Hoofdstuk 9: Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie
- Ontwikkelingspsychologie of Levenslooppsychologie = De wetenschappelijke studie naar
patronen van continue groei, verandering en stabiliteit bij de mens van conceptie tot
ouderdom en hoe dit het gedrag beïnvloedt
De reikwijdte van het vakgebied
- Thematische gebieden = focus op bepaalde thema`s
Fysieke ontwikkeling
Cognitieve ontwikkeling
Sociaal – emotionele ontwikkeling
Persoonlijkheidsontwikkeling
- Specifieke leeftijdsgroepen = geen strakke grenzen in werkelijkheid
- Individuele verschillen = naarmate het ouder worden
- Koppeling tussen thema`s en leeftijden: specialisaties
Bijvoorbeeld: specialiseren in het taalgebied van de baby
Invloeden op ontwikkeling
- Cohort en cohorteffecten door:
Cohort = een groep van mensen die op hetzelfde moment of in dezelfde periode aan
bepaalde zaken wordt blootgesteld = op hetzelfde moment hetzelfde meemaken = heeft
invloed op de ontwikkeling = cohorteffect
Bijvoorbeeld: Iedereen in België in lockdown door corona
1
, - Normatieve invloeden = norm = algemene regel = algemeen iets dat voor veel mensen een
invloed gaat zijn op hun ontwikkeling
Normatieve historisch bepaalde invloeden
Bijvoorbeeld: Grootouders hebben WO II meegemaakt = als kind aan frontlinie in WO II
gestaan = altijd klaarstaan om te vluchten = op latere leeftijd zijn ze heel alert voor
gevaar = invloed op ontwikkeling
Normatieve leeftijdgebonden invloeden
Bijvoorbeeld: Eerste menstruatie bij elke pubermeisje = invloed op ontwikkeling, op je 18
jaar plots stemrecht, midlife crisis, eerste keer naar middelbare/lagere/kleuterschool
gaan
Normatieve socioculturele invloeden conform gedrag = maatschappelijke
verwachtingen en invloeden
Bijvoorbeeld: Op je 32 jaar geen werk of lief hebben vinden we vreemd =
ontwikkelingsbepalend, In het 6de middelbaar de keuze moeten maken voor welke
studie/welk beroep je gaat uitoefenen/aangaan
- Niet-normatieve gebeurtenissen = niet de regel = specifiek/ individueel
Bijvoorbeeld: Ik win morgen de lotto, dit gaat mijn leven en ontwikkeling bepalen
Bijvoorbeeld: Ik verlies op jonge leeftijd mijn partner, dit bepaalt mijn leven en ontwikkeling
Kinderen: verleden, heden en toekomst
Vroege denkbeelden over kinderen
- Kinderen als miniatuurvolwassenen = zelfde kleren als volwassenen, zelfde werk doen als
volwassenen, bijbel lezen i.p.v. aangepaste boeken, = geen aandacht voor kinderen
- Babybiografieën = methodisch = systematisch observeren
Focus op ontwikkeling van het kind komt uit biologische invalshoek
Darwin = eerste die kinderen systematisch observeert en de ontwikkeling bestudeert
Systematische observatie
- Nature en Nurture
- Focus op de kindertijd = aparte periode in mensenleven = ontwikkeling van kind
De 20ste eeuw: ontwikkelingspsychologie als discipline
Namen niet onthouden!
- Bestuderen op een wetenschappelijke manier
- Alfred Binet: intelligentie en geheugen = eerste studie = wat is intelligentie en hoe
ontwikkeld geheugen bij kinderen?
- Stanley Hall: vragenlijsten gebruiken/ “Adolescence” = vragenlijsten afnemen bij
jongvolwassenen = eerste die zei dat ook puberteit een aparte levensfase/studie was
- Grootschalige, systematische en langdurige onderzoeken naar deelfacetten van de
ontwikkeling
Bijvoorbeeld: Terman Study of the Gifted = onderzoek naar ontwikkeling van hoogbegaafd
kind
Grondleggers van de ontwikkelingspsychologie als wetenschap: aard van groei,
verandering en stabiliteit
2
,Vraagstukken bij de thema`s
Continue verandering versus discontinue verandering
Continue = geleidelijke verandering = volgende stap in de ontwikkeling vloeit vanzelf
voort uit de vorige stap van de ontwikkeling
Bijvoorbeeld: taalontwikkeling = kind leert geleidelijk aan meer woordjes
Discontinue = stap voor stap = ontwikkeling verloopt binnen afgebakende periodes =
kind gaat zich gedurende een tijd op dezelfde manier gedragen en op bepaalde leeftijd
kont er iets nieuws waardoor dit gedrag gaat veranderen
Bijvoorbeeld: Baby lacht hij naar alles en iedereen, op 3 maanden lacht hij naar mensen
= sociale glimlach, na 6 maanden lacht hij enkel naar mensen die hij kent
Geleidelijk of in aparte stappen = kwantitatief of kwalitatief
Kwantitatief = met hoeveelheid = bij continue verandering
Bijvoorbeeld: Meer woordjes leren, meer stapjes leren zetten, …
Kwalitatief = niet hoeveelheid maar de manier waarop = bij discontinue
verandering
Bijvoorbeeld: evolutie van lachen, ontwikkeling van het denken volgens Piaget =
discontinue en kwalitatief
Kritieke en gevoelige perioden
Kritieke periode = ontwikkelingsrisico’s = kind is op een bepaalde leeftijd heel erg
aanspreekbaar/ontwikkelbaar voor bijvoorbeeld taal = tussen 1 en 3 jaar nooit
confronteren met gesproken taal = ze zullen de taal nooit leren
Bijvoorbeeld: Bodemloze kinderen = geen veilige contacten gekend in eerste levensjaren
Plasticiteit = vormbaarheid, aanpassingsvermogen van de mens
Bijvoorbeeld: Kind heeft niet kunnen leren praten = met bepaalde programma`s en
begeleiding konden ze toch nog taal leren, wel beperkter maar het kon nog = kritieke
periode is niet zo kritiek = gevoelige periodes
Gevoelige periode = tussen 0 en 3 jaar = houdt rekening met plasticiteit = kind is hier
gevoelig voor maar het kan nog goed komen/aangeleerd worden = in psychologie!
Bijvoorbeeld: Kind kan nog taal aangeleerd krijgen, kan nog veilige contacten opbouwen,
…
Sommige periode zijn wel kritiek = heeft met ziektes te maken en niet met psychologie
Bijvoorbeeld: Zwangere krijgt rodehond tijdens zwangerschap en kind krijg hierdoor
fysieke aandoeningen
3
, Levensloopmodel versus focus op specifieke perioden
= Welke grote ontwikkelingen maakt de mens doorheen zijn/haar leven door?
Bijvoorbeeld: Verstoorde hechting bij het kind = welk effect op de volwassenen?
De invloed van nature EN nurture
Nature
Genetisch bepaalde natuur
Maturatie of rijping = aanwezige erfelijke kenmerken tonen zich
Bijvoorbeeld: verlegenheid uit zich als je in contact komt met mensen = peuter,
kleuter, puber, …
Nurture
Omgevingsinvloeden = biologisch, sociaal, maatschappelijk
Biologisch: Kwaliteit van onze voeding tijdens belangrijke groeiperiodes =
groei in gedrang, Slechte luchtkwaliteit = eerste menstruatie van meisjes
is aan het verlaten = Nurture invloed
Welk speelt de belangrijkste rol? = nature of nurture? = Beide spelen een rol = waar
speelt nature een rol en waar nurture?
Bijvoorbeeld: intelligentie onderzoeken: aangeboren = van ouders meegekregen of
aangeleerd = maakbaar, stimulatie van omgeving
Gevolgen voor de opvoeding van kinderen en voor sociaal beleid
- Zeker bij nature en nurture vraagstuk is dit belangrijk!
- Ontwikkeling van kind vooral door nature/aard = je kan er niets aandoen want dit is je aard =
dit kan je niet aanpakken door sociaal beleid
Bijvoorbeeld: hechting van kind door nature = dit is al aangeboren dus kan je niet aandoen
- Ontwikkeling van kind door nurture = dit is aangeleerd dus dit kan je veranderen = dit kan je
aanpakken = dit kan je via sociaal beleid ook aanpakken = sociaal werker kan hier kind
bijstaan om ontwikkeling te bevorderen
Bijvoorbeeld: hechting van kind door nurture = zorgen via omgevingsinvloeden dat de
hechting tussen moeder en kind beter wordt
4