• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 34 pages
Summary

Samenvatting ontwikkelingspsychologie David van Bunder

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 34 pages

Met deze samenvatting behaalde ik 15/20 op het examen. In de samenvatting worden alle onderdelen uitgebreid behandeld, met uitzondering van de volgende paragrafen: 2.2.4, 3.2, 3.4, 4.1.5, 4.1.6, 4.2, 4.4, 5.2.3, 5.2.4, 5.2.5, 5.2.6, 5.3.3, 6.3.3, 6.3.4, 6.3.5 en 7.3.3.

Content preview

Ontwikkelingspsychologie
Inleiding: buiten het boek
Ontwikkelingspsychologie: studie van patronen van verandering en stabiliteit in het
psychisme gedurende de levensloop
Het ontstaan
 Babybiografieën (19e eeuw): fysieke en taalkundige mijlpalen bij baby’s
 Alfred Binet (1857-1911): aspect van de ontwikkeling systematisch onderzoeken:
IQ
o Concept intelligentie operationaliseren: IQ test maken
 Stanley Hall (1846-1924): denken en gedrag
 Jean Piaget (1896-1980): cognitieve ontwikkeling
Actuele thema’s
 Continue verandering (geleidelijk) versus discontinue (in stapjes) verandering?
o Ontwikkelingspsychologie: discontinu

 Kritieke versus gevoelige periode?
o Kritieke periode= specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde
gebeurtenis de grootste gevolgen heeft
o Gevoelige periode= een afgebakende periode waarin het organisme
extra gevoelig is voor omgevingsinvloeden die betrekking hebben op een
bepaald facet van de ontwikkeling
o Plasticiteit: ontwikkeling is veel flexibeler dan oorspronkelijk werd
aangenomen (vb. centrum van Broca)

 Nature (aangeboren) versus nurture (omgevingsfactoren)
o Intelligentie 80% nature, 20% nurture

 Medicalisering van de kindertijd?
o Normaalverdeling in populatie: Bell curve
o Elk gedrag dat niet prettig is wordt gemedicaliseerd ipv als normaal gedrag
beschreven
 Veel medicijnen geven voor bv. kinderen met adhd

Theoretische perspectieven
Modellen=verzameling axioma’s en vooronderstellingen die bepalen op welke manier
men de ontwikkeling van het kind bekijkt

Psychodynamisch model
 Psyche is opgebouwd uit verschillende systemen die onderling conflicteren
 Id: driften die streven naar bevrediging
 Superego: geweten, inernalisatie van de morele regels
 Ego: instantie die de eisen van deze twee instanties poogt te verzoenen
 Objectrelaties

Behavioristisch model
 Enkel waarneembaar gedrag en externe stimuli mogen in rekening gebracht
worden bij het verklaren van de psychische ontwikkeling
 Sociaal-cognitieve leertheorie: leren door gedrag van anderen te observeren
 Kijken naar causale verbanden zonder veel psychologie in het brein te gebruiken
 Mensen als computers  mensen krijgen prikkels binnen en verwerken ze en
verwerken informatie
 The black box is een soort cognitie: kennis opdoen over de buitenwereld
o Die cognities hoeven niet overeen te komen met de werkelijkheid
o Bv. Gedachten, emoties  vormen van cognities
o Elementaire kennis in de box; we weten waar een lokaal is


Cognitief perspectief (dominantste model in psychologie)

,  Benadering van ontwikkeling die zich richt op de processen die mensen in staat
stellen de wereld te leren kennen en te interpreteren
 Assimilatie versus accommodatie (Piaget)
o Assimilatie: nieuwe info komt binnen eng gaat naar bestaand schema die je
hebt
o Accommodatie (gebeurt minder en is moeilijker): nieuwe info komt binnen
en is zo in strijd met eigen schema dat je verplicht bent van schema aan te
passen
 Informatieverwerkingstheorie: studie van de manieren waarop mensen informatie
opnemen, verwerken en opslaan
 Cognitieve neurowetenschap: zoektocht naar de relatie tussen hersenactiviteit en
cognitieve activiteit
o Vaak toeval en weinig gebaseerd op echte wetenschap
 Bv. Je ziet spin en bent bang  je kan door cognities de bangheid stoppen door er
anders over te denken
 Schema: georganiseerd systeem over ideeën die je hebt over werkelijkheid
 Schematherapie: schema’s die je hebt over jezelf en anderen te veranderen
o Bij mensen met weinig zelfvertrouwen, mensen die denken dat ze niet leuk
zijn
 Een ‘vals’ zelf  enkel doen wat andere willen en niet je eigen waarden nastreven
o Waarschijnlijk weerspiegeling van kindertijd
 Kinderen die vroeger zelf geen behoeften mochten hebben van ouders
o Later pleasers die enkel denken aan wat anderen willen en niet zij zelf
 Gaslighting: waarde van je eigen percepties ontkennen
o Bv. Kind moet in bad en zegt dat water te warm is, maar moeder zegt dat
dat niet waar is
o Al die ervaringen leiden tot schema’s

Systemisch perspectief
 Socioculturele theorie van Vygotsky (vanaf jaren ’90)
o Psychische ontwikkeling als een proces waarbij kind en ander elkaar
voortdurend beïnvloeden (=reciprociteit)
o Sociale interactie is noodzakelijk voor ontwikkeling psychische vermogens
o De zone van de naasten ontwikkeling
 Kind dingen aanleren?
 Dingen moeten moeilijker zijn dan de dingen die kind nu al
kan, maar ook niet te moeilijk zijn  aansluiten op wat kind
net niet kan

Pragmatisch: welk model van de psychologie is in de context het meest bruikbaar
 Behaviorisme: meest wetenschappelijk onderbouwd

,Hoofdstuk 1: De sociaal-emotionele ontwikkeling en de
persoonlijkheidsontwikkeling in de babytijd (0 tot 2j)
1.1 De basis van sociaal gedrag
1.1.1 emoties in de babytijd
 De fundamentele gezichtsuitdrukkingen van baby’s zijn in de meest uiteenlopende
culturen verassend gelijk
o Basisemoties: woede, angst, verdriet, blijdschap, welging, verbazing
 De non-verbale uitdrukking van emoties (non-verbale codering) blijf heel het leven
ongeveer gelijk
o We worden geboren met vermogen om basale emoties uit te drukken
 Belangstelling, stress en walging: al aanwezig bij geboorte, andere emoties
ontwikkelen zich in maanden daarna
 Linda Camras: baby’s laten zelfde soorten emoties zien, mate expressiviteit kan
verschillen
o Bv. Chinese kinderen zijn minder expressief dan Europese
 Kinderen uiten op dezelfde manier als volwassenen non-verbale emoties 
beleven ze deze ook op dezelfde manier?
o Als de aard van deze uitingen aangeboren is, kunnen ze
gezichtsuitdrukkingen tonen zonder een gekoppelde emotionele beleving
o Onderzoekers denken wel dat non-verbale uitingen gekoppeld zijn aan
emoties
 Carroll Izard: differentiële emotietheorie: emotionele uitingen weerspiegelen
emotionele ervaringen + emoties helpen reguleren
o Ze kunnen steeds meer verschillende emoties uitdrukken + emoties die ze
voelen worden gedifferentieerder en complexer
 3 maanden: cerebrale cortex: differentiatie in emoties
 9-10 maanden: limbisch systeem groeit + samenwerken met frontale lobben:
steeds meer emoties kunnen ervaren
 Vreemdenangst= de voorzichtigheid en terughoudendheid die baby’s laten zien
als ze een onbekende ontmoeten (begin tweede helft eerste levensjaar)
 Oorzaken:
1. Toenemen van cognitieve vermogens: mensen die ze niet kennen kunnen
scheiden van mensen die ze wel kennen
2. 6-9m: baby’s doen pogingen om hun wereld te begrijpen
 Als ze iets niet kunnen verklaren bv. een vreemde  ervaren angst
o Wel grote verschillen tussen baby’s
 Sommige minder angstig (al veel in contact gekomen met
vreemden)
 Minder bang van vrouwen dan van mannen
 Reageren positiever op vreemde kinderen dan volwassenen
 Scheidingsangst= de angst die de afwezigheid van hun vaste verzorger bij
kinderen oproept (begin 7-8m, afname vanaf 14m)
 Ongeveer zelfde oorzaken als vreemdenangst
o Groeiende cognitieve vaardigheden: ‘waarom gaat mijn mama
weg’
 Vreemdenangst + scheidingsangst: belangrijke tekenen van sociale vooruitgang
o Cognitieve ontwikkeling + groeiende emotionele, sociale banden tussen
kind-verzorger

 Lachen wanneer ze stimuli zien die hen bevallen, mensen en objecten (begin 3-12
weken)
o Eerste glimlachjes: relatief willekeurig/ ouder worden: selectiever in
uitdelen glimlach
 Sociale glimlach= de glimlach van een baby in reactie op een andere persoon
o Als ze ouder worden: bewaren sociale glimlach voor specifieke individuen
o Rond 18m: lachjes vaker voor verzorgers dan niet-menselijke objecten

, o Eind 2e levensjaar: kinderen gebruiken glimlach doelbewust om positieve
emoties weer te geven+ zijn gevoelig voor emotionele uitingen van
anderen




Het interpreteren van de gezichtsuitdrukkingen en stemmen van anderen
 Pasgeboren baby’s: gezichtsuitdrukkingen imiteren (niet per se begrijpen wat het
betekent)
 Imitatie zorgt voor basis non-verbale decodering: emoties kunnen aflezen op
gezicht van anderen
 Eerder vocale uitingen van emoties interpreteren dan gezichtsuitdrukkingen
o Rond leeftijd 5m: vrolijke en droevige vocale uitingen onderscheiden
 Volgorde waarin onderdelen van non-verbale decodering zich ontwikkelen
o 6-8weken: visuele perceptie beperkt
o Onderscheid verschillende gezichtsuitdrukkingen + reageren op verschillen
in type/ intensiteit van emoties die zichtbaar zijn via gezichtsuitdrukkingen
o Reactie op ongebruikelijke gezichtsuitdrukkingen: droevig kijken wanneer
moeder een neutrale gezichtsuitdrukking laat zien
o 4m: emoties begrijpen achter gezichtsuitdrukkingen + vocale uitingen
 Baby’s leren vroeg emoties voort te brengen + interpreteren
o Effect leren kennen van eigen emoties op anderen
o Vermogens helpen bij ervaren eigen emoties + gebruiken van emoties van
anderen om betekenis van onduidelijke sociale situaties te begrijpen
1.1.2 De ontwikkeling van het ik
 Zelfbeeld= het bewustzijn dat we als individu los van de rest van de wereld
bestaan (begin 12m)
 Experimenten: mirror-en rouge test
o Rode stip op neus kind en voor spiegel gezet  als baby aan neus komt:
kennis van eigen fysieke kenmerken
o Dit bewustzijn: baby begint zichzelf te zien als onafhankelijk object
 Meeste kinderen ontwikkelen dit pas rond 18-24m
 Besef ontwikkelen eigen capaciteiten
o 23-25m wenen als er wordt gevraagd om moeilijke handeling uit te voeren
 zelfbesef
 Culturele opvoeding kinderen: invloed ontwikkeling zelfbesef
o Over zichzelf leren denken door wat tegen hen gezegd wordt, ervaringen
met wereld, contacten andere mensen, manier waarop ze behandeld
worden
 18-24m: bewust eigen uiterlijk + vaardigheden, begin besef van hoe geest werkt
(theory of mind)
1.1.3 social refrencing: voelen wat anderen voelen
 Social refrencing= doelbewust zoeken naar info. over de gevoelens van anderen
om onduidelijke omstandigheden en gebeurtenissen te kunnen plaatsen (begin 8-
9m)
 Betekenis van situatie begrijpen, onzekerheid over situatie verkleinen
 Complexe sociale vaardigheid: betekenis van gedrag anderen hiervoor kunnen
begrijpen
o Gezichtsuitdrukkingen, gedrag anderen mensen heeft bepaalde betekenis
in specifieke omstandigheden
 Vooral belang gezichtsuitdrukkingen
o Experiment: spelen met speelgoed: wanneer moeder walging toonde
speelde kinderen minder lang dan wanneer moeder tevreden keek

Connected book
 image
David van Bunder Ontwikkelingspsychologie
Publisher: Unknown ISBN: 9789043040136 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
December 15, 2025
Number of pages
34
Written in
2025/2026
Type
Summary
$10.94

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
5
Followers
0
Items
2
Last sold
3 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions