INLEIDING
MULTIFACTORIËLE ETIOPATHOGENESE
Psychopathologie bij kinderen/jongeren wordt nooit enkel biologisch of enkel sociaal verklaard
- Het ontstaat uit een samenspel van genetische aanleg, biologische processen, cognitieve/emotionele
kenmerken en de sociale context (familie, school, cultuur)
- De nadruk ligt op multifactorieel en interactief denken, niet lineair
TRANSACTIONALITEIT
Alles wat onze biologie uitmaakt in gedragingen gaat wel gepaard met wat we meemaken in het leven
Er is een gen-omgevingssamenspel doorheen de tijd
DE ONTWIKKELING
Onderliggend speelt de ontwikkeling bij kinderen natuurlijk ook
- Een deel van de ontwikkeling is standaard
• We zien dan een aantal ‘fouten’ die normaal zijn, bv. dingen die we niet kunnen op leeftijd X maar wel
op leeftijd Y
• Er is natuurlijk wel variatie in hoe snel een persoon daartoe komt
,PP2 – januari 2026 2
- We ontwikkelen op fysiek (lichamelijk, hersenen, stressverwerking, zenuwstelsel) en functioneel (motoriek,
cognitie en communicatie, emotieregulatie, sociale relatievorming, seksualiteit, PH, moraliteit …) vlak
- Bij volwassenen zijn die systemen biologisch al af, bij kinderen zijn die nog dynamisch
KINDER- EN JEUGDPSYCHIATRISCHE BEELDEN
Een disorder is een verstoring van normaal functioneren van de geest of het lichaam, dat een reeks problemen
veroorzaakt die leiden tot aanzienlijke moeilijkheden, leed, beperking en/of lijden in het dagelijks leven van een
persoon
- Dit kan worden veroorzaakt door genetische factoren, ziekte of 'trauma'
- Er is sprake van een ‘dis’functionele ontwikkeling, waarbij de functionele ontwikkeling in disbalans is met
verwachtingen, waardoor problemen optreden
- Stoornis is een stom woord, ‘dis-order’ is beter, vriendelijk, minder stigmatiserend
- Disorder ≠ disease, want dat is een specifiek, kenmerkend proces in het lichaam met een specifieke
oorzaak, symptomen en beloop
• Disease kan wel leiden tot disorder en disorder kan leiden tot disease, maar ze vallen niet samen
- Deze disorders kunnen categoriaal zijn of uitersten van een continuüm (en dus dimensioneel)
• We zien meestal ook een halve gaus-curve als we vragen naar aantal symptomen, want de meeste
kinderen hebben weinig symptomen, en een klein deel heeft veel symptomen
• Maar een dimensionele distributie kan nog steeds een taxon (kwalitatief verschillende groepen)
verbergen
▪ De rode groep voldoet aan bepaalde criteria en de groene groep niet
▪ Zelfs al lijken de data een continuüm te vormen, kan er dus een onderscheidbare subpopulatie
aanwezig zijn
Bij elk beeld kijken we multilevel en multifactorieel:
• Is het genetisch bepaald of zijn er genetische varianten?
• Weten we iets over gen-omgevingsinteracties en -correlaties?
• Zijn er neuro-anatomische/neurofysiologische/neuroendocrinologische/neurotransmissie varianten?
• Speelt het stresssysteem een rol?
• Zijn er biologische omgevingsfactoren? Zaken zoals voeding, verontreiniging, ACE’s (Adverse Childhood
Experiences), stress, bedreiging …
• Zijn er negatieve leereffecten? Qua opvoeding, leeftijdsgenoten, sociale media …
,PP2 – januari 2026 3
GEDRAGS’STOORNISSEN’
FENOMENOLOGIE
Er zijn 2 grote vormen beschreven in de DSM-5:
Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis Normoverschrijdende gedragsstoornis of conduct
disorder
- Gekenmerkt door: - Gekenmerkt door:
• Boze / gespannen stemming • Agressie jegens mensen en/of dieren
1. Heeft regelmatig driftbuien • Vernieling van eigendommen
2. Is vaak prikkelbaar, gespannen, • Bedrog en/of diefstal
lichtgeraakt of gemakkelijk geïrriteerd • Weglopen en/of spijbelen
3. Is vaak boos en wrokkig - Vaak gepaard met proactieve agressie
• Argumentatief / opstandig gedrag • Uiting van macht
4. Heeft vaak ruzie met gezagsdragers • Wens tot dominantie / bedreiging van
5. Weigert te voldoen aan 'verzoeken' andere of toe-eigenen van bezittingen
(opdrachten of regels) van gezagsdragers • Meer berekend / in controle
6. Ergert anderen opzettelijk • Weinig angst
7. Geeft anderen de schuld voor zijn of haar
wangedrag en fouten
• Wraakzuchtig
8. Is ten minste tweemaal wraakzuchtig
geweest
- Vaak gepaard met reactieve agressie
• Uiting van onmacht
• Reactie op bedreiging
• Woede en controleverlies
• Onderliggend angstig
ANDERE TYPOLOGIEËN
Ontwikkelingstypologie van Loeber Ontwikkelingstypologie van Moffitt
= er zijn twee paden die kinderen met = onderscheid tussen gedragsproblemen die zich in
gedragsproblemen kunnen nemen: openlijk of de fase van de adolescentie voordoen of al van jonge
geniepig, en beide hebben verschillende prognoses leeftijd aanwezig zijn
Andere specificatie is die van de callous unemotional traits: iets kouds en ongevoeligs of met gebrek aan
prosociale emoties, bv. geen schuldgevoelens wanneer ze iets fout hebben gedaan
, PP2 – januari 2026 4
VASTSTELLINGEN UIT DE PRAKTIJK
- Gedragsproblemen zijn zeer frequent, in allerlei gradaties en vormen
- ‘Stoornis’ = patroon van reageren, leidend tot disfunctie/gevaar
- Binnen eenzelfde problematiek (ODD/CD) zien we nog héél verschillende beelden
- Gedragsstoornissen zijn vaak ingebed in een breder beeld naast andere klinische problemen (oa hoge
comorbiditeit met ADHD, depressie, angst, hechtingsproblemen, post-traumatische stressstoornis …)
- Er is hoge homotypische continuïteit (kinderen met ernstige gedragsproblemen blijven dat later ook
vertonen) en heterotypische continuïteit (op latere leeftijd veranderen de gedragsproblemen van
soort/intensiteit …)
- Er is een groot verschil in responsiviteit op behandeling
RISICOFACTOREN
Er zijn veel risicofactoren die geassocieerd zijn aan gedragsproblemen bij kinderen, en ongeveer 40-60% van de
variantie wordt voorspeld door omgevingsfactoren, de rest is genetica
OMGEVINGSFACTOREN
- Prenataal: roken, alcohol, drugs, stress, angst
- Perinataal: geboortecomplicaties, ondervoeding
- Gezinsdisfunctioneren: hardvochtige, coërcieve en/of inconsistente opvoeding, ouder-kind conflicten,
mishandeling
- Buurt: lage SES, armoede, foute vrienden, buurtdelinquentie
GENETICA
OOG
- OOG is 61% genetisch bepaald
- 50% gedeelde genetische variantie met CD, dus redelijk wat biologische overlap
- MAAR: er zijn weinig tot geen unieke genetische componenten voor OOG alleen, want er is veel overlap
met andere stoornissen
- OOG valt ook uiteen in 2 dimensies qua genen:
• Een emotionele dimensie: genen die leiden tot irritabiliteit, boosheid …
• Een gedragsmatige dimensie: genen die leiden tot koppigheid, agressie …
• Beide vertonen een genetische overlap met antisociaal gedrag op volwassen leeftijd
• De emotionele dimensie vertoont genetische verwantschap met internaliserende problemen 6 jaar
later in de adolescentie
• De gedragsdimensie vertoont genetische verwantschap met middelenmisbruik 6 jaar later in de
adolescentie
Er is sprake van aspecifieke kwetsbaarheid
CD
- CD is 40% genetisch bepaald
- Maar gedeelde omgevingsfactoren spelen evenzeer een duidelijke rol (en dat is redelijk uniek) (20%), net
als unieke omgevingsfactoren (40%)
• Dit wil zeggen dat er een bepaalde opvoedingsstijl is waarbij kinderen gemiddeld gesproken meer kans
hebben op gedragsproblemen én dat ouders toch anders omgaan met verschillende kinderen in één
gezin en dat dit nog meer impact heeft
- CD valt uiteen in 3 dimensies:
• Openlijke agressie is meer genetisch bepaald
• Regelovertredend gedrag is meer genetisch bepaald
• Verdoken delinquent gedrag wordt overwegend bepaald door gedeelde omgevingsfactoren
• Unieke omgevingsfactoren spelen bij elke subdimensie een rol