Hoofdstuk 1: Situering van de psychologie als wetenschap en functieleer
1.1 Oorspronkelijke definitie psychologie
Plato: geest ondergaat niet dezelfde wetten als lichaam => Rol van de vrije wil:
geest heeft een vrije wil, lichaam niet: bv van een brug springen, geest: keuze,
lichaam: natuurwetten
René Descartes: dualisme: geest en lichaam zijn gescheiden => Mind-body
problem
- Res cogitans (denkvermogen) vs res extensa (lichaam)
- Interactie gesitueerd in pijnappelklier/epifyse (epifyse dient eigenlijk voor
melatonine-productie)
- Voorbeeld: pupilgrootte verandert bij hoeveelheid licht / als je naar iets
interessants kijkt (stimulus-verwerking-respons)
Monisme: geest en lichaam zijn 2 aspecten van 1 entiteit
- Materialisme
o !! Ontologische (aard vh zijn): alleen het fysische bestaat echt
o Epistemologische (wat kunnen we kennen): alleen het fysische kunnen
we wetenschappelijk bestuderen => reductionisme: alles wordt
herleidt tot één soort werkelijkheid
- Idealisme
o !! Epistemologische: we kennen de werkelijkheid enkel via onze
zintuigen en eigen denken => solipsisme: elke geest zit opgesloten in
eigen ‘bubbel’ met eigen leefwereld
o Ontologisch: alles in de natuur heeft een ziel = panpsychisme
Gustav Fechner:
- Verwerpt Cartesiaans dualisme en verdedigd monistische visie op de relatie
tussen het fysische en psychische als twee facetten van hetzelfde
- Cirkel zowel hol als bol, maar van binnen of buiten gekeken ziet men 2
mogelijkheden 🡪 ook bij het denken: denken komt voor vanuit de geest zelf
(van binnen uit bekeken) en komt voort uit de hersenen (van buiten uit
bekeken)
- ‘Elemente der Psychophysik’: grondlegger psychofysica (= exacte
wetenschap van functionele relatie tussen lichaam en geest)
1
,1.2 Hedendaagse definitie psychologie
Hedendaagse definitie: psychologie= wetenschap vh gedrag en de factoren die dit
beïnvloeden (gedragsdeterminanten)
Rorschach:
- Inktvlekkentest: interpretaties van inktvlekken zeggen iets over persoonlijkheid
=> Pareidolia: het zien van bestaande voorwerpen in vormloze prikkels
- Boek: “Psychodiagnostik”
Twee benaderingen in de psychologie:
- Nomothetisch: algemene wetten (voor iedereen hetzelfde)
- Idiografisch: specifieke factoren (kan individueel verschillend zijn)
Hawthorne-onderzoek: onderzoek over invloed van arbeidsomstandigheden op
arbeidsefficiëntie: hetzelfde resultaat bij goede en slechte omstandigheden: bij
slechte meer erkenning 🡪 gedrag beïnvloed door veelheid aan factoren
Betula studie: onderzoek naar factoren die bepalen of mensen succesvol ouder
worden: beste groep had nog eigen gebit, gezonde tanden=ouder worden? 🡪
correlationeel verband ≠ causaal verband
Occam’s Razor: geheel van gegevens zo zuinig mogelijk verklaren, met zo weinig
mogelijk en zo eenvoudig mogelijke variabelen
Wilhelm Dilthey:
- Onderscheid natuur- en mensenwetenschappen
o Natuurwetenschappen: verklaren van wetmatigheden in natuur
▪ => natuurfenomenen verklaard door externe krachten die
inwerken op levenloze objecten
o Menswetenschappen: begrijpen van mens en zijn geschiedenis
▪ => voortbrengsel van langdurige samenwerking tussen mensen,
complex systeem
- Implicaties voor psychologie: natuurwetten ongeschikt voor bestuderen van de
mens 🡪 moet de totale ervaring bestuderen
1.3 De positie van de psychologie naast andere wetenschappen
Psychologie is verwant met enorm veel andere wetenschappelijke disciplines =>
multidisciplinair
Deeldomeinen van de psychologie heeft raakvlakken met andere wetenschappelijke
disciplines (bv sociale psychologie ligt tussen psychologie en sociologie) =>
brugdisciplines
2
, Soms ook twee tussenschakels (bv tussen psychologie en wiskunde ligt statistiek en
psychologisch statistiek)
1.4 Basisdomeinen van de psychologie
Duijker: onderscheid tussen vijf basisdomeinen van de psychologie
1. Methodenleer: fundament van de psychologie (de andere rusten hierop), hoe
psychologische fenomenen wetenschappelijk onderzocht moeten worden
2. Functieleer: studie van de algemeen-menselijke functies of capaciteiten,
zoals waarneming, denken, taal,…
3. Persoonlijkheidsleer: studie van alle factoren waarin mensen van elkaar
kunnen verschillen, individuele persoonlijkheid
4. Ontwikkelingsleer: studie van de ontwikkeling van de mens, hoe mensen van
elkaar verschillen in functie van leeftijd (functies, persoonlijkheid, gedrag)
5. Gedragsleer: studie van de gehele mens in zijn wisselwerking met de
omgeving
Hub science (John Cacioppo): psychologie staat in verband met andere
wetenschappelijke disciplines
Hiërarchie: economie= toegepaste psychologie = vorm van biologie = toegepaste
scheikunde = wiskunde (meest fundamentele)
1.5 Geschiedenis van de psychologie
Psychologie als resultante van 2 andere disciplines: filosofie en fysiologie
1.5.1 Empirisme haalt het van het relationisme (17e-18e eeuw)
Rationalisme: alle kennis komt voort uit het verstand (Kant)
Empirisme: alle kennis komt voor uit de zintuiglijke ervaringen (John Locke)
- John Locke: grondlegger empirisme: mens als tabula rasa (onbeschreven
blad), ervaring is de enige bron van kennis
- George Berkeley: ‘esse est percipi’: zijn is waargenomen worden =>
Immaterialisme: vorm van idealisme
o ‘Probleem van Molyneux’: wat als een aangeboren blinde ineens kon
zien?
- David Hume: onderscheid tussen impressies (waarneming, sensatie) en
ideeën (herinneringen, verbeelding)
o We kunnen de realiteit buiten ons niet met zekerheid kennen;
solipsisme
1.5.2 Belangrijke fysiologische ontdekkingen en ontwikkelingen (18e-19e eeuw)
Fysiologische ontdekkingen:
- Charles Bell: Onderscheid tussen sensorische (afferente) en motorische
(efferente) zenuwbanen
3