Beleidsinnovatie en Complexe Systemen
College 1-Teisman
- Uitgangspunten overheid:
• Representatieve democratie,
• Diverse bestuurslagen met elk aparte representatie
• Georganiseerd in onderdelen met eigen taken en bevoegdheden
• Verantwoording richt zich vooral op eigen taken en bevoegdheden
- Overheid worstelt met grote vragen: overheid loopt achter de feiten aan dus beleidsinnovatie en adaptief
vermogen + overheid is verkokerd en gefragmenteerd dus governance capacity en robuustheid
-Kritiek gefragmenteerde overheid (gevolgen):
• Overheden kijken alleen naar wat op eigen bordje ligt
• Overheden wijzen naar elkaar als het gaat om nemen verantwoordelijkheid als het fout loopt
• Handelingsverlegenheid (want de ander is verantwoordelijk)
• Maatregelen die het maatschappelijk vraagstuk niet dienen
• Belemmert innovaties: je doet niks nieuws, want dat brengt risico’s met zich mee
- Kritiek gefragmenteerde overheid (oorzaak = verantwoordelijkheidsverdeling werkt niet (opdelen + ieder doet
zijn eigen ding)) = ieder heeft eigen taken en bevoegdheden:
• Verantwoordelijke overheid neemt die niet
• Ander bemoeit zich met beleid dus je moet die partijen er ook bij betrekken
• Ander doet iets waardoor overheid verantwoordelijkheid niet langer kan dragen
• Vraagstuk groter dan ieders verantwoordelijkheid apart en niemand durft de hele
verantwoordelijkheid te nemen
- Er is sprake van een complex systeem → er is een wetenschappelijk benadering nodig om deze in kaart te
brengen, analyseren en beoordelen
- In complex systeem is eenduidige verdeling van taken en bevoegdheden niet te realiseren want complex
systeem houdt zich niet aan bestuurlijke grenzen → bestuurlijke aanpak nodig die leidt tot meer
samenhangend handelen
- Lessen voor bestuurskundigen:
• Overheden kijken vaak niet verder dan hun taak of bevoegdheid lang is
• Overheidsdiensten en lagen strijden vaak onderling over taak en bevoegdheid
• Maatschappelijke vraagstukken houden zich niet aan taken en bevoegdheden
• Vraagstukken blijven vaak verweesd achter omdat niemand ingrijpt
- Eigenschappen/kenmerken complex systeem:
• In simpel systeem is sprake van beperkt aantal factoren en actoren → in complex systeem zijn er veel
+ heterogene agenten, oorzaken en verbeteringen die zich met verschillende dingen bezighouden
• Vermogen tot zelforganisatie = elke agent in het systeem heeft een eigen ruimte om beslissingen te
nemen over wat hij wel of niet gaat doen → prof. zegt dat wij het boek moeten lezen, maar ik neem
mijn eigen beslissing om dit niet te doen
• Beslissingen ontwikkelingen zich door de tijd heen (evolutie)
o Uitkomst zoals jij het wil, is niet altijd zo
o Wat vandaag werkt, hoeft morgen niet te werken
• Co-evolutie = agenten en beslissingen interacteren (bijv. corona en sluiting van scholen)
• Emergentie = geheel van alle gebeurtenissen is niet hetzelfde als de optelsom van alle gebeurtenissen
→ uit interactie tussen elementen komt iets nieuws voort wat je niet kan verklaren uit de optelsom
van de elementen
- Dit leidt tot:
• Gelaagde en meervoudige (overheids)bemoeienis
• Gelaagde en meervoudige vraagstukken
• Kluwen van reeksen stappen door verschillende partijen
• Resultaat vloeit voort uit interacties tussen vele handelingen
o Niemand overziet dat geheel van interacties
o Resultaat niet te begrijpen door alleen naar delen te kijken
1
,- Veel beelden over hoe overheid werkt gaan juist uit van niet-complexiteit → dit creëert eenvoud, maar werkt
niet
Als bestuur praat over: Zien ze vooral:
Structuur Eén organisatie, één bestuurslaag
Inhoud Eén taak, één beleid
Proces Eigen procedure, die de organisatie doorloopt
Resultaat Eigen output, gerelateerd aan eigen doel (doelbereiking)
- Resultaat in een complex systeem wordt bepaald door manier waarop beslissingen op elkaar inwerken
- Besmetting in netwerken (bijv. financiële crisis 2008) omdat actoren met elkaar verweven zijn/interacteren →
systematische risicoanalyses maken voor het netwerk dus oog hebben voor (ongedachte) interacties
• Als er verderop iets kleins gebeurt, kan dat door het vervlochten systeem ver doorwerken met grote
gevolgen
- Belangrijkste inzichten artikel van Christanen en Laegreid
• Organisaties zijn geen eenmalig en consistent ontworpen instrument (is geen machine), maar
inconsistente complexe systemen
• Door tijd heen worden ze steeds weer overspoelt door nieuwe ideeën over hoe te organiseren (PA,
NPM, NPG, projectmatig werken, hiërarchisch werken) → nieuwe modes veranderen niet het hele
systeem, maar elementen van het nieuwe denken worden toegevoegd in een organisatie
• De golven van vernieuwing sedimenteren in de organisatie
• Dat maakt elke organisatie tot een hybride en dus complex systeem → nieuwe afdelingen hebben veel
kenmerken van het nieuwe, oude afdelingen veel minderen dus zijn er twee kampen binnen een
organisatie
• Dit uit zich structureel én cultureel (= zo werken wij hier)
- Belangrijkste inzichten artikel van Anderson = het lijkt wel alsof ze maar wat doen
• Ook organisaties vertonen non-lineair (zigzaggend) gedrag → verklaringen voor non-lineair gedrag:
o Agenten hanteren elk hun eigen denkschema’s, die sterk vereenvoudigd zijn (Gerrits:
heuristics)
o Ze handelen vanuit schema’s, dus niet vanuit de werkelijkheid
o Omdat er diverse eigen schema’s zijn, leidt dat tot waaiers aan agent-gedrag dat inwerkt op
elkaar en leidt tot non-lineair gedrag van de organisatie
o Je kunt organisaties dus ook zien als netwerken, waar het geheel van handelen ≠ som-der-
delen
o Organisaties ontwikkelen zich door co-evolutie tussen handelingen en bewegen zich op grens
van orde en chaos (= complexiteit)
o Ontwikkeling/innovatie door recombinatie
- Soort complexiteit:
• Inhoudelijke of technische complexiteit van het vraagstuk of beleidsdossier
o Hoe zit het, wat is hier het probleem en hoe (zeker) weten we dat? → iedereen heeft eigen
probleemdefinities
• Institutionele of sociale complexiteit
o Wat is het systeem van actoren/agenten/organisaties die handelen op dat beleidsdossier?
• Procescomplexiteit
o Wat ontwikkelt zich uit de acties van sets aan agenten die bezig zijn met het aanpakken van
een probleem of sets van problemen?
▪ Hoe speelt het handelen van overheden op elkaar in?
▪ Hoe de acties van andere dan overheidsactoren die eigen problemen aanpakken
• Succescomplexiteit
o Wie wordt beoordeeld, wanneer en welke criteria worden daarbij gebruikt?
- Drie belangrijke eigenschappen van complexiteit:
• Vraagstuk verandert door de tijd heen
• Aanpak verandert door de tijd heen
• De manier waarop we het beoordelen verandert door de tijd heen
- Werking van systemen
• We begrijpen oorzaakgevolg relaties niet vooraf
• Gaandeweg kunnen we wel verklaren waarom er gebeurt wat er gebeurt
2
, - Simpel systeem: het vroegere AOW systeem want je wist precies op welke dag je met pensioen ging
- Gecompliceerd systeem: pensioenakkoord of RIVM want we laten het over aan experts want zij snappen het
- Chaotisch systeem: corona in het begin
- Complexe systeemkenmerken
• Er zijn wel oorzaken aan te wijzen voor gevolgen
• Maar we weten niet of die oorzaken morgen dezelfde gevolgen hebben
• Of de gevolgen ook niet uit andere oorzaken hebben
• Of er morgen niet andere oorzaken ontstaan
- Bij complexiteit is sprake van onbekende kennislacunes
- Complexe besluitvorming zit in het grote donkerblauwe schemergebied tussen chaotische processen waar
alles kan en eenvoudige processen die voorspelbare resultaten leveren
- Concurrerende verklaringen: paradigma van niet-complex systeem en paradigma van complex systeem
- Inzichten/aspecten van complexe systeembenadering:
• Het is mooi om vooraf realistische voorstelling te maken, maar deze verandert wel
o Advies: bouw adaptief vermogen in
• Er treden onverwachte, onvoorziene gebeurtenissen met impact op na ‘finale besluit’
o Advies: geef ruimte om te mogen omgaan met onvoorziene gebeurtenissen
• Er treden Interferenties op met nevenliggende processen en projecten
3
College 1-Teisman
- Uitgangspunten overheid:
• Representatieve democratie,
• Diverse bestuurslagen met elk aparte representatie
• Georganiseerd in onderdelen met eigen taken en bevoegdheden
• Verantwoording richt zich vooral op eigen taken en bevoegdheden
- Overheid worstelt met grote vragen: overheid loopt achter de feiten aan dus beleidsinnovatie en adaptief
vermogen + overheid is verkokerd en gefragmenteerd dus governance capacity en robuustheid
-Kritiek gefragmenteerde overheid (gevolgen):
• Overheden kijken alleen naar wat op eigen bordje ligt
• Overheden wijzen naar elkaar als het gaat om nemen verantwoordelijkheid als het fout loopt
• Handelingsverlegenheid (want de ander is verantwoordelijk)
• Maatregelen die het maatschappelijk vraagstuk niet dienen
• Belemmert innovaties: je doet niks nieuws, want dat brengt risico’s met zich mee
- Kritiek gefragmenteerde overheid (oorzaak = verantwoordelijkheidsverdeling werkt niet (opdelen + ieder doet
zijn eigen ding)) = ieder heeft eigen taken en bevoegdheden:
• Verantwoordelijke overheid neemt die niet
• Ander bemoeit zich met beleid dus je moet die partijen er ook bij betrekken
• Ander doet iets waardoor overheid verantwoordelijkheid niet langer kan dragen
• Vraagstuk groter dan ieders verantwoordelijkheid apart en niemand durft de hele
verantwoordelijkheid te nemen
- Er is sprake van een complex systeem → er is een wetenschappelijk benadering nodig om deze in kaart te
brengen, analyseren en beoordelen
- In complex systeem is eenduidige verdeling van taken en bevoegdheden niet te realiseren want complex
systeem houdt zich niet aan bestuurlijke grenzen → bestuurlijke aanpak nodig die leidt tot meer
samenhangend handelen
- Lessen voor bestuurskundigen:
• Overheden kijken vaak niet verder dan hun taak of bevoegdheid lang is
• Overheidsdiensten en lagen strijden vaak onderling over taak en bevoegdheid
• Maatschappelijke vraagstukken houden zich niet aan taken en bevoegdheden
• Vraagstukken blijven vaak verweesd achter omdat niemand ingrijpt
- Eigenschappen/kenmerken complex systeem:
• In simpel systeem is sprake van beperkt aantal factoren en actoren → in complex systeem zijn er veel
+ heterogene agenten, oorzaken en verbeteringen die zich met verschillende dingen bezighouden
• Vermogen tot zelforganisatie = elke agent in het systeem heeft een eigen ruimte om beslissingen te
nemen over wat hij wel of niet gaat doen → prof. zegt dat wij het boek moeten lezen, maar ik neem
mijn eigen beslissing om dit niet te doen
• Beslissingen ontwikkelingen zich door de tijd heen (evolutie)
o Uitkomst zoals jij het wil, is niet altijd zo
o Wat vandaag werkt, hoeft morgen niet te werken
• Co-evolutie = agenten en beslissingen interacteren (bijv. corona en sluiting van scholen)
• Emergentie = geheel van alle gebeurtenissen is niet hetzelfde als de optelsom van alle gebeurtenissen
→ uit interactie tussen elementen komt iets nieuws voort wat je niet kan verklaren uit de optelsom
van de elementen
- Dit leidt tot:
• Gelaagde en meervoudige (overheids)bemoeienis
• Gelaagde en meervoudige vraagstukken
• Kluwen van reeksen stappen door verschillende partijen
• Resultaat vloeit voort uit interacties tussen vele handelingen
o Niemand overziet dat geheel van interacties
o Resultaat niet te begrijpen door alleen naar delen te kijken
1
,- Veel beelden over hoe overheid werkt gaan juist uit van niet-complexiteit → dit creëert eenvoud, maar werkt
niet
Als bestuur praat over: Zien ze vooral:
Structuur Eén organisatie, één bestuurslaag
Inhoud Eén taak, één beleid
Proces Eigen procedure, die de organisatie doorloopt
Resultaat Eigen output, gerelateerd aan eigen doel (doelbereiking)
- Resultaat in een complex systeem wordt bepaald door manier waarop beslissingen op elkaar inwerken
- Besmetting in netwerken (bijv. financiële crisis 2008) omdat actoren met elkaar verweven zijn/interacteren →
systematische risicoanalyses maken voor het netwerk dus oog hebben voor (ongedachte) interacties
• Als er verderop iets kleins gebeurt, kan dat door het vervlochten systeem ver doorwerken met grote
gevolgen
- Belangrijkste inzichten artikel van Christanen en Laegreid
• Organisaties zijn geen eenmalig en consistent ontworpen instrument (is geen machine), maar
inconsistente complexe systemen
• Door tijd heen worden ze steeds weer overspoelt door nieuwe ideeën over hoe te organiseren (PA,
NPM, NPG, projectmatig werken, hiërarchisch werken) → nieuwe modes veranderen niet het hele
systeem, maar elementen van het nieuwe denken worden toegevoegd in een organisatie
• De golven van vernieuwing sedimenteren in de organisatie
• Dat maakt elke organisatie tot een hybride en dus complex systeem → nieuwe afdelingen hebben veel
kenmerken van het nieuwe, oude afdelingen veel minderen dus zijn er twee kampen binnen een
organisatie
• Dit uit zich structureel én cultureel (= zo werken wij hier)
- Belangrijkste inzichten artikel van Anderson = het lijkt wel alsof ze maar wat doen
• Ook organisaties vertonen non-lineair (zigzaggend) gedrag → verklaringen voor non-lineair gedrag:
o Agenten hanteren elk hun eigen denkschema’s, die sterk vereenvoudigd zijn (Gerrits:
heuristics)
o Ze handelen vanuit schema’s, dus niet vanuit de werkelijkheid
o Omdat er diverse eigen schema’s zijn, leidt dat tot waaiers aan agent-gedrag dat inwerkt op
elkaar en leidt tot non-lineair gedrag van de organisatie
o Je kunt organisaties dus ook zien als netwerken, waar het geheel van handelen ≠ som-der-
delen
o Organisaties ontwikkelen zich door co-evolutie tussen handelingen en bewegen zich op grens
van orde en chaos (= complexiteit)
o Ontwikkeling/innovatie door recombinatie
- Soort complexiteit:
• Inhoudelijke of technische complexiteit van het vraagstuk of beleidsdossier
o Hoe zit het, wat is hier het probleem en hoe (zeker) weten we dat? → iedereen heeft eigen
probleemdefinities
• Institutionele of sociale complexiteit
o Wat is het systeem van actoren/agenten/organisaties die handelen op dat beleidsdossier?
• Procescomplexiteit
o Wat ontwikkelt zich uit de acties van sets aan agenten die bezig zijn met het aanpakken van
een probleem of sets van problemen?
▪ Hoe speelt het handelen van overheden op elkaar in?
▪ Hoe de acties van andere dan overheidsactoren die eigen problemen aanpakken
• Succescomplexiteit
o Wie wordt beoordeeld, wanneer en welke criteria worden daarbij gebruikt?
- Drie belangrijke eigenschappen van complexiteit:
• Vraagstuk verandert door de tijd heen
• Aanpak verandert door de tijd heen
• De manier waarop we het beoordelen verandert door de tijd heen
- Werking van systemen
• We begrijpen oorzaakgevolg relaties niet vooraf
• Gaandeweg kunnen we wel verklaren waarom er gebeurt wat er gebeurt
2
, - Simpel systeem: het vroegere AOW systeem want je wist precies op welke dag je met pensioen ging
- Gecompliceerd systeem: pensioenakkoord of RIVM want we laten het over aan experts want zij snappen het
- Chaotisch systeem: corona in het begin
- Complexe systeemkenmerken
• Er zijn wel oorzaken aan te wijzen voor gevolgen
• Maar we weten niet of die oorzaken morgen dezelfde gevolgen hebben
• Of de gevolgen ook niet uit andere oorzaken hebben
• Of er morgen niet andere oorzaken ontstaan
- Bij complexiteit is sprake van onbekende kennislacunes
- Complexe besluitvorming zit in het grote donkerblauwe schemergebied tussen chaotische processen waar
alles kan en eenvoudige processen die voorspelbare resultaten leveren
- Concurrerende verklaringen: paradigma van niet-complex systeem en paradigma van complex systeem
- Inzichten/aspecten van complexe systeembenadering:
• Het is mooi om vooraf realistische voorstelling te maken, maar deze verandert wel
o Advies: bouw adaptief vermogen in
• Er treden onverwachte, onvoorziene gebeurtenissen met impact op na ‘finale besluit’
o Advies: geef ruimte om te mogen omgaan met onvoorziene gebeurtenissen
• Er treden Interferenties op met nevenliggende processen en projecten
3