SAMENVATTING
Voor andere samenvattingen (bachelor Sociaal Werk), mail naar
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
------------------------
1. ARMOEDE
Armoede
=Tekort aan financiële middelen om een menswaardig leven (=onderlinge
verbinding en wederzijds engagement én erbij horen en bijdragen aan de maatschappij
⇒ volwaardig aan de samenleving kunnen deelnemen) te leiden.
o Complex begrip ⇒ Verschillende definities en maatstaven.
Omvat meer dan enkel inkomen (maar niet minder!): (Armoede)web van sociale
uitsluitingen op verschillende domeinen (⇒Multidimensionaal).
Relatief: Afhankelijk v/d context (bv. in Afrika vs. in België).
Schending van sociale grondrechten.
Heeft een buitenkant én binnenkant: Objectieve, zichtbare gevolgen van armoede;
en subjectieve, meestal verscholen gevolgen van armoede:
o Buitenkant Binnenkant
⇒ Allemaal onderling met elkaar verweven.
Menswaardig inkomen
Referentiebudgetten
=Geprijsde korven van goederen en diensten die weerspiegelen wat gezinnen
minimaal nodig hebben voor maatschappelijke participatie.
o Individuele voorwaarden maatschappelijke participatie:
Gezondheid (bv. gezonde voeding, geschikte kleding, adequate
huisvesting, gezondheidszorg, persoonlijke verzorging, rust, ontspanning,
energie, water).
Autonomie (bv. veilige kindertijd, betekenisvolle relaties, mobiliteit,
veiligheid).
Geven wetenschappelijk onderbouwd antwoord op volgende vragen:
o 1. Wat zijn de noodzakelijke behoeften in onze samenleving (bv. voeding)?
o 2. Hoe vertalen deze zich in concrete goederen en diensten (bv. groenten,
brood, aardappelen)?
1 Door: Robbe Veraghtert
, o 3. Welke uitgaven moeten gezinnen maken om deze producten goedkoop én
aanvaardbaar en haalbaar aan te kopen (=”kostenplaatje”)?
Waarop wordt de ondergrens v/d referentiebudgetten gebaseerd?
o Mensen verschillen in ... en ...:
... individuele context (gezondheid en autonomie).
Aannames:
o Ieder verkeert in goede gezondheid.
o Ieder is competent in budgetbeheer.
... maatschappelijke context (toegankelijkheid instituties (bv.
onderwijs, kinderopvang, mobiliteit)).
Aannames:
o Instituties zijn toegankelijk.
o Ieder leeft in een kwaliteitsvolle woning.
o Ieder heeft geen eigen wagen.
Individuele en maatschappelijke gevolgen van armoede
Individueel:
o ⇒Impact op mentale gezondheid.
o ⇒Impact op fysieke gezondheid.
o ⇒Impact op opvoeding én cognitieve en emotionele ontwikkeling van
kinderen.
o ⇒Impact op sociale relaties (binnen en buiten het gezin).
o ⇒Impact op deelname aan het maatschappelijke leven
o ⇒Impact op deelname aan het professionele leven.
o ⇒Impact op toekomstgerichtheid.
Maatschappelijk:
o ⇒Extra uitgaven voor bv. gezondheid, werkloosheid, afwezigheden op het
werk, bijzondere jeugdbijstand, bijstand, criminaliteit, ... .
o ⇒Overlevingsstrategieën (bv. uitkeringsfraude, zwartwerk, diefstal) ⇒ Tasten
maatschappelijke cohesie aan.
o ⇒Minder inkomsten uit belasting én sociale zekerheidsbijdragen.
⇒ Armoede bestrijden om deze gevolgen tegen te gaan.
Referentiebudgetten in de praktijk
Richtnorm voor ...:
o ... gelijkwaardig beoordelen van individuele leefsituaties: In welke mate
zijn er financiële tekorten?
Flexibel aanpasbaar aan persoonlijke situatie (bv. iemand die
chronisch ziek is zal meer uitgaven hebben aan diens gezondheid).
Aan de hand van tools (bv. REMI).
o ... beoordelen v/h beleid: Hoe toereikend is de Belgische
minimuminkomensbescherming?
Armoede meten
Waarom armoede meten?
Hoe we iets meten bepaalt hoe we het bekijken én hoe we het aanpakken: Wat
niet gemeten wordt, kan niet adequaat aangepakt worden.
Plaats het onderwerp op de politieke agenda: Wat statistisch onzichtbaar is (waar
geen metingen rond bestaan), is makkelijk te negeren.
2 Door: Robbe Veraghtert