1.1: De zwangerschap
1.1.1; Leeftijd van de vrucht en zwangerschapsduur
↳ zwangerschap = 40 weken/ 280 dagen → gerekend vanaf 1e dag van laatste menstruatie
⇒ zwangerschapsduur/ amenorroeduur (soms embryonale/ foetale leeftijd ⇒ startpunt = bevruchting)
→ bv; vrouw met zwangerschapduur (AD) van 6w, draagt embryo van 4w
↳ Zwangerschap = 3 trimesters
↪ 1e ⇒ 0-14w AD
↪ 2e ⇒ 14-26/ 28w AD
↪ 3e ⇒ vanaf 26/ 28w AD
↳ Geboorte tss 37e w - 42e w AD = a terme geboorte
↳ Geboorte voor 37e w AD = preterme geboorte (permature baby)
↳ Geboorte na 42e w AD = postterme geboorte/ serotoniteit (postmature baby)
1.1.2; Het 1e en 2e zwangerschapstrimester
↳ Tot 10w AD/ 8w na bevruchting ⇒ embryonale periode → organogenese vindt plaats (aanleg organen) →
gevoelige periode vr schadelijke invloeden van buitenaf
↳ Alle organen aanwezig? + menselijke vorm ⇒ foetale periode → organen komen tot groei + verfijnd
1.1.3; Het 3e zwangerschapstrimester
Deze periode ⇒ levensvatbare foetus → orgaansysteem voldoende uitgerijpt, buiten de longen
↳ baby levensvatbaar extra-uterien (vernix en lanugobeharing zijn aanwezig)
↳ subcutaan vet/ bruin vet komen tot ontwikkeling
↪ schouderbladen, ruggenmerg, nieren & bijnieren
↪ Energiebron
↳ rond 24w AD ⇒ longontwikkeling zet zich voort → longblaasjes/ alveoli & capillairen ontwikkelen
↪ enkele weken later ⇒ gasuitwisseling mogelijk (extra-uterien mogelijk)
↪ alveoli produceren surfactant (voorkomt samenvallen alveoli tijdens uitademen)
↪ surfactant bevat fosfolipiden lecithine en sfingomyeline ⇒ oppervlaktespanningsverlagende werking
→ onvoldoende surfactantproductie? ⇒ onrijpe longen (premature)
↪ leidt tot RDS → Respiratory Distress Syndroom (zeer gevaarlijk)
↪ longrijping bepaald door opsporen fosfolipiden (kan in VW) ⇒ L/S-ratio > 2 → klein risico op RSD
→ longrijping kan ook toegediend worden via spuit bij moeder ⇒ corticosteroïden
↳ tijdens deze periode ontwikkelen zich de glomeruli (zeeflichaampjes) in nefronen in de nieren
⇒ waar bloedfiltering plaatsvind in de nier (nieren pas compleet bij 35w)
1.1.4; De placenta en de navelstreng
voldragen placenta = ronde schijf van +/- 20cm diameter, ⅔ cm dik en 500g
↳ duidelijke foetale en maternale zijde
⇒ f bloed circuleert in de villus
⇒ m bloed circuleert buiten de villus → geen vermenging van bloed tss f & m
Functies placenta:
↪ uitwisseling: gasuitwisseling (aanvoer O2, afvoer CO2), voedingsstoffen (glucose, vetten,..), afvalstoffen ⇒ in
intervilleuze ruimte (wand vili)
↪ placentabarrière ⇒ sommige stoffen geraken niet bij de baby (goed; want bv. medicatie)
↪ hormoonproductie
Navelstreng
↪ bevat 2 arteriën/ arteria umbilicalis ⇒ 02-arm bloed van foetus → placenta
↪ bevat 1 vene ⇒ 02-rijk bloed van placenta → foetus
⇒ vaten omgeven door de gelei van Wharton
↪ lengte vd navelstreng neemt tijdens zwangerschaps toe (gemiddeld 60cm)
1.2: Vaststellen zwangerschapsduur bij geboorte
Wanneer men twijfelt over zwangerschapsduur ⇒ Intra-uteriene groeicurve
,→ geeft weer hoe de normale gewichts-, lengte-, schedelomtrektoename verloopt
Foetale leeftijd ook in te schatten door fysiologische veranderingen → uitwendige & neurologische
- Uitwendige kenmerken
↪ Huid → hoe korter de zsd, hoe roder en dunner
↪ lanugobeharing → neemt af na 28w (verdwijnt het laatst op de rug)
↪ dwarse plooien in de voetzool → ontstaan bij 32w (eerst bij tenen)
↪ borstklierweefsel → niet aanwezig voor 33w, diameter neemt langzaam toe
↪ oor → bevat amper kraakbeen voor 36w
↪ genitalia → testes dalen in vanaf 28w + scrotum meer plooien, labia minora prominent tot 36/38w
- Neurologische kenmerken
↪ lichaamshouding → ledematen gaan tijdens zs van gestrekt (extensie) naar gebogen (flexie) positie
↪ tonus (spierspanning) → toename tijdens zs
⇒ Dubowitz-score ⇒ bepaalt op 2 weken nauwkeurig de zwangerschapsduur, indien afname voor 24u
↪ aantal uitwendige en neurologische kenmerken worden gescoord ⇒ score kan worden afgelezen → zsd kan
worden afgelezen. (hoe hoger score, hoe hoger de geschatte zwangerschapsduur)
⇒ ZIE TABELLEN p. 13 & 14 cusus
2: Overgang van het intra-uteriene naar het extra-uteriene leven.
2.1: Inleiding
Overgang = veel veranderingsprocessen
Neonatale periode = vanaf de geboorte tot 28e dag → verschillende adaptatie processen aan leven buiten uterus
2.2: Veranderingen in gedrag
↳ Intra-uterien
⇒ al vroeg in de zwangerschap (12-14eWad) → alle neurologische verrichten worden uitgevoerd (hikken,
adembeweging, zuigen, grijpen,..)
⇒ later in de zwangerschap → ontstaan van meer georganiseerde gedragspatronen: onrustig/ rustig slapen,
onrustig/rustig wakker zijn.
↳ Na geboorte
⇒ eerste 15-30 min → kind toont sterk reactief gedrag: snelle hartslag, tonus verhoogd, alert, huilen,..
⇒ daarna rustiger → na 6uur genormaliseerd = eerste aanpassingen aan extra-uterien leven voltooid
2.3: Verandering in de ademhaling
↳ Intra-uterien: longen vd foetus → gevuld met een vloeistof ⇒ longen = niet functioneel (placenta)
↪ bij uitdrijving door geboortekanaal → druk op thorax ⇒ ⅓ van longvocht uit de longen geduwd
⇒ ⅔ wordt geleidelijk geresorbeerd en verdwijnt via de bloed- en lymfecirculatie
↪ sectio? → verhoogde kans op tijdelijke respiratoire insufficiëntie met tachypnoe
↳ Na geboorte ⇒ ademhalingsreflex door → verandering temperatuur, prikkels → stresshorrmoon stijgt, wegvallen
thoraxdruk (expansie thorax = volzuigen vd longen), afklemmen navelstreng →
minder toevoer O2 → prikkel ademhalingsorgaan
⇒ gasuitwisseling van placenta → longen
2.4: Verandering in de circulatie
2.4.1; De foeto-placentaire circulatie
↳ placenta = foetale long
→ voor foetus in volle ontwikkeling ⇒ maximale oxygenatie naar hersenen.
De normale (niet-foetale circulatie):
↳ 2 gescheiden circuits
↪ Rechter harthelft (O₂-arm circuit) ⇒ O₂-arm bloed uit lichaam via de holle
ader (vena cava) → rechter-harthelft
⇒ re-Hhelft pompt dit door naar longslagader → longen
↪ Linker harthelft (O₂-rijk circuit) ⇒ O₂-rijk bloed van longer → longslagader naar Li-Hhelft
⇒ Li-Hhelft pompt dit door naar aorta → lichaam & weefsels
De Foeta-placentaire circulatie is GEEN gescheiden circuit ⇒ wel verbindingen/ shunts
→ vermenging van het foetale bloed.
, Verbindingen tussen foetus en placenta
↪ 2 arteriën (arteriae umbilicalis) → vervoeren O₂-arm bloed naar placenta
↪ 1 vena (vena umbilicalis) → vervoert O₂-rijk bloed naar foetus
⇒ O₂-rijk bloed komt binnen (via vena umbilicalis) → deze is via de ductus venosus
(ter hoogte vd lever!) verbonden met de vena cava inferior
→ via deze shunt wordt de lever omzeild
⇒ O₂-rijk bloed wordt in vena cava inferior vermengd met O₂-arm bloed
dat vanuit de weefsels onderweg is naar het rechter atrium
⇒ het tamelijk rijke bloed kan vanuit rechter atrium 2 richtingen uit;
↳ Er is een opening tss linker en rechter atrium ⇒ foramen ovale (met klep in L-atrium)
→ zo zal het meeste bloed van rechter naar linker atrium gaan → vervolgens gaat dit
via het linker ventrikel de aorta bereiken ⇒ wordt nu verdeeld naar hersenen en rest vh
lichaam
↳ Een deel zal toch vermengd worden met O₂-arm bloed (komt vanuit de weefsels via
vena cava superior) in het rechter atrium ⇒ bloed wordt verder gepompt naar de longslagader → hier is opnieuw een
bypass (shunt) = ductus arteriosus → verbindt longslagader met de aorta (wordt hier vermengd)
Door de shunts wordt de longcirculatie grotendeels overgeslagen → meest O₂-rijk bloed nu naar hersenen ⇒ dan
terug afvoer O₂-arm bloed ⇒ in placenta → reoxygenatie
2.4.2; Verandering in de circulatie bij de geboorte
↳ zodra we geboren worden ⇒ 1e diepe ademhaling → onmiddellijk veranderingen in de circulatie
↪ O₂ bereikt de longen → alveoli ontplooien zich + weerstand in longvaten daalt ⇒ longcirculatie neemt toe
⇒ meer bloedstroom naar de longen → druk in Re-atrium daalt
⇒ meer bloedstroom vanuit de longen → druk in Li-atrium stijgt
↳ hierdoor wordt de klep in foramen ovale tegen atriumseptum gedrukt
⇒ functionele sluiting bij foramen ovale
↳ Ductus arteriosus (ductus van Botalli) sluit zich onder invloed van O₂
→ binnen 24u na de geboorte functioneel gesloten
↳ Door het loskomen vd placenta/ afklemmen vd navelstreng ⇒ navelstrengvaten gaan
spontaan samentrekken → hierdoor zal ook de ductus venosus functioneel sluiten
↳ In de daarop volgende maanden treden de structurele veranderingen op → de afgesloten functionele bloedvaten
worden ligamenten zie tekening p.21
2.5: Verandering in de nierfunctie
Functie vd nier (algemeen)
↪ afvalstoffen verwijderen (bloed filteren) → uitscheiding via urine
↪ vocht- en zoutbalans en zuur-base evenwicht regelen
↪ Hormoonhuishouding → aanmaak van;
⇒ Renine = BD regulatie
⇒ Erytropoëtine = stimuleert aanmaak van erytrocyten (activering vitamine D)
↳ Voor de geboorte → nier geen essentiële functie ⇒ placenta oefent regulerende functie uit
↪ er wordt wel al urine geproduceerd vanaf 10w AD & nieren pas functioneel compleet op 35w AD
↳ Na geboorte → daling vd niervaatweerstand (vasodilatatie) ⇒ toename vd circulatie in de nieren → sterke
verbetering vd nierfunctie binnen enkele dagen MAAR nierfunctie nog vele maanden onrijp
↪ er is sprake van een lage glomulaire filtratiesnelheid → beperkte uitscheiding van medicatie
↪ onrijpe nfunctie → kan leiden tot verstoring in het zuur-base evenwicht en de vochtbalans
⇒ bij neonaat een verlaagde drempel voor bicarbonaat → makkelijk uitscheiding van bicarbonaat (zuur bloed)
⇒ het concentrerend vermogen vd nier beperkt → elektrolyten worden met veel vocht uitgescheiden.