Collectieve arbeidsverhoudingen
1. Wat begrijp je onder de term sociale partners?
De vertegenwoordigers van de organisaties van werkgevers, werknemers, landbouw en
middenstand.
2. Leg uit en geef een voorbeeld van:
a. Een professionele werknemersorganisatie
b. Een professionele werkgeversorganisatie;
c. Een interprofessionele werknemersorganisatie;
d. Een interprofessionele werkgeversorganisatie.
Een professionele werknemersorganisatie is een organisatie waarbij de werknemers
aansluiten per bedrijfstak (vb ACV Metea); een professionele werkgeversorganisatie is een
organisatie waarbij de werkgevers aansluiten per bedrijfstak (vb Agoria). Een
interprofessionele werknemersorganisatie is een organisatie waarbij professionele
vakorganisaties voor werknemers aangesloten zijn (vb ACV); een interprofessionele
werkgeversorganisatie is een organisatie waarbij professionele werkgeverorganisaties
aangesloten zijn (vb VBO).
3. Hoe zijn de drie representatieve vakbonden gestructureerd?
ABVV
De werklieden uit de privésector sluiten aan bij een professionele werknemersorganisatie
per bedrijfstak bv. ABVV-METAAL; de bedienden uit de privésector sluiten aan bij de Bond
der Bedienden Technici en Kaders (BBTK); het personeel van de overheidsdienst sluit aan bij
de Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD); de professionele
werknemersorganisaties zijn aangesloten bij de interprofessionele organisatie ABVV.
ACLVB
De werklieden en de bedienden uit de privésector sluiten aan bij het ACLVB; het personeel
van de overheidsdienst sluit aan bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA), dat
zelf aangesloten is bij het ACLVB.
ACV
De werklieden uit de privésector sluiten aan bij een professionele werknemersorganisatie
per bedrijfstak bv. ACV Metea; de bedienden uit de privésector sluiten aan bij de
bediendenvakbond (ACV PULS); de professionele werknemersorganisaties zijn aangesloten
bij de interprofessionele organisatie ACV.
4. Welke instellingen bestaan er op de verschillende niveaus van de bedrijfsorganisatie op
economisch en op sociaal gebied?
Zie kader p. 47 handboek
, Overlegniveau Economische Sociale zaken
materies
Federaal
Interprofessioneel Centrale Raad voor het Nationale Arbeidsraad (NAR)
Bedrijfsleven (CRB)
Professioneel/sector Nationaal Paritair Comité
Nationaal Paritair Subcomité
Regionaal Regionaal Paritair Comité
professioneel Regionaal Paritair Subcomité
Onderneming Ondernemingsraad
Comité voor Preventie en Bescherming op het werk
5. Geef de samenstelling en de bevoegdheid van de NAR.
Zie p. 48 handboek
Deze raad is paritair samengesteld: hij bestaat dus uit een gelijk aantal vertegenwoordigers
van de werkgeversorganisatie van dan de werknemersorganisaties.
De vertegenwoordigers worden voorgesteld door de representatieve
werknemersorganisaties (ABVV, ACLVB, ACV), he VBO, de representatieve
middenstandorganisaties (o.a. UNIZO) en door de representatieve landbouworganisaties
(o.a. de Belgische Boerenbond (BB)).
De raad bestaat uit een voorzitter en 26 werkende leden, die voor 4 jaar door de Koning
benoemd wordende,. De voorzitter mag geen bindingen hebben met de organisaties die
vertegenwoordigd zijn in de raad.
Bevoegdheid: