Samenvatting embryologie
Inhoud
De ontwikkeling van het genitaal stelsel................................................................1
De oergonocyten................................................................................................. 1
De indifferente gonade........................................................................................ 2
Geslachtsontwikkeling bij XY individu..................................................................3
Testis................................................................................................................ 3
Genitale ducti................................................................................................... 4
Descensus testis.............................................................................................. 5
Genitale klieren................................................................................................ 7
Vermannelijking uitwendige geslachtsorganen................................................7
Geslachtsontwikkeling bij XX individu.................................................................9
Ovarium........................................................................................................... 9
Genitale ducti................................................................................................. 10
Descensus ovarii............................................................................................ 12
Ontwikkeling van de vrouwelijke uitwendige genitaliën.................................13
Wolffse en Müllerse resten................................................................................ 13
Aandoeningen van de geslachtsontwikkeling.......................................................14
Terminologie...................................................................................................... 14
Ongedifferentieerde/bipotente gonade.............................................................14
Geslacht op 3 niveaus....................................................................................... 14
DSD: disorders/differences of seks development..............................................15
Geslachtschromosomale DSD........................................................................15
Gonadale DSD................................................................................................ 16
Fenotypische DSD.......................................................................................... 17
DSD en risico op kiemcelkanker.....................................................................19
De ontwikkeling van het genitaal stelsel
De oergonocyten
2de week
- Stamcellen van de epiblast
(embryoblast) migreren naar de wand
van de dooierzak ontwikkelen zich
tot pluripotente oergonocyten /
oer-kiemcellen
, o Dit zijn de primordiale kiemcellen (PGC’s): allereerste cellen in het
embryo die bestemd zijn om later de kiembaan te vormen (vormen
later de eicellen of zaadcellen, maar zijn in deze fase nog primitief)
o Pluripotent: kan uitgroeien tot alle celtypes van het lichaam
(BEHALVE: extra-embryonale structuren zoals placenta)
o Ontstaan dus extra-embryonaal in de dooierzakwand
3de – 4de week
- De oergonocyten migreren
vanuit de dooierzak door
het achterste darmkanaal
en het mesenterium naar
de gonadale plooien
(genitale richels) waar de
toekomstige gonaden
zullen ontstaan
- Deze migratie wordt
gestuurd door
chemotactische signalen
De indifferente gonade
4de – 5de week
- Adrenogonadaal primordium ontstaat mediaal van het mesonefros
(oernier)
o Door proliferatie van het coelomisch epitheel en het onderliggend
mesenchym
o Zal zich geleidelijk opsplitsen in
Primitieve gonade
Primitieve bijnier (cortex)
- Kanaal van Wolff/oerniergang
(ductus mesonefricus)= buisstructuur doorheen het mesonefros (blauw)
- Kanaal van Müller (ductus paramesonefricus)=
buisstructuur lateraal van kanaal van Wolff, ontstaat uit
mesoderm en loopt van de coeloomholte naar de sinus
urogenitalis. (oranje)
5 – 6 week
de de
- De primitieve gonade is bipotent: kan uitgroeien tot een
testis of een ovarium
, - In de primitieve bipotente gonade zullen de multipotente progenitorcellen
de aankomende kiemcellen omringen zij vormen de early supporting
gonadal cells (ESGC) en zijn voorlopers van de sertoli cellen
- De indifferente gonade is identiek bij zowel XX als XY en wordt in stand
gehouden door expressie van een beperkt aantal genen (indien deze
genen niet (juist) werken kan de gonade zich niet goed ontwikkelen)
- Het strekt zich cranio-caudaal minder ver uit dan het mesonefros.
- De bijnier en geslachtsklier hebben dus een gemeenschappelijke voorloper
via een strikt gestuurd proces
6de – 7 week
de
- Cloacaal membraan
wordt eerst begrensd
door 2 cloacale plooien
die ventraal versmelten
tot tuberculum
genitale (waaruit later
de genitale structuren
ontstaan)
- Ontwikkeling van het
septum uro-rectale
verdeelt cloaca in:
o Urogenitaal
systeem: eindigt in membrana urogenitalis + urogenitale plooien
o Darmsysteem: eindigt in membrana analis + anale plooien
- Lateraal van de urethrale plooien ontwikkelen zich 2 dikkere huidplooien:
labioscrotale wallen
Geslachtsontwikkeling bij XY individu
Testis
6de week
- In een XY-embryo beginnen sommige ESGC’s het SRY-gen (op Yp) tot
expressie te brengen (seks determing region op het y-chromosoom)
o SRY komt tot expressie op de ESGC’s, NIET op de kiemcellen!
o Dat activeert het onmiddellijk downstream gelegen SOX9-gen
o Hierdoor vindt sterke proliferatie van de ESGC’s plaats zij
differentiëren zich tot primitieve Sertoli cellen
- Start van een cascade van genetische reacties
o male-promoting: expressie van mannelijke pathways
o female-suppressing: onderdrukking van vrouwelijke pathways
- Het SRY-SOX9 signaal wordt versterkt en breidt zich uit naar omgevende
cellen recruteert nieuwe mesodermcellen die vervolgens ook
differentiëren tot Sertoli cellen
Inhoud
De ontwikkeling van het genitaal stelsel................................................................1
De oergonocyten................................................................................................. 1
De indifferente gonade........................................................................................ 2
Geslachtsontwikkeling bij XY individu..................................................................3
Testis................................................................................................................ 3
Genitale ducti................................................................................................... 4
Descensus testis.............................................................................................. 5
Genitale klieren................................................................................................ 7
Vermannelijking uitwendige geslachtsorganen................................................7
Geslachtsontwikkeling bij XX individu.................................................................9
Ovarium........................................................................................................... 9
Genitale ducti................................................................................................. 10
Descensus ovarii............................................................................................ 12
Ontwikkeling van de vrouwelijke uitwendige genitaliën.................................13
Wolffse en Müllerse resten................................................................................ 13
Aandoeningen van de geslachtsontwikkeling.......................................................14
Terminologie...................................................................................................... 14
Ongedifferentieerde/bipotente gonade.............................................................14
Geslacht op 3 niveaus....................................................................................... 14
DSD: disorders/differences of seks development..............................................15
Geslachtschromosomale DSD........................................................................15
Gonadale DSD................................................................................................ 16
Fenotypische DSD.......................................................................................... 17
DSD en risico op kiemcelkanker.....................................................................19
De ontwikkeling van het genitaal stelsel
De oergonocyten
2de week
- Stamcellen van de epiblast
(embryoblast) migreren naar de wand
van de dooierzak ontwikkelen zich
tot pluripotente oergonocyten /
oer-kiemcellen
, o Dit zijn de primordiale kiemcellen (PGC’s): allereerste cellen in het
embryo die bestemd zijn om later de kiembaan te vormen (vormen
later de eicellen of zaadcellen, maar zijn in deze fase nog primitief)
o Pluripotent: kan uitgroeien tot alle celtypes van het lichaam
(BEHALVE: extra-embryonale structuren zoals placenta)
o Ontstaan dus extra-embryonaal in de dooierzakwand
3de – 4de week
- De oergonocyten migreren
vanuit de dooierzak door
het achterste darmkanaal
en het mesenterium naar
de gonadale plooien
(genitale richels) waar de
toekomstige gonaden
zullen ontstaan
- Deze migratie wordt
gestuurd door
chemotactische signalen
De indifferente gonade
4de – 5de week
- Adrenogonadaal primordium ontstaat mediaal van het mesonefros
(oernier)
o Door proliferatie van het coelomisch epitheel en het onderliggend
mesenchym
o Zal zich geleidelijk opsplitsen in
Primitieve gonade
Primitieve bijnier (cortex)
- Kanaal van Wolff/oerniergang
(ductus mesonefricus)= buisstructuur doorheen het mesonefros (blauw)
- Kanaal van Müller (ductus paramesonefricus)=
buisstructuur lateraal van kanaal van Wolff, ontstaat uit
mesoderm en loopt van de coeloomholte naar de sinus
urogenitalis. (oranje)
5 – 6 week
de de
- De primitieve gonade is bipotent: kan uitgroeien tot een
testis of een ovarium
, - In de primitieve bipotente gonade zullen de multipotente progenitorcellen
de aankomende kiemcellen omringen zij vormen de early supporting
gonadal cells (ESGC) en zijn voorlopers van de sertoli cellen
- De indifferente gonade is identiek bij zowel XX als XY en wordt in stand
gehouden door expressie van een beperkt aantal genen (indien deze
genen niet (juist) werken kan de gonade zich niet goed ontwikkelen)
- Het strekt zich cranio-caudaal minder ver uit dan het mesonefros.
- De bijnier en geslachtsklier hebben dus een gemeenschappelijke voorloper
via een strikt gestuurd proces
6de – 7 week
de
- Cloacaal membraan
wordt eerst begrensd
door 2 cloacale plooien
die ventraal versmelten
tot tuberculum
genitale (waaruit later
de genitale structuren
ontstaan)
- Ontwikkeling van het
septum uro-rectale
verdeelt cloaca in:
o Urogenitaal
systeem: eindigt in membrana urogenitalis + urogenitale plooien
o Darmsysteem: eindigt in membrana analis + anale plooien
- Lateraal van de urethrale plooien ontwikkelen zich 2 dikkere huidplooien:
labioscrotale wallen
Geslachtsontwikkeling bij XY individu
Testis
6de week
- In een XY-embryo beginnen sommige ESGC’s het SRY-gen (op Yp) tot
expressie te brengen (seks determing region op het y-chromosoom)
o SRY komt tot expressie op de ESGC’s, NIET op de kiemcellen!
o Dat activeert het onmiddellijk downstream gelegen SOX9-gen
o Hierdoor vindt sterke proliferatie van de ESGC’s plaats zij
differentiëren zich tot primitieve Sertoli cellen
- Start van een cascade van genetische reacties
o male-promoting: expressie van mannelijke pathways
o female-suppressing: onderdrukking van vrouwelijke pathways
- Het SRY-SOX9 signaal wordt versterkt en breidt zich uit naar omgevende
cellen recruteert nieuwe mesodermcellen die vervolgens ook
differentiëren tot Sertoli cellen