BASISSCHOOL
Theorie examen 1
2024-2025
Stella Verstraete
,Deel 1: Het onderwijs in Vlaanderen
1. Vlaanderen als regionale overheid
België ging van een unitaire staat naar een federale staat (door staatshervormingen)
gewesten en gemeenschappen kregen steeds meer bevoegdheden
De federale overheid:
- zorgt voor materies van algemeen belang en oefent controle uit
(Bv: financiën, leger, justitie, sociale zekerheid,…)
Vlaanderen - regionale overheid - heeft bevoegdheden waarover zij autonoom mag beslissen
(gewest en gemeenschapsbevoegdheden)
Vlaams Gewest: strekt zich uit over de vijf Vlaamse provincies
(Bv: waterbeleid en leefmilieu)
Vlaamse Gemeenschap: alle inwoners van Vlaanderen en Vlaamse inwoners van het tweetalige
Brusselse Hoofdstedelijk gewest
(Bv: cultuur en onderwijs)
=> Autonoom op vlak van onderwijs maar er zijn regels van de federale overheid (leerplicht)
2. Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming (Vlaamse
onderwijsraad)
= het departement Onderwijs en Vorming dat het Vlaamse onderwijsbeleid uitstippelt, en 4
agentschappen voeren dit beleid uit:
- Agentschap voor Hoger onderwijs, Volwassenonderwijs en Studietoelagen
- Agentschap voor infrastructuur in het Onderwijs
- Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming
- Agentschap voor Onderwijsdiensten
- Onderwijsinspectie
Vlaamse minister stuurt en volgt het beleidsdomein op (Zuhal Demir)
3. Leerplicht
= van 5 tot 18 jaar (bepaald door de federale overheid voor heel België)
het begint vanaf 1 september van het kalenderjaar dat het kind jaar wordt
Een kind is leerplichtig maar heeft geen schoolplicht: het kind kan ook thuisonderwijs volgen
(kan je doen via de examencommissie)
4. Vrijheid van onderwijs
= een grondwettelijk recht in België (Artikel 24 in de Belgische grondwet)
vrijheid voor elke natuurlijke persoon of rechtspersoon om onderwijs te organiseren (instelling)
vrijheid van schoolkeuze voor leerlingen en ouders
1
, => hierdoor ontstonden de onderwijsnetten in Vlaanderen
De inrichtende macht of schoolbestuur = een sleutelbegrip voor de organisatie van het Vlaamse
onderwijs
verantwoordelijk voor 1 of meerdere scholen
neemt de vorm aan van een overheid, een natuurlijk persoon of rechtspersonen
vrije autonomie (kiezen hun methoden (Bv: geloofsovertuiging))
Een school mag niemand weigeren op grond van huidskleur, afkomst, herkomst, religie of geslacht
=> wel als de populatie vol is
5. Structuur van het onderwijs
5.1. Officieel en vrij onderwijs
Officieel onderwijs = de scholen die zijn opgericht door of in opdracht van de overheid.
Scholen zijn neutraal
Moeten keuze aanbieden: katholiek, orthodox, protestants, anglicaans, joods, islam en zedenleer
Vrij onderwijs = scholen die niet door de overheid zijn ingericht
5.2. Onderwijsnetten en onderwijskoepels
In het officieel onderwijs zijn er 2 onderwijsnetten:
1. Het GO! Onderwijs van de Vlaamse gemeenschap
Onderwijskoepel: Raad GO!
2. Het officieel gesubsidieerd onderwijs (OGO)
omvat het gemeentelijk onderwijs & provinciaal onderwijs
Twee onderwijskoepels in dit net:
- OnderwijsVereniging van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG)
- Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (POV)
In het vrij onderwijs is er 1 onderwijsnet:
1. Het vrij gesubsidieerd onderwijs (VGO)
ingericht door privé persoon of organisatie
Onderwijskoepel: Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KathOndVla)
Confessioneel onderwijs = onderwijs vanuit een bepaalde godsdienst of geloofsovertuiging
2