100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting bedrijfseconomie

Rating
-
Sold
-
Pages
78
Uploaded on
04-01-2026
Written in
2025/2026

2e jaar handelswetenschappen

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 4, 2026
Number of pages
78
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

BEDRIJFSECONOMIE
HOOFDSTUK 1 : DE ECONOMISCHE INVALSHOEK

Economische agenten zijn rationele spelers : ze zijn op zoek naar een maximale
behoeftebevrediging.
- Consumenten : nutsmaximalisatie
- Producenten : winstmaximalisatie

Normatieve invalshoek : voorschrijvend en evaluerend
Positieve invalshoek : beschrijvend, vaststellingen, wetenschappelijk

4 belangrijke principes van rationeel keuzegedrag
1. Mensen moeten keuzes maken (middelen zijn beperkt en behoeftes onbeperkt) tradeoff
2. Mensen denken in opportuniteitskosten : kiezen is verliezen
Opportuniteitskost = de waarde van de verloren gegane best mogelijke alternatieve aanwending
van de middelen (wat je verliest
3. Mensen denken in de marge : actie alleen ondernemen als MO ≥ MK
4. Mensen reageren op prikkels

Pareto-efficiënte uitkomst : economie kan je niet meer herorganiseren waar iedereen erop
vooruitgaat.

Positieve analyse : economist als wetenschapper, gaat kijken op basis van empirische data op
zoek naar verbanden en ze proberen verklaren à beschrijven van de situatie op een objectieve
wijze zoals ze is

Normatieve analyse : economist als beleidsadviseur, voorschrijven wat beter georganiseerd
kan worden op een andere manier

Positieve uitspraak = een feitelijke uitspraak die je kan toetsen/controleren met data
Normatieve uitspraak = een waarde-oordeel of mening over hoe iets zou moeten zijn


HOOFDSTUK 3 : VRAAG EN AANBOD

Marktvormen kan je onderscheiden op basis van
- Het aantal concurrenten in de markt
§ één aanbieder : monopolie
§ twee aanbieders : duopolie
§ enkele aanbieders : oligopolie
§ veel aanbieders : concurrentie
- De aard van het aangeboden product
§ Homogeen : de producten van verschillende aanbieders worden door
consumenten als identiek ervaren zoals benzine
§ Heterogeen : de producten van verschillende aanbieders worden door
consumenten als verschillend ervaren zoals kledij

,De ideale markt vereist 3 zaken
- Vragers en aanbieders hebben geen marktmacht
- Goederen en diensten zijn private goederen en diensten zonder externaliteiten
- Vragers en aanbieders hebben dezelfde informatie over goederen en diensten

Ideale markt = perfect competitieve markt

Op een competitieve markt of een markt van volmaakte mededinging
- Veel vragers en aanbieders (markatomisme) : elke aanbieder is zo klein in vergelijking
met de markt dus kunnen de prijs niet beïnvloeden (prijsnemers)
- Homogene diensten/goederen : omdat de producten als identiek worden ervaren kijken
ze enkel naar de prijs


De vraag als uitdrukking van bereidheid tot betalen

Reservatieprijs / kritische prijs = maximale prijs die men bereid is te betalen voor een product




Bij een prijs > 6 euro is er niemand bereid te consumeren

Wet van de vraag : als de prijs stijgt, daalt de vraag

Stel dat de marktprijs = 3 euro, Ann zal hier dus een consumentensurplus van 3 euro hebben
want 6 – 3 = 3 à totale consumentensurplus is som van alle individuele consumentensurplus

Consumentensurplus = gebied boven de marktprijs

Totale betalingsbereidheid = groen + blauw
Betaalde prijs = blauw
Consumentensurplus = groen


Vraagfunctie vormen

Algemene lineaire vraagfunctie : Qv = a – bp

0 = a – 5b à a = 5b

100 = a – 0b à a = 100

Dus Qv = 100-20p

,De algemene vraagfunctie van een consument : Q = V(onafhankelijke variabelen)
ð Q = afhankelijke variabele
ð Cetris paribus : we houden de onafhankelijke variabelen constant (behalve prijs)
o Partiële vraagfunctie : alleen de prijs veranderd, de rest blijft gelijk

Onafhankelijke variabelen zijn bv seizoen, reclame, prijs van frietjes…

Gewone vraag : bij een bepaalde prijs, wat is de gevraagde hoeveelheid

Inverse vraag : bij een bepaalde gevraagde hoeveelheid, wat is de prijs (P en Q wisselen)
ð Marginale betalingsbereidheidscurve




De marktvraag wordt grafisch gevonden door een horizontale sommatie te maken van alle
individuele vraagfuncties




Verschuiving langs (op) de curve : veroorzaakt door veranderingen van de eigen prijs

Verschuiving van de curve : veroorzaakt door veranderingen van andere verklarende variabelen
(=vraagschok)

Positieve vraagschok : gevraagde hoeveelheid neemt toe
Negatieve vraagschok : gevraagde hoeveelheid neemt af

Substituten : als de prijs van een substituut stijgt, stijgt de vraag naar mijn product ook
Complementen : als de prijs van een complement stijgt, daalt de vraag naar mijn product

Normaal goed : als het loon stijgt en daardoor de vraag stijgt
Inferieur goed : als het loon stijgt en daardoor de vraag daalt

Het aanbod als uitdrukking van marginale kosten

Reservateprijs / kritische prijs : minimale prijs waartegen
aanbieder bereid is het product aan te bieden

, Wet van het aanbod : als de prijs stijgt, stijgt het aanbod

Producentensurplus = oppervlakte onder de marktprijs


Totale productiekost = blauw
Totale ontvangsten = groen + blauw
Producentensurplus = groen


Aanbodfunctie vormen



Algemene lineaire aanbodfunctie : Qa = a + bp

0 = a + 1b à a = b

20 = a + 2b à a = 20 – 2b

Dus Qa = -20 + 20p




De algemene aanbodfunctie van een producent : Q = A(onafhankelijke variabelen)
ð Q = afhankelijke variabele
ð Cetris paribus : we houden de onafhankelijke variabelen constant (behalve prijs)
o Partiële aanbodfunctie : alleen de prijs veranderd, de rest blijft gelijk

Onafhankelijke variabelen zijn bv technologie, prijs van kapitaal…

Gewoon aanbod : bij een bepaalde prijs, wat is de aangeboden hoeveelheid

Invers aanbod : bij een bepaalde aangeboden hoeveelheid, wat is daar de productiekost en dus
de minimale prijs die ik wil krijgen (P en Q wisselen)
ð Marginale kostencurve (verloopt stijgend)

Om één eenheid meer te produceren, moet je steeds meer middelen inzetten en kosten maken,
dus de marginale productiekosten stijgen.

Wet van de afnemende meeropbrengsten : bij je eerste productie ga je de meest efficiënte
inputs gebruiken. Naarmate je meer gaat produceren heb je meer inputs nodig, maar de meest
efficiënte zijn al gebruikt dus blijven er minder efficiënte inputs over, dus de productiekosten
per eenheid neemt toe à vandaar stijgend verloop
$11.58
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
ellaloudupon

Get to know the seller

Seller avatar
ellaloudupon Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
6
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
3 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions