De inleiding
1. Begrip: ‘verleden’
= Alles wat er vroeger werkelijk gebeurd is.
2. Begrip: ‘geschiedenis’
= Wat we van het verleden maken vanuit onze visie, bepaald door
beschikbare historische bronnen.
3. Begin- en einddata van de tijdvakken
Prehistorie 1 – 3300 v.C.
Oude Nabije Oosten 3300 v.C. – 800 v.C.
Klassieke Oudheid 800 v.C. – 476
Middeleeuwen 476 – 1492
Vroegmoderne tijd 1492 – 1789 (ca. 1450 – 1750)
Moderne tijd 1789 – 1945
Hedendaagse tijd 1945 tot – heden
4. Bronnen onderzoeken
Bruikbaarheid Betrouwbaarheid
Niet geschreven bronnen: 4 vragen:
Archeologisch, iconografisch, Wie?
mondeling Waar?
Geschreven bronnen: Wanneer?
Literair, officieel, socio- Waarom?
informatiebron
Waarom kunnen onbetrouwbare bronnen ook bruikbaar zijn?
Ze zijn bruikbaar omdat ze, ondanks fouten, toch informatie of inzichten
bevatten die je ergens toe kunnen leiden.
, Hoofdstuk 1: Vormt de VMT een breuk met de middeleeuwen?
5. De traditionele westerse tijdlijn
De oorsprong Ligt bij Historia Universalis van Christoph Cellarius
Eind 17de eeuw, begin 18de eeuw
3 periodes Historia Antiqua (oudheid)
Historia Medium Aevum (middeleeuwen)
Historia Nova (nieuwe tijd)
Synoniem VMT Nieuwe tijd (Historia Nova)
6. De mogelijke scharnierpunten tussen de ME en VMT
3 mogelijke cruciale gebeurtenissen:
1) De val van Constantinopel door de Turken (1453)
2) De ontdekking van Amerika door Columbus (1492)
3) Boekdrukkunst door Johannes Gutenberg (ca. 1450)
7. Continuïteit of discontinuïteit
In de VMT waren er veel aanzetten voor de moderne tijd (ca. 1800), maar
er was hoofdzakelijk continuïteit met de middeleeuwen.
8. Gebieden die macht verloren eind 15e eeuw
Militaire nederlaag tegen Frankrijk in de Honderdjarige Oorlog (14e
– 15e eeuw)
Engeland • Na Rozenoorlog (= burgeroorlog tussen 2 koninklijke families
Lancaster en York) kwam in 1458 een nieuwe dynastie:
Huis Tudor
Steeds een groter deel van de Nederlanden werd in de 14e en 15e
Bourgondische eeuw geregeerd door de hertogen van Bourgondië.
rijk • Laatste Bourgondische hertogin = Maria van Bourgondië
Stierf door een val van haar paard op 25 jarige leeftijd
, • Haar dood betekende einde van Bourgondische rijk: gebieden
kwamen in handen van haar man Keizer Maximiliaan I van
Oostenrijk.
Hij behoorde tot de Huis Habsburg
Keizerrijk: verzameling van verschillende gebieden + keizer had
weinig macht.
Het Heilig • De keizer werd verkozen door 7 machtige keurvorsten
Roomse Rijk
• Het keizerschap was in handen van Huis Habsburg op het
einde van de 15e eeuw.
9. Gebieden die macht wonnen eind 15e eeuw
Ze wonnen de Honderdjarige Oorlog.
Frankrijk • De Franse koningen breiden daarna het grondgebied uit.
• Het Huis Valois was eind 15e eeuw aan de macht.
Politieke verdeeldheid:
• Noordwesten: republiek Genua
• Noordoosten: republiek Venetië
Italiaanse Speelden een belangrijke rol in de maritieme handel
schiereiland
• Andere machtige gebieden: Milaan en Firenze
De Medici speelden een belangrijke rol in het bestuur
• De paus was ook wereldlijke leider in de Kerkelijke Staten.
• 4 onafhankelijke koninkrijken:
Castilië
Portugal
Navarra
Iberisch Aragon
schiereiland • In 1479 huwden Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië
Granada kon daardoor veroverd worden in 1492
• Zo kwam een einde aan de herovering van Spanje op de
moslims (Reconquista).
• Moslimrijk in het oosten van Europa
Ottomaanse
• Vanaf 1375: dominant
rijk
Constantinopel werd in 1453 veroverd.
, Hoofdstuk 2: Hoe hebben humanisten het denken en de cultuur
veranderd in de VMT?
10. De kenmerken van de middeleeuwse mentaliteit
Aantal kenmerken:
• Het geloof speelt een zeer belangrijke rol
• Alle kennis = onder invloed van het geloof
Bronnen: bijbel en geschriften uit de klassieke oudheid
Er is geen eigen onderzoek
• Begrip: ‘theocentrisme’:
Wereldbeeld waarbij een god(in) of goden centraal staan.
• Tijdens de 2de middeleeuwen: mentaliteitsverandering door
opkomst van steden en handel
• Door de van het Oost Romeinse rijk vluchtten veel geleerden naar
het westen
Hun Grieks-Romeinse kennis dus ook
11. Francesco Petrarca (14e eeuw)
Waaruit bleek Petrarca ’s enthousiasme voor de oudheid?
• Verzamelt boeken uit de klassieke oudheid.
• Beseft dat er een groot verschil is tussen de klassieke oudheid en de
tijd waarin hij leeft (VMT).
Op welk probleem in de letterkunde vestigde Petrarca hier
de aandacht?
• Veel (slechte) vertalingen.
• Hecht veel waarde aan bronnen die hij in de
oorspronkelijke taal kan raadplegen.