KWANTITATIEVE
CRIMINOLOGISCHE METHODEN
EN TECHNIEKEN
QUALTRICS
Belangrijke termen
Builder: hierin stel je de vragen van de survey op
Survey Flow: Bij dit onderdeel kan de structuur van de survey gemakkelijk
ingezien en aangepast worden
o Bv blokken verschuiven
o Inhoud van de vragen kan niet meer aangepast worden
Look and feel: Hier kan je zaken kiezen zoals thema (bv. UGent thema) en
andere lay-out opties (bv. previous button text, progress bar)
o Bij ons komt automatisch een UGent thema
o Zodat je kan zien hoe ver je bent in de enquête = progress bar
Survey options: andere instellingen (bv. terugkeerknop, wat te doen met
incomplete surveydeelnames)
Block: De survey kan worden opgedeeld in blokken, waardoor deze
overzichtelijker wordt voor de persoon die de survey programmeert
o Eén block behandelt dan een reeks vragen die inhoudelijk samen horen
o Een structuur om de thematiek in je vragenlijst te zien
Page breaks: Zorgen ervoor dat de vragen in de survey opgedeeld worden in
meerdere pagina’s, in plaats van direct achter elkaar op één enkele pagina
Forced response: Instelling waarbij de respondent per se de gestelde vraag
moet beantwoorden voordat deze naar een volgende vraag kan
Preview: Proefversie van de survey doorlopen voordat deze gepubliceerd wordt
Display logic: Instelling waarbij bepaalde vragen alleen aan bepaalde
respondenten worden getoond op basis van hun eerdere responses
o Bv de vragen over kinderen krijgen alleen de mensen die zeiden dat ze
kinderen hebben
Skip logic: Instelling waarbij je kan kiezen om een reeks vragen te laten
overslaan (of iemand meteen naar het einde van de survey te sturen)
Matrix table: Type vraag waarbij meerdere vragen tegelijk ingevoerd kunnen
worden die op dezelfde antwoordschaal beantwoord kunnen worden
,1 DE PLAATS VAN DE CRIMINOLOGIE BINNEN DE WETENSCHAP
EEN EERSTE BEGRIPSOMSCHRIJVING
Wetenschappelijke objectiviteit = het verwerpen van bovennatuurlijke verklaringen voor
feiten
Typerende eigenschappen van wetenschap:
1. Streven naar kennis
o Welke kennis verschilt per vakgebied
o kennis kan worden ondergebracht in een theorie
= een intern coherent samenhangend geheel van uitspraken over
de werkelijkheid
Elke uitspraak krijgt pas zin en betekenis in een breder netwerk
o Samenhangende feiten en patronen in de werkelijkheid ontdekken
o ! ≠ religie en dogma WANT dat gaat erover hoe de samenleving er zou
moeten uit zien
+ zijn niet vatbaar voor rede en kritiek van buitenaf
2. Empirisch karakter
o Obv waarnemingen en reflecties
o Onderscheidt zich hiermee van religie
3. Systematische benadering
o Toetsbaarheid of testbaarheid
o Onderscheid zich hiermee van pseudo wetenschap
TAXONOMIEËN VAN WETENSCHAPPELIJKE DISCIPLINES
FORMELE WETENSCHAPPEN: axioma’s, deductie
o Logica
o Wiskunde
o Leren ons niets over de werkelijkheid rondom ons
ERVARINGSWETENSCHAPPEN (feitwetenschappen): empirie, inductie
o Hoe de werkelijkheid in elkaar zit door beroep te doen op ervaring
o Natuurlijk
Fysica
Chemie
Biologie
Psychologie
o Cultureel
Sociale psychologie
Economie
Politieke wetenschap
sociologie
MAAR ook
o natuurwetenschappen, gedragswetenschappen & cultuurwetenschappen
o Zuivere wetenschappen VS toegepaste wetenschappen
Zuiver = alleen op kennis gericht
o is dit onderscheid zinvol?
Geen vaste grenzen
, Kruisbestuiving mogelijk en wenselijk: tendens naar
interdisciplinariteit
Bv. gedragsecologie in criminologie
In 19e de positieve wetenschappen: de wetenschappen die op gegevens (feiten)
berusten ipv speculatieve denkwijzen
o Wetenschappelijke en objectiveerbare methoden
o = gebruik kwantitatieve methoden
CRIMINOLOGIE ALS MULTIDISCIPLINAIRE OBJECTWETENSCHAP
“The criminologist is a king without a kingdom” (T. Sellin)
o Criminologie heeft een eigen object (materieel voorwerp) maar geen eigen
methodologie (formeel voorwerp)
o Ontleent methoden en inzichten uit diverse invalshoeken
o DUS is geen afzonderlijke discipline!
Definitie: ‘Crimineel gedrag is strafbaar gesteld gedrag’
o ‘Smalle’ definitie
Bv. Pesten is niet strafbaar, maar kan samenhangen met crimineel
gedrag. Pesten is dus belangrijk om te onderzoeken
o Geen ‘harde’ definitie
Bv. Decriminalisering en invoering van strafbaarstelling
o ‘Nationale’ definitie
Bv. Zware mishandeling is anders in Nederland dan in België
o “De studie van het voorkomen (prevalentie) van criminaliteit en het
verklaren van voorkomen ervan”
Waarom-vraag en waar-vraag
o “Methode van onderzoek naar reactie op criminaliteit en effectiviteit van
sancties”
o “De studie van het slachtoffer (victimologie)”
Is er een eenduidig “object”?
o “Dé” criminaliteit bestaat niet! Verschillende soorten en
verschijningsvormen van criminaliteit
o Streven naar criminaliteitsspecifieke verklaringen: verschillende types van
criminaliteit hebben verschillende motivaties, verschijningsvormen en
verklaringen
Rationele Keuze Benadering (Cornish & Clarke)
Criminologie als soort van synthesewetenschap
o Interdisciplinaire integratie = een kruispunt van diverse discipline, omtrent
criminaliteit
Momenteel nog niet
DE INVLOEDRIJKSTE WETENSCHAPPELIJKE PARADIGMATA BINNEN DE
CRIMINOLOGIE
Scholen = criminologen die nauw samenwerken omdat ze dezelfde opvattingen
delen
o Behoren tot een paradigma
, o Paradigma = een door een groep wetenschappers gedeelde opvatting over
Wat wetenschap is
Waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen
Op welke manier wetenschap bedreven dient te worden
Ideeën over sociale structuren die in de werkelijkheid aanwezig zijn
Die een rol spelen in het leven van mensen in samenlevingen
Ontologie = zijnsleer
o studie van de dingen die bestaan
o Wat is de werkelijkheid?
o Bv. bestaat ‘criminaliteit’? Stemmen handeling en label overal en altijd
overeen?
Epistemologie = kennisleer
o Hoe kennis verwerven over de werkelijkheid?
3 GROTE PARADIGMA’S IN DE CRIMINOLOGIE
1. EMPIRISCH-ANALYTISCHE BENADERING
De dominante benadering!
Wat is het?
o Combineert rationeel denken met empirisch denken
Rationaliteit, helderheid, consistentie en gematigd scepticisme
o Herhaal- en controleerbaarheid van het onderzoek!
o Reductionistisch = reduceren van individuen tot ‘eenheden met scores op
bepaalde variabelen’
MAAR ook niet reductionistisch!! Want ze hebben aandacht voor
context
Vanwaar is het?
o Positivisme
Het observeerbare bestuderen en in natuurlijke categorieën opdelen
nu veel kritiek maar historisch een enorme vooruitgang
o Empirisme: alle wetenschappelijke kennis moet gebaseerd zijn op gedane
waarnemingen
Lijkt hard op positivisme
! sociale wetenschappen: veel aspecten kan je niet rechtstreeks
observeren
o Analytisch: analytische uitspraken hebben een logische opbouw en de
betekenis van de afzonderlijke begrippen is goed gedefinieerd
geworteld in de natuurwetenschappen: natuurwetenschappelijke methode
MAAR niet exclusief
Waardenvrijheid via het derde-persoonsperspectief
o Kijken, observeren & reflecteren MAAR niet participeren in het onderzoek
o Reproduceerbaarheid en intersubjectiviteit als maatstaf
o Als de uitkomsten van het onderzoek eerlijk zijn, en niet ingekleurd naar
persoonlijke voorkeuren is er geen probleem!
Intersubjectiviteit = het streven naar subjectieve overeenstemming
CRIMINOLOGISCHE METHODEN
EN TECHNIEKEN
QUALTRICS
Belangrijke termen
Builder: hierin stel je de vragen van de survey op
Survey Flow: Bij dit onderdeel kan de structuur van de survey gemakkelijk
ingezien en aangepast worden
o Bv blokken verschuiven
o Inhoud van de vragen kan niet meer aangepast worden
Look and feel: Hier kan je zaken kiezen zoals thema (bv. UGent thema) en
andere lay-out opties (bv. previous button text, progress bar)
o Bij ons komt automatisch een UGent thema
o Zodat je kan zien hoe ver je bent in de enquête = progress bar
Survey options: andere instellingen (bv. terugkeerknop, wat te doen met
incomplete surveydeelnames)
Block: De survey kan worden opgedeeld in blokken, waardoor deze
overzichtelijker wordt voor de persoon die de survey programmeert
o Eén block behandelt dan een reeks vragen die inhoudelijk samen horen
o Een structuur om de thematiek in je vragenlijst te zien
Page breaks: Zorgen ervoor dat de vragen in de survey opgedeeld worden in
meerdere pagina’s, in plaats van direct achter elkaar op één enkele pagina
Forced response: Instelling waarbij de respondent per se de gestelde vraag
moet beantwoorden voordat deze naar een volgende vraag kan
Preview: Proefversie van de survey doorlopen voordat deze gepubliceerd wordt
Display logic: Instelling waarbij bepaalde vragen alleen aan bepaalde
respondenten worden getoond op basis van hun eerdere responses
o Bv de vragen over kinderen krijgen alleen de mensen die zeiden dat ze
kinderen hebben
Skip logic: Instelling waarbij je kan kiezen om een reeks vragen te laten
overslaan (of iemand meteen naar het einde van de survey te sturen)
Matrix table: Type vraag waarbij meerdere vragen tegelijk ingevoerd kunnen
worden die op dezelfde antwoordschaal beantwoord kunnen worden
,1 DE PLAATS VAN DE CRIMINOLOGIE BINNEN DE WETENSCHAP
EEN EERSTE BEGRIPSOMSCHRIJVING
Wetenschappelijke objectiviteit = het verwerpen van bovennatuurlijke verklaringen voor
feiten
Typerende eigenschappen van wetenschap:
1. Streven naar kennis
o Welke kennis verschilt per vakgebied
o kennis kan worden ondergebracht in een theorie
= een intern coherent samenhangend geheel van uitspraken over
de werkelijkheid
Elke uitspraak krijgt pas zin en betekenis in een breder netwerk
o Samenhangende feiten en patronen in de werkelijkheid ontdekken
o ! ≠ religie en dogma WANT dat gaat erover hoe de samenleving er zou
moeten uit zien
+ zijn niet vatbaar voor rede en kritiek van buitenaf
2. Empirisch karakter
o Obv waarnemingen en reflecties
o Onderscheidt zich hiermee van religie
3. Systematische benadering
o Toetsbaarheid of testbaarheid
o Onderscheid zich hiermee van pseudo wetenschap
TAXONOMIEËN VAN WETENSCHAPPELIJKE DISCIPLINES
FORMELE WETENSCHAPPEN: axioma’s, deductie
o Logica
o Wiskunde
o Leren ons niets over de werkelijkheid rondom ons
ERVARINGSWETENSCHAPPEN (feitwetenschappen): empirie, inductie
o Hoe de werkelijkheid in elkaar zit door beroep te doen op ervaring
o Natuurlijk
Fysica
Chemie
Biologie
Psychologie
o Cultureel
Sociale psychologie
Economie
Politieke wetenschap
sociologie
MAAR ook
o natuurwetenschappen, gedragswetenschappen & cultuurwetenschappen
o Zuivere wetenschappen VS toegepaste wetenschappen
Zuiver = alleen op kennis gericht
o is dit onderscheid zinvol?
Geen vaste grenzen
, Kruisbestuiving mogelijk en wenselijk: tendens naar
interdisciplinariteit
Bv. gedragsecologie in criminologie
In 19e de positieve wetenschappen: de wetenschappen die op gegevens (feiten)
berusten ipv speculatieve denkwijzen
o Wetenschappelijke en objectiveerbare methoden
o = gebruik kwantitatieve methoden
CRIMINOLOGIE ALS MULTIDISCIPLINAIRE OBJECTWETENSCHAP
“The criminologist is a king without a kingdom” (T. Sellin)
o Criminologie heeft een eigen object (materieel voorwerp) maar geen eigen
methodologie (formeel voorwerp)
o Ontleent methoden en inzichten uit diverse invalshoeken
o DUS is geen afzonderlijke discipline!
Definitie: ‘Crimineel gedrag is strafbaar gesteld gedrag’
o ‘Smalle’ definitie
Bv. Pesten is niet strafbaar, maar kan samenhangen met crimineel
gedrag. Pesten is dus belangrijk om te onderzoeken
o Geen ‘harde’ definitie
Bv. Decriminalisering en invoering van strafbaarstelling
o ‘Nationale’ definitie
Bv. Zware mishandeling is anders in Nederland dan in België
o “De studie van het voorkomen (prevalentie) van criminaliteit en het
verklaren van voorkomen ervan”
Waarom-vraag en waar-vraag
o “Methode van onderzoek naar reactie op criminaliteit en effectiviteit van
sancties”
o “De studie van het slachtoffer (victimologie)”
Is er een eenduidig “object”?
o “Dé” criminaliteit bestaat niet! Verschillende soorten en
verschijningsvormen van criminaliteit
o Streven naar criminaliteitsspecifieke verklaringen: verschillende types van
criminaliteit hebben verschillende motivaties, verschijningsvormen en
verklaringen
Rationele Keuze Benadering (Cornish & Clarke)
Criminologie als soort van synthesewetenschap
o Interdisciplinaire integratie = een kruispunt van diverse discipline, omtrent
criminaliteit
Momenteel nog niet
DE INVLOEDRIJKSTE WETENSCHAPPELIJKE PARADIGMATA BINNEN DE
CRIMINOLOGIE
Scholen = criminologen die nauw samenwerken omdat ze dezelfde opvattingen
delen
o Behoren tot een paradigma
, o Paradigma = een door een groep wetenschappers gedeelde opvatting over
Wat wetenschap is
Waar een wetenschappelijke theorie aan moet voldoen
Op welke manier wetenschap bedreven dient te worden
Ideeën over sociale structuren die in de werkelijkheid aanwezig zijn
Die een rol spelen in het leven van mensen in samenlevingen
Ontologie = zijnsleer
o studie van de dingen die bestaan
o Wat is de werkelijkheid?
o Bv. bestaat ‘criminaliteit’? Stemmen handeling en label overal en altijd
overeen?
Epistemologie = kennisleer
o Hoe kennis verwerven over de werkelijkheid?
3 GROTE PARADIGMA’S IN DE CRIMINOLOGIE
1. EMPIRISCH-ANALYTISCHE BENADERING
De dominante benadering!
Wat is het?
o Combineert rationeel denken met empirisch denken
Rationaliteit, helderheid, consistentie en gematigd scepticisme
o Herhaal- en controleerbaarheid van het onderzoek!
o Reductionistisch = reduceren van individuen tot ‘eenheden met scores op
bepaalde variabelen’
MAAR ook niet reductionistisch!! Want ze hebben aandacht voor
context
Vanwaar is het?
o Positivisme
Het observeerbare bestuderen en in natuurlijke categorieën opdelen
nu veel kritiek maar historisch een enorme vooruitgang
o Empirisme: alle wetenschappelijke kennis moet gebaseerd zijn op gedane
waarnemingen
Lijkt hard op positivisme
! sociale wetenschappen: veel aspecten kan je niet rechtstreeks
observeren
o Analytisch: analytische uitspraken hebben een logische opbouw en de
betekenis van de afzonderlijke begrippen is goed gedefinieerd
geworteld in de natuurwetenschappen: natuurwetenschappelijke methode
MAAR niet exclusief
Waardenvrijheid via het derde-persoonsperspectief
o Kijken, observeren & reflecteren MAAR niet participeren in het onderzoek
o Reproduceerbaarheid en intersubjectiviteit als maatstaf
o Als de uitkomsten van het onderzoek eerlijk zijn, en niet ingekleurd naar
persoonlijke voorkeuren is er geen probleem!
Intersubjectiviteit = het streven naar subjectieve overeenstemming