Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 81 pages
Summary

Samenvatting AFP Examen Beautylevel 2 (compleet en uitgebreid)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 81 pages

Ik heb deze samenvattingen per hoofdstuk makkelijk, overzichtelijk en uitgebreid gemaakt om mijzelf voor te bereiden voor het AFP examen in leerjaar 2. Over het algemeen is dit examen erg pittig door de vele hoofdstukken (17) die je moet weten. Ik heb dit examen in 1x behaald met een 8. Goede voorbereiding is belangrijk en met deze samenvatting kun je het examen halen (mits je het gewoon goed doorneemt en leert natuurlijk!) Het document is ingedeeld per hoofdstuk met overzichtelijke tabellen en handige plaatjes. Ik verkoop het document voor €15,50 en dit is het zeker weten waard! Ik heb hier heel veel tijd ingestopt en ik hoop dat jullie het net zo makkelijk halen als ik! TIP! Print te samenvatting uit en schrijf en/of markeer er zelf nog bij wat JIJ belangrijk vind. Hierdoor leer je het makkelijker! Mocht je nog vragen hebben over het document of twijfel je? Stuur me een berichtje via insta: @floorvanetten

Content preview

Hoofdstuk 1 cellen en weefsels:
Cellen:
Een cel is de kleinste, zelfstandige eenheid van een levend organisme.
Bouw van de cel:
- celmembraan
- cellichaam
- celkern
Celmembraan  vormt de celwand en is semi-permeabel (halfdoorlaatbaar).
Cellichaam  bestaat uit cytoplasma en voor 70% uit water.
Celkern  bestaat uit kernplasma en regelt alle levensprocessen in de cel.
Kernplasma = nucleoplasma
Cytoplasma + kernplasma = protoplasma
In de celkern ligt chromatine, dat opgebouwd is uit chromatinekorrels
(eiwitkorrels).
Als de celkern zich gaat delen, vormen de chromatinekorrels draden. Dat zijn de
chromosomen.
Chromosomen bestaan uit DNA.
In DNA ligt erfelijke informatie; genen.
Functies van de cel:
Lichaam bestaat uit verschillende soorten cellen, met hun eigen bouw en functie.
Sommige bewegen, anderen zitten aan elkaar vast.
Animale levensverrichtingen: Plotselinge veranderingen
functies die in het lichaam in staat stellen te reageren op plotselinge
veranderingen van de omgeving zoals:
- prikkelbaarheid  warmte, kou, druk en licht
- beweging  vorm en plaats


Vegetatieve levensverrichtingen: Functie
Functies die de groei, ontwikkeling en het voortbestaan van het individu en soort
mogelijk maken zoals:
- groei  aantal cellen toenemen
- stofwisseling  stofwisseling is de opname van voedingsstoffen en zuurstof en
de afgifte van afvalstoffen.
- voortplanting  samensmelting van een zaadcel en een eicel (bevruchting)


Celdeling:
- levensduur van een huidcel is circa 28 dagen
- levensduur van een rode bloedcel is circa 120 dagen
Directe celdeling:
- celkern en cellichaam delen zich tegelijkertijd
- vindt plaats bij eencellige organismen

,Indirecte celdeling:
- de kern deelt zich als eerste door verdubbeling of reductie (vermindering)
van chromosomen
- daarna volgt de deling van het cellichaam
 mitose en meiose (of reductiedeling)
Mitose:
Mitose komt voor in lichaamscellen, hier ontstaan een exacte kopie van de
oorspronkelijke cel. Hier vind verdubbeling plaats van het aantal chromosomen.
Verdubbelen
Meiose:
Meiose wordt ook wel de reductiedeling genoemd. Dit is zo omdat tijdens de
meiose de hoeveelheid chromosomen in de cellen gehalveerd wordt. Voor de
mens geldt dan dat een cel met 46 chromosomen bij de man in de teelballen en
bij de vrouw in de eierstokken. In de rest van het lichaam vindt er nergens
meiose plaats. Halveren Geslachtscellen
Bevruchting:
Vindt plaats in de eileiders van de vrouw. Mannelijke zaadcel en vrouwelijke eicel
smelten samen. Bevruchte eicel met 46 chromosomen.
XY  jongen
XX  meisje
X staat voor de eicel (v) en de Y voor een zaadcel (m)
Groepen cellen bij elkaar met dezelfde vorm, functie, celtussenstof en celafkomst
vormen een weefsel.
Ontwikkeling van een bevruchte eicel:
Na de bevruchting gaat de eicel zich delen; moerbeistadium.
- endoderm  binnenste kiemblad (bloedvaten + luchtwegen)
- mesoderm  middelste kiemblad (bindweefsel + skelet)
- ectoderm  buitenste kiemblad (opperhuid, nagels + zenuwstelsel)

,Weefsels:
Epitheelweefsel  beschermt het lichaam en scheidt klierweefsel stoffen af
Spierweefsel  maakt beweging mogelijk
Steunweefsel  zorgt voor steun en stevigheid
Epitheelweefsel kunnen we indelen naar:
- aantal lagen (1)
- vorm van de cellen (2)
- functie (3)

(1) Aantal lagen:
- eenlagig of meerlagig
- eenlagig  endotheel
- meerlagig tref je onder meer aan in de opperhuid

(2) Vorm van de cellen:
- plaveiselepitheel (plat)
- kubisch epitheel (vierkant)
- cilindrisch epitheel (rechthoek/hoog)
Plaveisel epitheel:
- eenlagig  binnenkant bloedvaten en lymfenvaten
- meerlagig  slokdarm en opperhuid
Kubisch epitheel:
- eenlagig  eierstokken
- meerlagig  opperhuid
Cilindrisch epitheel:
- eenlagig  binnenzijde van de darmen en de maag
- meerlagig  /
Trilhaar epitheel (hoort bij cilindrisch epitheel):
- bevindt zich in de luchtpijp, neusholte, eileiders en in de buis van Eustachius.


(3) Functie:
- bedekkend of afscheidend
- beschermt het lichaam tegen schadelijke invloeden van buitenaf
- bekleedt de binnenkant van de inwendige organen
- de opperhuid is een bedekkend epitheel
- afscheidend epitheel noemen we ook wel klierweefsel;
- eencellige klieren
- meercellige klieren




Eencellige klieren:
Bekercellen van het neusslijmvlies

, Meercellige klieren:
- wijze van afscheiding (1.1)
- vorm (1.2)
- functie (1.3)

(1.1) Wijze van afscheiding:
De manier waarop een klier zijn product kwijtraakt.
- exocriene klier (1.1.1)
- endocriene klier (1.1.2)
- endo-exocriene klier (1.1.3)

(1.1.1) Exocriene klieren:
Klieren met een afvoerbuis
- eccriene klieren  cel blijft behoudt
- apocriene klieren  deel van de cel gaat verloren
- holocriene klieren  hele cel gaat verloren
(1.1.2) Endocriene klieren:
Hormoonklier en heeft geen afvoerbuis
(1.1.3) Endo-exocriene klieren:
Scheiden hormoonklieren af
(1.2) Vorm:
- buisvormig  tubulair zweetklieren
- trosvormig  alveolair talgklieren, melklieren en speekselklieren
- gemengd  tubulo-alveolair oorspeekselklieren
(1.3) Functie:
- secretie/incretie  afscheiden van stoffen
- exretie  uitscheiden van afvalstoffen




Vier groepen weefsels:
- epitheelweefsel
- zenuwweefsel (hoeft niet voor de toets!)
- spierweefsel
- steunweefsel

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9789491277092 Edition: 2

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
February 3, 2021
Number of pages
81
Written in
2019/2020
Type
Summary
$20.24
Purchased by 16 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
floorvanetten
4.3
(20)
Sold
75
Followers
59
Items
16
Last sold
4 months ago

Reviews from verified buyers



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions