• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 64 pagina's
Samenvatting

volledige samenvatting ontwikkelingspsychopathologie ()

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 64 pagina's

deze samenvatting omvat de powerpoints alsook de notities genomen tijdens de lessen

Voorbeeld van de inhoud

H1: CONCEPTUEEL REFERENTIEKADER
0.INLEIDING

"Developmental psychopathology is an evolving interdisciplinary scientific field that seeks to elucidate the
interplay among the biological, psychological, and social-contextual aspects of normal and abnormal
development across the life course" (Cicchetti, 2000)

"Developmental psychopathology is the study of developmental processes that contribute to, or protect
against psychopathology" (Kerig, Ludlow & Wenar, 2012)

Brede focus:
 Zowel typische als atypische ontwikkeling
 Biologische, psychologosche en sociaal-contextuele invloeden
 Risicoverhogende en beschermende factoren
Daardoor noodzakelijkerwijze interdisciplinair:
 Verschillende wetenschapsgebieden
 Verschillende theorieën binnen elk gebied
 ‘macroparadigma’: het is eigenlijk een paraplubegrip dat orde schept in een veelheid van concepten
en onderzoeksdomeinen binnen de ontwikkelingspsychopathologie




Start van de wetenschapp wetenschappelijke discipline is ong 1970, maar er waren al pioniers in begin 1900
- Het duurde tot 1970 tot het meer emprisisch benaderd werd
- De term zelf werd het eerst gebruikt door Achenbach (kennen we ook van bv de child behavior
checklist e.a)  hij gaf een boek uit
Pas later begon de term in meerdere publicaties op te duiken
- Rutter bracht een hoofdstuk uit over ontwikkelingspsychologie
- 1989: Ciccheti als een van de grote grondleggers van developmental psychology
Developmental psychopathology heeft nu al meerdere edities
 Achteraf ook developmental neuroscience




1

,1.BASISPRINCIPES


1.1 TYPISCHE EN ATYPISCHE ONTWIKKELING IN ELKAARS VERLENGDE

= ondersteund door de vaststelling dat de meeste psychiatrische problematieken dimensioneel zijn
 Er is geen strikte scheiding tss de typische en de problematische ontwikkeling – ze liggen in een
continuüm
 Dit wordt onderzocht via taxometrisch onderzoek: analytische techniek om na te gaan of een bepaald
fenomeen dimensioneel of categoristisch is (bv moeten we spreken van depressie vs geen depressie,
of heeft iedereen eerder een positie op een continuüm?)
 Recente meta-analyse: individuele verschillen tss mensen in psychopathologie symptomen en PH-
kenmerken – conclusie: er is 5x meer evidentie voor het dimensioneel zijn van fenomenen  de
meeste fenomenen waarop we van elkaar verschillen zijn dimensioneel en psychopathologie is hier
geen uitzondering voor - dit is dus continu
o Wilt niet zeggen dat het niet zinvol is om in de praktijk categoriale diagnoses te stellen, er
spelen ook andere zaken in mee (bv wat is de mate van last die de persoon en de omgeving
ondervindt (impairment), bv wat is de nood aan interventie)  dit zijn redenen om toch met
categoriale diagnoses te werken


1.2 AANDACHT VOOR CONTINUÏTEIT EN DISCONTINUÏTEIT

Onderscheid tussen
 Absolute continuïteit = 'mean-level' continuïteit
o Gemiddeld niveau van groep gelijk over de tijd
o In sommige ontwikkelingsfasen zijn er normatieve 'mean-level' veranderingen
o Voor een aantal fenomenen is het niet normatief dat er absolute continuïteit is
 eerder mean level veranderingen over de tijd (bv antisociaal gedrag: hiervan
weten we dat het gemiddeld niveau van antisociaal gedrag stijgt in de populatie tjijdens
de adolescentie, en naarmate de jongvolwassenheid neemt dit terug af – dit heeft te maken met het
normatief zijn van regelovertredend gedrag in die leeftijdsfase + met het feit dat er een groep is die in
de adolesentie probleemgedrag vertoont, maar bij wie dit beperkt blijft tot die ontwikkelingsfase)
o Mate van continuïteit kan verschillend zijn voor subgroepen
 Onderzoek bij een grote groep zonder subgroepen schept een beeld voor de totale
groep maar er kunnen indicaties zijn dat die groep subgroepen bevat die een andere
maat van continuïteit tonen  om dit op spoor te komen zijn er bepaalde
technieken
 Studie naar gedragsproblemen: kinderen opgevolg tss 7-26j  er is nagegaan of er
subgroepen zijn die verschillen in patroon van continuïteit  hierbij zijn 4 groepen
gevonden
 Low: scoort laag op gedragsproblemen  vertoont absolute continuïteit
 Hoog niveau van gedragsproblemen  vertoont absolute continuïteit (10%)
 Adolescent onset & childhood limited vertonen geen continuïteit in
gedragsproblemen, enkel in de kindertijd en verdwijnt in adolescentie en de
andere groep vertoont het omgekeerde

 Relatieve continuïteit = rangordecontinuïteit



2

, o Individuen behouden over de tijd hun positie in de groep

Bij psychopathie onderscheid tussen:
 Homotypische continuïteit (rangorde én manifestatie blijven gelijk)
 Heterotypische continuïteit (rangorde blijft gelijk, manifestatie verandert)
o Belangrijk voor ontwikkelingsgericht onderzoek – er zijn verschillende manifestaties van
gedragsproblemen (of bv angsten) in de ontwikkelingsfasen

Dit zorgt voor uitdagingen in longitudinaal onderzoek (bv longitudinale associatie tss ouderlijke opvoeding en
probleemgedrag bij kinderen – kan zijn dat er over de ontwikkelingsfasen heen wederzijdse associaties zijn,
maar dat het moeilijk is deze te capteren omdat je daarvoor in de verschillende ontwikkelingsfasen
verschillende metingen nodig hebt en je ontwikkelingssensitief moet blijven)

Je kan dit op verschillende niveaus gaan bekijken
 Bv angst voorspelt angst – als een bepaalde soort angst een andere soort voorspelt kan je zeggen dat
dit heterotypische continuïteit in angst is
 Een bepaald internaliserend probleem voorspelt een ander soort internaliserend probleem (bv als
vroegere angst latere depressie voorspelt) – dit kan je dan ook heterotypische continuïteit noemen
 Als een bepaalde vorm van psychopathologie een andere vorm van psychopathologie voorspelt (bv
oppositioneel opstandig gedrag in de kleutertijd is voorspellend voor depressieve symptomen later) 
je gaat van iets wat onder internaliserende problemen valt naar iets wat onder externaliserende
problemen valt

Studie over homo -en heterotypische continuïteit van psychopathologie, vergelijking 3 modellen:
1. Alleen sprake van homotypische continuïteit: een bepaalde cluster van symptomen voorspelt dezelfde
cluster symptomen over de tijd
2. Er is homotypische continuïteit maar ook heterotypische (binnen de groepjes, maar niet tussen)
3. Alle mogelijke pijlen – homo en heterotypisch binnen en tussen clusters
 Bevindingen:
 Voor alle soorten symptomen homotypische continuïteit
 Tussen een aantal soorten symptomen (20/56 combinaties) ook heterotypische continuïteit, en dit
zowel binnen als over de hogereordedimensies


1.3 ONTWIKKELING OP MEERDERE NIVEAUS VAN ANALYSE


 Ontwikkeling gebeurt in een context
 Context heeft verschillende niveaus
 Niveaus interageren met elkaar op elk moment en over de tijd
 Bio-ecologisch model Urie Bronfenbrenner
o Microsysteem: dagelijkse omgeving waarin het kind opgroeit
o Mesosysteem: onderliggende relaties tss microsystemen (bv ouders betrokken op school)
o Egosysteem: kind maakt er geen deel van uit maar wordt hier wel door beïnvloed (bv
werkcontext ouders)
o Macrosysteem: culturele en maatschappelijke factoren (bv hoe school wordt opgevat binnen
verschillende culturen)
o Chronosysteem: veranderingen over de tijd die meespelen in ontwikkeling
 Ook binnen individu verschillende niveau’s van analyse
o Genetische aanleg
o Observeerbare gedrag

3

, o Processen die ertussen zitten: biologische processen, niveau van de hersenen, psychologische
processen


2.KERNCONCEPTEN


2.1 RISICOFACTOR – BEVORDERENDE FACTOR – ONTWIKKELINGSUITKOMST

Er zijn op elk van de niveaus factoren die een meer ongunstige ontwikkeling voorspellen




En factoren die een meer gunstige ontwikkeling voorspellen




In de meeste studies gaat het om louter om het vaststellen van een statistische associatie tussen de factor en
de ontwikkelingsuitkomst
 Uitspraak op groepsniveau
 Geen conclusies over causaliteit mogelijk, de uitspraken zijn over associaties
 Indien tegelijk gemeten, ook geen uitspraken over tijdssequens mogelijk
o Bv theoretisch kan je verwachten dat een bepaald opvoedingsgedrag van ouders
voorspellend is voor een bepaald gedrag van een kind, maar als je dit tegelijk meet kan je
over de tijdssequens geen uitspraak doen)

Indien vastgesteld wordt dat een risicofactor voorspellend is voor een bepaalde ontwikkelingsuitkomst, rijst de
vraag welk(e) mechanisme(n) daarvoor verantwoordelijk is/zijn


2.2 RISICOPROCES

Indien vastgesteld wordt dat een risicofactor voorspellend is voor een bepaalde ontwikkelingsuitkomst, rijst de
vraag welk(e) mechanisme(n) daarvoor verantwoordelijk is/zijn




Er zijn statistische technieken om dit na te gaan
 Bv vaststellen dat negatieve gemoedstoestand en het vaak hebben van dagelijkse stress bij moeder
voorspellend is voor meer gedragsproblemen bij kind  hoe komt dit?
o Uit een studie bleek dat dit te maken heeft met verschillen in ouderlijk opvoedingsgedrag, als er meer
negatieve gemoedsgesteldheid en stress bij de moeder is dan is er een grotere mate van inconsistente
discipline (= niet consistent reageren op het gedrag vh kind (ene keer wel tussenkomen in het gedrag en
een andere keer niet (omdat je bv geen fut hebt))
 Door deze extra verklarende variabele vast te stellen hebben we een beter inzicht in
het proces
o Ander vb: echtscheiding voorspelt voor aanpassingsproblemen bij de kinderen  onderliggend zijn
spanningen, depressieve gevoelens bij de ouders...



4

Inhoudsopgave

  1. 01 0.Inleiding 1
  2. 02 1.basisprincipes 2
    1. 1.1 typische en atypische ontwikkeling in elkaars verlengde 2
    2. 1.2 aandacht voor continuïteit en discontinuïteit 2
    3. 1.3 ontwikkeling op meerdere niveaus van analyse 3
  3. 03 2.kernconcepten 4
    1. 2.1 risicofactor – bevorderende factor – ontwikkelingsuitkomst 4
    2. 2.2 risicoproces 4
    3. 2.3 kwetsbaarheidsfactor en potentiërende factor 5
    4. 2.4 protectieve factor 5
    5. 2.5 equifinaliteit en multifinaliteit 6
    6. 2.6 besluit 7
  4. 04 1.typische onderzoeksdesigns 8
    1. 1.1 observationeel & experimenteel 8
    2. 1.2 andere 8
  5. 05 2. belangrijke statistische variabelen 10
    1. 2.1 welke relatie tussen a en b? 10
    2. 2.2 welke mechanismen aan de basis van de relatie tussen a en b? 10
  6. 06 3.gangbare statistische technieken 11
    1. 3.1 structural equation modeling 11
  7. 07 1.aanleg 14
    1. 1.1 genetische constitutie 14
    2. 1.2 gedragsgenetica en moleculaire genetica 14
  8. 08 2.gen-omgevingssamenspel 17
    1. 2.1 gen-omgevingsinteractie: GxE 17
    2. 2.2 gen-omgevingscorrelatie: rGE 18
    3. 2.3 epigenetische mechanismen 20
  9. 09 3.Besluit 22
  10. 10 0.Inleiding 23
  11. 11 1.dimensionele perspectieven 23
    1. 1.1 temperament and developmental psychopathology (nigg) 23
    2. 1.2 toenadering 24
    3. 1.3 vermijding 24
    4. 1.4 regulatie 24
    5. 1.5 affiliatie 25
  12. 12 2. typologisch perspectief 25
    1. 2.1 dunedin study 25
  13. 13 3.conceptuele relaties tss temperament/ph en psychopathologie 26
    1. 3.1 spectrum 27
    2. 3.2 kwetsbaarheid 27
    3. 3.3 pathoplastie 27
    4. 3.4 complicatie litteken 27
  14. 14 1.model Crick en Dodge 28
    1. 1.1 model 28
    2. 1.2 vertekeningen geassocieerd met psychopathologie 29
    3. 1.3 rol van schema’s 31
  15. 15 2.recente uitbreiding van het model 32
    1. 2.1 twee modussen 32
    2. 2.2 rol van schema’s 33
  16. 16 1.responsstijlen Nolen-hoeksema 35
  17. 17 2.extensie 1: andere vormen van negatief affect 36
  18. 18 3.extensie 2: positief affect 37
  19. 19 4.extensie 3: interpersoonlijke responsen 39
  20. 20 1.identiteitsontwikkeling en relatie met welbevinden 43
    1. 1.1 Erikson 43
    2. 1.2 marcia 44
    3. 1.3 Luyckx 44
    4. 1.4 conceptuele relaties 47
  21. 21 2.associaties met lichaamsgerelateerde problematieken 48
    1. 2.1 embodiment 48
    2. 2.2 zelfverwondend gedrag 48
    3. 2.3 eetstoornissen 49
    4. 2.4 somatische symptomen 50
    5. 2.5 integratie 51
  22. 22 3.associaties met persoonlijkheidsdisfunctioneren 51
    1. 3.0.1 studie 52
  23. 23 1.gezinscontext 53
  24. 24 2.peercontext 56
    1. 2.0.1 statusgroepen 56
    2. 2.0.2 gevolgen peerverwerping 57
    3. 2.1 gepest worden 58
    4. 2.2 vriendschappen 58
    5. 2.3 peerinvloed 58
  25. 25 1.nieuwe benadering 60
    1. 1.1 fenomenen 60
    2. 1.2 modellen 61
  26. 26 2.in een notendop 63

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
19 december 2025
Aantal pagina's
64
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$8.05

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
4
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
5 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen