Nederlands: proefwerk trimester 1
Veelgemaakte fouten
1. Woordsoort ≠ zinsdeel
Woordsoort: zelfstandige/bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden, ,
voornaamwoorden, bijwoorden, lidwoorden, voorzetsels, voegwoorden,
telwoorden en tussenwerpsels.
Zinsdeel: onderwerp, persoonsvorm, gezegde,
lijdend/meewerkend/handelend/voorzetsel-voorwerp, bijwoordelijke
bepaling en bijvoeglijke bepaling.
2. Ironie ≠ sarcasme ≠ cynisme
Ironie: wanneer je het tegenovergestelde zegt van wat je bedoelt, maar
zonder dat het echt gemeen bedoeld is (lichtjes plagerig).
• Het regent keihard en jij zegt: “Amai, perfect weer voor een
picknick.”
Sarcasme: is ironie, maar dan met een steek. Het is scherper, pikanter en
vaak bedoeld om iemand een beetje “uit te lachen” of te prikken.
• Iemand maakt een domme fout en je zegt: “Wow, jij bent echt een
genie hoor.”
Cynisme: je gelooft dat mensen vooral egoïstische of slechte bedoelingen
hebben. Je vertrouwt hun mooie woorden of goede daden niet.
• Iemand zegt: “Ik doe vrijwilligerswerk omdat ik mensen wil helpen.”
Jij zegt daarna: “Ja ja… of omdat het goed staat op je CV.”
, 3. Correct aanwijzend/betrekkelijk voornaamwoord
Zelfstandig naamwoord Voornaamwoord voorbeeldzin
- Het boek - Dit/dat - Dit/dat boek is leuk.
- De stoel - Deze/die - Deze/die stoel is laag.
4. Verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden
Toepassing Regel Voorbeelden
Bijvoeglijk voornaamwoord - Altijd ‘e’ - De mooie bloem
voor zelfstandig - Het grote paard
naamwoorden? - Het oude huis
het-woord + - Geen ‘e’ - Een schattig meisje
enkelvoud + - Een mooi paard
‘een’? - Een oud huis
Woordenschat
1. Woord van de week
Iedereen is De klas was unaniem: iedereen wilde op uitstap
Unaniem het eens gaan.
Onverstaanbaar en Hij mompelde iets, maar niemand
Mompelen binnensmonds spreken verstond het.
Oud-studenten van De alumni kwamen terug naar de school voor
Alumni een school/universiteit een reünie.
Alles te maken met De film had veel visuele
Visueel zien, zicht en beelden effecten.
Ervoor zorgen dat iets De regen verhinderde het
Verhinderen niet gebeurd voetbaltoernooi.
Imponeren Indruk maken Zijn kennis van biologie imponeerde de leraar.
Langdurig Het kindje bleef zaniken omdat hij zijn koekje
Zaniken
zeuren niet kreeg.
Strijd voor gelijke De emancipatie van vrouwen was een
Emancipatie
rechten belangrijke stap in de samenleving.
Leer van goed en In de les ethiek leerden we nadenken over
Ethiek
kwaad morele dilemma’s.
, Doorgegeven gebruik Kerstmis vieren is een oude traditie in veel
Traditie
of gewoonte gezinnen.
Mooi om te zien, Het dorpje aan de rivier was pittoresk en
Pittoresk
schilderachtig charmant.
Reden/ terugkerend
element met Het motief van zijn zelfmoord is nog steeds
Motief
symbolische betekenis onbekend.
in verhalen
Het bewijs dat je De verdachte had een sterk alibi voor de avond
Alibi
onschuldig bent van de diefstal.
Zeer slecht/zo erg dat De armoede in dat dorp was echt schrijnend om
Schrijnend
het pijn veroorzaakt te zien.
2. Les 4
Heel groot, sterk of
Titaan Hij is een titaan in de wereld van de literatuur.
belangrijk
Apparaat om lucht te
De smid gebruikte een blaasbalg om het vuur
Blaasbalg pompen (ook figuurlijk
aan te wakkeren.
aandrukken)
Iets overkomen,
Ten deel Het ongeluk viel hem ten deel tijdens zijn reis
meestal iets
vallen naar Londen.
onaangenaams
Speels en opzichtig in
Koket Ze glimlachte koket naar de gasten.
uiterlijk of gedrag
Slap praten, slijmen
Hij probeerde te flemen bij de leraar voor een
Flemen om iets gedaan te
beter cijfer.
krijgen
Heel erg verbazen of Het nieuws over het ongeluk onthutste de hele
Onthutsen
schokken stad.
3. Les 6
Mogelijkheid om iets te Zij heeft veel potentie om een goede leider
Potentie
kunnen of worden te worden.
Proefversie / De school start een pilot om digitale
Pilot
testproject boeken te testen.
Veelgemaakte fouten
1. Woordsoort ≠ zinsdeel
Woordsoort: zelfstandige/bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden, ,
voornaamwoorden, bijwoorden, lidwoorden, voorzetsels, voegwoorden,
telwoorden en tussenwerpsels.
Zinsdeel: onderwerp, persoonsvorm, gezegde,
lijdend/meewerkend/handelend/voorzetsel-voorwerp, bijwoordelijke
bepaling en bijvoeglijke bepaling.
2. Ironie ≠ sarcasme ≠ cynisme
Ironie: wanneer je het tegenovergestelde zegt van wat je bedoelt, maar
zonder dat het echt gemeen bedoeld is (lichtjes plagerig).
• Het regent keihard en jij zegt: “Amai, perfect weer voor een
picknick.”
Sarcasme: is ironie, maar dan met een steek. Het is scherper, pikanter en
vaak bedoeld om iemand een beetje “uit te lachen” of te prikken.
• Iemand maakt een domme fout en je zegt: “Wow, jij bent echt een
genie hoor.”
Cynisme: je gelooft dat mensen vooral egoïstische of slechte bedoelingen
hebben. Je vertrouwt hun mooie woorden of goede daden niet.
• Iemand zegt: “Ik doe vrijwilligerswerk omdat ik mensen wil helpen.”
Jij zegt daarna: “Ja ja… of omdat het goed staat op je CV.”
, 3. Correct aanwijzend/betrekkelijk voornaamwoord
Zelfstandig naamwoord Voornaamwoord voorbeeldzin
- Het boek - Dit/dat - Dit/dat boek is leuk.
- De stoel - Deze/die - Deze/die stoel is laag.
4. Verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden
Toepassing Regel Voorbeelden
Bijvoeglijk voornaamwoord - Altijd ‘e’ - De mooie bloem
voor zelfstandig - Het grote paard
naamwoorden? - Het oude huis
het-woord + - Geen ‘e’ - Een schattig meisje
enkelvoud + - Een mooi paard
‘een’? - Een oud huis
Woordenschat
1. Woord van de week
Iedereen is De klas was unaniem: iedereen wilde op uitstap
Unaniem het eens gaan.
Onverstaanbaar en Hij mompelde iets, maar niemand
Mompelen binnensmonds spreken verstond het.
Oud-studenten van De alumni kwamen terug naar de school voor
Alumni een school/universiteit een reünie.
Alles te maken met De film had veel visuele
Visueel zien, zicht en beelden effecten.
Ervoor zorgen dat iets De regen verhinderde het
Verhinderen niet gebeurd voetbaltoernooi.
Imponeren Indruk maken Zijn kennis van biologie imponeerde de leraar.
Langdurig Het kindje bleef zaniken omdat hij zijn koekje
Zaniken
zeuren niet kreeg.
Strijd voor gelijke De emancipatie van vrouwen was een
Emancipatie
rechten belangrijke stap in de samenleving.
Leer van goed en In de les ethiek leerden we nadenken over
Ethiek
kwaad morele dilemma’s.
, Doorgegeven gebruik Kerstmis vieren is een oude traditie in veel
Traditie
of gewoonte gezinnen.
Mooi om te zien, Het dorpje aan de rivier was pittoresk en
Pittoresk
schilderachtig charmant.
Reden/ terugkerend
element met Het motief van zijn zelfmoord is nog steeds
Motief
symbolische betekenis onbekend.
in verhalen
Het bewijs dat je De verdachte had een sterk alibi voor de avond
Alibi
onschuldig bent van de diefstal.
Zeer slecht/zo erg dat De armoede in dat dorp was echt schrijnend om
Schrijnend
het pijn veroorzaakt te zien.
2. Les 4
Heel groot, sterk of
Titaan Hij is een titaan in de wereld van de literatuur.
belangrijk
Apparaat om lucht te
De smid gebruikte een blaasbalg om het vuur
Blaasbalg pompen (ook figuurlijk
aan te wakkeren.
aandrukken)
Iets overkomen,
Ten deel Het ongeluk viel hem ten deel tijdens zijn reis
meestal iets
vallen naar Londen.
onaangenaams
Speels en opzichtig in
Koket Ze glimlachte koket naar de gasten.
uiterlijk of gedrag
Slap praten, slijmen
Hij probeerde te flemen bij de leraar voor een
Flemen om iets gedaan te
beter cijfer.
krijgen
Heel erg verbazen of Het nieuws over het ongeluk onthutste de hele
Onthutsen
schokken stad.
3. Les 6
Mogelijkheid om iets te Zij heeft veel potentie om een goede leider
Potentie
kunnen of worden te worden.
Proefversie / De school start een pilot om digitale
Pilot
testproject boeken te testen.