Straf- en strafprocesrecht 25-9-2013
Strafrecht
sleutelwoord = evenwicht
kentheorieën:
1. Vergeldingsgedachte: maatschappij heeft het recht om te vergelden: oog om oog, tand om tand -->
proportionaliteit.
2. Preventiegedachte / afschrikkingsgedachte --> strafrecht moet repressief zijn
3. Herstelgedachte: straf moet tot resocialisatie in de maatschappij leiden.
4. Abolitionisme : doet meer kwaad dan goed. Slachtoffers worden aan hun lot overgelaten. --> schakel
het strafsysteem zo veel mogelijk uit: Ultinum remedium.
---> er moet naar evenwicht in de sanctionering worden gezocht.
Strafprocesrecht
Evenwicht tussen:
A. rechten v/d maatschappij om op te treden
B. grondrechten v/h individu.
--> vermoeden van onschuld = uitgangspunt,
Strafrecht en strafprocesrecht 26-9-2013
Materieel strafrecht = het strafrecht. Misdrijf = algemeen strafbaar feit.
Formeel strafrecht = het strafprocesrecht
Belangrijkste wetboeken: strafwetboek en wetboek van strafvordering
BOM wet = bijzonder opsporingsmethode wet.
1878 toevoeging voorafgaande titel aan het wetboek = VTSv
Wet 12 maart 1989 = de Franchimon Wet. Modernisering van de onderzoeksfase (men spreekt ook van
Franchimon verzoekschriften).
Een tweede belangrijke fase in de modernisering van de onderzoeksfase was de herschrijving van de het
wetboek van strafprocesrecht (grote franchimon wet). Het is echter nog niet uitgekomen.
Hoe positioneert het strafrecht zich ten overstaande van andere disciplines?
1. het strafrecht is relatief autonoom ten opzichte van andere disciplines: het strafrecht wordt vaak
ingeschakeld als handhavingsrecht bij andere disciplines. Gedeeltelijk is het dus een hulprecht. Aan de
andere kant heeft het ook een zekere autonomie: functionele en conceptionele autonomie. Het strafrecht
heeft ook voor een deel een eigen rechts creërende functie.
Conceptionele autonomie = bepaalde beschrijvingen van begrippen voorkomen in andere disciplines
gelden niet altijd in die betekenis voor het strafrecht. (uitz. Bv 489quater).
2. strafrecht is publiekrecht maar ook recht van openbare orde. Strafrecht is dus dwingend recht. Als het
misdrijf bestaat kan men daar onmogelijk door overgekomen wil van afwijken.
Algemeen vs. Bijzonder strafstrecht:
1
, Algemeen strafrecht = de regels die gelden voor ieder soort van strafbaar feit. Boek 1 Sw +
complementaire algemene strafwetten.
Bijzonder strafrecht = het geheel van regels over een welbepaald strafbaar feit. Boek 2 Sw + bijzonder
strafwetten
Boek 1 is in principe altijd van toepassing op Boek 2 tenzij Boek 2 afwijkt van Boek 1. In dat geval
primeert de bijzonder bepaling.
Art. 100 Sw = scharnier tussen boek 1 en boek 2. Het maakt drie uitzondering op de toepasbaarheid van
boek I op boek 2;
a. tenzij boek twee afwijkt
b. hoofdstuk 7 is niet van toepassing
c. art. 85 Sw (verzachtingsregels) is niet van toepassing rechter mag niet onder het minimum in
de strafbaarstelling komen. (veel bijzondere strafwetten bepalen echter dat hoofdstuk 7 en art. 85 wel van
toepassing zijn).
Vb. verkeersstrafwet, 1968: Bijzondere strafwet, art. 100 Sw van toepassing, wegverkeerswet bepaalt
niets over hoofdstuk 7 of art. 85 dus art. 100 wordt NIET genuanceerd. bv medeplichtigheid aan een
vluchtmisdrijf is niet nodig en de minimum straffen kunnen niet worden ingekort.
Belgisch, buitenland en internationaal strafrecht;
Belgisch strafwet = in Belgisch strafwetboek en complementaire en bijzondere strafwetten.
Buitenlands strafrecht: Indien een Belg een misdrijf pleet in NL is hij ook vervolgbaar in NL. Echter zal
men moeten nagaan of het ook strafbaar is in NL. (grondgebied bepaald bevoegde strafrechter). Indien het
in NL niet strafbaar is, is de Belg ook niet vervolgbaar in BE. Wat betreft de straffen wordt de BE strafwet
toegepast.
Internationaal strafrecht:
Een Belgische rechter hoeft nooit rekening te houden met buitenlandse wetten? NOOIT is verkeerd. In
een aantal gevallen zal hij dus moeten nagaan of het strafbaar is. Hij moet wel altijd de BE sanctie
toepassen.
Straf- en strafprocesrecht 27-9-2013
Van internationaalstrafrecht slechts het begrip te kennen.
Internationaalrecht = rechtsregels uit verdragen tussen staten.
1. Rechtsmachtsrecht
2. Materieel internationaal strafrecht: moet betrekking hebben op de strafbaarstelling zelf. Een
internationaal strafwetboek bestaat niet. De bedoeling is om het verdragenrecht te integreren in het
nationale strafrecht. De implementatie van dat verdrag heeft invloed op het nationale strafrecht. In het
algemeen bestaat er geen internationale strafrechter maar dit moet genuanceerd worden door ad hoc
tribunalen en sinds 2002 een permanent internationaal straftribunaal in DH.
3. Proceduraal internationaal strafrecht / = internationale rechtshulp: primaire en secundaire rechtshulp.
(kleine ) Secundaire rechtshulp = waarbij een staat een andere staat helpt bij een onderzoek. Er worden
verdragen gesloten waarbij de territoriale bevoegdheid wordt genuanceerd met de mogelijkheid tot
rechtshulp. Het strafondezoek/proces blijft echter in BE. internationale rogatoire commissie/ opdracht.
(ook bv. Uitlevering).
Primaire rechtshulp = Staat A draagt iets volledig over aan staat B= een overdracht van strafvordering. Dat
wordt geregeld in verdragen, voornamelijk v/d Raad van Europa.
Kernbegrippen v/h materieel algemeen strafrecht:
2
Strafrecht
sleutelwoord = evenwicht
kentheorieën:
1. Vergeldingsgedachte: maatschappij heeft het recht om te vergelden: oog om oog, tand om tand -->
proportionaliteit.
2. Preventiegedachte / afschrikkingsgedachte --> strafrecht moet repressief zijn
3. Herstelgedachte: straf moet tot resocialisatie in de maatschappij leiden.
4. Abolitionisme : doet meer kwaad dan goed. Slachtoffers worden aan hun lot overgelaten. --> schakel
het strafsysteem zo veel mogelijk uit: Ultinum remedium.
---> er moet naar evenwicht in de sanctionering worden gezocht.
Strafprocesrecht
Evenwicht tussen:
A. rechten v/d maatschappij om op te treden
B. grondrechten v/h individu.
--> vermoeden van onschuld = uitgangspunt,
Strafrecht en strafprocesrecht 26-9-2013
Materieel strafrecht = het strafrecht. Misdrijf = algemeen strafbaar feit.
Formeel strafrecht = het strafprocesrecht
Belangrijkste wetboeken: strafwetboek en wetboek van strafvordering
BOM wet = bijzonder opsporingsmethode wet.
1878 toevoeging voorafgaande titel aan het wetboek = VTSv
Wet 12 maart 1989 = de Franchimon Wet. Modernisering van de onderzoeksfase (men spreekt ook van
Franchimon verzoekschriften).
Een tweede belangrijke fase in de modernisering van de onderzoeksfase was de herschrijving van de het
wetboek van strafprocesrecht (grote franchimon wet). Het is echter nog niet uitgekomen.
Hoe positioneert het strafrecht zich ten overstaande van andere disciplines?
1. het strafrecht is relatief autonoom ten opzichte van andere disciplines: het strafrecht wordt vaak
ingeschakeld als handhavingsrecht bij andere disciplines. Gedeeltelijk is het dus een hulprecht. Aan de
andere kant heeft het ook een zekere autonomie: functionele en conceptionele autonomie. Het strafrecht
heeft ook voor een deel een eigen rechts creërende functie.
Conceptionele autonomie = bepaalde beschrijvingen van begrippen voorkomen in andere disciplines
gelden niet altijd in die betekenis voor het strafrecht. (uitz. Bv 489quater).
2. strafrecht is publiekrecht maar ook recht van openbare orde. Strafrecht is dus dwingend recht. Als het
misdrijf bestaat kan men daar onmogelijk door overgekomen wil van afwijken.
Algemeen vs. Bijzonder strafstrecht:
1
, Algemeen strafrecht = de regels die gelden voor ieder soort van strafbaar feit. Boek 1 Sw +
complementaire algemene strafwetten.
Bijzonder strafrecht = het geheel van regels over een welbepaald strafbaar feit. Boek 2 Sw + bijzonder
strafwetten
Boek 1 is in principe altijd van toepassing op Boek 2 tenzij Boek 2 afwijkt van Boek 1. In dat geval
primeert de bijzonder bepaling.
Art. 100 Sw = scharnier tussen boek 1 en boek 2. Het maakt drie uitzondering op de toepasbaarheid van
boek I op boek 2;
a. tenzij boek twee afwijkt
b. hoofdstuk 7 is niet van toepassing
c. art. 85 Sw (verzachtingsregels) is niet van toepassing rechter mag niet onder het minimum in
de strafbaarstelling komen. (veel bijzondere strafwetten bepalen echter dat hoofdstuk 7 en art. 85 wel van
toepassing zijn).
Vb. verkeersstrafwet, 1968: Bijzondere strafwet, art. 100 Sw van toepassing, wegverkeerswet bepaalt
niets over hoofdstuk 7 of art. 85 dus art. 100 wordt NIET genuanceerd. bv medeplichtigheid aan een
vluchtmisdrijf is niet nodig en de minimum straffen kunnen niet worden ingekort.
Belgisch, buitenland en internationaal strafrecht;
Belgisch strafwet = in Belgisch strafwetboek en complementaire en bijzondere strafwetten.
Buitenlands strafrecht: Indien een Belg een misdrijf pleet in NL is hij ook vervolgbaar in NL. Echter zal
men moeten nagaan of het ook strafbaar is in NL. (grondgebied bepaald bevoegde strafrechter). Indien het
in NL niet strafbaar is, is de Belg ook niet vervolgbaar in BE. Wat betreft de straffen wordt de BE strafwet
toegepast.
Internationaal strafrecht:
Een Belgische rechter hoeft nooit rekening te houden met buitenlandse wetten? NOOIT is verkeerd. In
een aantal gevallen zal hij dus moeten nagaan of het strafbaar is. Hij moet wel altijd de BE sanctie
toepassen.
Straf- en strafprocesrecht 27-9-2013
Van internationaalstrafrecht slechts het begrip te kennen.
Internationaalrecht = rechtsregels uit verdragen tussen staten.
1. Rechtsmachtsrecht
2. Materieel internationaal strafrecht: moet betrekking hebben op de strafbaarstelling zelf. Een
internationaal strafwetboek bestaat niet. De bedoeling is om het verdragenrecht te integreren in het
nationale strafrecht. De implementatie van dat verdrag heeft invloed op het nationale strafrecht. In het
algemeen bestaat er geen internationale strafrechter maar dit moet genuanceerd worden door ad hoc
tribunalen en sinds 2002 een permanent internationaal straftribunaal in DH.
3. Proceduraal internationaal strafrecht / = internationale rechtshulp: primaire en secundaire rechtshulp.
(kleine ) Secundaire rechtshulp = waarbij een staat een andere staat helpt bij een onderzoek. Er worden
verdragen gesloten waarbij de territoriale bevoegdheid wordt genuanceerd met de mogelijkheid tot
rechtshulp. Het strafondezoek/proces blijft echter in BE. internationale rogatoire commissie/ opdracht.
(ook bv. Uitlevering).
Primaire rechtshulp = Staat A draagt iets volledig over aan staat B= een overdracht van strafvordering. Dat
wordt geregeld in verdragen, voornamelijk v/d Raad van Europa.
Kernbegrippen v/h materieel algemeen strafrecht:
2