COMMUNICATIEVE ONTWIKKELING
2020 - 2021
Wendy D’haenens
Ine Francke
Annelies Labaere
(gast: Sabine Van Eerdenbrugh)
1 OPO → verschillende domeinen van LA
- taal
- gehoor
- articulatie
- vloeiendheid
- stem
Studiemateriaal
Examen
- 1ste kans in januari
- 2de kans in aug/sept
- schriftelijk
- /20
1
Communicatieve ontwikkeling
,Basisles
0. Inleiding
Coderen = een concept omzetten in taal → formuleren
Decoderen = gesproken taal omzetten in een betekenis
→ woordgroepen identificeren + koppelen aan betekenis
Taal = een centraal systeem dat de gebruiker toelaat om
- symbolen te decoderen tot concept om te begrijpen of overbrengen
- toepassen van grammaticale regels + zinnen ontcijferen
de uitwisseling van gesproken/ geschreven informatie kan niet plaatsvinden
zonder taal
Spraak = mechanisme dat taal gebruikt om zich uit te drukken en bestaat uit de manier
waarop een uiting wordt gesproken
- moeilijk voor pers. met motorische spraakstoornis waarbij het moeilijk is om vorm te
geven aan de spierbewegingen
o spierzwakte
o spierverlamming
o problematische coördinatie
o programmering van complexe spierbewegingen dronken spraak
2
Communicatieve ontwikkeling
,1. Communicatie tussen mensen
Akoestisch signaal = geluidssignaal
Akoestiek = wetenschap die de fysische eigenschappen van een geluid bestudeert tijdens
het verzenden → geluid wordt gebruikt voor de comm. tussen mensen
- geluid
- gehoor
Articulatie = de beweging in de mond- en keelholte ten behoeve van spraakproductie
- tong
- lippen
- kaak verhemelte
- op in- en uitademing
- met of zonder stemgeving
Auditief = de waarneming van geluid
Fonetiek = onderdeel van taalkunde dat zich bezighoudt met de bestudering van
spraakklanken → vanuit 3 standpunten
- articulatorisch
- fysisch
- auditief
Fonologie = de studie van de fenomenen of klankstructuur van 1 bepaalde taal en de
principes die zorgen voor de organisatie van de klanken in een taal → eenheden of
elementen die samen een systeem vormen van betekenisonderscheiding
Perceptie = waarneming
Praxis = het vermogen om een serie handelingen die je nog niet kent te plannen,
organiseren en uit te voeren
Prosodie = suprasegmentele elementen van de taal = ritme, klemtoon, tempo, intonatie van
een uiting dor variaties in toonhoogte, luidheid, duur en pauzes. → elementen die meer
info verschaffen omtrent andere elementen die niet ondersteunt worden door taal of
grammatica:
- emotionele toestand van de spreker
- opmerking VS vraag
- serieus VS ironisch
Segment = kleinst mogelijke eenheid in de spraak die fysiek of auditief te onderscheiden is
- fonologie → foneem
- fonetiek → foon = klanksegment, spraakklank
prosodische eenheden → suprasegmenteel = overstijgt het niveau van een enkel segment
Semantiek = betekenisleer = wetenschap die zich bezighoudt met de betekenis van
symbolen → voornamelijk woorden en zonnen
3
Communicatieve ontwikkeling
, 1.1. Menselijke communicatie
1.1.1. Inleiding
LA = logopediste en audiologen
ILPA = Interational Assciation of Logopeadics and Phoniatrics
- Centraal in beroep LA: onderzoek + behandelen van menselijke
communicatieproblemen
Inzicht in het concept menselijke communicatie → adhv een communicatiemodel
→ theoretisch kader voor
- Situeren communicatiemoeilijkheden
- Noodzakelijke vaardigheden voor normale communicatie
- Referentie kader voor specialistische domeinen
Comminicare (lat) = iets gemeenschappelijk maken
Menselijke communicatie = communicatie = interactie tussen mensen = de
uitwisseling van betekenisgeving tussen 2 of meer mensen
- Zender = iemand die een boodschap stuurt
- Ontvanger = iemand die een boodschap ontvangt
- Beurtelingse uitwisseling van informatie
- Betekenis = de reden waarom er gecommuniceerd wordt
Communicatiecircuit: input – verwerking – output
- mind-to-mind comuicatie
- commuicatieteken
Spraakketen → uitbreiding op de communicatieketen → toevoeging van
uitwisseling van visuele informatie → non-verbale boodschap
gebaren
gezichtsuitdrukkingen
lichaamstaal
4
Communicatieve ontwikkeling
2020 - 2021
Wendy D’haenens
Ine Francke
Annelies Labaere
(gast: Sabine Van Eerdenbrugh)
1 OPO → verschillende domeinen van LA
- taal
- gehoor
- articulatie
- vloeiendheid
- stem
Studiemateriaal
Examen
- 1ste kans in januari
- 2de kans in aug/sept
- schriftelijk
- /20
1
Communicatieve ontwikkeling
,Basisles
0. Inleiding
Coderen = een concept omzetten in taal → formuleren
Decoderen = gesproken taal omzetten in een betekenis
→ woordgroepen identificeren + koppelen aan betekenis
Taal = een centraal systeem dat de gebruiker toelaat om
- symbolen te decoderen tot concept om te begrijpen of overbrengen
- toepassen van grammaticale regels + zinnen ontcijferen
de uitwisseling van gesproken/ geschreven informatie kan niet plaatsvinden
zonder taal
Spraak = mechanisme dat taal gebruikt om zich uit te drukken en bestaat uit de manier
waarop een uiting wordt gesproken
- moeilijk voor pers. met motorische spraakstoornis waarbij het moeilijk is om vorm te
geven aan de spierbewegingen
o spierzwakte
o spierverlamming
o problematische coördinatie
o programmering van complexe spierbewegingen dronken spraak
2
Communicatieve ontwikkeling
,1. Communicatie tussen mensen
Akoestisch signaal = geluidssignaal
Akoestiek = wetenschap die de fysische eigenschappen van een geluid bestudeert tijdens
het verzenden → geluid wordt gebruikt voor de comm. tussen mensen
- geluid
- gehoor
Articulatie = de beweging in de mond- en keelholte ten behoeve van spraakproductie
- tong
- lippen
- kaak verhemelte
- op in- en uitademing
- met of zonder stemgeving
Auditief = de waarneming van geluid
Fonetiek = onderdeel van taalkunde dat zich bezighoudt met de bestudering van
spraakklanken → vanuit 3 standpunten
- articulatorisch
- fysisch
- auditief
Fonologie = de studie van de fenomenen of klankstructuur van 1 bepaalde taal en de
principes die zorgen voor de organisatie van de klanken in een taal → eenheden of
elementen die samen een systeem vormen van betekenisonderscheiding
Perceptie = waarneming
Praxis = het vermogen om een serie handelingen die je nog niet kent te plannen,
organiseren en uit te voeren
Prosodie = suprasegmentele elementen van de taal = ritme, klemtoon, tempo, intonatie van
een uiting dor variaties in toonhoogte, luidheid, duur en pauzes. → elementen die meer
info verschaffen omtrent andere elementen die niet ondersteunt worden door taal of
grammatica:
- emotionele toestand van de spreker
- opmerking VS vraag
- serieus VS ironisch
Segment = kleinst mogelijke eenheid in de spraak die fysiek of auditief te onderscheiden is
- fonologie → foneem
- fonetiek → foon = klanksegment, spraakklank
prosodische eenheden → suprasegmenteel = overstijgt het niveau van een enkel segment
Semantiek = betekenisleer = wetenschap die zich bezighoudt met de betekenis van
symbolen → voornamelijk woorden en zonnen
3
Communicatieve ontwikkeling
, 1.1. Menselijke communicatie
1.1.1. Inleiding
LA = logopediste en audiologen
ILPA = Interational Assciation of Logopeadics and Phoniatrics
- Centraal in beroep LA: onderzoek + behandelen van menselijke
communicatieproblemen
Inzicht in het concept menselijke communicatie → adhv een communicatiemodel
→ theoretisch kader voor
- Situeren communicatiemoeilijkheden
- Noodzakelijke vaardigheden voor normale communicatie
- Referentie kader voor specialistische domeinen
Comminicare (lat) = iets gemeenschappelijk maken
Menselijke communicatie = communicatie = interactie tussen mensen = de
uitwisseling van betekenisgeving tussen 2 of meer mensen
- Zender = iemand die een boodschap stuurt
- Ontvanger = iemand die een boodschap ontvangt
- Beurtelingse uitwisseling van informatie
- Betekenis = de reden waarom er gecommuniceerd wordt
Communicatiecircuit: input – verwerking – output
- mind-to-mind comuicatie
- commuicatieteken
Spraakketen → uitbreiding op de communicatieketen → toevoeging van
uitwisseling van visuele informatie → non-verbale boodschap
gebaren
gezichtsuitdrukkingen
lichaamstaal
4
Communicatieve ontwikkeling