zone van naaste ontwikkeling
= kind wordt ondersteund door meer gevorderden waardoor iets wel lukt
Ontwikkelen
Verdieping:
1. Link met zone naaste ontwikkeling
Aanleg geeft een kind bepaalde mogelijkheden, maar die ontwikkelen niet
vanzelf.
Vygotsky’s zone van naaste ontwikkeling toont dat een kind groeit door hulp
en interactie met anderen.
Omgevingsfactoren (zoals begeleiding, taal en sociale steun) maken het
mogelijk dat het kind stappen zet die het alleen nog niet kan.
Daarom past dit bij de interactionistische visie: ontwikkeling ontstaat door het
samenspel tussen aanleg en omgeving.
, 2. Link met Confucius: "De geest van een kind is geen gat om te vullen, maar een
vuur om aan te wakkeren!
een kind al mogelijkheden in zich heeft, maar pas werkelijk ontwikkelt wanneer de
omgeving deze aangeboren “vlam” aanwakkert.
2.7 Mogelijke indelingen van de ontwikkeling
2.7.1 indeling van ontwikkelingsdomeinen
- fysieke ontwikkeling
- cognitieve ontwikkeling
- sociaal-emotionele ontwikkeling
=> kan je verder uitwerken -> zie de komende 11 ontwikkelingen
2.7.2 Vier ervaringsgebieden als leidraad om te kijken en te spreken over
ontwikkeling
MemoQ => Meten & Monitoren van de Kwaliteit in de Kinderopvang van baby en peuter
Pedagogisch raamwerk: visietekst -> wat is een kwaliteitsvolle kinderopvang
Ontwikkelingsdomeinen -> 4 ervaringsgebieden -> pedagogisch
raamwerk (zie oriënteren)
= 4 ervaringsgebieden
Ik & de ander: sociale, emotionele,
identiteits, morele ontwikkeling
Lichaam & beweging:
lichamelijke,
zintuigelijke,
motorische
ontwikkeling
Communicatie &
expressie:
taalontwikkeling
Verkennen van de wereld: cognitieve & verstandelijke ontwikkeling
- Horizontale samenhang: ontwikkeling binnen 1 ontwikkelingsdomein over
verschillende leeftijdsfasen (zo curcus opgebouwd)
- Verticale samenhang: ontwikkelingsfasen binnen 1 leeftijdsfase staan in relatie
met elkaar
2.8 EXTRA
- Proximodistale: groeipatroon van binnen naar buiten (Vb. 1 ste grove motoriek,
fijne motoriek)
- Cefalocaudale; groeipatroon van kop tot teen (vb. 1 ste kruipen dan staan)
Groeipatronen binnen motorische/ zintuigelijke ontwikkeling
ZIKO-VO = hoe kids zich in je opvang voelen en of geboeid bezig zijn
Elk kind individueel opvolgen & afstemmen wat zijn ontwikkeling nodig heeft
Herkenning van ontwikkelingsdomeinen
TEST: LEERPAD
, 3. Lichamelijke ontwikkeling
3.1 Oriëntering
Lichaam en beweging
3.2 Fasen in de lichamelijke ontwikkeling volgens leeftijd
3.2.1 Baby
- Hoofd nog zeer zwaar in verg mt rest lichaam
3.2.2 Peuter
- Lichaamsdoelen groeien -> ledematen blijven achter
- Mollig -> baby-vet neemt af
Grove motoriek + spierweefsel toename
Zindelijkheid: coördinatie vn blaasspier en sluitspier => 1 ste 5 levensjaren
(ontwikkeling)
Baby Automatisch: geen controle
Kleine blaas & loopt vaak vol => veel plassen
0-1j blaas groter -> minder geplast
Plast reflexmatig: blaast trekt samen zond kind sturen
Geen controle => NT zindelijk
= geen controle, plassen reflexmatig
Peute Gevoel volle blaas & m plassen
r Blaas & sluitspier => samenwerking
volledig geleegd
18m – 3j: plas herkenning & voelt blaas vol
= beginnen voelen dat ze m plassen & leren controle opbouwen
kleut Volledige zindelijk
er Sluitspier bewust openen / sluiten
Plassen uitstellen
Blaas volledig legen
= kunnen kiezen wnr ze plassen en hem bewust legen
- Zindelijkheidsproblemen = kind slaagt nt op verwachte leeftijd vd omgeving µ
Zindelijk:
Stevig op potje/ wc zitten
Kind kan plas even ophouden
Kan er bewust mee omgaan (praat over pipi & ziet belangstelling ervan in
Geschikte zindelijkheidstraining
Zindelijkheidstraining: kind moet zich ervan bewust zijn dat hij hiermee bezig is
ander geen zin
- Foute adviezen: fout plaspatroon & blaasfunctiestoornissen
Mistverstanden over Te diep slapen is geen reden waarom kindjes in hun slaap
zindelijkheid plassen
Oorzaak Reflectoire blaas die blaasfunctie behoudt zoals bij
zindelijkheidsproblemen pasgeborene