vaardigheden
Hoofdstuk 1: Waarnemen en interpreteren
1.1 Belang van een goede waarneming
Iedereen heeft een eerste indruk van iemand = onvermijdelijk!
Communicatie = een doorlopend proces waarin twee of meer personen
informatie uitwisselen en waarbij zij voortdurend op elkaar reageren . Bij
communicatie wil de ene persoon iets aan de andere laat weten, vaak bewust,
met een vooropgezette bedoeling, soms ook onbewust
o Diegene die de info geeft = de zender
o Diegene tot wie de info gericht = de ontvanger
o Hetgeen de zender naar de ontvanger wil overbrengen = de boodschap
o Alles vindt plaats in de context van de situatie waarin beiden zich
bevinden
1.2 Factoren die het proces van waarnemen en interpreteren
beïnvloeden
Factoren die in de situatie zelf zijn gelegen
→ De plaats waar gecommuniceerd wordt
→ Aanwezigheid van derden
→ Tijdsdruk
→ Pregnantie
Factoren aan de kant van de zender
→ De zender wil informatie achterhouden
→ De zender weet niet precies wat hij wil/moet zeggen
→ De zender is erg met zichzelf bezig
1
, → De zender spreekt ene andere taal dan de ontvanger
→ Pregnantie door de zender: aspecten van de situatie die zo sterk de
aandacht trekken waardoor zij een speciale betekenis krijgen
→ Het non-verbale gedrag is niet in overeenstemming met wat iemand zeg
Factoren aan de kant van de ontvanger
→ Kennis en ervaring
→ Gevoelens
→ Aandacht
→ Opvattingen, normen, waarden en cultuur
→ Motivatie
→ Humeur
→ Lichamelijke gesteldheid
→ Afweermechanisme
1.3 Foutbronnen bij onze interpretatie
→ Acceptatie van onvolledige informatie
→ Te snel begrijpen en reageren
→ Generaliseren
→ Vooroordelen
→ Stereotypering
→ Halo-effect
→ Identificatie
→ Projectie:
→ Persoonlijke norm: we nemen ons eigen gedrag als norm
1.4 Hoe kun je waarnemings- en interpretatiefouten voorkomen?
Aanwennen goed te kijken, luisteren en gegevens verzamelen voordat je tot
een interpretatie komt bewust worden van de fouten die je zelf daarbij
geneigd bent te maken
Hoofdstuk 2: Non-verbaal gedrag
2.1 Het belang van non-verbale gedrag
30-35% is verbaal = via woorden // 65-70% = non-verbaal lichaamstaal
2