BEWEGEN BIJ PERSONEN MET CHRONISCHE AANDOENINGEN
DIABETES & BEWEEGINTERVENTIES
Kan iemand met diabetes veilig sporten?
- Ja, want helpt om bloedsuiker stabiel te houden
Wat gebeurt er met insuline tijdens inspanning?
- Insulinesecretie daalt
Wat gebeurt er met bloedsuiker tijdens inspanning?
- Spieren nemen glucose op dus bloedglucose daalt licht
Als ik diabetes heb, moet ik toch suikervrij eten?
- Nee, kH mogen niet helemaal gebannen worden
Als je eenmaal insuline gebruikt, kan je daar toch nooit meer mee stoppen?
- Bij type II diabetes kan het soms wel
Diabetes mellitus:
ð Chronische metabole aandoening
ð Hyperglykemie als gevolg van defecten in insulinesecretie, insulinewerking of beide
Ø Verhoogde bloedglucosewaarden
Ø Verstoringen in kH, V en EW metabolisme: hogere EW-synthese en vetproductie
Ø Langdurige hyperglykemie: schade, disfunctie en falen verschillende organen (ogen, nieren,
zenuwen, hart en bloedvaten)
ð Suikerziekte
ð Zoete doorstroming
Ø Suiker in urine
Diabetes = doorstromen/ doorheen gaan
ð Overmatig urineren, vloeistof door lichaam heen stroomt
Ø Polyurie
Mellitus = honing/zoet
ð Urine heeft zoete smaak door aanwezigheid glucose
Ø Glycosurie
Centrale kenmerken diabetes:
Hyperglykemie = concentratie glucose in bloed boven normale waarden
1
, Glycosurie = concentratie glucose in urine (normaal geen glucose)
Andere vorm diabetes: zwangerschapsdiabetes
ð GDM: gestationele diabetes mellitus
ð Tijdens zwangerschap: hoge bloedglucosewaarden
ð Kind: belangrijk om bloedglucose normaal te houden
ð ½ ontwikkelt blijvende diabetes
Hemochromatose: opstapeling heem (ijzer) -> toxisch
ð Altijd ijzerwaarden bekijken in bloed
Hyperglykemie
Korte termijn effect:
- Polyurie (veel plassen)
ð Glucose trekt water aan door osmotisch effect
- Polydipsie (veel dorst/veel drinken)
- Vermoeidheid
ð Glucose niet efficiënt in cellen krijgen
ð Water-en elektrolytenverlies
ð Verstoord slaappatroon
ð Bloedglucoseschommelingen
Lange termijn effect:
è Schade aan bloedvaten en organen
- Retinopathie (ogen)
ð Schade aan kleine bloedvaten netvlies
ð Chronische hyperglykemie: vaatwandbeschadiging
Ø Lekkage + zuurstoftekort in netvlies
ð Wazig zien + risico op blindheid
- Nefropathie (nieren)
ð Schade aan glomeruli (nierfilters)
ð Chronische hyperglykemie: verdikking basaalmembraan + verhoogde druk in glomeruli
ð Eiwitverlies in urine (albuminerie) + finaal nierfalen
- Neuropathie (zenuwen)
ð Schade aan zenuwen
Ø Handen en voeten
Ø Niet op blote voeten lopen, soms minder werkende zenuwen -> instabiliteit
ð Chronische hyperglykemie: microvasculaire schade + oxidatieve stress in zenuwbanen
Ø Reactie op teveel zuurstof, anti-oxidant zorgt weer voor verbetering
ð Gevoelloosheid, tintelingen, pijn + verhoogd risico op voetulcera en amputatie
2
, - Cardiovasculaire ziekten
ð Schade aan CV systeem, dus ook hart
ð Chronische hyperglykemie + insulineresistentie: atherosclerose (aderverkalking) + hoge BD +
dyslipidemie (verstoorde vetfunctie in bloed)
Ø Meten met bloedstaal: cholesterol, LDL en TGC bekijken
ð 2-4x meer kans op hart-en vaatziekten
Niet iedereen heeft last van alle effecten, maar wel meer risico
ð Verhoogde kans*impact
ð Nuchtere bloedstaal: glucose + insuline + ijzerwaarden + cholesterol + LDL + TGC
Dyslipidemie = lipiden in bloed verstoord (afwijkende waarden cholesterol, triglyceriden
- Hypercholesterolemie: verhoogd totaalcholesterol
ð Door verhoogde LDL
- Hypertriglyceridemie: verhoogde TGC
- Gemengde dyslipidemie: LDL + TGC verhoogd
- Laag HDL
Normale bloedglucose-waarden:
è Nuchter: basale insulineafgifte vanuit pancreas om bloedglucose stabiel te houden
è Bloedglucose stabiel
ð E-voorziening voor hersenen (geen opslagcapaciteit)
Ø Hersenen werken niet met vet en glucose enkel opgeslagen in lever en spieren (400-800kcal)
ð Homeostase in alle weefsels + schommelingen in E-voorziening vermijden
ð Bescherming tegen hyperglykemie
Ø Lange termijn: beschadiging bloedvaten en zenuwen
mg/dl: glucose tov bloed
Insuline = peptidehormoon
ð Geproduceerd door B-cellen in eilandjes van Langerhans (pancreas)
ð 51 aminozuren met 2 ketens
Ø A-keten: 21 AZ & B-keten: 30 AZ
Functie:
- E op juiste manier gebruiken en opslaan in lichaam
ð Insuline = sleutel die glucose vanuit je bloed de cellen in laat
ð Spieren krijgen E + lever en vetcellen kunnen reserves aanleggen
- Bloedsuiker stabiel houden + lichaam groeit, herstelt en functioneert goed
- Lichaam in balans houden tussen E gebruiken en opslaan
3
, Fysiologisch:
- Insuline = centrale anabole hormoon in metabolisme
ð Opbouwend
ð Insuline breekt geen suiker af, maar verplaatst deze
è kH metabolisme
ð Stimuleert glucose-opname in spier-en vetcellen via GLUT-4 transporters
ð Remt gluconeogenese (aanmaak glucose) + glycogenolyse (afbraak glycogeen) in lever
ð Stimuleert glycogeensynthese (glycogeen stijgt)
è Vetmetabolisme
ð Stimuleert vetopslag in adipocyten/vetcellen (lipogenese)
Ø Kernen groeien als ver erin komt + delen dan tot nieuwe cellen -> dikker worden
ð Remt lipolyse (afbraak vetten)
è EW-metabolisme
ð Stimuleert AZ opname en EW-synthese
ð Remt proteolyse (afbraak EW)
Gluconeogenese = nieuwvorming glucose
è Proces waarbij lichaam glucose maakt uit niet-kH bronnen (AZ, lactaat of glycerol)
ð In lever en deels in nieren
ð Bloedsuiker op peil houden bij langdurig vasten of inspanning als glycogeenvoorraden zijn
uitgeput
Glycogenolyse = afbraak glycogeen
è Proces waarbij opgeslagen glycogeen in lever en spieren wordt afgebroken tot glucose/glucose-
6-fosfaat
ð Lever geeft glucose af aan bloed voor hersenen/organen
ð Spieren gebruiken glucose voor E tijdens inspanning
ð Snel beschikbare E leveren uit bestaande glycogeenvoorraad
Glucose-insuline-as = terugkoppelingsrelatie tussen bloedglucose en insuline (balans)
ð Teveel insuline + te weinig glucose: dysfunctie
Bloedglucose stijgt na maaltijd -> B-cellen van pancreas reageren met hogere insulinesecretie
ð Insuline verlaagt bloedglucose door opname in spier-en vetcellen + door remming
glucoseproductie in lever
Bloedglucose daalt bij vasten/inspanning -> insulinesecretie daalt
ð Lever geeft glucose vrij + minder opname in weefsels
è Negatieve feedbacklus die bloedsuikerwaarden binnen nauwe grenzen houdt
o In rust: postpandriaal
è Na maaltijd
4
DIABETES & BEWEEGINTERVENTIES
Kan iemand met diabetes veilig sporten?
- Ja, want helpt om bloedsuiker stabiel te houden
Wat gebeurt er met insuline tijdens inspanning?
- Insulinesecretie daalt
Wat gebeurt er met bloedsuiker tijdens inspanning?
- Spieren nemen glucose op dus bloedglucose daalt licht
Als ik diabetes heb, moet ik toch suikervrij eten?
- Nee, kH mogen niet helemaal gebannen worden
Als je eenmaal insuline gebruikt, kan je daar toch nooit meer mee stoppen?
- Bij type II diabetes kan het soms wel
Diabetes mellitus:
ð Chronische metabole aandoening
ð Hyperglykemie als gevolg van defecten in insulinesecretie, insulinewerking of beide
Ø Verhoogde bloedglucosewaarden
Ø Verstoringen in kH, V en EW metabolisme: hogere EW-synthese en vetproductie
Ø Langdurige hyperglykemie: schade, disfunctie en falen verschillende organen (ogen, nieren,
zenuwen, hart en bloedvaten)
ð Suikerziekte
ð Zoete doorstroming
Ø Suiker in urine
Diabetes = doorstromen/ doorheen gaan
ð Overmatig urineren, vloeistof door lichaam heen stroomt
Ø Polyurie
Mellitus = honing/zoet
ð Urine heeft zoete smaak door aanwezigheid glucose
Ø Glycosurie
Centrale kenmerken diabetes:
Hyperglykemie = concentratie glucose in bloed boven normale waarden
1
, Glycosurie = concentratie glucose in urine (normaal geen glucose)
Andere vorm diabetes: zwangerschapsdiabetes
ð GDM: gestationele diabetes mellitus
ð Tijdens zwangerschap: hoge bloedglucosewaarden
ð Kind: belangrijk om bloedglucose normaal te houden
ð ½ ontwikkelt blijvende diabetes
Hemochromatose: opstapeling heem (ijzer) -> toxisch
ð Altijd ijzerwaarden bekijken in bloed
Hyperglykemie
Korte termijn effect:
- Polyurie (veel plassen)
ð Glucose trekt water aan door osmotisch effect
- Polydipsie (veel dorst/veel drinken)
- Vermoeidheid
ð Glucose niet efficiënt in cellen krijgen
ð Water-en elektrolytenverlies
ð Verstoord slaappatroon
ð Bloedglucoseschommelingen
Lange termijn effect:
è Schade aan bloedvaten en organen
- Retinopathie (ogen)
ð Schade aan kleine bloedvaten netvlies
ð Chronische hyperglykemie: vaatwandbeschadiging
Ø Lekkage + zuurstoftekort in netvlies
ð Wazig zien + risico op blindheid
- Nefropathie (nieren)
ð Schade aan glomeruli (nierfilters)
ð Chronische hyperglykemie: verdikking basaalmembraan + verhoogde druk in glomeruli
ð Eiwitverlies in urine (albuminerie) + finaal nierfalen
- Neuropathie (zenuwen)
ð Schade aan zenuwen
Ø Handen en voeten
Ø Niet op blote voeten lopen, soms minder werkende zenuwen -> instabiliteit
ð Chronische hyperglykemie: microvasculaire schade + oxidatieve stress in zenuwbanen
Ø Reactie op teveel zuurstof, anti-oxidant zorgt weer voor verbetering
ð Gevoelloosheid, tintelingen, pijn + verhoogd risico op voetulcera en amputatie
2
, - Cardiovasculaire ziekten
ð Schade aan CV systeem, dus ook hart
ð Chronische hyperglykemie + insulineresistentie: atherosclerose (aderverkalking) + hoge BD +
dyslipidemie (verstoorde vetfunctie in bloed)
Ø Meten met bloedstaal: cholesterol, LDL en TGC bekijken
ð 2-4x meer kans op hart-en vaatziekten
Niet iedereen heeft last van alle effecten, maar wel meer risico
ð Verhoogde kans*impact
ð Nuchtere bloedstaal: glucose + insuline + ijzerwaarden + cholesterol + LDL + TGC
Dyslipidemie = lipiden in bloed verstoord (afwijkende waarden cholesterol, triglyceriden
- Hypercholesterolemie: verhoogd totaalcholesterol
ð Door verhoogde LDL
- Hypertriglyceridemie: verhoogde TGC
- Gemengde dyslipidemie: LDL + TGC verhoogd
- Laag HDL
Normale bloedglucose-waarden:
è Nuchter: basale insulineafgifte vanuit pancreas om bloedglucose stabiel te houden
è Bloedglucose stabiel
ð E-voorziening voor hersenen (geen opslagcapaciteit)
Ø Hersenen werken niet met vet en glucose enkel opgeslagen in lever en spieren (400-800kcal)
ð Homeostase in alle weefsels + schommelingen in E-voorziening vermijden
ð Bescherming tegen hyperglykemie
Ø Lange termijn: beschadiging bloedvaten en zenuwen
mg/dl: glucose tov bloed
Insuline = peptidehormoon
ð Geproduceerd door B-cellen in eilandjes van Langerhans (pancreas)
ð 51 aminozuren met 2 ketens
Ø A-keten: 21 AZ & B-keten: 30 AZ
Functie:
- E op juiste manier gebruiken en opslaan in lichaam
ð Insuline = sleutel die glucose vanuit je bloed de cellen in laat
ð Spieren krijgen E + lever en vetcellen kunnen reserves aanleggen
- Bloedsuiker stabiel houden + lichaam groeit, herstelt en functioneert goed
- Lichaam in balans houden tussen E gebruiken en opslaan
3
, Fysiologisch:
- Insuline = centrale anabole hormoon in metabolisme
ð Opbouwend
ð Insuline breekt geen suiker af, maar verplaatst deze
è kH metabolisme
ð Stimuleert glucose-opname in spier-en vetcellen via GLUT-4 transporters
ð Remt gluconeogenese (aanmaak glucose) + glycogenolyse (afbraak glycogeen) in lever
ð Stimuleert glycogeensynthese (glycogeen stijgt)
è Vetmetabolisme
ð Stimuleert vetopslag in adipocyten/vetcellen (lipogenese)
Ø Kernen groeien als ver erin komt + delen dan tot nieuwe cellen -> dikker worden
ð Remt lipolyse (afbraak vetten)
è EW-metabolisme
ð Stimuleert AZ opname en EW-synthese
ð Remt proteolyse (afbraak EW)
Gluconeogenese = nieuwvorming glucose
è Proces waarbij lichaam glucose maakt uit niet-kH bronnen (AZ, lactaat of glycerol)
ð In lever en deels in nieren
ð Bloedsuiker op peil houden bij langdurig vasten of inspanning als glycogeenvoorraden zijn
uitgeput
Glycogenolyse = afbraak glycogeen
è Proces waarbij opgeslagen glycogeen in lever en spieren wordt afgebroken tot glucose/glucose-
6-fosfaat
ð Lever geeft glucose af aan bloed voor hersenen/organen
ð Spieren gebruiken glucose voor E tijdens inspanning
ð Snel beschikbare E leveren uit bestaande glycogeenvoorraad
Glucose-insuline-as = terugkoppelingsrelatie tussen bloedglucose en insuline (balans)
ð Teveel insuline + te weinig glucose: dysfunctie
Bloedglucose stijgt na maaltijd -> B-cellen van pancreas reageren met hogere insulinesecretie
ð Insuline verlaagt bloedglucose door opname in spier-en vetcellen + door remming
glucoseproductie in lever
Bloedglucose daalt bij vasten/inspanning -> insulinesecretie daalt
ð Lever geeft glucose vrij + minder opname in weefsels
è Negatieve feedbacklus die bloedsuikerwaarden binnen nauwe grenzen houdt
o In rust: postpandriaal
è Na maaltijd
4