In dit onderzoek is onderzocht hoe het is gesteld met de intrinsiek
motivatiebeleving bij het Xproject van Stichting X. Dit is onderzocht door middel
van de IMI, een vragenlijst die de drie psychologische behoeftes (autonomie,
verbondenheid en competentie) meet, in combinatie met een
semigestructureerd interview die meer diepgang biedt in de resultaten.
Uit een navraag van scholen, leerlingen en xen was op te merken dat het niet
goed gesteld was met de motivatie van leerlingen. Om dit duidelijker in kaart te
brengen is een onderzoek opgezet waaruit moet blijken hoe het gesteld was met
de intrinsieke motivatie tijdens het Xproject. Dit is onderzocht met de IMI, een
vragenlijst die op basis van de zelfdeterminatietheorie, de intrinsieke motivatie
meet. Naast de IMI is er met een vijftal leerlingen een semigestructureerd
interview gehouden die verdiepende antwoorden bieden op hoe de leerlingen
hun motivatie beleefden.
Uit de resultaten van dit onderzoek komt naar voren dat de leerlingen die
meedoen met het Xproject intrinsiek gemotiveerd zijn. Ze ondervinden plezier in
het maken van de opdrachten, voelen zich competent tijdens het Xproject,
hebben een goede band met hun x en ondervinden een bepaalde mate aan
vrijheid.
Op basis van bovenstaande gegevens wordt X aanbevolen om te kijken of ze hun
xen meer kunnen ondersteunen, onderwijzen en trainen op het aanleren van
vaardigheden die de drie psychologische basisbehoeftes bevredigen zodoende
om de intrinsieke motivatie van de leerlingen in stand te houden, dan wel te
bevorderen. Door middel van voor- en nabesprekingen kunnen ze in de gaten
houden in hoeverre het de xen lukt om de vaardigheden aan te leren en toe te
passen.
Voor een vervolgonderzoek wordt aanbevolen om het onderzoek uit te voeren in
het huidige schooljaar, voor een grotere steekproef. Daarnaast moet er opgelet
worden of de verhouding in geslacht gelijk zijn zodat representativiteit van beide
geslachten wordt gewaarborgd als de validiteit van het onderzoek. Om de
validiteit verder te versterken is een onderzoek naar de constructvaliditeit van de
IMI aangeraden. Ten slotte zou een verkortere versie van de vragenlijst bijdragen
aan een vlotter verloop van het onderzoek.
Ook wordt aangeraden dat er dieper wordt gekeken naar de verhouding tussen x
en het geslacht van de leerling. Resultaten van dit onderzoek laat zien dat
meisjes zich meer verbonden voelen met hun xen dan jongens. Doordat meer
meisjes meedoen met het Xproject dan jongens is onderzoek op dat gebied
aanbevolen
Ten slotte is een onderzoek naar de factoren buiten de intrinsieke motivatie
aanbevolen. X kan onderzoek doen naar de methode en het materiaal dat wordt
ingezet om te achterhalen in hoeverre het invloed uitoefent op de motivatie van
de leerlingen. Naast het materiaal kan de extrinsieke motivatie onder de
leerlingen binnen het Xproject ook onderzocht worden.
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding.............................................................................................................................4
1.1 Aanleiding....................................................................................................................................4
1.2 Onderzoeksvraag..........................................................................................................................6
1.3 Doelstelling...................................................................................................................................6
Hoofdstuk 2 Theoretische achtergrond.................................................................................................8
2.1. Intrinsieke motivatie....................................................................................................................8
2.2. Autonomie...................................................................................................................................9
2.3. Betrokkenheid............................................................................................................................10
2.4. Competentie...............................................................................................................................11
2.5 Rol van de leerkracht in het bevorderen van de motivatie...........................................................11
2.6 Geslacht en motivatie..................................................................................................................13
2.7 Conceptueel model.....................................................................................................................14
Hoofdstuk 3 Onderzoeksdesign...........................................................................................................15
3.1 Onderzoeksmethode....................................................................................................................15
3.2 Onderzoeksdoelgroep..................................................................................................................16
3.3 Onderzoeksinstrument.................................................................................................................16
3.4 Procedure....................................................................................................................................17
3.5 Analyse.......................................................................................................................................17
Hoofdstuk 4 Onderzoeksresultaten.....................................................................................................19
4.1 Uitvoering onderzoek..................................................................................................................19
4.2 Resultaten Kwantitatieve data.....................................................................................................19
4.3 Resultaten kwalitatieve data........................................................................................................20
Hoofstuk 5 Conclusie, discussie en aanbevelingen.............................................................................22
5.1 Conclusie....................................................................................................................................22
5.2 Discussie.....................................................................................................................................24
5.3 Aanbevelingen............................................................................................................................26
5.4. Rol van de Toegepast Psycholoog.............................................................................................29
Literatuurlijst........................................................................................................................................31
Bijlagen.................................................................................................................................................34
, Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Aanleiding
Het is niet goed gesteld met de motivatie van leerlingen binnen Nederland, zo
rapporteert de Inspectie van het Onderwijs (2025). De intrinsieke motivatie om te
leren onder leerlingen in Nederland is relatief gezien een stuk lager dan die in
andere ontwikkelde landen (OECD, 2025). Een verklaring voor de
motivatieproblematiek bij leerlingen ligt in de tekortschietende aansluiting tussen
de school en de persoonlijke behoeften en interesses van leerlingen (Schuit, de
Vrieze & Sleegers, 2024). Als scholen er onvoldoende in slagen om aan te sluiten
bij de interesses, behoeften, leerstijlen en waarden van hun leerlingen, dan zal,
zeker op langere termijn, de motivatie van leerlingen voor school afnemen.
Bijkomende gevolgen hiervan zijn onderbenutting van talenten en het risico van
prematuur schoolverlaten (Schuit, de Vrieze & Sleegers, 2024).
Verschillende onderzoeken tonen aan dat er een positief verband te vinden is
tussen motivatie en schoolresultaten (Orhan-Özen, 2017; Yazıcıand & Altun
2025) en dat motivatie een belangrijke rol speelt in de schoolresultaten van
kinderen (Orhan-Özen, 2017; Wolters en Rosenthal 2022). Motivatie heeft
invloed op waar de aandacht van leerlingen naar toe gaat en hoe ze die
informatie verwerken (Bhoje, 2022). Ook geeft Bhoje aan dat motivatie van
invloed is op niet alleen het leren maar ook kan leiden tot:
• Gedrag tegenover specifieke doelen
• Meer tijd en energie voor taken
• Verhoogde initiatie in het nemen van acties
• Verhoogde doorzettingsvermogen voor activiteiten
• Verbetering van het cognitief proces
• Algemeen verbeterde prestaties
Intrinsiek gemotiveerde leerlingen stoppen meer tijd en moeite in het leren,
zullen zich beter voelen over het leren en zullen hetgeen wat ze leren in
toekomst toepassen (Malone, 1981). Het belang van motivatie kan wat dat
betreft niet worden onderschat.
De zelfdeterminatietheorie maakt een onderscheid tussen twee vormen van
motivatie. Allereerst is er de extrinsieke motivatie. Volgens de
zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan (2022) is extrinsieke motivatie een