• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 22 pages
Summary

Volledige samenvatting CCAP specialisatie

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 22 pages

Alle informatie die je nodig hebt

Content preview

CCAP Samenvatting

Week 1 – Emoties als Signaal

Emoties zijn een signaal:
Emoties vertellen dat er iets betekenisvol gebeurt. Alle concentratie gaat naar de plek/focus waar iets gebeurt.
Hoe sterker de emotie, hoe meer focus (hete cognitie)
Voorbeeld: bij tennis (emotie) — je slaat de bal en wil deze terug. Je toont emotie en wilt er iets voor terug.

- Anticiperen op ander, wil ik winnen dan speel ik anders, wil ik goede relatie dan anticipeer ik op zijn
tennis kwaliteit.

Emoties in Folk psychologie

 Je moet rationeel zijn, niet reageren vanuit emoties
 Mijn hart zegt het ene maar mijn hoofd het andere
 Emoties overkomen me, ik kan er niks aan doen, ben slachtoffer
 Tijd heelt alle wonden, klopt niet boosheid komt weer terug als je het erover hebt. Het vervaagt wel en je
leert ermee omgaan.

Functionele kijk op emoties (Frijda)

 Er staat iets op het spel (iets belangrijks); emoties gaan dus verder dan cognitie.
 Er is sprake van verandering in actiegereedheid — zorgen over bijvoorbeeld je partner zorgen voor
verandering (iets persoonlijks). Maar kan ook verandering in je gedachte zijn.
 Doel van emoties: verandering of vasthouden van relaties.
 Emotie is een proces, geen staat van zijn.

Appraisaltheorie

 Primair: Er gebeurt iets in een situatie (leeuw komt kamer binnen). Definiëren van goed/niet goed,
quasi-automatisch.
Focus op het event en fysiologische opwinding (voorbereiden op actie). Algemene opwinding lichaam,
niet bepaalde opwinding bij bepaalde emotie. Zorgen voor energie en mobilisatie.
 Latentietijd: nadenken, pauze, beslissen wat te doen.
 Secundair: eerdere ervaringen, eigen mogelijkheden, strategie.
Verschillende reacties mogelijk.
Bepaalt welke emotie passend is bij het doel en de relatie.

Functionalistische benadering

 Fysiologische opwinding
 Motorische expressie, is wat je toont aan emotie
 Cognitieve verwerking
 Subjectief gevoel/staat, hoe je communiceert vocabulaire.
 Actieneiging, is een DRANG iets wat je zou willen doen maar niet doet. Bijv. Indy willen slaan als hij mij
heel boos maakt, maar dit niet doen want kan niet.

,Emoties gebeuren niet zomaar — de uitkomst van wat iemand wil of denkt te bereiken bepaalt de emotionele
reactie.
Dit wordt beïnvloed door sociale context en focus.

- De relatie speelt grote rol, is het broer, zus, manager of vriend. Elke emotie verwerking is anders
door relatie
- Emoties kunnen elke dag anders worden geïnterpreteerd, hangt af hoe de dag is. Verschillende
kinderen kunnen verschillende emoties appraisal hebben.

Dove en slechthorende jeugd

 Minder toegang tot sociale omgevingen → minder kansen voor sociaal leren.
 Dit heeft effect op de sociaal-emotionele ontwikkeling en mentale gezondheid.

Boosheid of verdriet?

 Verdriet: focus op consequentie, herstel van de gewenste situatie is onmogelijk. In eigen wereld, laat
me met rust.
 Boosheid: focus op oorzaak, herstel van de gewenste situatie is mogelijk. Je voelt je nog krachtig, je kan
er wat aan doen

Interpersoonlijke functie van emoties

 Angst: vermijden, veiligheid zoeken, onderdanig gedrag.
 Boosheid: rechtzetten, grenzen stellen.
 Liefde: verlangen naar liefde terug, behoefte aan bevestiging.



Week 2 – Emotionele Socialisatie en Expressie

Functionele kijk op emoties

Er staat iets belangrijks op het spel dat zorgt voor verandering in actiegereedheid. Dit is gericht op het
veranderen of behouden van relatie. Het gaat om communicatie met een ander.

Emotie intelligentie: wat hebben we nodig?

- Emotie herkenning, emotioneel bewustzijn, emotionele vocabulaire, emotieregulatie, morele emoties,
emotie expressie en empathie

Emotionele socialisatie

Emoties aangeboren of aangeleerd?

Emoties ervaren en uiten is iets wat geleerd wordt — via socialisatie.
Bronnen van emotieleren:

 Zelfobservatie

,  Observatie van anderen
 Door communicatie/doorgeven, meeluisteren met gesprekken van ouders.

Lezen van andermans emoties, niet verbale taak bij dove en horende kinderen

- Kregen plaatjes van 2 dingen, bloem en auto en moesten het goed in categorie doen. Geen verschil
tussen de 2 groepen.
- Bij autisme kijken naar 2 gezichten minder goed onderscheid maken. Dove en horende geen verschil
- Belang van verbale informatie, dove kinderen konden gezichten met emotie minder goed
onderscheiden. Dit komt wellicht door het missen van oefenen met emoties in groepen t.o.v. horende
kinderen. Laat zien hoe belangrijk sociaal leren is! Verbaal doorgeven is ook esstentieel voor
interpretatie van gezichtsuitdrukkingen.

Emoties dienen een interpersoonlijke functie: communicatie is strategisch — vergelijkbaar met “tennis
spelen” (actie en reactie).

Emotie socialisatie, hoe werkt het? (we houden allemaal van positieve emoties)

Ontwikkeling van de kinderlach

 Neonatenlach: reden en timing onduidelijk.
 1–2 maanden: sociale lach als reactie op positieve interactie met verzorger. Duchenne lach en open
mond lachen.
 3 maanden: sociale lach ook naar onbekenden.
 6–12 maanden: lachen (laughter), referentielachen.
 Lachen signaleert plezier, en dat het goed is. Krachtig verzoek tot positieve reactie. Vastzetten en
behouden van relaties.

Negatieve emoties en sociale acceptatie

Het uiten van negatieve emoties is minder geaccepteerd → vraagt om betere sociale vaardigheden.

Onderzoek naar moederreacties

 Meer warmte naar kinderen bij positieve emoties of verdrietige expressie.
 Minder warmte of negeren bij boosheid en angst.

Kinderen kijken naar moeder:

 Bij bedreiging → intensere angst, blik naar moeder.
 Bij frustratie (speeltje weghalen) → boosheid, geen verandering; meer verdriet → blik naar moeder.

Reguleren van emotie-expressie

Emoties reguleren wanneer hun persoonlijke doelen verstoord kunnen worden door uitdrukken en ervaren
van de emoties.

Cultuur en emotie expressie: verschillende woorden in verschillende talen die je niet kan vertalen.
Schadenfreude, embarrassment etc.

Table of contents

  1. 01 Week 1 – Emoties als Signaal 1
    1. Emoties in Folk psychologie 1
    2. Je moet rationeel zijn, niet reageren vanuit emoties 1
    3. Mijn hart zegt het ene maar mijn hoofd het andere 1
    4. Emoties overkomen me, ik kan er niks aan doen, ben slachtoffer 1
    5. Tijd heelt alle wonden, klopt niet boosheid komt weer terug als je het erover hebt. Het vervaagt wel en je leert ermee omgaan. 1
    6. Functionele kijk op emoties (Frijda) 1
    7. Appraisaltheorie 1
    8. Functionalistische benadering 1
    9. Dove en slechthorende jeugd 2
    10. Interpersoonlijke functie van emoties 2
  2. 02 Week 2 – Emotionele Socialisatie en Expressie 2
    1. Functionele kijk op emoties 2
    2. Emotie intelligentie: wat hebben we nodig? 2
    3. Emotie herkenning, emotioneel bewustzijn, emotionele vocabulaire, emotieregulatie, morele emoties, emotie expressie en empathie 2
    4. Emotionele socialisatie 2
    5. Emoties aangeboren of aangeleerd? 2
    6. Emotie socialisatie, hoe werkt het? (we houden allemaal van positieve emoties) 3
    7. Ontwikkeling van de kinderlach 3
    8. Negatieve emoties en sociale acceptatie 3
    9. Onderzoek naar moederreacties 3
    10. Reguleren van emotie-expressie 3
    11. Boosheid uitdrukken hangt af van de relatie 4
    12. Boosheidsexpressie in Nederland en China 4
    13. Display Rules (uitdrukkingsregels) 4
  3. 03 Week 3 – Emotieregulatie en empathie 4
  4. 04 Emotionele intelligentie 4
  5. 05 Waarom is het reguleren van emoties zo belangrijk? 4
  6. 06 Twee manieren van emotieregulatie 4
    1. 1. Response-focused regulatie (onderdrukken of verbergen) 5
    2. 2. Antecedent-focused regulatie (verminderen van het gevoel) – betere optie 5
  7. 07 Antecedent-focused regulatie 5
  8. 08 Wat is er nodig voor adaptieve antecedent-emotieregulatie? 5
  9. 09 Waarom is identificatie van emoties van belang? 5
    1. Ouderlijke rol in ontwikkelen van emotionele intelligentie, verschillende stijlen 5
    2. Ontkennen: je hoeft niet bang te zijn 5
    3. Afwijzend: jongens huilen niet 5
    4. Laisez faire: het gaat vanzelf wel over 5
    5. Coachen: heeft meer aandacht en energie nodig, bestaande uit verschillende stappen 5
  10. 10 Rol van ouders/opvoeding in emotie-identificatie 5
  11. 11 Reguleren van ervaren negatieve emoties 6
  12. 12 Probleembenadering 6
  13. 13 Vermijden 6
  14. 14 Ruminatie 6
  15. 15 Adaptief of maladaptief? 6
  16. 16 Hangt af van situatie, zelfde strategie kan adaptief en maladaptief zijn. Benadering strategie helpend in leeftijdsgenoten conflict situaties maar niet in situatie waar je iemand nooit meer ziet. 6
  17. 17 Ruminatie nooit adaptief! Je komt niet dichter bij een oplossing. Het verhoogt de arousal, lagere cognitieve controle. 6
  18. 18 Wat is empathie? 6
  19. 19 Ontwikkeling van empathie volgens Hoffman 7
  20. 20 Onderzoek naar empathie bij kinderen met autisme 7
  21. 21 Literatuur zegt vaak: mirror neuron system is kapot van hen. Maar onderstaande onderzoek zegt.. 7
    1. Affectieve empathie 7
    2. Cognitieve empathie 7
  22. 22 Week 4 – Sociaal connectie en stigma 7
  23. 23 Sociale connectie 7
  24. 24 Dove of slechthorende jongeren 8
  25. 25 Autistische jongeren op reguliere school 8
  26. 26 Vaak wordt gedaan alsof jongeren met autisme sociale motivatie missen, niet willen 8
  27. 27 Is eenzaamheid inderdaad een positieve vrije keuze? 8
  28. 28 Of een negatieve keuze? Vermijden van negatieve interacties, buitensluiten en pesten. Gevoel niet begrepen te zijn of gestigmatiseerd. 8
  29. 29 Literatuur toont: hogere cijfers van eenzaamheid bij jongeren in school 8
  30. 30 Eenzaamheid 8
  31. 31 Wat is vriendschap? gebaseerd op nabijheid, zelfonthulling, wederkerigheid, gelijkheid en samenwerking dat sensitiviteit naar anderen nodig heeft.  bij mensen met autisme anders, zie hieronder 8
  32. 32 Wat is een vriend voor een autist? 8
  33. 33 Ontwikkeling vriendschap 8
  34. 34 Diepere structuur: wederkerigheid, onveranderd door leven 8
  35. 35 Oppervlak: verandert met leeftijd en ontwikkeling. Peuters hebben voorkeuren, kinderen doen activiteiten samen en adolescenten delen innerlijke gedachtes, intiemer. 8
  36. 36 Stigma 8
  37. 37 Modellen van handicap 9
    1. Sociale participatie autistische jeugd 9
    2. Hiervoor uitkomen of niet? Stigmatisering. Camoufleren, doen alsof je geen autisme hebt. Vaak beschermd. Moeten bewijzen dat je slim bent, niet betrokken in keuzes maken. 9
    3. Rol steunend, veilig familie omgeving en vrienden! 9
    4. Wat is een vriendschap? 9
    5. Dyadic relatie: gebaseerd op gelijk leuk vinden of wederkerig leuk vinden 9
    6. Gelijke relatie: gevoel van gelijkheid is de kern 9
    7. Foundation: verwachting om ander te steunen, en hij/zij weer jou. 9
  38. 38 Onderzoek Contact op scholen bij atypische jongeren 9
  39. 39 Gebruik van sensor data GPS, face-to-face contact/nabijheid. Hoe bewegen de kinderen tijdens pauzes. 9
  40. 40 Hoe voelen autistische jongeren zich? Gemeten door wie vind je leuk, vriendschappen, leeftijdsgenoten nominaties. En lijsten van hoe eenzaam en hoe leuk vin je school? 9
  41. 41 Eenzaamheid 9
  42. 42 Week 5 – Externaliserend gedrag 10
    1. Definitie 10
    2. Disruptieve, impulsieve-controle en conduct stoornissen 10
    3. Agressie 10
    4. Psychopathie – kenmerken 10
    5. Belang van goed checken antisociaal gedrag 10
    6. Diagnoses 10
    7. Subtypes antisociaal gedrag 10
    8. Consequenties 11
    9. Risicofactoren – waar gaat het mis? 11
    10. Emotietheorie – functionalistisch, probleem bij antisociaal 11
    11. Emotionele competenties als oorzaak van antisociaal gedrag 11
    12. Biopsychosociaal model bij antisociaal gedrag 11
    13. Additief vs. interactief model 11
    14. Biologische stressreactie 11
    15. Antisociaal gedrag meten 12
    16. Interventie – kans op verandering bij persistent antisociaal gedrag 12
    17. Biopsychosociaal model – samenvattend 12
    18. Interventies – uitdagingen 12
    19. Voorbeeld van interventie om antisociaal gedrag te veranderen 12
  43. 43 Week 6 – Internaliserend gedrag 13
    1. Definities 13
    2. Wanneer is verdriet niet normaal? 13
    3. Fear vs. Anxiety 13
    4. Risicofactoren 13
    5. Disregulatie bij depressie 13
    6. Resultaten Larson (onderzoek) 13
    7. Neurobiologische mechanismes – lager positief affect 14
    8. Ruminatie 14
    9. Emotioneel bewustzijn 14
    10. BDNF – biologische risicofactor 14
    11. Biopsychosociaal model depressie 15
    12. Beschermende factoren 15
    13. Positief affect – ouderlijke reacties 15
    14. Interventies 15

Document information

Study
Uploaded on
December 1, 2025
Number of pages
22
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.83

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
6
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions