Algemeen verbintenissenrecht p. 220-303
Onrechtmatige daad = buitencontractuele aansprakelijkheid p. 354-389
Verbintenissen met meerdere schuldenaars.
Verbintenissenrecht = persoonlijke / vorderingsrechten (uit contract of OD) :
ontstaat uit overeenkomsten (meerzijdige rechtshandeling) of uit onrechtmatige daden.
Een verbintenis is voorwaardelijk wanneer de opeisbaarheid of het tenietgaan ervan
afhangt van een toekomstige of onzekere gebeurtenis (art. 5.139 BW)
Opschortende tijdbepaling : de verbintenis bestaat al maar wordt niet uitgevoerd
Ontbindende tijdsbepaling : de verbintenis wordt al uitgevoerd maar bij intreden
tijdsbepaling dooft ze retroactief uit.
Voorwaardelijke verbintenissen :
= voorwaarden die onmogelijk, in strijd met de goede zeden of door de wet verbonden
zijn, zijn nietig.
(1) Hoofdelijkheid en ondeelbaarheid (art. 5.160-165 BW)
= schuldeiser kiest vrij één schuldenaar en die moet geheel betalen, met nadien verhaal
op andere medeschuldenaren. Moet volgen uit de wet/gewoonte/contractuele bepaling.
(2) In solidum verbintenis (art. 5. 168 BW)
We willen het slachtoffer (bescherming schuldeiser) niet te zwaar maken dus die kan
gewoon vragen voor een volledige vergoeding.
Uitdoving (=tenietgaan) verbintenissen (art. 5.244 BW)
Wanneer stoppen die ?
- Betaling = het nakomen van een plicht, “nakoming”. 5.194-5.209
- Kwijtschelding = als je vrind zegt dat je niet meer moet terug betalen, het is een
soort schenking. 5.250-5.253
- Compensatie : twee partijen hebben wederzijds schulden bij elkaar.
- Tegencompensatie : als bv. een eigenaar zijn bouwwerkers niet heeft betaald, en
de bouwwerkers dagvaarden hem. Maar de eigenaar zegt dat de bouw niet
compleet is, kan hij een tegencompensatie doen en minder terug betalen.
- Verjaring : bevrijdende, iemand met een contractuele plicht heeft, moet die niet
meer nagaan na een bepaalde periode.
10j = contracten
5-20j = onrechtmatige daad
Contract : definitie en soorten (art. 5.4 BW)
De meeste contracten zijn consensueel, er is een consensus (=wilsovereenstemming)
Vb. een huwelijk is een wilsovereenstemming.
*eenzijdig : optie of een contract belofte, je kan een optie vragen aan een verhuurder als
je dat pand wilt huren. De verkoper wilt al definitief bonden aan de verkoop maar de
koper is nog niet zeker.
= de meeste opties worden daarna een wederkerig contract. (art. 5.6 BW)
*consensueel, vormelijk of zakelijk (art. 5.5 BW)
*handgift : is er maar vanaf het moment het is afgeven. Vb. schilderij
*om niet : je verwacht niks terug (art. 5.7 BW)
*wederpresatie : je doet iets om iets terug te krijgen.
*vergeldende/ kans contracten : een kans contract is bv. een verzekering, je weet niet
zeker dat je iets terug gaat krijgen voor het betalen van de verzekering. (art. 5.8 BW)
*raamcontract en uitvoeringscontract : de contracten worden gespecifieerd (art. 5.9 en
5.71 BW)
*duurovereenkomst: een langdurig contract
, *aflopende overeenkomst : het kopen van goederen in een winkel.
*benoemde en onbenoemde contracten
*Contract met consument; toetredingscontract (art. 5.10 en 5.52 BW) specifieke
bescherming reglementering.
* Meerpartijencontract (art. 5.12 BW)
Contractenrecht: grondbegrippen (p. 263-269)
1. Contractvrijheid (wilsautonomie, 5.14):
(1)of je een contract wilt sluiten,
(2)waarover,
(3)met wie?
Thans onder druk: contractweigering is mogelijk RMB (rechts misbruik)
(1), toename dwingende wetgeving
(2) en antidiscriminatie wetgeving
(3)== als je als recruter systematisch een persoon van aan bepaalde afkomst weigert.
2. Verbindende kracht=“Pacta sunt servanda”(5.69 BW)
voor partijen én rechter.
Maar: bedenktijd consument bij koop en dienstverlening t.o.v. onderneming,
(marktpraktijkenreglementering boek VI,WER)
=pas op als je een contract sluit, want dat is een vrijblijvende afspraak op een juridisch
niveau
3. Consensualisme: geen vormvereisten voor geldigheid, wel voor bewijs, alleen
consensus nodig
4. Goede trouw (5.73 BW): aanvullende werking (= elk contract na de strikt genomen
afspraak, wilt dat ook zeggen dat ze elkaar constructief willen helpen, loyaal opstellen) en
beperkende of matigende werking (=verbod rechts misbruik) en 5.74 BW voor
verandering v omstandigheden, dat zijn duurcontracten (=langdurig), die doen hun
prijszetting vandaag, maar over 8jaar gaan ze nog steeds bezig zijn. En vanuit goede
trouw ga je veranderingen in de contracten accepteren want er zijn veranderingen in de
omstandigheden.
Contractsluiting(p.269-271)
- Precontractuele fase →precontractuele aansprakelijkheid, (art. 5.15-5.17 BW)
Er kunnen twee dingen foutlopen :
(1) Verkeerde info gegeven, en bij het uitvoering komen er dan moeilijkheden
(2) Partijen zijn vergevorderd, en dan plots verlaat een van de partijen de
onderhandeling.
- Contract = aanbod + aanvaarding, (art. 5.18-5.20 BW)
- Aanbod (minimuminhoud, onvoorwaardelijk, precies) is bindend. Verschil met vrijblijvend
voorstel (vrij onderhandelen). Aanbieding zijn zeer feitelijk, in die manier bestaat het
koopcontract.
- Aanvaarding is onvoorwaardelijk “ja”
Geldigheidsvereisten : Contract wordt geldig gesloten mits:
- Vrij, volwaardige toestemmingen (zonder wilsgebreken) art. 5.33 BW
- Handelingsbekwame partijen
- Bestaand, geoorloofd voorwerp
- Geoorloofde oorzaak
- Geldigheidsvereisten na te gaan op moment van contractsluiting;
sanctie=relatieve nietigheid (met terugweg. kracht en dus evtl. restitutieplichten)
Onrechtmatige daad = buitencontractuele aansprakelijkheid p. 354-389
Verbintenissen met meerdere schuldenaars.
Verbintenissenrecht = persoonlijke / vorderingsrechten (uit contract of OD) :
ontstaat uit overeenkomsten (meerzijdige rechtshandeling) of uit onrechtmatige daden.
Een verbintenis is voorwaardelijk wanneer de opeisbaarheid of het tenietgaan ervan
afhangt van een toekomstige of onzekere gebeurtenis (art. 5.139 BW)
Opschortende tijdbepaling : de verbintenis bestaat al maar wordt niet uitgevoerd
Ontbindende tijdsbepaling : de verbintenis wordt al uitgevoerd maar bij intreden
tijdsbepaling dooft ze retroactief uit.
Voorwaardelijke verbintenissen :
= voorwaarden die onmogelijk, in strijd met de goede zeden of door de wet verbonden
zijn, zijn nietig.
(1) Hoofdelijkheid en ondeelbaarheid (art. 5.160-165 BW)
= schuldeiser kiest vrij één schuldenaar en die moet geheel betalen, met nadien verhaal
op andere medeschuldenaren. Moet volgen uit de wet/gewoonte/contractuele bepaling.
(2) In solidum verbintenis (art. 5. 168 BW)
We willen het slachtoffer (bescherming schuldeiser) niet te zwaar maken dus die kan
gewoon vragen voor een volledige vergoeding.
Uitdoving (=tenietgaan) verbintenissen (art. 5.244 BW)
Wanneer stoppen die ?
- Betaling = het nakomen van een plicht, “nakoming”. 5.194-5.209
- Kwijtschelding = als je vrind zegt dat je niet meer moet terug betalen, het is een
soort schenking. 5.250-5.253
- Compensatie : twee partijen hebben wederzijds schulden bij elkaar.
- Tegencompensatie : als bv. een eigenaar zijn bouwwerkers niet heeft betaald, en
de bouwwerkers dagvaarden hem. Maar de eigenaar zegt dat de bouw niet
compleet is, kan hij een tegencompensatie doen en minder terug betalen.
- Verjaring : bevrijdende, iemand met een contractuele plicht heeft, moet die niet
meer nagaan na een bepaalde periode.
10j = contracten
5-20j = onrechtmatige daad
Contract : definitie en soorten (art. 5.4 BW)
De meeste contracten zijn consensueel, er is een consensus (=wilsovereenstemming)
Vb. een huwelijk is een wilsovereenstemming.
*eenzijdig : optie of een contract belofte, je kan een optie vragen aan een verhuurder als
je dat pand wilt huren. De verkoper wilt al definitief bonden aan de verkoop maar de
koper is nog niet zeker.
= de meeste opties worden daarna een wederkerig contract. (art. 5.6 BW)
*consensueel, vormelijk of zakelijk (art. 5.5 BW)
*handgift : is er maar vanaf het moment het is afgeven. Vb. schilderij
*om niet : je verwacht niks terug (art. 5.7 BW)
*wederpresatie : je doet iets om iets terug te krijgen.
*vergeldende/ kans contracten : een kans contract is bv. een verzekering, je weet niet
zeker dat je iets terug gaat krijgen voor het betalen van de verzekering. (art. 5.8 BW)
*raamcontract en uitvoeringscontract : de contracten worden gespecifieerd (art. 5.9 en
5.71 BW)
*duurovereenkomst: een langdurig contract
, *aflopende overeenkomst : het kopen van goederen in een winkel.
*benoemde en onbenoemde contracten
*Contract met consument; toetredingscontract (art. 5.10 en 5.52 BW) specifieke
bescherming reglementering.
* Meerpartijencontract (art. 5.12 BW)
Contractenrecht: grondbegrippen (p. 263-269)
1. Contractvrijheid (wilsautonomie, 5.14):
(1)of je een contract wilt sluiten,
(2)waarover,
(3)met wie?
Thans onder druk: contractweigering is mogelijk RMB (rechts misbruik)
(1), toename dwingende wetgeving
(2) en antidiscriminatie wetgeving
(3)== als je als recruter systematisch een persoon van aan bepaalde afkomst weigert.
2. Verbindende kracht=“Pacta sunt servanda”(5.69 BW)
voor partijen én rechter.
Maar: bedenktijd consument bij koop en dienstverlening t.o.v. onderneming,
(marktpraktijkenreglementering boek VI,WER)
=pas op als je een contract sluit, want dat is een vrijblijvende afspraak op een juridisch
niveau
3. Consensualisme: geen vormvereisten voor geldigheid, wel voor bewijs, alleen
consensus nodig
4. Goede trouw (5.73 BW): aanvullende werking (= elk contract na de strikt genomen
afspraak, wilt dat ook zeggen dat ze elkaar constructief willen helpen, loyaal opstellen) en
beperkende of matigende werking (=verbod rechts misbruik) en 5.74 BW voor
verandering v omstandigheden, dat zijn duurcontracten (=langdurig), die doen hun
prijszetting vandaag, maar over 8jaar gaan ze nog steeds bezig zijn. En vanuit goede
trouw ga je veranderingen in de contracten accepteren want er zijn veranderingen in de
omstandigheden.
Contractsluiting(p.269-271)
- Precontractuele fase →precontractuele aansprakelijkheid, (art. 5.15-5.17 BW)
Er kunnen twee dingen foutlopen :
(1) Verkeerde info gegeven, en bij het uitvoering komen er dan moeilijkheden
(2) Partijen zijn vergevorderd, en dan plots verlaat een van de partijen de
onderhandeling.
- Contract = aanbod + aanvaarding, (art. 5.18-5.20 BW)
- Aanbod (minimuminhoud, onvoorwaardelijk, precies) is bindend. Verschil met vrijblijvend
voorstel (vrij onderhandelen). Aanbieding zijn zeer feitelijk, in die manier bestaat het
koopcontract.
- Aanvaarding is onvoorwaardelijk “ja”
Geldigheidsvereisten : Contract wordt geldig gesloten mits:
- Vrij, volwaardige toestemmingen (zonder wilsgebreken) art. 5.33 BW
- Handelingsbekwame partijen
- Bestaand, geoorloofd voorwerp
- Geoorloofde oorzaak
- Geldigheidsvereisten na te gaan op moment van contractsluiting;
sanctie=relatieve nietigheid (met terugweg. kracht en dus evtl. restitutieplichten)