Pedagogiek/Opvoedkunde
Hoofdstuk 1
Gouden weken
= De eerste weken wanneer de kinderen in het onderwijs samenkomen
= Die weken waarin groepen gevormd worden en waar jij als leerkracht
veel invloed hebt op die groepsvorming
Daarom zijn er kennismakingsspelletjes, onthaaldagen, voorstellen…
- Iedereen gaat zijn plaatsje zoeken in de groep (leider, stil, klasclown,
groepjes…)
- Als leerkracht ben je verantwoordelijk om dit proces in goede banen
te leiden
- Als leerkracht heb je niet vanzelfsprekend een goede band met elke
leerling / groep
- Als leerkracht heb je geen gelijkwaardige positie met de leerlingen
Jij draagt verantwoordelijkheid voor de leerlingen, niet omgekeerd
Jij draagt verantwoordelijkheid over de kinderen, zij niet over jou.
Als leraar moet je dus een veilig leef- en leerklimaat creëren in je klas.
Regels opstellen/ Afspraken maken
Pedagogisch handelen
Verantwoordelijkheid die jij hebt als leraar om te zorgen voor een goed
klasklimaat.
Onder pedagogisch handelen verstaan we de verantwoordelijkheid van
de leraar om een veilige en leerrijke omgeving te creëren voor
leerlingen. Het gaat hierbij om het geven van structuur en heldere
verwachtingen, het motiveren van leerlingen en creëren van bewustzijn bij
leerlingen dat de groep er ook verantwoordelijk voor is dat iedereen kan
leren.
Goed contact:
lln voelen zich veilig en kunnen actief meedoen met de les,
leerprestaties hoger
lln voelen zich gezien, gehoord en geaccepteerd
Een goede band met leerkracht zorgt voor:
, motivatie: je wil naar de lessen komen
vragen durven stellen
Leerkrachten kunnen ervoor zorgen dat je de liefde voor een vak verliest.
Oefening 1
Waarom is Karen aan haar opleiding begonnen?
Omdat haar ouders het een goede job vinden
3 redenen waarom we naar school gaan
1) We krijgen een kwalificatie, een bewijs
Jij hebt de nodige vaardigheden die een leraar nodig
heeft
kwalificatie = het behalen van een diploma waarmee je een
beroep kan uitoefenen
2) Leren omgaan met de groep om later te kunnen
functioneren in een groep
socialisatie = deel uitmaken van de maatschappij
3) Wat wil jij als leerkracht meegeven aan de kinderen?
kinderen ondersteunen op hun weg naar volwassenheid zodat ze
“een persoon worden”
het ondersteunen van kinderen in alledaagse situaties om in de
wereld te komen
subjectificatie = Waarom doen we wat we doen? Waarden? , onze
waarden spelen een belangrijke rol
Oefening 2
Als wat in een klas gebeurt, heeft effect op elkaar.
Je doet iets en dat heeft gevolgen => kettingreactie
Talloze kleine momentjes die jij niet hebt voorbereid/Waarop jij als
leerkracht iets doet of iets niet doet => pedagogische situaties
Pedagogische situatie = Situaties worden pedagogisch wanneer jij als
volwassene een verantwoordelijkheid hebt in de vorming van kinderen op
weg naar volwassenheid.
Wat is een pedagogische situatie?
Hoofdstuk 1
Gouden weken
= De eerste weken wanneer de kinderen in het onderwijs samenkomen
= Die weken waarin groepen gevormd worden en waar jij als leerkracht
veel invloed hebt op die groepsvorming
Daarom zijn er kennismakingsspelletjes, onthaaldagen, voorstellen…
- Iedereen gaat zijn plaatsje zoeken in de groep (leider, stil, klasclown,
groepjes…)
- Als leerkracht ben je verantwoordelijk om dit proces in goede banen
te leiden
- Als leerkracht heb je niet vanzelfsprekend een goede band met elke
leerling / groep
- Als leerkracht heb je geen gelijkwaardige positie met de leerlingen
Jij draagt verantwoordelijkheid voor de leerlingen, niet omgekeerd
Jij draagt verantwoordelijkheid over de kinderen, zij niet over jou.
Als leraar moet je dus een veilig leef- en leerklimaat creëren in je klas.
Regels opstellen/ Afspraken maken
Pedagogisch handelen
Verantwoordelijkheid die jij hebt als leraar om te zorgen voor een goed
klasklimaat.
Onder pedagogisch handelen verstaan we de verantwoordelijkheid van
de leraar om een veilige en leerrijke omgeving te creëren voor
leerlingen. Het gaat hierbij om het geven van structuur en heldere
verwachtingen, het motiveren van leerlingen en creëren van bewustzijn bij
leerlingen dat de groep er ook verantwoordelijk voor is dat iedereen kan
leren.
Goed contact:
lln voelen zich veilig en kunnen actief meedoen met de les,
leerprestaties hoger
lln voelen zich gezien, gehoord en geaccepteerd
Een goede band met leerkracht zorgt voor:
, motivatie: je wil naar de lessen komen
vragen durven stellen
Leerkrachten kunnen ervoor zorgen dat je de liefde voor een vak verliest.
Oefening 1
Waarom is Karen aan haar opleiding begonnen?
Omdat haar ouders het een goede job vinden
3 redenen waarom we naar school gaan
1) We krijgen een kwalificatie, een bewijs
Jij hebt de nodige vaardigheden die een leraar nodig
heeft
kwalificatie = het behalen van een diploma waarmee je een
beroep kan uitoefenen
2) Leren omgaan met de groep om later te kunnen
functioneren in een groep
socialisatie = deel uitmaken van de maatschappij
3) Wat wil jij als leerkracht meegeven aan de kinderen?
kinderen ondersteunen op hun weg naar volwassenheid zodat ze
“een persoon worden”
het ondersteunen van kinderen in alledaagse situaties om in de
wereld te komen
subjectificatie = Waarom doen we wat we doen? Waarden? , onze
waarden spelen een belangrijke rol
Oefening 2
Als wat in een klas gebeurt, heeft effect op elkaar.
Je doet iets en dat heeft gevolgen => kettingreactie
Talloze kleine momentjes die jij niet hebt voorbereid/Waarop jij als
leerkracht iets doet of iets niet doet => pedagogische situaties
Pedagogische situatie = Situaties worden pedagogisch wanneer jij als
volwassene een verantwoordelijkheid hebt in de vorming van kinderen op
weg naar volwassenheid.
Wat is een pedagogische situatie?