JURIDISCHE BRONNEN
HOOFDSTUK 1: WAT IS RECHT?
- Domitius Ulpianus: “ubi societas, ibi ius”.
- Verschillen tussen samenlevingen/staten (staat vs. rechtstaat).
- Verband met de heersende economische opvatting.
- Verschillende soorten rechtsregels:
- Berechtingsregels (= procesrecht).
- Wijzigingsregels.
- Erkenningsregels (= gelding, interpretatie en verhouding).
- Enkele verbanden:
- Recht en godsdienst (belang secularisatie).
- Recht en moraal (positivisme vs. natuurrecht).
- Recht en sociale zeden (temporeel en cultureel bepaald).
- Doel van het recht: het ordenen van een samenleving van mensen.
- Recht en rechtszekerheid.
- Recht en rechtvaardigheid.
- Aristoteles: verdelende vs. vergeldende rechtvaardigheid, of
publiekrecht vs. privaatrecht.
- Het recht als middel.
- Op niveau van de rechtsregel (= gedragsregels of normen).
- Op niveau van de rechtspraak.
- Op niveau van de rechtshandhaving (= afdwingbaarheid).
- Geen eenvormige definitie, wel enkele belangrijke elementen.
- Een poging tot definitie (die nooit voltooid zal zijn):
“het recht is een verzameling van rechtsregels in materiële zin en wordt gecreëerd door
mensen met als doel om hun samenleving te ordenen . Het toepassen en afdwingen van
deze rechtsregels moet bijdragen tot een vreedzame en rechtvaardige samenleving”.
HOOFDSTUK 2: INDELING VAN HET RECHT
- Objectief vs. subjectief recht.
- Materieel vs. formeel recht.
- Het recht wordt onderverdeeld in domeinen:
- Volgens de activiteit die de regels ordent (bv. fiscaal recht).
- Volgens de techniek waarmee de regels worden geordend (bv. strafrecht).
- Volgens het niveau van totstandkoming van de regels (bv. Europees recht).
- Onderscheid heeft zowel een didactisch als rechtstheoretisch nut.
- Klassiek onderscheid tussen privaatrecht en publiekrecht.
- Privaatrecht: het recht van de burger.
- Private belangen.
- Relatie tussen burgers.
- Publiekrecht: het recht van het handelen van de overheid.
- Algemeen belang.
- Verhoudingen tussen verschillende overheden onderling en de
verhouding overheid – burger.
,- Onderscheid is thans voor een groot deel achterhaald.
- Privépersonen kunnen worden belast met overheidstaken en overheden
kunnen deelnemen aan het privaatrechtelijke rechtsverkeer.
- Vervlechting private belangen en algemeen belang.
- Bv. Sluiting Ford Genk te Genk (18/12/2014).
- Bv. Sluiting Caterpillar te Gosselies (02/09/2016).
- Bv. Aankoop mondmaskers Corona (2020).
- Niet altijd (nog) een duidelijk onderscheid tussen privaat-en publiekrecht.
- Rechtstakken (bv. sociaal zekerheidsrecht).
- Rechtsinstellingen (bv. huwelijk).
- Sluitende opdeling privaat/publiekrecht onmogelijk.
PRIVAATRECHT PUBLIEKRECHT
Personen- en Familierecht. Staatsrecht.
Familiaal vermogensrecht. Administratief recht.
Verbintenissenrecht. Sociaal recht?
Zakenrecht. Strafrecht.
Handelsrecht. Strafprocesrecht.
Vennootschapsrecht. Fiscaal recht.
Sociaal recht. Europees recht.
Burgerlijk procesrecht. Internationaal recht.
Internationaal privaatrecht.
- De afdwingbaarheid van rechtsregels kent verschillende categorieën:
- Aanvullend recht of suppletief recht.
- Legislatieve indicatie.
- Dwingend recht of imperatief recht.
- Bescherming van private belangen.
- Openbare orde en goede zeden.
- Bescherming van het algemeen belang.
- Rechtsregels hebben steeds een materieel, personeel en territoriaal
toepassingsgebied.
- Grensoverschrijdende zaken: bevoegdheid, recht en uitvoering.
,HOOFDSTUK 3: DE BRONNEN VAN HET RECHT
- Trias politica: scheiding der machten (checks & balances).
- Oorsprong (De l’esprit des lois: Charles Montesquieu, 1748).
- Drie staatsmachten: WM – UM en RM.
- Belang van iedere staatsmacht is grondwettelijk verankerd.
- Verschillende rechtsbronnen (hiërarchie der rechtsbronnen):
- Materiële rechtsbronnen (= factoren die een inhoudelijke invloed uitoefenen
op het vormen van het recht).
- Politieke bronnen, feitelijke bronnen, ideologische bronnen,
rechtsfilosofische en rechtstheoretische bronnen en juridische
inspiratiebronnen.
- Formele rechtsbronnen (= uiterlijke verschijningsvormen van geldend recht).
- (1) wet, (2) rechtspraak , (3) rechtsleer, (4) gewoonte, (5) algemene
rechtsbeginselen, en (6) billijkheid.
- Twee vragen bij elke formele rechtsbron: zelfstandig en bindend?
1. De wet
- = dit is een algemene regel die door de bevoegde overheid wordt uitgevaardigd en
algemeen bindend is voor wie eraan is onderworpen (personeel en territoriaal).
- Een wet in materiële zin: inhoud is van belang, uitgevaardigd door een bevoegde
overheid en afdwingbaar.
- Een wet in formele zin: vorm is belangrijk, uitgevaardigd door de gezamenlijke
werking van twee/drie takken van de wetgevende macht en afdwingbaar.
A. De wet op federaal niveau
1. De Grondwet
- Bijzondere structuur (historisch te verklaren).
- Uiting van een democratische staat (niet noodzakelijk).
- In regel moeilijk te wijzigen (art. 195 Gw. – logge procedure + dubbele 2/3de
meerderheid).
2. Bijzondere wetten
- Procedure conform art. 4 Gw.
(2/3de meerderheid + 1/2de+1 in elke taalgroep).
- De Grondwet is een verzameling van fundamentele rechtsregels en nationaal
de belangrijkste norm in de hiërarchie der normen.
- Hoewel veel rechtsstaten een Grondwet hebben, is dit geen vereiste
om een rechtsstaat te zijn.
- Een Grondwet is wel een kenmerk van een federale staat (⬄ een
confederale staat heeft een verdrag).
- De Grondwet is een momentopname en kan vergeleken worden met een foto.
- De Grondwet verschilt in tijd en ruimte en geeft de identiteit van de Staat
weer:
- De Grondwet van de Verenigde Staten van Amerika omvat minder
artikelen dan de Belgische Grondwet, en omvat andere bepalingen.
- Art. 25 van de Grondwet omvatte in 1831 iets anders onder de term
“drukpers” dan in 2016.
- De Grondwet moet regelmatig worden aangevuld of worden herzien om haar
actueel te houden.
, - Het wijzigen van de Grondwet:
- Het wijzigen van de Grondwet: inhoudelijk op grond van art. 195 Gw.
- Is niet hetzelfde als het corrigeren van de Grondwet: grammaticale en
numerieke wijzigingen aanbrengen + onderverdelingen van titels en
artikelen wijzigen op grond van art. 198 Gw.
- Is niet hetzelfde als de Grondwet interpreteren.
- Voor 1954 was het herzien van de Grondwet een uitzonderlijk
gegeven waarbij er 85% van de voor herziening vatbaar verklaarde
artikelen daadwerkelijk werd gewijzigd. Vanaf de jaren ‘60 van de
vorige eeuw is dit de regel geworden met een gemiddeld
wijzigingspercentage tussen de 5 en de 55%.
- Het wijzigen van de Grondwet gebeurt in 3 fasen:
Fase 1: De - Koning (in regel de hele ministerraad) + Kamer (1/2de + 1 meerderheid) +
preconstituante Senaat (1/2de + 1 meerderheid) stellen ieder afzonderlijk een lijst samen
met artikelen die zij vatbaar wensen te verklaren voor herziening.
- Zij moeten niet motiveren waarom zij een (deel van een) artikel wensen te
wijzigen.
- Uitgezonderd: indien zij een nieuw artikel (of onderdeel ervan) willen
toevoegen of willen verwijderen.
Fase 2: Het - Herzieningsverklaringen worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
ontbinden van - De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat worden van
de Kamers rechtswege ontbonden.
- De burger wordt uiterlijk 40 dagen na de ontbinding opgeroepen om te gaan
stemmen.
- De nieuw verkozen Kamers worden binnen de 2 maanden samengeroepen.
Fase 3: de - De nieuwe Kamer en Senaat en de Koning buigen zich over de
afgeleide herzieningsverklaringen van de Grondwet.
constituante - Uitsluitend de bepalingen die gemeenschappelijk zijn op de 3 lijsten kunnen
worden herzien.
- De nieuwe Kamers en de Koning kunnen, maar moeten niet herzien.
- Indien zij herzien, dan moet er 2/3de van de leden van de Kamer en Senaat
aanwezig zijn en moet het aantal JA-stemmen 2/3de bedragen
(onthoudingen tellen sedert 1968 niet meer mee als uitgebrachte stemmen).
- Het herzien van de Grondwet is een moeilijke en omslachtige procedure.
- Oplossing: deconstitutionaliseren.
- Het aanvullen van de Grondwet door middel van andere rechtsnormen
(bv. bijzondere wetten, wetten, KB’s, …) en rechtsbronnen (bv.
Smeerkaasarrest).
- Voordeel: eenvoudigere procedure en actualiseren van de Grondwet
zonder haar te wijzigen.
- Nadeel: moeilijk om het bos doorheen de bomen te blijven zien en de
vraag stelt zich wat valt er nu eigenlijk allemaal onder de noemer
Grondwet?
HOOFDSTUK 1: WAT IS RECHT?
- Domitius Ulpianus: “ubi societas, ibi ius”.
- Verschillen tussen samenlevingen/staten (staat vs. rechtstaat).
- Verband met de heersende economische opvatting.
- Verschillende soorten rechtsregels:
- Berechtingsregels (= procesrecht).
- Wijzigingsregels.
- Erkenningsregels (= gelding, interpretatie en verhouding).
- Enkele verbanden:
- Recht en godsdienst (belang secularisatie).
- Recht en moraal (positivisme vs. natuurrecht).
- Recht en sociale zeden (temporeel en cultureel bepaald).
- Doel van het recht: het ordenen van een samenleving van mensen.
- Recht en rechtszekerheid.
- Recht en rechtvaardigheid.
- Aristoteles: verdelende vs. vergeldende rechtvaardigheid, of
publiekrecht vs. privaatrecht.
- Het recht als middel.
- Op niveau van de rechtsregel (= gedragsregels of normen).
- Op niveau van de rechtspraak.
- Op niveau van de rechtshandhaving (= afdwingbaarheid).
- Geen eenvormige definitie, wel enkele belangrijke elementen.
- Een poging tot definitie (die nooit voltooid zal zijn):
“het recht is een verzameling van rechtsregels in materiële zin en wordt gecreëerd door
mensen met als doel om hun samenleving te ordenen . Het toepassen en afdwingen van
deze rechtsregels moet bijdragen tot een vreedzame en rechtvaardige samenleving”.
HOOFDSTUK 2: INDELING VAN HET RECHT
- Objectief vs. subjectief recht.
- Materieel vs. formeel recht.
- Het recht wordt onderverdeeld in domeinen:
- Volgens de activiteit die de regels ordent (bv. fiscaal recht).
- Volgens de techniek waarmee de regels worden geordend (bv. strafrecht).
- Volgens het niveau van totstandkoming van de regels (bv. Europees recht).
- Onderscheid heeft zowel een didactisch als rechtstheoretisch nut.
- Klassiek onderscheid tussen privaatrecht en publiekrecht.
- Privaatrecht: het recht van de burger.
- Private belangen.
- Relatie tussen burgers.
- Publiekrecht: het recht van het handelen van de overheid.
- Algemeen belang.
- Verhoudingen tussen verschillende overheden onderling en de
verhouding overheid – burger.
,- Onderscheid is thans voor een groot deel achterhaald.
- Privépersonen kunnen worden belast met overheidstaken en overheden
kunnen deelnemen aan het privaatrechtelijke rechtsverkeer.
- Vervlechting private belangen en algemeen belang.
- Bv. Sluiting Ford Genk te Genk (18/12/2014).
- Bv. Sluiting Caterpillar te Gosselies (02/09/2016).
- Bv. Aankoop mondmaskers Corona (2020).
- Niet altijd (nog) een duidelijk onderscheid tussen privaat-en publiekrecht.
- Rechtstakken (bv. sociaal zekerheidsrecht).
- Rechtsinstellingen (bv. huwelijk).
- Sluitende opdeling privaat/publiekrecht onmogelijk.
PRIVAATRECHT PUBLIEKRECHT
Personen- en Familierecht. Staatsrecht.
Familiaal vermogensrecht. Administratief recht.
Verbintenissenrecht. Sociaal recht?
Zakenrecht. Strafrecht.
Handelsrecht. Strafprocesrecht.
Vennootschapsrecht. Fiscaal recht.
Sociaal recht. Europees recht.
Burgerlijk procesrecht. Internationaal recht.
Internationaal privaatrecht.
- De afdwingbaarheid van rechtsregels kent verschillende categorieën:
- Aanvullend recht of suppletief recht.
- Legislatieve indicatie.
- Dwingend recht of imperatief recht.
- Bescherming van private belangen.
- Openbare orde en goede zeden.
- Bescherming van het algemeen belang.
- Rechtsregels hebben steeds een materieel, personeel en territoriaal
toepassingsgebied.
- Grensoverschrijdende zaken: bevoegdheid, recht en uitvoering.
,HOOFDSTUK 3: DE BRONNEN VAN HET RECHT
- Trias politica: scheiding der machten (checks & balances).
- Oorsprong (De l’esprit des lois: Charles Montesquieu, 1748).
- Drie staatsmachten: WM – UM en RM.
- Belang van iedere staatsmacht is grondwettelijk verankerd.
- Verschillende rechtsbronnen (hiërarchie der rechtsbronnen):
- Materiële rechtsbronnen (= factoren die een inhoudelijke invloed uitoefenen
op het vormen van het recht).
- Politieke bronnen, feitelijke bronnen, ideologische bronnen,
rechtsfilosofische en rechtstheoretische bronnen en juridische
inspiratiebronnen.
- Formele rechtsbronnen (= uiterlijke verschijningsvormen van geldend recht).
- (1) wet, (2) rechtspraak , (3) rechtsleer, (4) gewoonte, (5) algemene
rechtsbeginselen, en (6) billijkheid.
- Twee vragen bij elke formele rechtsbron: zelfstandig en bindend?
1. De wet
- = dit is een algemene regel die door de bevoegde overheid wordt uitgevaardigd en
algemeen bindend is voor wie eraan is onderworpen (personeel en territoriaal).
- Een wet in materiële zin: inhoud is van belang, uitgevaardigd door een bevoegde
overheid en afdwingbaar.
- Een wet in formele zin: vorm is belangrijk, uitgevaardigd door de gezamenlijke
werking van twee/drie takken van de wetgevende macht en afdwingbaar.
A. De wet op federaal niveau
1. De Grondwet
- Bijzondere structuur (historisch te verklaren).
- Uiting van een democratische staat (niet noodzakelijk).
- In regel moeilijk te wijzigen (art. 195 Gw. – logge procedure + dubbele 2/3de
meerderheid).
2. Bijzondere wetten
- Procedure conform art. 4 Gw.
(2/3de meerderheid + 1/2de+1 in elke taalgroep).
- De Grondwet is een verzameling van fundamentele rechtsregels en nationaal
de belangrijkste norm in de hiërarchie der normen.
- Hoewel veel rechtsstaten een Grondwet hebben, is dit geen vereiste
om een rechtsstaat te zijn.
- Een Grondwet is wel een kenmerk van een federale staat (⬄ een
confederale staat heeft een verdrag).
- De Grondwet is een momentopname en kan vergeleken worden met een foto.
- De Grondwet verschilt in tijd en ruimte en geeft de identiteit van de Staat
weer:
- De Grondwet van de Verenigde Staten van Amerika omvat minder
artikelen dan de Belgische Grondwet, en omvat andere bepalingen.
- Art. 25 van de Grondwet omvatte in 1831 iets anders onder de term
“drukpers” dan in 2016.
- De Grondwet moet regelmatig worden aangevuld of worden herzien om haar
actueel te houden.
, - Het wijzigen van de Grondwet:
- Het wijzigen van de Grondwet: inhoudelijk op grond van art. 195 Gw.
- Is niet hetzelfde als het corrigeren van de Grondwet: grammaticale en
numerieke wijzigingen aanbrengen + onderverdelingen van titels en
artikelen wijzigen op grond van art. 198 Gw.
- Is niet hetzelfde als de Grondwet interpreteren.
- Voor 1954 was het herzien van de Grondwet een uitzonderlijk
gegeven waarbij er 85% van de voor herziening vatbaar verklaarde
artikelen daadwerkelijk werd gewijzigd. Vanaf de jaren ‘60 van de
vorige eeuw is dit de regel geworden met een gemiddeld
wijzigingspercentage tussen de 5 en de 55%.
- Het wijzigen van de Grondwet gebeurt in 3 fasen:
Fase 1: De - Koning (in regel de hele ministerraad) + Kamer (1/2de + 1 meerderheid) +
preconstituante Senaat (1/2de + 1 meerderheid) stellen ieder afzonderlijk een lijst samen
met artikelen die zij vatbaar wensen te verklaren voor herziening.
- Zij moeten niet motiveren waarom zij een (deel van een) artikel wensen te
wijzigen.
- Uitgezonderd: indien zij een nieuw artikel (of onderdeel ervan) willen
toevoegen of willen verwijderen.
Fase 2: Het - Herzieningsverklaringen worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
ontbinden van - De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat worden van
de Kamers rechtswege ontbonden.
- De burger wordt uiterlijk 40 dagen na de ontbinding opgeroepen om te gaan
stemmen.
- De nieuw verkozen Kamers worden binnen de 2 maanden samengeroepen.
Fase 3: de - De nieuwe Kamer en Senaat en de Koning buigen zich over de
afgeleide herzieningsverklaringen van de Grondwet.
constituante - Uitsluitend de bepalingen die gemeenschappelijk zijn op de 3 lijsten kunnen
worden herzien.
- De nieuwe Kamers en de Koning kunnen, maar moeten niet herzien.
- Indien zij herzien, dan moet er 2/3de van de leden van de Kamer en Senaat
aanwezig zijn en moet het aantal JA-stemmen 2/3de bedragen
(onthoudingen tellen sedert 1968 niet meer mee als uitgebrachte stemmen).
- Het herzien van de Grondwet is een moeilijke en omslachtige procedure.
- Oplossing: deconstitutionaliseren.
- Het aanvullen van de Grondwet door middel van andere rechtsnormen
(bv. bijzondere wetten, wetten, KB’s, …) en rechtsbronnen (bv.
Smeerkaasarrest).
- Voordeel: eenvoudigere procedure en actualiseren van de Grondwet
zonder haar te wijzigen.
- Nadeel: moeilijk om het bos doorheen de bomen te blijven zien en de
vraag stelt zich wat valt er nu eigenlijk allemaal onder de noemer
Grondwet?