EERSTE MIDDELEEUWEN
SAMENVATTING
1
,H1: Verantwoording
1. De middeleeuwen
Onderverdeeld in:
o De eerste middeleeuwen, 500 – 1000 Gesloten landbouwsamenleving
o De tweede middeleeuwen, 1 000 – 1 450 Open, op de markt gerichte, landbouwsamenleving
2. Periodisering
Fernand Braudel stelde voor om in de geschiedenis met drie tijdsniveaus te werken:
o La longue durée / structurele niveau. Gekenmerkt door geografische en klimatologische omstandigheden
o La moyenne durée / conjuncturele niveau. Gekenmerkt door economische golfbewegingen.
o La courte durée / evenementiële niveau. Gekenmerkt door initiatieven van individuen of groepen.
Langetermijngeschiedenis
o Samenleving van voedselverzamelaar-jagers
o Landbouwsamenleving
o Industriële samenleving
o Post-industriële samenleving
Wat is een landbouwsamenleving?
Landbouw is de dominante economische activiteit. Het grootste deel van de bevolking woont én werkt op het
platteland. Energiebronnen: menselijke spierkracht, dieren die als trek- en lastdieren worden gebruikt, beperkt
gebruik wind en water als energiebron.
2.1. Cesuur
De term Middeleeuwen (of "Medium Aevum" in het Latijn) is ontstaan in de Renaissance. Humanisten uit die tijd
zagen deze periode als een "tussentijd" tussen de glorietijd van de klassieke oudheid en hun eigen "nieuwe" tijd.
De middeleeuwen als een constructie post factum. De overgang van de klassieke oudheid naar de middeleeuwen
wordt dus, hoe dan ook, gekenmerkt door staatkundige, religieuze en economische veranderingen. 500 als cesuur
puur symbolisch:
- 313 : keizer Constantijn kondigt - 395 : Splitsing Oost- en West-Romeinse Rijk
godsdienstvrijheid aan in het Romeinse Rijk - 410 : Plundering van Rome door Visigoten
- 325 : Concilie van Nicea - 476 : Einde West-Romeinse Rijk
- 330 : Keizerlijke residentie in Constantinopel - 496 : Doop van Clovis
- 392 : Christendom als staatsgodsdienst van
het Romeinse Rijk
2.2. Periodisering binnen de middeleeuwen
2
, ! In 476 val van het West-Romeinse Rijk. In realiteit is er al twee eeuwen crisis in het Romeinse Rijk en er zal weinig
veranderen, enkel de ‘lege titel’ verdween.
3de tot 8e eeuw een overgangsperiode, een geleidelijk samengaan van Romeinse, christelijke en Germaanse traditie
- 1 000 jaar ‘middeleeuwse geschiedenis’ ≠ onveranderlijk geheel. Continuïteit versus verandering.
- Geen eensgezindheid over de opdeling van de middeleeuwen.
Het is een periode van 1000 jaar waar niet enkel continuïteit heerst, in tegendeel! Op alle domeinen van de
samenleving is er sprake van verandering binnen die 1000 jaar!
Toch kan het jaar 1000 gezien worden als een sleuteljaar: opkomst staatsmarkt, handelseconomie, burgerij,
intellectuele leven, verandering in de kerk, de kruistochten … Deze fenomenen en gebeurtenissen waren van even
grote omvang dan die aan het begin/einde van de ME.
2.3. Geografie van de middeleeuwen
In het westen leidde de crisis van het Romeinse rijk én de Arabische veroveringen tot een verbrokkeling van het
territorium, zowel politiek als cultureel. Het Oost-Romeinse rijk bleef aanvankelijk als geheel bestaan, onder de
vorm van het Byzantijnse Rijk.
Het mediterrane eenheidsrijk verdween en er zullen in de
1e middeleeuwen drie nieuwe politiek-culturele entiteiten
tot stand komen:
- Het Byzantijnse Rijk
- Het Frankische Rijk
- De Moslimstaten
De middeleeuwen blijven dus gereserveerd voor de delen
van het voormalige W.R.R. die niet in Arabische handen
vielen.
Mede dankzij veroveringen zullen de invloedssferen
uitbreiden naar Scandinavië, Midden-Europa, Ierland en westelijk Duitsland.
Westerse Middeleeuwen als pleonasme.
o Middeleeuwen wordt intuïtief gekoppeld aan de West-Europese context
o Gelijktijdigheid van ontwikkelingen die zich niet bewust zijn van de ontwikkelingen in Europa
Synchrone vergelijking
- Zuid-Amerika: De Maya’s, Azteken en Inca’s
- Verre Oosten: Chinese cultuur en Perzen
- Zuid-Europa: Byzantijnen en Arabieren
Vastzetting
Middeleeuwen als delen van het W.R.R. die niet in de handen van de Arabieren vielen.
De ‘middeleeuwen’ hebben dus betrekking op de Latijnse christenheid: men erkent de paus van Rome als hoogste
geestelijk leider, men volgt de mis in het Latijn en men grijpt terug naar het Romeinse oudheid = Latijnse christelijke
gemenebest. En dan mogen we de Germaanse invloeden niet vergeten, de Germaanse invloeden waren al ver voor
‘De Val’ van het R.R. aanwezig.
Later wordt dit uitgebreid tot landen die nooit tot dat voormalige R.R. hebben behoord: Ierland, Schotland, Duitsland
ten oosten van de Rijn, Midden-Europa, Scandinavië.
3
SAMENVATTING
1
,H1: Verantwoording
1. De middeleeuwen
Onderverdeeld in:
o De eerste middeleeuwen, 500 – 1000 Gesloten landbouwsamenleving
o De tweede middeleeuwen, 1 000 – 1 450 Open, op de markt gerichte, landbouwsamenleving
2. Periodisering
Fernand Braudel stelde voor om in de geschiedenis met drie tijdsniveaus te werken:
o La longue durée / structurele niveau. Gekenmerkt door geografische en klimatologische omstandigheden
o La moyenne durée / conjuncturele niveau. Gekenmerkt door economische golfbewegingen.
o La courte durée / evenementiële niveau. Gekenmerkt door initiatieven van individuen of groepen.
Langetermijngeschiedenis
o Samenleving van voedselverzamelaar-jagers
o Landbouwsamenleving
o Industriële samenleving
o Post-industriële samenleving
Wat is een landbouwsamenleving?
Landbouw is de dominante economische activiteit. Het grootste deel van de bevolking woont én werkt op het
platteland. Energiebronnen: menselijke spierkracht, dieren die als trek- en lastdieren worden gebruikt, beperkt
gebruik wind en water als energiebron.
2.1. Cesuur
De term Middeleeuwen (of "Medium Aevum" in het Latijn) is ontstaan in de Renaissance. Humanisten uit die tijd
zagen deze periode als een "tussentijd" tussen de glorietijd van de klassieke oudheid en hun eigen "nieuwe" tijd.
De middeleeuwen als een constructie post factum. De overgang van de klassieke oudheid naar de middeleeuwen
wordt dus, hoe dan ook, gekenmerkt door staatkundige, religieuze en economische veranderingen. 500 als cesuur
puur symbolisch:
- 313 : keizer Constantijn kondigt - 395 : Splitsing Oost- en West-Romeinse Rijk
godsdienstvrijheid aan in het Romeinse Rijk - 410 : Plundering van Rome door Visigoten
- 325 : Concilie van Nicea - 476 : Einde West-Romeinse Rijk
- 330 : Keizerlijke residentie in Constantinopel - 496 : Doop van Clovis
- 392 : Christendom als staatsgodsdienst van
het Romeinse Rijk
2.2. Periodisering binnen de middeleeuwen
2
, ! In 476 val van het West-Romeinse Rijk. In realiteit is er al twee eeuwen crisis in het Romeinse Rijk en er zal weinig
veranderen, enkel de ‘lege titel’ verdween.
3de tot 8e eeuw een overgangsperiode, een geleidelijk samengaan van Romeinse, christelijke en Germaanse traditie
- 1 000 jaar ‘middeleeuwse geschiedenis’ ≠ onveranderlijk geheel. Continuïteit versus verandering.
- Geen eensgezindheid over de opdeling van de middeleeuwen.
Het is een periode van 1000 jaar waar niet enkel continuïteit heerst, in tegendeel! Op alle domeinen van de
samenleving is er sprake van verandering binnen die 1000 jaar!
Toch kan het jaar 1000 gezien worden als een sleuteljaar: opkomst staatsmarkt, handelseconomie, burgerij,
intellectuele leven, verandering in de kerk, de kruistochten … Deze fenomenen en gebeurtenissen waren van even
grote omvang dan die aan het begin/einde van de ME.
2.3. Geografie van de middeleeuwen
In het westen leidde de crisis van het Romeinse rijk én de Arabische veroveringen tot een verbrokkeling van het
territorium, zowel politiek als cultureel. Het Oost-Romeinse rijk bleef aanvankelijk als geheel bestaan, onder de
vorm van het Byzantijnse Rijk.
Het mediterrane eenheidsrijk verdween en er zullen in de
1e middeleeuwen drie nieuwe politiek-culturele entiteiten
tot stand komen:
- Het Byzantijnse Rijk
- Het Frankische Rijk
- De Moslimstaten
De middeleeuwen blijven dus gereserveerd voor de delen
van het voormalige W.R.R. die niet in Arabische handen
vielen.
Mede dankzij veroveringen zullen de invloedssferen
uitbreiden naar Scandinavië, Midden-Europa, Ierland en westelijk Duitsland.
Westerse Middeleeuwen als pleonasme.
o Middeleeuwen wordt intuïtief gekoppeld aan de West-Europese context
o Gelijktijdigheid van ontwikkelingen die zich niet bewust zijn van de ontwikkelingen in Europa
Synchrone vergelijking
- Zuid-Amerika: De Maya’s, Azteken en Inca’s
- Verre Oosten: Chinese cultuur en Perzen
- Zuid-Europa: Byzantijnen en Arabieren
Vastzetting
Middeleeuwen als delen van het W.R.R. die niet in de handen van de Arabieren vielen.
De ‘middeleeuwen’ hebben dus betrekking op de Latijnse christenheid: men erkent de paus van Rome als hoogste
geestelijk leider, men volgt de mis in het Latijn en men grijpt terug naar het Romeinse oudheid = Latijnse christelijke
gemenebest. En dan mogen we de Germaanse invloeden niet vergeten, de Germaanse invloeden waren al ver voor
‘De Val’ van het R.R. aanwezig.
Later wordt dit uitgebreid tot landen die nooit tot dat voormalige R.R. hebben behoord: Ierland, Schotland, Duitsland
ten oosten van de Rijn, Midden-Europa, Scandinavië.
3