Sociale en politieke leerstelsels
Inleiding
Ongelijkheid – emancipatie: samen situatie verbeteren – vooruitgang
Vrijheid – Gelijkheid – solidariteit!!
Ideologie: geheel van ideeën en opvattingen dat aan de sociaal-politieke verhoudingen vorm
wenst te geven. Het omvat dus opvattingen (positieve en negatieve) die zowel descriptief als
normatief zijn: het is een poging om vat te krijgen op de socio-politieke omgeving zoals die is en
zoals deze hoort te zijn.
=> overtuigen via argumenten
Weerspiegelen een bepaalde tijdsgeest
Ideologische strijd: versch. ideologieën => versch. centrale concepten
Klasse, het volk! => top my, aristocratie!
= Ook één concept kan binnen een ideologie verschillen
Doctrine: een idee dat wordt afgekondigd door iemand met macht/autoriteit
≠ ideologie!!!
Ideologie en wetenschap
Geen vaste ‘formule’
=> Daarom duurde het lang vooraleer wetenschappers ermee bezig waren
=> Nu: veel wet. Studies over ideologieën
Gelijkenissen
- set van aannames/ startpunten
- legt uit hoe sociale wereld er uit zit
- legt uit hoe en waarom de wereld verandert
- reikt een systeem van concepten en ideeën aan
- verduidelijkt relaties tussen concepten
- Verschaft een gerelateerd systeem van ideeën
1
,Sociale en politieke leerstelsels
Verschillen
Meeste ideologieën spreken over standpunten van andere identiteit
Marxisme: Socialisme = wetenschap (begrijpen van mechanismen van sociale leven)
=> klopt niet!
2
,Sociale en politieke leerstelsels
H1: De ontrafeling van de Middeleeuwse orde (1450 – 1650)
Ontstaan kapitalisme
=> Heel geleidelijke evolutie richting kapitalisme, spontaan
Engeland: nieuwe economische structuren, verspreiden naar wereld
4 belangrijke pol – maatschappelijke gebeurtenissen
1. Wet. Vooruitgang en de geleide emancipatie van de politiek (15de eeuw)
2. Grote breuk in christendom: reformatie en contrareformatie
3. Koloniale ontmoetingen: het dispuut van Valladolid
Spanje: niet alleen handel, ook rijkdom afpakken, grote debatten
4. De Engelse burgeroorlog(en)
Koningshuis krijgt andere invulling, andere politieke ideeën
1. Wet. Vooruitgang en emancipatie van de politiek
Renaissance: Terug naar denkers van idealistische oudheid (R & G)
=> + kijken naar toekomst met mens centraal, via de rede
A. Leonardo Da Vinci (1452 – 1519)
= Geïnteresseerd in complexiteit natuur, kijken naar details => werking begrijpen
=> niet meer kijken naar het grote (Gods plan), wel details
- Logische: wiskundig
- Experimenteel: zien hoe iets invloed heeft op iets anders (kleine → grote)
Grondslag wetenschap
Besef: naast nieuwe ideeën, ook veranderingen in my (handelen = belangr factor)
=> Noodzakelijk dat Italië werd eengemaakt (nu stadstaten)
Mercantilisme: Heerser heeft taak inkomen natie ontwikkelen, handel ondersteunen
Belangrijke voorwaarden
- organisatie die zorgt voor veiligheid in handel
- genoeg geld
- Opgeven van tolmuren, … vooral voor langere afstanden*
Ontvoogding van politiek, sociaal economische verhoudingen binnen gebied
Secularisatie: Scheiding tussen kerk en staat (langzaam)
- Economisch + politiek: (mannen met creativiteit ipv kerk bestuurde)
3
, Sociale en politieke leerstelsels
B. Machiavelli (1469 – 1527)
Ill principe: werkelijk van het uitoefenen van de macht (niet ‘zou’)
=> Beschreef niet het ideale van de vorst, wel realiteit → Weg van Moraal
Wat is menselijke natuur? (empirisme)
= Overal en altijd hetzelfde, iedereen heeft goede en slechte neigingen (primeren)
=> Weinig aan doen: politiek moet ervan uitgaan dat de mens slecht is
Kritiek tegen Kerk (niet religie, wel institutie)
1. Kerkelijke leiding (Rome) toont slecht gedrag → hypocriet
2. Kerk wou politieke macht zijn, reden dat Italië zo verdeeld was
=> politiek – economisch
=> Hoe moet het worden georganiseerd?
1. Religie geen centrale rol, wel als cement: houdt mensen samen
2. Wel centraal: Staatsrede (La raison d’état), doel van de staat*
Machiavellisme
= Als we een doel hebben mogen we alle middelen gebruiken om dat te bereiken
bv. Koning mag ‘slechte’ dingen doen maar * (geweld mag)
+ volksleger: vechten voor echte doel, niet voor beloning
Vrijheid? = Zekerheid dat hun privaat bezit onaantastbaar was
=> Staat moet privaat bezit beschermen (ook tegen staat zelf*)
Privaat bezit: Materieel + vrouw en kinderen van man (= bescherming voor vrouwen)
Pragmatisme primeert: koning moet gevreesd worden door bevolking
= Veiliger gevreesd: jezelf geliefd: mensen => eigen wil van koning
C. Thomas More (Engeland, 1478 – 1535)
Utopia: fictief reisverhaal over ideale plek = Beschrijft veranderingen
Deel 1: Beschrijving Engeland op dat moment
= Sociaal economische veranderingen platteland (=> kapitalisme)
=> Vond armoede erg, maar wist dat hij er weinig aan kon doen
Deel 2: Beschrijving van ideale maatschappij
Gemeenschappelijk bezit, handel zonder geld
=> Vreedzaam leven, natuur, alles slecht (volgens chr.) is verboden
Besefte dat middeleeuwse orde aan het afbrokkelen was, onrechtvaardig
Kon zelf geen hervormingen bedenken, enkel denkbeeldig
Utopisch denken = stap naar ideologisch denken
4
Inleiding
Ongelijkheid – emancipatie: samen situatie verbeteren – vooruitgang
Vrijheid – Gelijkheid – solidariteit!!
Ideologie: geheel van ideeën en opvattingen dat aan de sociaal-politieke verhoudingen vorm
wenst te geven. Het omvat dus opvattingen (positieve en negatieve) die zowel descriptief als
normatief zijn: het is een poging om vat te krijgen op de socio-politieke omgeving zoals die is en
zoals deze hoort te zijn.
=> overtuigen via argumenten
Weerspiegelen een bepaalde tijdsgeest
Ideologische strijd: versch. ideologieën => versch. centrale concepten
Klasse, het volk! => top my, aristocratie!
= Ook één concept kan binnen een ideologie verschillen
Doctrine: een idee dat wordt afgekondigd door iemand met macht/autoriteit
≠ ideologie!!!
Ideologie en wetenschap
Geen vaste ‘formule’
=> Daarom duurde het lang vooraleer wetenschappers ermee bezig waren
=> Nu: veel wet. Studies over ideologieën
Gelijkenissen
- set van aannames/ startpunten
- legt uit hoe sociale wereld er uit zit
- legt uit hoe en waarom de wereld verandert
- reikt een systeem van concepten en ideeën aan
- verduidelijkt relaties tussen concepten
- Verschaft een gerelateerd systeem van ideeën
1
,Sociale en politieke leerstelsels
Verschillen
Meeste ideologieën spreken over standpunten van andere identiteit
Marxisme: Socialisme = wetenschap (begrijpen van mechanismen van sociale leven)
=> klopt niet!
2
,Sociale en politieke leerstelsels
H1: De ontrafeling van de Middeleeuwse orde (1450 – 1650)
Ontstaan kapitalisme
=> Heel geleidelijke evolutie richting kapitalisme, spontaan
Engeland: nieuwe economische structuren, verspreiden naar wereld
4 belangrijke pol – maatschappelijke gebeurtenissen
1. Wet. Vooruitgang en de geleide emancipatie van de politiek (15de eeuw)
2. Grote breuk in christendom: reformatie en contrareformatie
3. Koloniale ontmoetingen: het dispuut van Valladolid
Spanje: niet alleen handel, ook rijkdom afpakken, grote debatten
4. De Engelse burgeroorlog(en)
Koningshuis krijgt andere invulling, andere politieke ideeën
1. Wet. Vooruitgang en emancipatie van de politiek
Renaissance: Terug naar denkers van idealistische oudheid (R & G)
=> + kijken naar toekomst met mens centraal, via de rede
A. Leonardo Da Vinci (1452 – 1519)
= Geïnteresseerd in complexiteit natuur, kijken naar details => werking begrijpen
=> niet meer kijken naar het grote (Gods plan), wel details
- Logische: wiskundig
- Experimenteel: zien hoe iets invloed heeft op iets anders (kleine → grote)
Grondslag wetenschap
Besef: naast nieuwe ideeën, ook veranderingen in my (handelen = belangr factor)
=> Noodzakelijk dat Italië werd eengemaakt (nu stadstaten)
Mercantilisme: Heerser heeft taak inkomen natie ontwikkelen, handel ondersteunen
Belangrijke voorwaarden
- organisatie die zorgt voor veiligheid in handel
- genoeg geld
- Opgeven van tolmuren, … vooral voor langere afstanden*
Ontvoogding van politiek, sociaal economische verhoudingen binnen gebied
Secularisatie: Scheiding tussen kerk en staat (langzaam)
- Economisch + politiek: (mannen met creativiteit ipv kerk bestuurde)
3
, Sociale en politieke leerstelsels
B. Machiavelli (1469 – 1527)
Ill principe: werkelijk van het uitoefenen van de macht (niet ‘zou’)
=> Beschreef niet het ideale van de vorst, wel realiteit → Weg van Moraal
Wat is menselijke natuur? (empirisme)
= Overal en altijd hetzelfde, iedereen heeft goede en slechte neigingen (primeren)
=> Weinig aan doen: politiek moet ervan uitgaan dat de mens slecht is
Kritiek tegen Kerk (niet religie, wel institutie)
1. Kerkelijke leiding (Rome) toont slecht gedrag → hypocriet
2. Kerk wou politieke macht zijn, reden dat Italië zo verdeeld was
=> politiek – economisch
=> Hoe moet het worden georganiseerd?
1. Religie geen centrale rol, wel als cement: houdt mensen samen
2. Wel centraal: Staatsrede (La raison d’état), doel van de staat*
Machiavellisme
= Als we een doel hebben mogen we alle middelen gebruiken om dat te bereiken
bv. Koning mag ‘slechte’ dingen doen maar * (geweld mag)
+ volksleger: vechten voor echte doel, niet voor beloning
Vrijheid? = Zekerheid dat hun privaat bezit onaantastbaar was
=> Staat moet privaat bezit beschermen (ook tegen staat zelf*)
Privaat bezit: Materieel + vrouw en kinderen van man (= bescherming voor vrouwen)
Pragmatisme primeert: koning moet gevreesd worden door bevolking
= Veiliger gevreesd: jezelf geliefd: mensen => eigen wil van koning
C. Thomas More (Engeland, 1478 – 1535)
Utopia: fictief reisverhaal over ideale plek = Beschrijft veranderingen
Deel 1: Beschrijving Engeland op dat moment
= Sociaal economische veranderingen platteland (=> kapitalisme)
=> Vond armoede erg, maar wist dat hij er weinig aan kon doen
Deel 2: Beschrijving van ideale maatschappij
Gemeenschappelijk bezit, handel zonder geld
=> Vreedzaam leven, natuur, alles slecht (volgens chr.) is verboden
Besefte dat middeleeuwse orde aan het afbrokkelen was, onrechtvaardig
Kon zelf geen hervormingen bedenken, enkel denkbeeldig
Utopisch denken = stap naar ideologisch denken
4