DEEL 2: Groei en ontwikkeling van het gezonde kind
1. Groei en ontwikkeling algemeen
1.1: Groeicurven
1.1.1; Belang opvolging groei
↳ totaliteit van de groei bepaald door groeiparameters → lengte, gewicht en schedelomtrek
↳ Opvolgen groei tijdens 1e levensjaar = zeer belangrijk
↪ Periode van snelste lichaamsgroei ⇒ nadien nooit meer zo snel groeien
↪ Periode van sterke veranderingen in het groeipatroon ⇒ als baby te sterk/ weinig groeide tijdens zws zal dit nu
gecorrigeerd worden.
↪ Periode met belangrijke gevolgen op lange termijn
⇒ Periode waar voeding grootste impact heeft op groei
⇒ Risico op minder cognitief functioneren bij ernstige ondervoeding, risico op obesitas bij overvoeding
↳ groei = indicator voor gezondheids-, voedingstoestand en mentaal welbevinden
↪ correcte opvolging draagt bij tot gezondheidswinst op korte- en lange termijn.
→ niet optimale voeding kan vroegtijdig worden gedetecteerd en bijgestuurd worden
→ ziekte/ afwijking vroegtijdig opgespoord
1.1.2; Groeicurven algemeen
↳ Gebruikt om groei te volgen vanaf geboorte tot +/- 20 jaar
↳ Toont lengte, gewicht en schedelomtrek in functie tot leeftijd (≠ voor geslacht)
⇒ waardevol middel om afwijkingen in de groei vast te stellen
↳Nieuwe Vlaamse groeicurven ⇒ geschikt om groei op te volgen voor alle kinderen ongeacht type melkvoeding,
etnische achtergrond en socio-economische status
1.1.3; Spreiding groei - percentielcurve en SD-score
↳ De groei van het kind kan vergeleken worden met de groei van andere kinderen (referentiegroep/ bevolking) ⇒
dit kan door de percentielcurve → de P (het percentiel) geeft weer hoeveel % van de bevolking op of ander die
curve zit (de positie van het kind op een bepaald moment vergelijken met het gemiddelde van kinderen van
dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht)
↪ telkens 5 percentielcurven weergegeven in de groeicurve: P2, P16, P50, P84 en P98
⇒ bv. Een kind dat op de 3e percentiel zit voor lengte, is langer dan 3% van de kinderen in de referentiegroep,
maar korter dan de overige 97%.
→ de meeste kinderen zitten tussen P2 en P98
↳ SD-score (Standaard Deviatiescore) = ook een manier om de groei van een kind te vergelijken met de groei
van andere kinderen (kind met -1SDS = 16% ‘= P16’ vd kids is bv. minder zwaar, en 84% is zwaarder)
↪ SDS 0 = gemiddelde
↪ SDS >0 = groei boven het gemiddelde
↪ SDS <0 = groei onder het gemiddelde
⇒ Hoe hoger/ lager de score, hoe uitzonderlijker de groei (vergeleken met de bevolking)
↬ Meeste kinderen tss -2SDS en +2SDS → in groeicurve 5 SDS = -2SDS, -1SDS, 0SDS, +1SDS, +2SDS
↳ -2SDS = P2, -1SDS = P16, 0SDS = P0, +1SDS = P84, +2SDS = P98 → alles hier tussen is normaal, de rest is
pathologisch (moet verder onderzocht worden)
1.1.4; Interpretatie groeicurve
↳ Bij K&G wordt na iedere meting de groeiparameters op de curve geplaatst ⇒ adhv kleurcode knn we zien of
groei zoals verwacht is, of eerder afwijkend. ⇒ ze ontwikkelden ook flowcharts → voor een kwalitatief opvolg- en
doorverwijsbeleid (zie Canvas)
↳ Belangrijk om louter met de de ‘bevolking’ te vergelijken, maar ook met eigen groeiproces
↪ Kind zou percentiellijn/SDS van de geboorte moeten blijven volgen → kleine schommelingen zijn wel ok ⇒ dit
wordt vastgesteld met de SDSc (vergelijking met de curve van het individuele kind)
⇒ ‘normale’ spreiding is -1 ≤ SDSc ≤ +1
↳ de 3 groeiparameters (lengte, gewicht, schedelomtrek) liggen bij 1 kind meestal op zelfde percentiel/ SDS
1.2: Gewicht
↳ Gemiddeld geboortegewicht = 2,5-3,8kg
↪ na geboorte fysiologisch gewichtsverlies van 5-7%, max 10% en maximaal 5 dagen.
, ⇒ na 2 weken terug op geboortegewicht → vanaf dan +25g/dag
↪ Na 5 maanden ⇒ geboortegewicht x2, na 1j ⇒ geboortegewicht x3
↳ Baby ondergaat groeispurtjes (duurt 2 dagen) → op korte termijn veel groeien = meer E nodig
↪ typisch rond d10, 3w en 6w (maar kan ook tussendoor)
1.2.1; Belang controle gewicht (sevolutie)
↳ Gewicht = beste graadmeter voor de groei en voedingstoestand
↪ bij BV → gewichtsevolutie geeft weer of de baby genoeg drinkt
↪ bij KV → gewicht dient als referentie om te bepalen hoe kv moet bereid worden
↪ gewicht gebruikt als referentie om te bepalen hoe medicatie wordt gedoseerd
1.2.2: Meetmomenten gewicht
↳ 1e keer tijdens 1ste zorgen (na skinnen) → geboortegewicht = referentie
↪ minimum weegmomenten; d1-3-5-10/14, w4-8-12-16, 6-9-12 maanden
1.3: Schedelomtrek
↳ vormt nauwkeurige aanwijzing voor de groei vd hersenen
↪ eerste 3j is SO ≈ omtrek van de borstkas → hoofd van baby is relatief groot
⇒ hersenen nog niet niet volgroeid → 1e levensjaar = kwetsbare & kritieke periode
→ fontanellen sluiten geleidelijk; de kleine = 2-6m, de grote = 8-24m
↳ Gemiddelde SO = 33-36cm → kan eerste dagen variëren door
↪ Caput succedaneum ⇒ ophoping van vocht door de druk vd contracties in geboortekanaal
↪ Cefaal hematoom ⇒ bloeding van 1 vd schedelbeenderen
↪ Moulding ⇒ vervorming vd schedel door de bevalling
↳ Na 1 jaar SO = 47cm
1.4: De wervelkolom
↳ Wervelkolom volwassene = 3 krommingen (lordose = naar binnen, kyfose = naar buiten)
↪ cervicale lordose, thoracale kyfose, lumbale lordose
↳ Neonaat ⇒ 1 kyfose → vanaf geboorte oefent + versterkt kind de nek- en rugspieren (buikligging!) ⇒ cervicale
lordose ontwikkeld zich ⇒ <6m = géén hoofdkussen (best niet tot 1j → wiegendood)
⇒ Rond 6m ⇒ nekspieren goed gevormd & cervicale lordose ontwikkeld
↳ Verder versterken van rugspieren door kruipen, zitten en lopen ⇒ ontstaan lumbale lordose
↪ rond 18m = lumbale lordose ontwikkeld + wervelkolom idem volwassene
1.5: Tandontwikkeling
↳ Bij geboorte ⇒ melktanden + eerste blijvende kiezen al aanwezig (bedekt door tandvlees)
↳ Grote individuele verschillen in het doorbreken van tanden;
↪ meestal eerst voortanden in de onderkaak (+/- 6m)
↪ gevolg door voortanden bovenkaak
↳ Rond +/- 2,5 jaar → meestal 20 melktanden aanwezig
1.5.2; Het doorbreken van de tand(en)
↳ Meestal harde bult voelbaar + tandvlees wat lichten (of roder) → pijnlijk
↳ Kan gepaard gaan met; veel kwijlen → zachtere stoelgang, huilen, onrustige nachten, geen eetlust, licht ↑t°,
oorpijn → grijpen naar oor, willen bijten op iets
↳ Ongemakken verlichten;
↪ Tandvlees masseren of druk uitoefenen, bijtring ⇒ snellere doorbraak, medicatie ⇒ laatste redmiddel
1.5.4; Tandhygiëne
↳ vanaf doorbraak 1e tand → minstens 1 (liefst 2) poetsmomenten/dag
→ zachte babytandenborstel/ doekje, weinig baby- of peutertandpaste ⇒ met fluoride (beschermt tandglazuur) of
xylitol (antibacteriële werking)
↳ vooral belangrijk om regelmaat te proberen aanbrengen → beetje tandpasta in de mond is al goed
⇒ zie mogelijke examenvragen dia 42
2. Psychomotorische ontwikkeling
↳ 1e levensjaar ⇒ enorme evolutie op motorisch, zintuiglijk en sociaal vlak
1. Groei en ontwikkeling algemeen
1.1: Groeicurven
1.1.1; Belang opvolging groei
↳ totaliteit van de groei bepaald door groeiparameters → lengte, gewicht en schedelomtrek
↳ Opvolgen groei tijdens 1e levensjaar = zeer belangrijk
↪ Periode van snelste lichaamsgroei ⇒ nadien nooit meer zo snel groeien
↪ Periode van sterke veranderingen in het groeipatroon ⇒ als baby te sterk/ weinig groeide tijdens zws zal dit nu
gecorrigeerd worden.
↪ Periode met belangrijke gevolgen op lange termijn
⇒ Periode waar voeding grootste impact heeft op groei
⇒ Risico op minder cognitief functioneren bij ernstige ondervoeding, risico op obesitas bij overvoeding
↳ groei = indicator voor gezondheids-, voedingstoestand en mentaal welbevinden
↪ correcte opvolging draagt bij tot gezondheidswinst op korte- en lange termijn.
→ niet optimale voeding kan vroegtijdig worden gedetecteerd en bijgestuurd worden
→ ziekte/ afwijking vroegtijdig opgespoord
1.1.2; Groeicurven algemeen
↳ Gebruikt om groei te volgen vanaf geboorte tot +/- 20 jaar
↳ Toont lengte, gewicht en schedelomtrek in functie tot leeftijd (≠ voor geslacht)
⇒ waardevol middel om afwijkingen in de groei vast te stellen
↳Nieuwe Vlaamse groeicurven ⇒ geschikt om groei op te volgen voor alle kinderen ongeacht type melkvoeding,
etnische achtergrond en socio-economische status
1.1.3; Spreiding groei - percentielcurve en SD-score
↳ De groei van het kind kan vergeleken worden met de groei van andere kinderen (referentiegroep/ bevolking) ⇒
dit kan door de percentielcurve → de P (het percentiel) geeft weer hoeveel % van de bevolking op of ander die
curve zit (de positie van het kind op een bepaald moment vergelijken met het gemiddelde van kinderen van
dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht)
↪ telkens 5 percentielcurven weergegeven in de groeicurve: P2, P16, P50, P84 en P98
⇒ bv. Een kind dat op de 3e percentiel zit voor lengte, is langer dan 3% van de kinderen in de referentiegroep,
maar korter dan de overige 97%.
→ de meeste kinderen zitten tussen P2 en P98
↳ SD-score (Standaard Deviatiescore) = ook een manier om de groei van een kind te vergelijken met de groei
van andere kinderen (kind met -1SDS = 16% ‘= P16’ vd kids is bv. minder zwaar, en 84% is zwaarder)
↪ SDS 0 = gemiddelde
↪ SDS >0 = groei boven het gemiddelde
↪ SDS <0 = groei onder het gemiddelde
⇒ Hoe hoger/ lager de score, hoe uitzonderlijker de groei (vergeleken met de bevolking)
↬ Meeste kinderen tss -2SDS en +2SDS → in groeicurve 5 SDS = -2SDS, -1SDS, 0SDS, +1SDS, +2SDS
↳ -2SDS = P2, -1SDS = P16, 0SDS = P0, +1SDS = P84, +2SDS = P98 → alles hier tussen is normaal, de rest is
pathologisch (moet verder onderzocht worden)
1.1.4; Interpretatie groeicurve
↳ Bij K&G wordt na iedere meting de groeiparameters op de curve geplaatst ⇒ adhv kleurcode knn we zien of
groei zoals verwacht is, of eerder afwijkend. ⇒ ze ontwikkelden ook flowcharts → voor een kwalitatief opvolg- en
doorverwijsbeleid (zie Canvas)
↳ Belangrijk om louter met de de ‘bevolking’ te vergelijken, maar ook met eigen groeiproces
↪ Kind zou percentiellijn/SDS van de geboorte moeten blijven volgen → kleine schommelingen zijn wel ok ⇒ dit
wordt vastgesteld met de SDSc (vergelijking met de curve van het individuele kind)
⇒ ‘normale’ spreiding is -1 ≤ SDSc ≤ +1
↳ de 3 groeiparameters (lengte, gewicht, schedelomtrek) liggen bij 1 kind meestal op zelfde percentiel/ SDS
1.2: Gewicht
↳ Gemiddeld geboortegewicht = 2,5-3,8kg
↪ na geboorte fysiologisch gewichtsverlies van 5-7%, max 10% en maximaal 5 dagen.
, ⇒ na 2 weken terug op geboortegewicht → vanaf dan +25g/dag
↪ Na 5 maanden ⇒ geboortegewicht x2, na 1j ⇒ geboortegewicht x3
↳ Baby ondergaat groeispurtjes (duurt 2 dagen) → op korte termijn veel groeien = meer E nodig
↪ typisch rond d10, 3w en 6w (maar kan ook tussendoor)
1.2.1; Belang controle gewicht (sevolutie)
↳ Gewicht = beste graadmeter voor de groei en voedingstoestand
↪ bij BV → gewichtsevolutie geeft weer of de baby genoeg drinkt
↪ bij KV → gewicht dient als referentie om te bepalen hoe kv moet bereid worden
↪ gewicht gebruikt als referentie om te bepalen hoe medicatie wordt gedoseerd
1.2.2: Meetmomenten gewicht
↳ 1e keer tijdens 1ste zorgen (na skinnen) → geboortegewicht = referentie
↪ minimum weegmomenten; d1-3-5-10/14, w4-8-12-16, 6-9-12 maanden
1.3: Schedelomtrek
↳ vormt nauwkeurige aanwijzing voor de groei vd hersenen
↪ eerste 3j is SO ≈ omtrek van de borstkas → hoofd van baby is relatief groot
⇒ hersenen nog niet niet volgroeid → 1e levensjaar = kwetsbare & kritieke periode
→ fontanellen sluiten geleidelijk; de kleine = 2-6m, de grote = 8-24m
↳ Gemiddelde SO = 33-36cm → kan eerste dagen variëren door
↪ Caput succedaneum ⇒ ophoping van vocht door de druk vd contracties in geboortekanaal
↪ Cefaal hematoom ⇒ bloeding van 1 vd schedelbeenderen
↪ Moulding ⇒ vervorming vd schedel door de bevalling
↳ Na 1 jaar SO = 47cm
1.4: De wervelkolom
↳ Wervelkolom volwassene = 3 krommingen (lordose = naar binnen, kyfose = naar buiten)
↪ cervicale lordose, thoracale kyfose, lumbale lordose
↳ Neonaat ⇒ 1 kyfose → vanaf geboorte oefent + versterkt kind de nek- en rugspieren (buikligging!) ⇒ cervicale
lordose ontwikkeld zich ⇒ <6m = géén hoofdkussen (best niet tot 1j → wiegendood)
⇒ Rond 6m ⇒ nekspieren goed gevormd & cervicale lordose ontwikkeld
↳ Verder versterken van rugspieren door kruipen, zitten en lopen ⇒ ontstaan lumbale lordose
↪ rond 18m = lumbale lordose ontwikkeld + wervelkolom idem volwassene
1.5: Tandontwikkeling
↳ Bij geboorte ⇒ melktanden + eerste blijvende kiezen al aanwezig (bedekt door tandvlees)
↳ Grote individuele verschillen in het doorbreken van tanden;
↪ meestal eerst voortanden in de onderkaak (+/- 6m)
↪ gevolg door voortanden bovenkaak
↳ Rond +/- 2,5 jaar → meestal 20 melktanden aanwezig
1.5.2; Het doorbreken van de tand(en)
↳ Meestal harde bult voelbaar + tandvlees wat lichten (of roder) → pijnlijk
↳ Kan gepaard gaan met; veel kwijlen → zachtere stoelgang, huilen, onrustige nachten, geen eetlust, licht ↑t°,
oorpijn → grijpen naar oor, willen bijten op iets
↳ Ongemakken verlichten;
↪ Tandvlees masseren of druk uitoefenen, bijtring ⇒ snellere doorbraak, medicatie ⇒ laatste redmiddel
1.5.4; Tandhygiëne
↳ vanaf doorbraak 1e tand → minstens 1 (liefst 2) poetsmomenten/dag
→ zachte babytandenborstel/ doekje, weinig baby- of peutertandpaste ⇒ met fluoride (beschermt tandglazuur) of
xylitol (antibacteriële werking)
↳ vooral belangrijk om regelmaat te proberen aanbrengen → beetje tandpasta in de mond is al goed
⇒ zie mogelijke examenvragen dia 42
2. Psychomotorische ontwikkeling
↳ 1e levensjaar ⇒ enorme evolutie op motorisch, zintuiglijk en sociaal vlak