INLEIDING TOT SPORTMANAGEMENT
INLEIDING
WAT IS (GEEN) SPORT – CRITERIA?
Contingentiebenadering of situationele benadering voor management
ð Nadruk op het feit dat verschillende organisaties in verschillende omstandigheden opereren en
dus verschillende managementmethodes vragen
- Managers moeten die situationele omstandigheden kunnen lezen en interpreteren
- Verschillen tussen organisaties: omvang, verschillen tussen werknemers, mate van
onzekerheid in de omgeving
- Sport als werkterrein = uniek
Sport = uniek
ð Voortdurend evolueren en elke definitie is voor verschillende interpretaties vatbaar
- Enkel spel- en wedstrijdvarianten (of ook denkspellen en e-sporten)
ð Ruime definitie voor sport
- Alle activiteiten waarbij fysieke en/of geestelijke inspanning of vaardigheden verlangd
worden en waarbij de inspanning of vaardigheid zelf het doel is. Dat kan al dan niet binnen
een context die georganiseerd is, wedstrijdelementen bevat of aan bepaalde spelregels
voldoet.
- Kenmerken
o Fysieke component
o Competitie-element
o Regels
o Institutionalisering (organisaties die sport organiseren met sancties, regels,
competities…)
o Doel op zich (autotelisch)
ð Onderscheid tussen en overlap bij (mix van soorten)
- Wedstrijdgerichte sporters (prestaties leveren
o Vaak binnen een geïnstitutionaliseerde omgeving
- Gezondheidsgerichte sporters (in functie van fysieke en mentale gezondheidsbevordering,
gezondheidsbevordering of -behoud bewerkstelligen)
o Kan bij een sportvereniging, maar vaker bij een fitnesscentrum of ongeorganiseerd
- Leefstijlsporters (speels of uitdagend bewegen, deel van de identiteit)
o Niet-geïnstitutionaliseerde verbanden, informele groepjes
1
,ONTWIKKELINGSFASEN SPORT TOT BUSINESS
ð Gradueel proces waarbij je als sport verschillende fasen doorloopt
ð Tijd zonder schaal -> geen tempo aangeven
ð Onderscheid tussen evolutiefasen (langzaam, in kleine stappen) en revolutiefasen (snelle
verandering en grote onzekerheid)
1. Grondlegging (evolutionair)
- Sport komt op uit oude volkstraditie (zonder regels, zonder doelen, zonder organisatie)
2. Codificatie (revolutionair)
- Formaliseren van een spel -> na een afsplitsing of door vastlegging van spelregels
3. Stratificatie (evolutionair)
- Sport groeit, maar nog een amateuractiviteit
- Vorming van lagen: opzetten van divisies door organisatie
- Element van promotie en degradatie, regionaal aspect (lokaal)
4. Professionalisering (revolutionair)
- Sport populairder -> spelers worden betaald, toeschouwers betalen, investeerders
- Vervagen onderscheid tussen amateur en professionele status
- Echte professionalisering als beste spelers sport als fulltime baan kunnen beoefenen
5. Postprofessionalisering (evolutionair):
- Ontwikkelen van structuur van 2 vormen die naast elkaar bestaan -> geprofessionaliseerde
tak en een amateurtak
6. Commercialisering (revolutionair)
- Externe organisaties zetten sport in voor eigen doelen (marketing in vorm van sponsoring)
7. Postcommercialisering (evolutionair/revolutionair)
- Competities zich ontwikkelt tot winstmakende instituties
SPORT ALS UNIEKE BUSINESS
Unieke eigenschappen van sport
(zorgen ervoor dat de sportwereld om sportmanagement vraagt -> eigen manier van managen en
organiseren nodig)
ð Sport = passie en emotie
- Rekening houden met gevoelens van betrokkenen (fans, spelers, vrijwilligers)
- Soms moeilijk te matchen met rationaliteit (geen puur rationele beslissingen nemen)
ð Sport = meer dan financiële winst maken
- Sportorganisaties opgericht om sportieve successen te boeken en niet om winst te maken
o Binnenhalen van geld heeft secundair doel -> sportieve resultaten mogelijk maken
2
, o Sportmanager: nastreven van sportief doel + dat op een financieel verantwoorde
manier behalen (evenwicht van sportieve prestaties en gezonde bedrijfsvoering)
- ‘Freerider’ principe: winnen > winst (winnen op het veld belangrijker dan financiële winst)
o Financiële risico’s nemen om degraderen te vermijden of promotie te forceren
ð Sport = concurreren en samenwerken
- Pro league: organiseert jupiler pro league, koepel alle professionele voetbalclubs in België
o Club moeten samenwerken om de competitiebelangen te behartigen
- Bij sport nodig om samen te werken -> andere wegconcurreren = geen competitie meer
o Je hebt in de sport niks aan een monopoliepositie (tegen wie concurreren? )
o Verschillen mogen niet te groot worden (rivaliteit, spanning)
ð Sport = identificatie en loyaliteit
- Geldt voor zowel actieve sportbeoefening als voor het steunen van een club of team
- Fans zijn unieke consumenten (soort huwelijk en normaal ga je niet scheiden)
- Voordeel en nadeel
o Trouwe klanten die niet zomaar overstappen naar concurrent als het minder gaat
o Moeilijk om nieuwe klanten en nieuw marktaandeel te winnen
ð Sport = afhankelijk van vrijwilligers
- Steeds meer betaalde krachten actief in de sportwereld, maar nog veel vrijwilligers
- Kloppend hart van menig sportclub (bestuur, trainers/coaches, scheidsrechters,
tornooiorganisatoren, barmedewerkers + stewards, werkzaamheden)
- Doen dit voor hun plezier en de erkenning en waardering die ze ervoor krijgen
o Op een andere manier aansturen en belonen dan betaalde krachten
ð Sport = zeer zichtbaar
- Enorme media-aandacht
- ‘Versporting’ van onze samenleving: sport is alomtegenwoordig
Grootte van de sportsector
- Globaal: 488,5 miljard dollar (in 2018)
- EU: 2,1% BBP Europese Unie -> 5,5 miljoen jobs (sterke sector)
- België: toegevoegde waarde sportsector = 3 miljard euro en 75000 jobs
WERKTERREIN VAN DE SPORTMANAGER
ð Breed en divers gamma aan sportmanagement functies
ð In kaart brengen aan de hand van ‘dominante sportvelden’
- Verticale as = managementbenadering
o Anglo-amerikaanse managementbenadering: concurrend ondernemerschap en weinig
overheidsbemoeienis
o Rijnlands-Europese managementsbenadering: samenwerken om doelen te bereiken
en een actieve rol van de overheid
- Horizontale as = benadering sport
o Sport als doel: sport beoefenen om actief bezig te zijn en daarbij sportieve
doelstellingen te realiseren
o Sport als middel: sport inzetten om andere doelstellingen te realiseren
§ Maatschappelijke doelstellingen: gezondheidsbevordering, integratie van
speciale doelgroepen of een buurt gezelliger maken
3
, - 4 kwadranten (mogelijke managementfuncties)
1. Wedstrijdsport
o Non-profitbasis, vermarkten van sportactiviteiten
o Managementfuncties bij sportbonden, koepels, verenigingen en gemeentelijke
sportaccommodaties of managers bij stichtingen en foundations
2. Gemeenschapssport
o Sportmanagers die zich bezighouden met sportactiviteiten vanuit het oogpunt dat
sport gebruikt kan worden als instrument om andere doelstellingen te bereiken
§ Gemeentelijke sportbeleidsmedewerkers, managers bij sportieve
goededoelenorganisaties
3. Mediasport
o Managers die sport inzetten om meer commercieel succes te boeken
§ Sponsormanagers in het commerciële bedrijfsleven, mediamanagers en
managers bij sportmarketingbureaus
4. Fitnessport
o Sportmanagers die op commerciële basis sportactiviteiten of -goederen vermarkten
o Managers bij commerciële sportaanbieders (fitnessclubs, indoor skihallen…)
- Topsportmanagers zitten tussen gemeenschapssport en fitnessport in
o Te maken met regels en procedures van sportbonden en -koepels
o Hanteren van een economische ratio waarbij commercieel succes een
randvoorwaarde is voor sportief succes
WAT IS SPORTMANAGEMENT
Sportmanagement
= het managen van sportorganisaties of sport-gerelateerde organisaties
= het initiëren, aansturen en evalueren van activiteiten in een organisatie die actief is in de
sportbusiness
= het coördineren van werkzaamheden in een organisatie die actief is in de sportbusiness, zodat
deze op een efficiënte en effectieve wijze plaatsvinden, rekening houdend met de unieke
eigenschappen van de sport
4
INLEIDING
WAT IS (GEEN) SPORT – CRITERIA?
Contingentiebenadering of situationele benadering voor management
ð Nadruk op het feit dat verschillende organisaties in verschillende omstandigheden opereren en
dus verschillende managementmethodes vragen
- Managers moeten die situationele omstandigheden kunnen lezen en interpreteren
- Verschillen tussen organisaties: omvang, verschillen tussen werknemers, mate van
onzekerheid in de omgeving
- Sport als werkterrein = uniek
Sport = uniek
ð Voortdurend evolueren en elke definitie is voor verschillende interpretaties vatbaar
- Enkel spel- en wedstrijdvarianten (of ook denkspellen en e-sporten)
ð Ruime definitie voor sport
- Alle activiteiten waarbij fysieke en/of geestelijke inspanning of vaardigheden verlangd
worden en waarbij de inspanning of vaardigheid zelf het doel is. Dat kan al dan niet binnen
een context die georganiseerd is, wedstrijdelementen bevat of aan bepaalde spelregels
voldoet.
- Kenmerken
o Fysieke component
o Competitie-element
o Regels
o Institutionalisering (organisaties die sport organiseren met sancties, regels,
competities…)
o Doel op zich (autotelisch)
ð Onderscheid tussen en overlap bij (mix van soorten)
- Wedstrijdgerichte sporters (prestaties leveren
o Vaak binnen een geïnstitutionaliseerde omgeving
- Gezondheidsgerichte sporters (in functie van fysieke en mentale gezondheidsbevordering,
gezondheidsbevordering of -behoud bewerkstelligen)
o Kan bij een sportvereniging, maar vaker bij een fitnesscentrum of ongeorganiseerd
- Leefstijlsporters (speels of uitdagend bewegen, deel van de identiteit)
o Niet-geïnstitutionaliseerde verbanden, informele groepjes
1
,ONTWIKKELINGSFASEN SPORT TOT BUSINESS
ð Gradueel proces waarbij je als sport verschillende fasen doorloopt
ð Tijd zonder schaal -> geen tempo aangeven
ð Onderscheid tussen evolutiefasen (langzaam, in kleine stappen) en revolutiefasen (snelle
verandering en grote onzekerheid)
1. Grondlegging (evolutionair)
- Sport komt op uit oude volkstraditie (zonder regels, zonder doelen, zonder organisatie)
2. Codificatie (revolutionair)
- Formaliseren van een spel -> na een afsplitsing of door vastlegging van spelregels
3. Stratificatie (evolutionair)
- Sport groeit, maar nog een amateuractiviteit
- Vorming van lagen: opzetten van divisies door organisatie
- Element van promotie en degradatie, regionaal aspect (lokaal)
4. Professionalisering (revolutionair)
- Sport populairder -> spelers worden betaald, toeschouwers betalen, investeerders
- Vervagen onderscheid tussen amateur en professionele status
- Echte professionalisering als beste spelers sport als fulltime baan kunnen beoefenen
5. Postprofessionalisering (evolutionair):
- Ontwikkelen van structuur van 2 vormen die naast elkaar bestaan -> geprofessionaliseerde
tak en een amateurtak
6. Commercialisering (revolutionair)
- Externe organisaties zetten sport in voor eigen doelen (marketing in vorm van sponsoring)
7. Postcommercialisering (evolutionair/revolutionair)
- Competities zich ontwikkelt tot winstmakende instituties
SPORT ALS UNIEKE BUSINESS
Unieke eigenschappen van sport
(zorgen ervoor dat de sportwereld om sportmanagement vraagt -> eigen manier van managen en
organiseren nodig)
ð Sport = passie en emotie
- Rekening houden met gevoelens van betrokkenen (fans, spelers, vrijwilligers)
- Soms moeilijk te matchen met rationaliteit (geen puur rationele beslissingen nemen)
ð Sport = meer dan financiële winst maken
- Sportorganisaties opgericht om sportieve successen te boeken en niet om winst te maken
o Binnenhalen van geld heeft secundair doel -> sportieve resultaten mogelijk maken
2
, o Sportmanager: nastreven van sportief doel + dat op een financieel verantwoorde
manier behalen (evenwicht van sportieve prestaties en gezonde bedrijfsvoering)
- ‘Freerider’ principe: winnen > winst (winnen op het veld belangrijker dan financiële winst)
o Financiële risico’s nemen om degraderen te vermijden of promotie te forceren
ð Sport = concurreren en samenwerken
- Pro league: organiseert jupiler pro league, koepel alle professionele voetbalclubs in België
o Club moeten samenwerken om de competitiebelangen te behartigen
- Bij sport nodig om samen te werken -> andere wegconcurreren = geen competitie meer
o Je hebt in de sport niks aan een monopoliepositie (tegen wie concurreren? )
o Verschillen mogen niet te groot worden (rivaliteit, spanning)
ð Sport = identificatie en loyaliteit
- Geldt voor zowel actieve sportbeoefening als voor het steunen van een club of team
- Fans zijn unieke consumenten (soort huwelijk en normaal ga je niet scheiden)
- Voordeel en nadeel
o Trouwe klanten die niet zomaar overstappen naar concurrent als het minder gaat
o Moeilijk om nieuwe klanten en nieuw marktaandeel te winnen
ð Sport = afhankelijk van vrijwilligers
- Steeds meer betaalde krachten actief in de sportwereld, maar nog veel vrijwilligers
- Kloppend hart van menig sportclub (bestuur, trainers/coaches, scheidsrechters,
tornooiorganisatoren, barmedewerkers + stewards, werkzaamheden)
- Doen dit voor hun plezier en de erkenning en waardering die ze ervoor krijgen
o Op een andere manier aansturen en belonen dan betaalde krachten
ð Sport = zeer zichtbaar
- Enorme media-aandacht
- ‘Versporting’ van onze samenleving: sport is alomtegenwoordig
Grootte van de sportsector
- Globaal: 488,5 miljard dollar (in 2018)
- EU: 2,1% BBP Europese Unie -> 5,5 miljoen jobs (sterke sector)
- België: toegevoegde waarde sportsector = 3 miljard euro en 75000 jobs
WERKTERREIN VAN DE SPORTMANAGER
ð Breed en divers gamma aan sportmanagement functies
ð In kaart brengen aan de hand van ‘dominante sportvelden’
- Verticale as = managementbenadering
o Anglo-amerikaanse managementbenadering: concurrend ondernemerschap en weinig
overheidsbemoeienis
o Rijnlands-Europese managementsbenadering: samenwerken om doelen te bereiken
en een actieve rol van de overheid
- Horizontale as = benadering sport
o Sport als doel: sport beoefenen om actief bezig te zijn en daarbij sportieve
doelstellingen te realiseren
o Sport als middel: sport inzetten om andere doelstellingen te realiseren
§ Maatschappelijke doelstellingen: gezondheidsbevordering, integratie van
speciale doelgroepen of een buurt gezelliger maken
3
, - 4 kwadranten (mogelijke managementfuncties)
1. Wedstrijdsport
o Non-profitbasis, vermarkten van sportactiviteiten
o Managementfuncties bij sportbonden, koepels, verenigingen en gemeentelijke
sportaccommodaties of managers bij stichtingen en foundations
2. Gemeenschapssport
o Sportmanagers die zich bezighouden met sportactiviteiten vanuit het oogpunt dat
sport gebruikt kan worden als instrument om andere doelstellingen te bereiken
§ Gemeentelijke sportbeleidsmedewerkers, managers bij sportieve
goededoelenorganisaties
3. Mediasport
o Managers die sport inzetten om meer commercieel succes te boeken
§ Sponsormanagers in het commerciële bedrijfsleven, mediamanagers en
managers bij sportmarketingbureaus
4. Fitnessport
o Sportmanagers die op commerciële basis sportactiviteiten of -goederen vermarkten
o Managers bij commerciële sportaanbieders (fitnessclubs, indoor skihallen…)
- Topsportmanagers zitten tussen gemeenschapssport en fitnessport in
o Te maken met regels en procedures van sportbonden en -koepels
o Hanteren van een economische ratio waarbij commercieel succes een
randvoorwaarde is voor sportief succes
WAT IS SPORTMANAGEMENT
Sportmanagement
= het managen van sportorganisaties of sport-gerelateerde organisaties
= het initiëren, aansturen en evalueren van activiteiten in een organisatie die actief is in de
sportbusiness
= het coördineren van werkzaamheden in een organisatie die actief is in de sportbusiness, zodat
deze op een efficiënte en effectieve wijze plaatsvinden, rekening houdend met de unieke
eigenschappen van de sport
4