Hoofdstuk 1 Acute buikpijn
1. Kliniek
Doelstellingen:
- Inschatting maken v/d ernst
- Mechanisme frequente acute pathologie
- Hoe adequaat reageren?
2. Diagnose
Anamnese:
- Soort pijn
- Tijdspanne
- Lokalisatie
- Bijkomende symptomen
- Eigenschappen v/d patiënt (leeftijd, medicatie,…)
Buikpijn:
- = spanning in een orgaan
- Ontsteking en prikkeling v/h buikvlies
- Letsel aan de buikwand
2.1 Basis van abdominale pijn
In de organen + in het buikvlies zitten pijnreceptoren.
Pijnreceptoren -> reageren op mechanische en chemische prikkels.
Mogelijke mechanische prikkels:
- Distensie (zwelling, uitzetting, uitrekking)
- Contractie (samentrekken)
- Tractie (spanning)
- Compressie (samendrukken)
- Torsie (verdraait)
Mogelijke chemische prikkels:
- CO2
- Lucht
- Bloed
- Darminhoud
- Bacteriën
2.1.1 Het peritoneum
, Parietaal = het vlies aan de binnenzijde.
Peritoneum parietale = het buikvlies aan de binnenzijde v/d buik
(buikwand).
Visceraal = het vlies rond een orgaan.
Peritoneum viscerale = het buikvlies dat rond de buitenkant v/d organen
zit.
Serosa = bestaat uit parietaal + visceraal.
Het vlies dat heel de buik en de organen in de buik bekleed
Hierin bevinden zich receptoren
Wand van de holle organen:
- Aanwezigheid van receptoren
Mesenterium = de dubbele laag peritoneum, die vanuit de achterwand van
de buikholte vastgehecht is aan de dunne darm. Vaak wordt de term ook
gebruikt voor alle dubbele lagen peritoneum rond diverse organen van de
buikholte.
Aanwezigheid van receptoren
2.2 Soorten pijn
Soorten pijn:
- Gerefereerde pijn
- Continue pijn
- Stekende pijn
- Viscerale pijn
- Op- en afgaande pijn
- Koliekpijn
- Peritoneale pijn
- Wandpijn
- Gemengde pijn
Gerefereerde pijn
Gerefereerde pijn = pijn op een andere plaats dan waar het probleem of de
oorzaak zich bevindt.
Continue pijn
Ontstekingspijn
Stekende pijn
1. Kliniek
Doelstellingen:
- Inschatting maken v/d ernst
- Mechanisme frequente acute pathologie
- Hoe adequaat reageren?
2. Diagnose
Anamnese:
- Soort pijn
- Tijdspanne
- Lokalisatie
- Bijkomende symptomen
- Eigenschappen v/d patiënt (leeftijd, medicatie,…)
Buikpijn:
- = spanning in een orgaan
- Ontsteking en prikkeling v/h buikvlies
- Letsel aan de buikwand
2.1 Basis van abdominale pijn
In de organen + in het buikvlies zitten pijnreceptoren.
Pijnreceptoren -> reageren op mechanische en chemische prikkels.
Mogelijke mechanische prikkels:
- Distensie (zwelling, uitzetting, uitrekking)
- Contractie (samentrekken)
- Tractie (spanning)
- Compressie (samendrukken)
- Torsie (verdraait)
Mogelijke chemische prikkels:
- CO2
- Lucht
- Bloed
- Darminhoud
- Bacteriën
2.1.1 Het peritoneum
, Parietaal = het vlies aan de binnenzijde.
Peritoneum parietale = het buikvlies aan de binnenzijde v/d buik
(buikwand).
Visceraal = het vlies rond een orgaan.
Peritoneum viscerale = het buikvlies dat rond de buitenkant v/d organen
zit.
Serosa = bestaat uit parietaal + visceraal.
Het vlies dat heel de buik en de organen in de buik bekleed
Hierin bevinden zich receptoren
Wand van de holle organen:
- Aanwezigheid van receptoren
Mesenterium = de dubbele laag peritoneum, die vanuit de achterwand van
de buikholte vastgehecht is aan de dunne darm. Vaak wordt de term ook
gebruikt voor alle dubbele lagen peritoneum rond diverse organen van de
buikholte.
Aanwezigheid van receptoren
2.2 Soorten pijn
Soorten pijn:
- Gerefereerde pijn
- Continue pijn
- Stekende pijn
- Viscerale pijn
- Op- en afgaande pijn
- Koliekpijn
- Peritoneale pijn
- Wandpijn
- Gemengde pijn
Gerefereerde pijn
Gerefereerde pijn = pijn op een andere plaats dan waar het probleem of de
oorzaak zich bevindt.
Continue pijn
Ontstekingspijn
Stekende pijn