6. STOORNISSEN IN HET GEBRUIK VAN ALCOHOL EN DRUGS
6.1 DRUGS EN AFHANKELIJKHEID
6.1.1 PSYCHOACTIEVE STOFFEN/ MIDDELEN
= Chemische stoffen die leiden tot een verandering in psychische functies (bewustzijn,
waarneming, denken, stemming)
Ø Lust opwekken en onlust verdrijven -> geven een aangenaam gevoel voor korte
tijd
Ø Werking berust gedeeltelijk op
Ø verandering in de mate waarin prikkels doordringen tot het
bewustzijn
• Hier: genotmiddelen of drugs (ook psychofarmaca)
6.1.2 INDELING OP BASIS VAN WISSELENDE UITWERKING OP DE
HERSENEN
• Psycholeptica: bewustzijnsverlagende middelen:
Ø benzodiazepinen (of tranquillizers), alcohol en heroïne
Ø leiden tot een verlaagd bewustzijn
Ø hebben een verdovend effect
Ø de gebruiker verkeerd in een roes: hij voelt zich suf, doezelig en ‘niet
helder van geest’
• Psychoanaleptica: stimulerende middelen
Ø amfetaminen, nicotine en cocaïne
Ø hebben een verhoogd bewustzijn tot gevolg
Ø gebruikers zijn alerter en staan meer open voor indrukken van buitenaf
en/of eigen ervaringen
• Psychodysleptica: bewustzijnsveranderende middelen
Ø cannabis (marihuana en hasj) en hallucinogenen/psychedelische stoffen
Ø Er is vooral sprake van een grotere intensiteit van en diversiteit aan
waargenomen prikkels
bewustzijnsverlagende stimulerende bewustzijnsveranderende
,middelen middelen middelen
alcohol cocaïne cannabis:
opiaten: amfetaminen – marihuana, hasj
– morfine cafeïne hallucinogenen:
– heroïne nicotine – lsd
– oxycodon – psilocybine
benzodiazepinen – mescaline
antipsychotica – PCP
– ketamine
Sommige middelen, zoals GHB en xtc, zijn niet op deze manier in te delen vanwege hun
meer gemengde effecten.
• Onder invloed zijn
Ø betekent dat lichamelijke en/of psychologische effecten merkbaar zijn na
het gebruik van psychoactieve stoffen
Ø Intoxicatie of vergiftiging
Ø is een ernstige vorm van ‘onder invloed zijn’
Ø behandeling is vereist, i.e. detoxificatie (ontgifting)
Ø Zie volgende dia: Tabel 18.2 Vergiftigings- of intoxicatieverschijnselen
, psychisch lichamelijk
prikkelbaarheid, verminderd
dubbele tong, coördinatieproblemen,
alcohol en GHB oordeelsvermogen, stemmingslabiliteit,
onzeker lopen, coma
geheugenproblemen, agressiviteit
prikkelbaarheid,
concentratieproblemen,
dubbele tong, kleine pupillen,
opiaten geheugenproblemen, euforie of
slaperigheid, coma
apathie, rusteloosheid, somberheid,
verminderd oordeelsvermogen
agressiviteit, euforie, rusteloosheid, veranderde bloeddruk,
hyperalert, achterdocht, angst, hartritmestoornis, grote pupillen,
stimulerende middelen
verwardheid, verminderd zweten, rillingen, misselijkheid,
oordeelsvermogen ademhalingsproblemen, vermagering
grote pupillen, wazig zien,
hallucinaties, illusies, angst, paniek,
hallucinogenen coördinatieproblemen, hartkloppingen,
verminderd oordeelsvermogen
zweten, trillen
minder snel moe, euforie, vertraagde
coördinatieproblemen, grote pupillen,
cannabis tijdsbeleving, psychose, verminderd
droge mond, rode ogen, meer eetlust
oordeelsvermogen
6.1.3 PROBLEMATISCH GEBRUIK/ MISBRUIK EN VERSLAVING/
AFHANKELIJKHEID
• Problematisch gebruik/misbruik:
Ø het functioneren thuis en op het werk wordt sterk negatief beïnvloed
Ø misbruik kan uitmonden in verslaving of afhankelijkheid
• Verslaving/afhankelijkheid:
Ø onbedwingbare drang tot het innemen van genotmiddelen (alcohol, drugs):
Ø hun hele bestaan draait rond het verkrijgen van de stof
Ø alle interesses en activiteiten zijn daaraan ondergeschikt
Ø geen controle meer over de inname van de stof
Ø niet meer in staat zonder moeite met het middelengebruik te stoppen
6.1.4 TWEE VORMEN VAN AFHANKELIJKHEID
6.1 DRUGS EN AFHANKELIJKHEID
6.1.1 PSYCHOACTIEVE STOFFEN/ MIDDELEN
= Chemische stoffen die leiden tot een verandering in psychische functies (bewustzijn,
waarneming, denken, stemming)
Ø Lust opwekken en onlust verdrijven -> geven een aangenaam gevoel voor korte
tijd
Ø Werking berust gedeeltelijk op
Ø verandering in de mate waarin prikkels doordringen tot het
bewustzijn
• Hier: genotmiddelen of drugs (ook psychofarmaca)
6.1.2 INDELING OP BASIS VAN WISSELENDE UITWERKING OP DE
HERSENEN
• Psycholeptica: bewustzijnsverlagende middelen:
Ø benzodiazepinen (of tranquillizers), alcohol en heroïne
Ø leiden tot een verlaagd bewustzijn
Ø hebben een verdovend effect
Ø de gebruiker verkeerd in een roes: hij voelt zich suf, doezelig en ‘niet
helder van geest’
• Psychoanaleptica: stimulerende middelen
Ø amfetaminen, nicotine en cocaïne
Ø hebben een verhoogd bewustzijn tot gevolg
Ø gebruikers zijn alerter en staan meer open voor indrukken van buitenaf
en/of eigen ervaringen
• Psychodysleptica: bewustzijnsveranderende middelen
Ø cannabis (marihuana en hasj) en hallucinogenen/psychedelische stoffen
Ø Er is vooral sprake van een grotere intensiteit van en diversiteit aan
waargenomen prikkels
bewustzijnsverlagende stimulerende bewustzijnsveranderende
,middelen middelen middelen
alcohol cocaïne cannabis:
opiaten: amfetaminen – marihuana, hasj
– morfine cafeïne hallucinogenen:
– heroïne nicotine – lsd
– oxycodon – psilocybine
benzodiazepinen – mescaline
antipsychotica – PCP
– ketamine
Sommige middelen, zoals GHB en xtc, zijn niet op deze manier in te delen vanwege hun
meer gemengde effecten.
• Onder invloed zijn
Ø betekent dat lichamelijke en/of psychologische effecten merkbaar zijn na
het gebruik van psychoactieve stoffen
Ø Intoxicatie of vergiftiging
Ø is een ernstige vorm van ‘onder invloed zijn’
Ø behandeling is vereist, i.e. detoxificatie (ontgifting)
Ø Zie volgende dia: Tabel 18.2 Vergiftigings- of intoxicatieverschijnselen
, psychisch lichamelijk
prikkelbaarheid, verminderd
dubbele tong, coördinatieproblemen,
alcohol en GHB oordeelsvermogen, stemmingslabiliteit,
onzeker lopen, coma
geheugenproblemen, agressiviteit
prikkelbaarheid,
concentratieproblemen,
dubbele tong, kleine pupillen,
opiaten geheugenproblemen, euforie of
slaperigheid, coma
apathie, rusteloosheid, somberheid,
verminderd oordeelsvermogen
agressiviteit, euforie, rusteloosheid, veranderde bloeddruk,
hyperalert, achterdocht, angst, hartritmestoornis, grote pupillen,
stimulerende middelen
verwardheid, verminderd zweten, rillingen, misselijkheid,
oordeelsvermogen ademhalingsproblemen, vermagering
grote pupillen, wazig zien,
hallucinaties, illusies, angst, paniek,
hallucinogenen coördinatieproblemen, hartkloppingen,
verminderd oordeelsvermogen
zweten, trillen
minder snel moe, euforie, vertraagde
coördinatieproblemen, grote pupillen,
cannabis tijdsbeleving, psychose, verminderd
droge mond, rode ogen, meer eetlust
oordeelsvermogen
6.1.3 PROBLEMATISCH GEBRUIK/ MISBRUIK EN VERSLAVING/
AFHANKELIJKHEID
• Problematisch gebruik/misbruik:
Ø het functioneren thuis en op het werk wordt sterk negatief beïnvloed
Ø misbruik kan uitmonden in verslaving of afhankelijkheid
• Verslaving/afhankelijkheid:
Ø onbedwingbare drang tot het innemen van genotmiddelen (alcohol, drugs):
Ø hun hele bestaan draait rond het verkrijgen van de stof
Ø alle interesses en activiteiten zijn daaraan ondergeschikt
Ø geen controle meer over de inname van de stof
Ø niet meer in staat zonder moeite met het middelengebruik te stoppen
6.1.4 TWEE VORMEN VAN AFHANKELIJKHEID