- Allemaal auteurs die onderzoek deden naar sociale ongelijkheid en
stratificatie
- Ze zochten eveneens allemaal naar verklaringen daarvoor
- Sociologische verklaringen voor het ontstaan van sociale stratificatie:
Karl Marx (de oudste)
Max Weber gebaseerd op Marx (met te weinig elementen rekening
gehouden)
Davis & Moore Functionele strategie
Wright Neomarxistisch
1. KARL MARX: EENDIMENSIONALE BENADERING
- Marxistische theorie – 1848: Bovenbouw-onderbouw
- Onderbouw = economische systeem (hoe ze in hun levensonderhoud
voorzien)
Verhoudingen zijn allemaal economisch
o Bestaat uit arbeidskrachten, goederen, omgang met elkaar (WG-
WN)
o Bureaucratie van Weber valt hier ook onder te brengen
o O.b.v. posities die men inneemt in economisch systeem = opdeling
in klassen
o Opdeling tussen burgerij en proletariaat!
Relatie tussen productiekrachten: productiemiddelen (grond, kapitaal,
arbeid) & menselijke arbeidskracht & sociale verhoudingen in de
materiële productie
- Bovenbouw = instituties (religie, recht, staat) die sociale verhoudingen
bestendigen
Bepaalde zaken voorzien, religie, … die invloed heeft op wat kan/mag
in regio
Kan op groot macro of meso niveau gezien worden
- Positie die je inneemt in het economische systeem = klassen (2
opdelingen)
- Klasse: belangrijk begrip!
Je hebt zelfde eigendomsrelatie tot productiemiddelen
Productieven (werken) & niet-productieven (zij bezitten & ‘hoeven’
niet te werken)
o Ook in feodale tijdperk sprak hij al over ‘klassen’
o Kapitalisme: 2 hoofdzakelijke klassen
o Burgerij en proletariaat (niet-productieven en productieven)
- Technologische evolutie van productiemiddelen
Stratificatiesysteem
Sociale klasse voor Marx: groepering waarvan leden zelfde
eigendomsrelatie hebben tot de productiemiddelen.
,