Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages
Summary

Samenvatting Farmacologie en Fysiologie (DB1-FF)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 36 pages

Het is een samenvatting van het vak Farmacologie en Fysiologie (DB1-FF). Het vak is van de opleiding Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en wordt gegeven in periode 3 van jaar 1. De samenvatting is gemaakt in het jaar .

Content preview

Fysiologie samenvatting (Mees Louwen)

Opbouw zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit het centrale zenuwstelsel (hersenen &
ruggengraat) en het perifere zenuwstelsel (perifere zenuwen).
Het signaal komt binnen in het CZS via afferente neuronen en gaat weer
naar het PZS via efferente neuronen.

Het PZS is op te delen in 2 delen. Het viscerale deel en het somatische
deel. Het somatische deel bestaat uit afferente neuronen van bewuste
waarnemingen (sensorische input) en efferente neuronen met vrijwillige
acties (motorische output).
Het viscerale deel behandelt alle onvrijwillige processen. De afferente
input (viscerosensorisch) zijn interne parameters (nodig voor
homeostase) en de efferente output (visceromotorisch) om de
homeostase te handhaven is het autonome zenuwstelsel.
Dit autonome zenuwstelsel is dan weer op te delen in een sympathisch
(fight-or-flight) en een parasymphatisch (rest-and-digest) deel.

,De ruggengraat

Deze bestaat aan de buitenkant uit witte stof, dit is een soort ‘snelweg’
van en naar het brein. Deze witte stof bestaat uit gemyeliniseerde
axonen.
Aan de binnenkant ligt vlindervormige grijze stof die alle cellichamen
bevat. In de grijze stof wordt de informatie van sensorische naar
motorische neuronen overgebracht.

De cellichamen van de
sensorische neuronen
liggen in het spinale
ganglion van de
dorsale wortel.
De
somatosensorische
neuronen eindigen
meestal het meest
doorsaal in de grijze
stof (blauw, zie figuur)
diep in de dorsale
hoorn en de
viscerosensorisch
eindigen iets meer
ventraal aan het uiteinde van de dorsale hoorn.
Via interneuronen worden de sensorische en motorische neuronen
gekoppeld.
Visceromotorische neuronen liggen aan het begin van de ventrale
hoorn, met diep in de ventrale hoorn de somatische motorneuronen.



De hersenstam

De hersenstam bestaat uit het
mesencephalon,
metencephalon en
myelencephalon. In de
hersenen liggen deelgebieden
waar specifieke informatie
binnenkomt. Dorsaal komt de
somatosensorische informatie
binnen, met richting ventraal de
viscerosensorische informatie
(deze plek heet de nucleus
tractus solitarius). Nog

,ventraler gaan de visceromotorische neuronen weg (vanuit nucleus
ambiguus) en helemaal ventraal gaat het somatische motorneuron
weg.

Van ruggengraat naar doelweefsel

Somatische motorneuronen gaan direct vanuit het CZS naar hun
doelweefsel. Visceromotorische neuronen (autonoom) maken tussen het
CZS en doelweefsel een tussenstop in een ganglion. Het
preganglionaire neuron heeft zijn cellichaam in het CZS en het
postganglionaire neuron heeft zijn cellichaam in het ganglion.

Visceromotorische neuronen die symphatisch zijn hebben hun
preganglionaire cellichamen in de ruggengraat liggen en postganglionair
liggen deze in de grensstreng (en niet in doelorgaan).
Viscermotorische neuronen die parasymphatisch zijn hebben hun
preganglionaire cellichamen in de hersenstam en sacrale regio liggen
en hun postganglionaire cellichamen liggen in of in de buurt van de
doelorganen.
Symphatisch heeft dus kort preganglionair en langer postganglionair, en
parasymphatisch heeft een langer preganglionair deel en een korter
postganglionair deel.


Opbouw neuronen

Een neuron bestaat uit dendrieten, de plek
waar de informatie binnenkomt, een
cellichaam, hier is de integratie van signalen
en axonen. Vanuit de axonheuvel loopt er
dan een actiepotentiaal over naar de
synapsen.


Ionkanalen

Ionkanalen laten ionen door en zorgen zo voor een
elektrochemische gradiënt. Belangrijke ionkanalen
voor de membraan- en actiepotentiaal zijn Natrium
(Na+), Calcium (Ca2+), Kalium (K+) en Chloride (Cl-).
Deze kanalen zijn spanningsgevoelig.
Natrium kanalen hebben een M-gate en een H-gate in
hun structuur. Als de membraan depolariseert dan gaat
de M-gate open. Bij verdere depolarisatie (+30mV
ongeveer) dan sluit de H-gate.

, Kalium kanalen die gaan open als de +30mV wordt bereikt. Er vindt dan
repolarisatie plaats omdat Kalium uit de cel gaat. Doordat deze kanalen
traag sluiten treedt er hyperpolarisatie op (-90mV).


Elektrochemische gradiënt

De kant waarop een ion door zijn kanaal beweegt hangt af van twee
gradiënten: de chemische en elektrische gradiënt.
De richting van de chemische gradiënt is in welke richting diffusie wil.
Ionen bewegen namelijk van hoge naar lage concentraties.
De richting van de elektrische gradiënt is of het ion positief of negatief is,
en dan wat de lading is aan elke kant van het membraan. Stoot het af of
trekt het aan is dan de vraag.
Als het membraanpotentiaal positief is en de evenwichtspotentiaal
negatief of vice versa, dan wijzen de chemische en elektrische gradiënt
dezelfde kant op.
De membraanpotentiaal meet de spanning als binnen ten opzichte van
buiten. Een negatieve membraanpotentiaal betekent dus dat het binnen
de cel meer gepolariseerd is vergeleken met buiten de cel (meer
negatief/minder positief).


Equilibrium

Ieder ion heeft zijn eigen evenwichtspotentiaal (Eion). Deze kan

berekend worden met de Nernst vergelijking:
De evenwichtspotentiaal is de spanning waarbij er geen netto ionenstroom
van een bepaald ion is, omdat de chemische en elektrische krachten
precies in balans zijn.

[ion]e staat hier voor de concentratie van het ion buiten de cel en [ion]i
staat hier voor de concentratie van het ion binnen de cel.
De 61 wordt berekend d.m.v. een aantal constanten, waaronder de lading
van een ion. Voor Na+ is dit dus 61, maar voor Ca2+ is het 30.5 en voor Cl-
is het -61.

Op een cel zitten verschillende ionkanalen. Het ion waarvan zijn
evenwichtspotentiaal het dichtste bij het membraanpotentiaal ligt is het
ion met de grootste geleidbaarheid/permeabiliteit (p). Van dit ion
staan de meeste kanaaltjes open.
In rustpotentiaal is de p van K hoog, en de p van Na is laag. De
membraanpotentiaal (-83mV) ligt dan dicht bij kalium (-90mV) en
chloride (-67mV).

Document information

Study
Uploaded on
November 28, 2025
Number of pages
36
Written in
2024/2025
Type
Summary
$7.78

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
10
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions