Hoofdstuk 1: p1-17
,Hoofdstuk 1: p1-17
Wetenschap= ontdekken van patronen en processen (patronen gevolg dat mensen
gewoontedieren + menselijke natuur hebben)
Wetenschappelijk onderzoek= methode systematisch geïnteresseerde zaken, te bestuderen
→ bewijs om argument te ondersteunen nodig → door statistische analyse: kwantitatieve
data geassocieerd bestudeerd worden
Geschiedenis:
Pythagoras 6 v.Chr → voorloper beschrijvende statistieken
Oosten rond 200 v.Chr → inferentiële statistiek
⇒ vorm van waarschijnlijkheidsanalyse → evolueerde naar gokberekeningen (Blaise Pascal +
Christiaan Huygens) → nog vele ontwikkeld
‘political arithmetics’: daarmee antwoorden op problemen van de staat → ontstond
leugentjes om voordeel voor politiek; statistieken te manipuleren
⇒ John Graunt: eerste politicus → beschrijvende statistiek om sterftecijfer Londen te
bestuderen
⇒ Statistiek= Eberhard August Wilhelm von Zimmerman
Statistiek= - verzameling en bewaring van data, uitgedrukt in samenvattende vorm
- een methode om data te analyseren
in de Criminologie: bestuderen data verzameld in proces van wetenschappelijk onderzoek →
1. komen tot beknopte synthese + betekenisvolle conclusie over data
2. karakteristieken afleiden/ bepalen van grotere groepen uit kleinere
Statische analyse: werkinstrument van wetenschappelijke ontdekking, kennisopbouw
Essentiële voor onderzoek: theoretische achtergrond, onderzoeksmethoden en
kwaliteitsvolle statistische analyse
Theorie= bestaat uit beweringen over relaties of associaties tussen sociale fenomenen bv.
gebeurtenissen, eigenschappen van onderzoeksobjecten
explanandum= aanvangsconditie, conditite waargenomen bij geobserveerde persoon
Inductie= naar wereld rondom kijken → sociaal fenomeen nemen dat interesse wekt →
beweringen formuleren over werking van bepaald fenomeen
⇒ is gevaarlijk; we kunnen het niet bewijzen bv. je kan bv patroon zien maar zijn soms blind
voor eigen fouten daardoor
Deductie= veronderstelling over hoe het nu in elkaar zit → gezonde redenering nodig +
beschikken over kwaliteitsvolle gegevens
⇒ onderzoek meestal combinatie inductie en deductie
Proces wetenschappelijk onderzoek: zie figuur p.8
Theorie is startpunt;
- observatie: theorie stimuleert de observatie en wetenschappelijk onderzoek
, - Centrale onderzoeksvraag: drijvende gedachte achter onderzoeksproject →
belangrijk omdat onderzoeker geëvalueerd wordt op basis van geslaagdheid de
onderzoeksvraag te beantwoorden
- Onderzoeksdeelvragen: subproblemen die makkelijker te behandelen zijn + zorgt
voor toetsbaarheid centrale vraag
Methode:
- Hypothesen: vragen of verklaringen waarvan antwoorden het onderzoek
ondersteunen/ weerleggen
1. onderzoekshypothese= veronderstelling die je wilt toetsen
2. nulhypothese= een verband te weerleggen; meestal met deze voorbeelden: geen
statistisch significant tussen 2 kenmerken of verschillen tussen groepen bestaan
door toevallige fouten
Samen:
- Concepten: termen waar consensus over bestaat, betrekking hebben op kenmerk,...
van gerelateerd fenomeen
- Operationalisering: vertalen van concept (woordelijk) in een variabele door te
omschrijven hoe het concept kan gemeten worden
- Variabele + data verzamelen
- Conclusie trekken: kijken hypothesen worden ondersteund + teruggekeerd naar
theorie
→ deductief: theorie in de 1ste stappen vergeleken wordt met resultaat
→ inductief: trekt eerste conclusie over wat hij gezien heeft
⇒ theorie kan niet zonder onderzoek en statische analyse en omgekeerd ook niet
, Hoofdstuk 2: p18-37
,Hoofdstuk 1: p1-17
Wetenschap= ontdekken van patronen en processen (patronen gevolg dat mensen
gewoontedieren + menselijke natuur hebben)
Wetenschappelijk onderzoek= methode systematisch geïnteresseerde zaken, te bestuderen
→ bewijs om argument te ondersteunen nodig → door statistische analyse: kwantitatieve
data geassocieerd bestudeerd worden
Geschiedenis:
Pythagoras 6 v.Chr → voorloper beschrijvende statistieken
Oosten rond 200 v.Chr → inferentiële statistiek
⇒ vorm van waarschijnlijkheidsanalyse → evolueerde naar gokberekeningen (Blaise Pascal +
Christiaan Huygens) → nog vele ontwikkeld
‘political arithmetics’: daarmee antwoorden op problemen van de staat → ontstond
leugentjes om voordeel voor politiek; statistieken te manipuleren
⇒ John Graunt: eerste politicus → beschrijvende statistiek om sterftecijfer Londen te
bestuderen
⇒ Statistiek= Eberhard August Wilhelm von Zimmerman
Statistiek= - verzameling en bewaring van data, uitgedrukt in samenvattende vorm
- een methode om data te analyseren
in de Criminologie: bestuderen data verzameld in proces van wetenschappelijk onderzoek →
1. komen tot beknopte synthese + betekenisvolle conclusie over data
2. karakteristieken afleiden/ bepalen van grotere groepen uit kleinere
Statische analyse: werkinstrument van wetenschappelijke ontdekking, kennisopbouw
Essentiële voor onderzoek: theoretische achtergrond, onderzoeksmethoden en
kwaliteitsvolle statistische analyse
Theorie= bestaat uit beweringen over relaties of associaties tussen sociale fenomenen bv.
gebeurtenissen, eigenschappen van onderzoeksobjecten
explanandum= aanvangsconditie, conditite waargenomen bij geobserveerde persoon
Inductie= naar wereld rondom kijken → sociaal fenomeen nemen dat interesse wekt →
beweringen formuleren over werking van bepaald fenomeen
⇒ is gevaarlijk; we kunnen het niet bewijzen bv. je kan bv patroon zien maar zijn soms blind
voor eigen fouten daardoor
Deductie= veronderstelling over hoe het nu in elkaar zit → gezonde redenering nodig +
beschikken over kwaliteitsvolle gegevens
⇒ onderzoek meestal combinatie inductie en deductie
Proces wetenschappelijk onderzoek: zie figuur p.8
Theorie is startpunt;
- observatie: theorie stimuleert de observatie en wetenschappelijk onderzoek
, - Centrale onderzoeksvraag: drijvende gedachte achter onderzoeksproject →
belangrijk omdat onderzoeker geëvalueerd wordt op basis van geslaagdheid de
onderzoeksvraag te beantwoorden
- Onderzoeksdeelvragen: subproblemen die makkelijker te behandelen zijn + zorgt
voor toetsbaarheid centrale vraag
Methode:
- Hypothesen: vragen of verklaringen waarvan antwoorden het onderzoek
ondersteunen/ weerleggen
1. onderzoekshypothese= veronderstelling die je wilt toetsen
2. nulhypothese= een verband te weerleggen; meestal met deze voorbeelden: geen
statistisch significant tussen 2 kenmerken of verschillen tussen groepen bestaan
door toevallige fouten
Samen:
- Concepten: termen waar consensus over bestaat, betrekking hebben op kenmerk,...
van gerelateerd fenomeen
- Operationalisering: vertalen van concept (woordelijk) in een variabele door te
omschrijven hoe het concept kan gemeten worden
- Variabele + data verzamelen
- Conclusie trekken: kijken hypothesen worden ondersteund + teruggekeerd naar
theorie
→ deductief: theorie in de 1ste stappen vergeleken wordt met resultaat
→ inductief: trekt eerste conclusie over wat hij gezien heeft
⇒ theorie kan niet zonder onderzoek en statische analyse en omgekeerd ook niet
, Hoofdstuk 2: p18-37