Anatomie & fysiologie: H4 ademhaling
Latijnse woorden;
Adenoïd Neusamandel
Alveoli Longblaasjes
Alveolus longblaasje
Arteria pulmonalis Longslagader
Bifurcatio Splitsing van luchtpijp in twee takken
Bronchioli De kleinste luchtpijp vertakkingen
Bronchiolus De kleinste luchtpijp vertakking
Bronchus Luchtweg van de long
Cartilago arytenoidea Bekerkraakbeentjes
Cartilago circoidea Ringkraakbeen
Cartilago thyroidea Schildkraakbeen
Conchae Neusschelp
Cor Hart
Costa Rib
Costae Ribben
Diafragma Middenrif
Epiglottis Strottenklepje
Expiratie Uitademing
Farynx Keelholte
Hemoglobine IJzerhoudend bloedkleurstof dat zuurstof
bindt
Inspiratie Inademing
Larynx Strottenhoofd
Lobi Longkwabben
Lobus Longkwab
Longhilus Plaats waar bloedvaten en hoofdbronchus
de long binnenkomen
Mediastinum Hierin ligt het hart en de grote vaten
Musculus interconstalis Tussen ribspier
Musculi interconstales Tussen ribspieren
Pleura Longvlies
Pulmo Long
Pulmones Longen
Septum nasi Neustussenschot
Sinus Neusbijholte
Sinus frontalis Voorhoofdsholte
Sinus maxillaris Kaakholte
Thyroïd Schildklier
Tonsil Keelamandel
Tonsillitis Keelamandelontsteking
Trachea Luchtpijp
Tractus respiratorius Ademhalingsstelsel
Uvula Huig
Vena pulmonalis Longader
, Tractus respiratorius = ademhalingsstelsel
Doel: O2 in het bloed brengen en Co2 uit het bloed verwijderen.
Erytrocyten nemen zuurstof op.
Gaswisseling vindt plaats in de longblaasjes
Onder ademhalen verstaan we Het proces van in- en uitademing waarbij zuurstof wordt
opgenomen in het lichaam en koolstofdioxide wordt afgegeven.
De ademhaling:
1. Neus
2. Keelholte – farynx
3. Strottenhoofd – larynx
4. Luchtpijp – trachea
5. Hoofdbronchiën
6. Bronchiën
7. Longtrechtertjes – bronchioli
8. Longblaasjes – alveolen
Voordelen door neus ademen in plaats van door de mond:
- Waarschuwend (reuk van bovenin je neus)
- Verwarmend (bloedvaatjes verwarmen zuurstof)
- Gezuiverd (neusharen houden stofjes tegen)
- Bevochtigd (slijmvlies in neus)
Septum = neustussenschot
Sinus = holte
Neus- en mondademhaling
Het inademen via de neus is gezonder.
Functies neus:
- Filteren van de inademingslucht
- Verwarming van de inademingslucht
- Bevochtigen van de inademingslucht
- Waarschuwingsfunctie (reuk)
- Afvoeren van slijm uit de neusbijholtes
- Afvoeren van slijm uit de traanbuizen
- Aspecifieke afweer
- Bijdrage aan de vorming van een aantal medeklinkers (de ‘m’ en de ‘n’)
Trilhaarepitheel is voor transporteren.
Adenoïd = neusamandel achterwand van de keel
In de keelholte bevindt zich lymfatisch weefsel.
Functie; rol bij afweer tegen ziektekiemen
Keelamandelen (tonsillen) behoren hiertoe. Ze liggen tussen de gehemeltebogen.
De neusamandel (adenoïd) bevindt zich aan de achterwand van de keel. De amandelen staan
met elkaar in verbinding en vormen een ringvormig geheel; ring van Waldeyer
Huig = uvula
Tong = linqua
Latijnse woorden;
Adenoïd Neusamandel
Alveoli Longblaasjes
Alveolus longblaasje
Arteria pulmonalis Longslagader
Bifurcatio Splitsing van luchtpijp in twee takken
Bronchioli De kleinste luchtpijp vertakkingen
Bronchiolus De kleinste luchtpijp vertakking
Bronchus Luchtweg van de long
Cartilago arytenoidea Bekerkraakbeentjes
Cartilago circoidea Ringkraakbeen
Cartilago thyroidea Schildkraakbeen
Conchae Neusschelp
Cor Hart
Costa Rib
Costae Ribben
Diafragma Middenrif
Epiglottis Strottenklepje
Expiratie Uitademing
Farynx Keelholte
Hemoglobine IJzerhoudend bloedkleurstof dat zuurstof
bindt
Inspiratie Inademing
Larynx Strottenhoofd
Lobi Longkwabben
Lobus Longkwab
Longhilus Plaats waar bloedvaten en hoofdbronchus
de long binnenkomen
Mediastinum Hierin ligt het hart en de grote vaten
Musculus interconstalis Tussen ribspier
Musculi interconstales Tussen ribspieren
Pleura Longvlies
Pulmo Long
Pulmones Longen
Septum nasi Neustussenschot
Sinus Neusbijholte
Sinus frontalis Voorhoofdsholte
Sinus maxillaris Kaakholte
Thyroïd Schildklier
Tonsil Keelamandel
Tonsillitis Keelamandelontsteking
Trachea Luchtpijp
Tractus respiratorius Ademhalingsstelsel
Uvula Huig
Vena pulmonalis Longader
, Tractus respiratorius = ademhalingsstelsel
Doel: O2 in het bloed brengen en Co2 uit het bloed verwijderen.
Erytrocyten nemen zuurstof op.
Gaswisseling vindt plaats in de longblaasjes
Onder ademhalen verstaan we Het proces van in- en uitademing waarbij zuurstof wordt
opgenomen in het lichaam en koolstofdioxide wordt afgegeven.
De ademhaling:
1. Neus
2. Keelholte – farynx
3. Strottenhoofd – larynx
4. Luchtpijp – trachea
5. Hoofdbronchiën
6. Bronchiën
7. Longtrechtertjes – bronchioli
8. Longblaasjes – alveolen
Voordelen door neus ademen in plaats van door de mond:
- Waarschuwend (reuk van bovenin je neus)
- Verwarmend (bloedvaatjes verwarmen zuurstof)
- Gezuiverd (neusharen houden stofjes tegen)
- Bevochtigd (slijmvlies in neus)
Septum = neustussenschot
Sinus = holte
Neus- en mondademhaling
Het inademen via de neus is gezonder.
Functies neus:
- Filteren van de inademingslucht
- Verwarming van de inademingslucht
- Bevochtigen van de inademingslucht
- Waarschuwingsfunctie (reuk)
- Afvoeren van slijm uit de neusbijholtes
- Afvoeren van slijm uit de traanbuizen
- Aspecifieke afweer
- Bijdrage aan de vorming van een aantal medeklinkers (de ‘m’ en de ‘n’)
Trilhaarepitheel is voor transporteren.
Adenoïd = neusamandel achterwand van de keel
In de keelholte bevindt zich lymfatisch weefsel.
Functie; rol bij afweer tegen ziektekiemen
Keelamandelen (tonsillen) behoren hiertoe. Ze liggen tussen de gehemeltebogen.
De neusamandel (adenoïd) bevindt zich aan de achterwand van de keel. De amandelen staan
met elkaar in verbinding en vormen een ringvormig geheel; ring van Waldeyer
Huig = uvula
Tong = linqua