1 Stofeigenschappen
Wat is scheikunde?
Alles om je heen bestaat uit stoffen ook de mens bestaat uit allerlei stoffen. Zo bestaat de
lucht voor grotendeels uit stikstof en zuurstof.
Scheikunde: Scheikunde houdt zich bezig met stoffen, nieuwe stoffen worden gemaakt door
middel van scheikunde, Scheikunde houdt dus eigenlijk het omzetten van stoffen in andere
stoffen in.
Stofeigenschappen.
Stofeigenschappen zijn eigenschappen die specifiek horen bij een stof en waaraan je een stof
kan herkennen. Als je een stof voor een bepaald doel wilt gebruiken, kijk je naar de
eigenschappen en als je een nieuwe stof wilt maken, bedenk je van tevoren aan welke
eigenschappen de stof moet voldoen.
Stofeigenschappen:
Brandbaarheid, Kleur, Geur, Smaak, Oplosbaarheid, Fase bij kamertemperatuur en Giftig.
Stofconstanten.
Stofconstanten zijn eigenschappen die specifiek horen bij een stof, aan deze eigenschappen
kunnen getallen worden gegeven gevolgd door een eenheid
Stofconstanten:
Smeltpunt, Kookpunt, Dichtheid
(De dichtheid van een stof is de massa van 1m3van die stof. Je neemt hierbij een vaste
hoeveelheid de dichtheid hangt dus van de stof af.
Formule: Dichtheid=massavolume Je kunt hierbij als eenheidKg/m3 of g/cm3nemen.
Grootheden.
Eigenschappen die je kunt meten zoals massa en volume, noem je grootheden.
Grootheden: Lengte, Massa, Inhoud/Volume, Stroomsterkte etc.
Eenheden.
De maten waarmee je een grootheden meet, noem je eenheden.
Eenheden: Centimeter (cm), Kilogram (kg), Kubieke meter (m3), Ampère (A)
-> 1000 -> 1000
kg -> g -> mg -> g cm3/mL -> dm3/L -> m3
<- 1000 -> 1000
1.2 Veiligheid
Veilig omgaan met stoffen.
Met behulp van gevarenpictogrammen weet je de gevaren van een bepaalde stof.
Gevarenpictogrammen:
Chemiekaarten: In dit boek staan alle gegevens over elke stof op aarde.
Grenswaarde: Hoeveel mg er maximaal in 1m3aanwezig mag zijn. verder
dan dit maximum is schadelijk voor de gezondheid.
H-zinnen: H-zinnen gaan over gezondheidsgevaren.
P-zinnen: P-zinnen gaan over preventie, het voorkomen van ongelukken.
1.3 Faseveranderingen
Fasen.
Een stof kan in 3 fasen voorkomen: De vaste, De vloeibare of de gasvormige fase. Dit wordt
bepaald door de temperatuur van de stof.
Wat is scheikunde?
Alles om je heen bestaat uit stoffen ook de mens bestaat uit allerlei stoffen. Zo bestaat de
lucht voor grotendeels uit stikstof en zuurstof.
Scheikunde: Scheikunde houdt zich bezig met stoffen, nieuwe stoffen worden gemaakt door
middel van scheikunde, Scheikunde houdt dus eigenlijk het omzetten van stoffen in andere
stoffen in.
Stofeigenschappen.
Stofeigenschappen zijn eigenschappen die specifiek horen bij een stof en waaraan je een stof
kan herkennen. Als je een stof voor een bepaald doel wilt gebruiken, kijk je naar de
eigenschappen en als je een nieuwe stof wilt maken, bedenk je van tevoren aan welke
eigenschappen de stof moet voldoen.
Stofeigenschappen:
Brandbaarheid, Kleur, Geur, Smaak, Oplosbaarheid, Fase bij kamertemperatuur en Giftig.
Stofconstanten.
Stofconstanten zijn eigenschappen die specifiek horen bij een stof, aan deze eigenschappen
kunnen getallen worden gegeven gevolgd door een eenheid
Stofconstanten:
Smeltpunt, Kookpunt, Dichtheid
(De dichtheid van een stof is de massa van 1m3van die stof. Je neemt hierbij een vaste
hoeveelheid de dichtheid hangt dus van de stof af.
Formule: Dichtheid=massavolume Je kunt hierbij als eenheidKg/m3 of g/cm3nemen.
Grootheden.
Eigenschappen die je kunt meten zoals massa en volume, noem je grootheden.
Grootheden: Lengte, Massa, Inhoud/Volume, Stroomsterkte etc.
Eenheden.
De maten waarmee je een grootheden meet, noem je eenheden.
Eenheden: Centimeter (cm), Kilogram (kg), Kubieke meter (m3), Ampère (A)
-> 1000 -> 1000
kg -> g -> mg -> g cm3/mL -> dm3/L -> m3
<- 1000 -> 1000
1.2 Veiligheid
Veilig omgaan met stoffen.
Met behulp van gevarenpictogrammen weet je de gevaren van een bepaalde stof.
Gevarenpictogrammen:
Chemiekaarten: In dit boek staan alle gegevens over elke stof op aarde.
Grenswaarde: Hoeveel mg er maximaal in 1m3aanwezig mag zijn. verder
dan dit maximum is schadelijk voor de gezondheid.
H-zinnen: H-zinnen gaan over gezondheidsgevaren.
P-zinnen: P-zinnen gaan over preventie, het voorkomen van ongelukken.
1.3 Faseveranderingen
Fasen.
Een stof kan in 3 fasen voorkomen: De vaste, De vloeibare of de gasvormige fase. Dit wordt
bepaald door de temperatuur van de stof.